Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Categorie: Muziek (Pagina 1 van 65)

Festival Veenhuizen 2026 met Aphrodite Patoulidou, Jeangu Macrooy, Mike Boddé en anderen

Komend weekend wordt Festival Veenhuizen gehouden, uiteraard in Veenhuizen. De nieuwe editie valt samen met het de lustrumviering van vijf jaar UNESCO‑status voor de Koloniën van Weldadigheid.

Citaten uit een persbericht dat W&L via de mailbox de hand op heeft weten te leggen: “Festival Veenhuizen combineert een frisse mix van muziekgenres, zoals klassiek, jazz, folk en soul met de ambiance van het Drentse UNESCO Werelderfgoed.

Verspreid door het monumentale dorp wandelen of fietsen bezoekers tussen iconische locaties: de Koepelkerk, Klein Soestdijk, de Tuinen van Weldadigheid, Madre Mia, voormalige gevangenis De Rode Pannen, het Derde Gesticht, de boerderij aan de Eikenlaan, Penitentiaire Inrichting Esserheem, Bitter en Zoet, Koffie- en Theetuin Zunneschien, Bierbrouwerij Maallust. Ook zijn er op verschillende plekken zijn er vrij toegankelijke pop-up concerten.”

De programmering is samengesteld door ensemble Fuse, dat het weekend vrijdagavond in de tuin van Klein Soestdijk aftrapt  met een concert van de Griekse sopraan Aphrodite Patoulidou. Zaterdagavond treedt op die plek Jeangu Macrooy op. Zondag staan bij Madre Mia de talkshow ‘Mascha & Special Guests’ op het programma met onder meer Mike Boddé.

Zie voor het volledige programma festivalveenhuizen.nl.

Bovenstaande foto is in 2025 gemaakt door Maurice Vos

Na een dagje North Sea Jazz blijft vooral het optreden van Y-Otis hangen

Ook ik bezocht de 50ste editie van North Sea Jazz. Alleen de eerste dag, zeg ik erbij. Het leven heeft meer te bieden dan muziekfestivals, en het is duur genoeg, ook voor wie dankzij het stichten van een gezin alweer jaren her nu in Den Haag kan overnachten en vandaaruit een avond kan doorbrengen in Ahoy Rotterdam.

De mensen van North Sea Jazz weten inmiddels hoe ze een festival moeten organiseren en hun klanten tevreden moeten houden: met een goed programma, uitstekende muzikanten, een zeer geschikte locatie, prima logistiek et cetera. 145 euro betaalde ik voor mijn kaartje.

Voor dat geld zag ik negen optredens, niet allemaal van begin tot eind, maar lang genoeg om er een persoonlijk oordeel over te kunnen vellen en af en toe iets te versnaperen. Voor de opening door koningin Máxima arriveerde ik te laat en ook Jalen Ngonda liet ik aan mij voorbijgaan – wat niet erg was, want ik heb kaartjes voor zijn optreden begin oktober in Groningen.

Bij binnenkomst bleek dat The Isley Brothers niet konden optreden. Dat was een kleine teleurstelling. Ik had ze graag eens gezien en gehoord, met het besef dat er weinig tot niets over is van de originele bezetting, die volgens mij uit 1954 stamt. Alleen zanger Ronald Isley is er nog bij; ik kan mij niet voorstellen dat zijn stem nog optimaal is. Waarom ze er niet waren, is mij overigens een raadsel.

Vervolgens vermaakte ik mij achtereenvolgens met Cécile McLorin Salvant, Bilal, De La Soul, Asaf Avidan, Y-Otis, Roy Hargrove’s The RH Factor, een jam op de open stage en tot slot The Roots. Niet alles pakte even fijn uit. The RH Factor ervoer ik als ronduit gruwelijk, vooral vanwege het virtuoze spierballenvertoon. Goede muzikanten maken lang niet altijd aangename muziek.

Het hoogtepunt trof ik, achteraf bezien, in een warm en benauwd zaaltje: Y-Otis. Wat ik zag waren vier relatief jonge muzikanten die totaal niet geïnteresseerd leken in omschrijvingen of genres, laat staan in een podiumpresentatie, maar muziek wilden maken zoals zij denken dat muziek dient te klinken: opwindend en dansbaar.

Omdat de aanvoerder van het kwartet, Otis Sandsjö, op improviserende wijze tenorsaxofoon speelt, kan het jazz worden genoemd. Wat doet het ertoe? Ik beleefde vooral plezier aan de stuwende groove en allerlei elektronisch veroorzaakte geluiden die mij deden denken aan hypnotiserende dance.

Voorlopig kan ik er weer even tegen.

De kracht van popprinses Kylie Minogue

Drie delen uitzitten is voor sommigen misschien wat te veel van het goede. Maar voor mensen die van popmuziek houden, met de nadruk op pop, heeft de Netflix-documentaire Kylie over Kylie Minogue veel fraais te bieden.

Los van het verhaal – meisje met podiumdrang wordt ondanks tegenslagen volwassen wereldster – mag daarbij gedacht worden aan een slimme montage van beelden uit de entertainmentindustrie die zo’n veertig jaar omvatten én een aantal vertellers die bereid zijn te leveren. Nick Cave is een van hen.

Hij verschijnt halverwege deel twee in beeld als het gaat over artistieke wederopstanding. Cave vertelt hoe hij haar benadert voor het duet Where the wild roses grow. “Er was iets vreemds met Kylie”, zegt hij.  “Ondanks haar mass appeal had ze allesbehalve geloofwaardigheid.”

“We wachtten tot ze de studio binnenkwam. Ik denk niet dat iemand van ons Kylie eerder had ontmoet. The Bad Seeds waren een duistere kracht, een groep rare, verknipte, een beetje gebroken mannen. Veel drugs en een minachtend, pessimistisch wereldbeeld.

Maar toen ze de studio binnenkwam… Ze was als een soort lichtstraal. Ik denk niet dat we ooit iemand in ons leven hadden ontmoet die van het leven hield. Ik zat vast in een soort levensstijl die steeds problematischer werd. Maar met Kylie kon ik de wereld op een positieve manier zien.”

Een mooi moment in de documentaire bestaat uit beelden van een Poëzie Olympiade in de Royal Albert Hall in Londen in 1996: twee dagen en nachten onafgebroken poëzie. Cave wordt gevraagd om een bijdrage en komt op het idee daarnaast Kylie te vragen ook iets voor te dragen. Dat doet ze. Ze reciteert I should be so lucky.

 “Deze popprinses, tegenover de meest elitaire kunstvorm die er is, poëzie. Ze heeft de avond opengebroken, met poëzie die we konden begrijpen”,  blikt Cave terug. En dan vat hij haar haar betekenis samen:

“Kylie has this force to affect thousands and thousands and thousands of people. It’s all outward, it’s all giving. She has an enormous positive influence. These people who go along to their first pop concert, it’s a life-changing moment where they feel something that they’ve never known before. The great beauty of pop music is that it is a joy machine.”

Over de Nederlandse optredens van Van Morrison en de Blizzards in maart 1967

In de zeventiende aflevering van zijn podcastseizoen 2026 staat Leo Blokhuis stil bij de Nederlandse optredens van Van Morrison in maart 1967. Aanleiding is de komst van de zanger naar het Holland International Blues Festival in Grolloo. In 2019 bezocht hij het festival ook al.

“Het is bekende grond voor de Ier, want in de jaren zestig is hij al eens in Drenthe geweest”, zegt Blokhuis in zijn podcast. “Grolloo is namelijk de plaats waar de iconische Nederlandse bluesband Cuby & The Blizzards vandaan komt. En in de jaren zestig treedt Morrison vijf keer op in ons land, begeleid door The Blizzards.”

Hoe deze gelegenheidsformatie tot stand is gekomen, wordt beschreven op de website Veenslawaai.nl, waar Anton Witkamp van platenmaatschappij Phonogram vertelt over een promotieactiviteit rond een Nederlandse platenrelease van de band Them. Dat gaat niet door, want die band is dan al uit elkaar gevallen. Als alternatief wordt bedacht om Morrison in Nederland met The Blizzards te laten optreden.

Aldus gebeurt. De voorbereiding is minimaal. Er is één repetitie, op een vrijdagmiddag in Apeldoorn. Bert Jansen schrijft erover op bladzijde 98 in zijn boek En nog steeds vlekken in de lakens:

‘Er repeteert een band in de Eurobeurs. Omzichtig sluip ik naar binnen. Een verlaten lege zaal; op het ver verwijderde podium is een groep hoorbaar aan het repeteren. Van deze afstand kan ik niet zien wie het zijn. Langs een muur kruip ik zo onopvallend mogelijk dichterbij. Nu kan ik ze onderscheiden: het zijn Cuby en de Blizzards, dat wil zeggen alleen de Blizzards. Want in plaats van Cuby staat er een gedrongen jongen met rood krulhaar mee te zingen.

Is het soms Leen Ripke van de Blues Dimension? Wat spelen ze eigenlijk? Het zijn nummers van Them, en wat heeft die zanger een vreemd schor keelgeluid; het lijkt wel wat op Van Morrison. Op dat moment dringt de waarheid tot me door: het is Van Morrison! Veel tijd om me te verbazen krijg ik niet meer.

Een opvallend type met lang sluik haar en een grote zwarte hoed komt haastig op me toelopen, met in zijn kielzog een studentachtige jongen. Kort maar krachtig legt men me uit dat ik over een paar dagen, tegen betaling van een nog vast te stellen aantal guldens, de hele zaak legaal en van dichtbij kan aanhoren.’

Op 9 maart treden Morrison en de Blizzards op in de Buitensociëteit in Deventer, het eerste optreden van de tour, met Willy Middel op bas, Eelco Gelling op gitaar, Herman Brood op orgel en toetsen en Hans Waterman op drums. Een dag later worden televisieopnamen gemaakt. In Wassenaar – niet Artis, zoals Blokhuis in zijn podcast vertelt.

Morrison wordt bij die gelegenheid geïnterviewd voor het VARA-programma Fenklup. In het interview relativeert hij de gesuggereerde populariteit in Engeland. Die blijkt alweer achter de rug. Je moet een hit hebben om relevant te blijven, zegt Morrison, die desgevraagd vertelt over zijn tijdelijke terugtrekking in een klooster, in een poging te ontsnappen aan wat hij “de valse popscene” noemt.

Over vals gesproken: op YouTube circuleren opnamen waarin een blonde vrouw ziet hoe Willy Middel door het beeld rent terwijl Morrison op een rotspartij Mystic Eyes van Them playbackt.

De organisatie van de tournee door Nederland is in handen van Koos Zwart en Pim Oets. Ze opereren onder de naam “N.V. Oplichters”, wat wordt waargemaakt door een chaotisch verloop. Het schema zit veel te vol. Zaalhouders weigeren soms te betalen omdat Morrison niet met Them, maar met een begeleidingsband verschijnt.

Er zijn negen liveoptredens gepland, plus de televisieopnamen in Wassenaar. Na Deventer wordt op 10 maart in Krommenie en Amsterdam gespeeld. Een optreden in Bergen wordt afgelast. Op 11 maart vinden er optredens plaats in Almelo, Apeldoorn, Arnhem en Terborg. Een laatste optreden, in Bussum, gaat niet door omdat de muzikanten te laat arriveren.

Het incidentenkarakter beperkt zich niet tot de logistiek. Eelco Gelling vertelt in Oor, aldus Dagblad van het Noorden in een artikel van Jan Schlimbach uit 2019, hoe Morrison tijdens een optreden in het Spinoza Lyceum woedend reageert wanneer iemand aan zijn opvallende gestreepte pak trekt.

Hitweek blikt op 16 maart terug: “Er was veel mis natuurlijk, maar toch is er in vijf plaatsen veertig minuten muziek gemaakt. Muziek van de onvergetelijke Van en de sublieme Blizzards. Muziek die de aanwezigen door merg en been is gegaan. De organisatoren hebben gekrukt, gefaald en onzin uitgehaald. Maar niet alleen zij. Als verzachtende omstandigheid moet ook worden aangevoerd dat de organisatoren alles in een ongezond noodtempo moesten regelen. Van zit nu alweer in de VS.”

Of Van Morrison inderdaad in 1967 in Grolloo is geweest, om te drinken en te biljarten met Harry Muskee, is twijfelachtig. De enige bron hiervoor is Harry Muskee, en die kan het niet meer navertellen. Dat Van Morrison na zijn wilde Nederlandse week naar New York is vertrokken, klopt. Eind maart neemt hij daar het album Blowin’ Your Mind! op, met zijn eerste solohit Brown Eyed Girl.

Vrijdag 19 juni treedt Van Morrison op in Grolloo. Voor de tweede keer deze eeuw.

Lisa Ploeger tijdens het Ontluik-festival

Ik had al veel over haar gehoord, in goede zin, van mensen met smaak, maar nu zag ik haar eindelijk met eigen ogen. Lisa Ploeger trad zaterdag met haar band op tijdens de vierde editie van het Ontluik-festival in Emmen, een evenement waar opvallend weinig marketing aan vooraf gaat, maar dat toch aardig wat publiek op de been weet te brengen.

Toen ik in het Rensenpark arriveerde stond Ploeger met haar rug naar het publiek ontspannen in het amfitheater te wachten tot een dj even verderop klaar was met het draaien van danceplaten uit de jaren negentig. Toen dat moment was aangebroken, draaide ze zich om en speelde ze iets meer dan een half uur engelstalige countrypop alosf dat tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld is.

Of het goed was? Naar mijn mening wel. Wat mij erg beviel, was dat Ploeger geen moment probeerde het publiek te paaien, iets wat zeldzaam is in de popmuziek, maar ervoor koos liedjes met persoonlijke teksten te spelen.

Tijdens If I Ever Have a Daughter, geïnspireerd op het leven van haar grootmoeder, stond een vrouw in het publiek op om twee andere vrouwen, die erdoorheen zaten te kleppen, tot stilte te manen. Dat is altijd spannend om naar te kijken. Voor je het weet wordt het vechten. Maar het is ook een goed teken. Waarom altijd maar willen communiceren als anderen al aan het woord zijn?

Naarmate het optreden vorderde, kreeg ik aandachtig luisterend door dat Ploeger een flink aantal nummers speelde die een plek krijgen op haar debuutalbum, dat later dit jaar moet verschijnen. The Lighthouse Keeper’s Daughter gaat die plaat heten, en als ik het goed begreep zingt ze daarop over wat verschillende generaties vrouwen aan elkaar doorgeven. Hoort zegt het voort. Zie ook haar concertagenda.

Onderzoek naar concertzaal voor 5000 bezoekers om Twente aantrekkelijker te maken

Twente zou een concertzaal moeten krijgen à la de Ziggo Dome of Ahoy. Als ik niet toevallig op de website van streekomroep 1Twente was beland, had ik het niet geweten.

Dan had ik ook niet gelezen dat het om een serieus plan gaat dat onderdeel is van de ontwikkelstrategie Trek in Twente van het samenwerkingsverband Cultuurregio Twente. In die strategie wordt beschreven wat nodig is om de aantrekkelijkheid van Twente als woon- en werkgebied te vergroten.

Gesteld wordt dat de Twente Dome “een strategische voorziening is die woonplezier, talentbinding en regionale trots concreet versterkt”. “Een sterke culturele magneet voor Twente. Met een XXL‑muziekzaal vult Twente het ontbrekende schaalniveau tussen de bestaande podia en de grote arena’s elders”, aldus de opstellers.

Met een capaciteit van ongeveer 5.000 staplaatsen moet de zaal een podium bieden aan acts die zowel publiek uit Nederland als Duitsland kunnen trekken, maar nu aan de regio voorbijgaan. Een mogelijke locatie wordt niet genoemd.

RTV Oost meldde echter een jaar geleden dat de oude Storkhal 43 KMS, tegenover de ingang van het ROC van Twente, mogelijk geschikt gemaakt kan worden voor “een immense concertzaal met een capaciteit van misschien wel vier- tot vijfduizend bezoekers”.

Als eerste belangrijke stap wordt het op korte termijn uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek genoemd, waarin de (toekomstige) markt, investeringen en de exploitatie in beeld worden gebracht. Als het aan de Cultuurregio Twente ligt, moet daar niet te lang mee worden gewacht.

“Promoters, bookers en publiek moeten een band opbouwen en vertrouwen ontwikkelen.” Dat begint met het programmeren van acts op geschikte locaties die nu al beschikbaar zijn. “De kern is: maak de Twente Dome voor grote spelers geen concurrent van hun Randstadlocaties, maar een logische uitbreiding van hun markt.”

Partners in het overleg zijn onder meer Twentse gemeenten, de provincie Overijssel, de podia Metropool in Hengelo, het Wilminktheater in Enschede en de Nederlandse Reisopera. Ook voormalig cultuurminister Ingrid van Engelshoven maakt deel uit van de groep.

In een brief van het college van Almelo wordt aangekondigd dat de gemeenten Almelo, Hengelo en Enschede gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek starten naar de realisatie van een Music Dome Twente.

Dit onderzoek moet eind 2026 gereed zijn en moet bijdragen aan een “toekomstbestendig cultureel ecosysteem in Twente, waarin talentontwikkeling, cultuurparticipatie en regionale aantrekkingskracht structureel worden versterkt vanaf 2029”.

In de Theaterschuur te Linde heet Jules de Corte een singer-songwriter  

Post van de Theaterschuur aan de Linderweg 4 in Linde. Waar komende zondag 26 april het voorjaarsseizoen wordt afgesloten met een optreden van Ernst de Corte. Inderdaad, dat is de zoon van Jules de Corte (1924 – 1996).

In het persbericht waar Woest & Ledig de hand op heeft weten te leggen wordt hij een ‘legendarische singer-songwriter’ genoemd. Minstens, zo niet meer, is het gepast om te spreken van componist en liedjesschrijver.

Citaten uit het bericht: ‘Jules de Corte werd bekend door tijdloze liedjes als Ik zou wel eens willen weten en De vogels. Ondanks zijn blindheid trad hij veertig jaar lang op voor radio, televisie en in theaters, kroegen en zelfs gevangenissen.

Zoon Ernst de Corte had een complexe relatie met zijn vader, maar vond via diens muziek een nieuwe verbinding. ‘Ik heb het mijn vader lang kwalijk genomen dat hij zijn gezin in de steek liet. Intussen ben ik zijn muziek goed gaan beluisteren en ook gaan waarderen. Zo heb ik hem beter leren kennen.’

Ernst de Corte komt naar Linde met het programma De Corte & Consorten waarin hij samen met pianist Izak Boom en bassist Pieter Althuis de liedjes van Jules opnieuw onder de aandacht brengt. ‘Zijn stem en dictie doen opvallend veel denken aan Jules zelf. De muziek wordt afgewisseld met persoonlijke verhalen, waardoor het verleden tastbaar wordt.’

Aanvang 14.30 uur. Entree 15 euro. Luister ter voorbereiding vooral ook de 26ste aflevering uit de voortreffelijke podcastreeks de Bob Touber Sound.

Eindelijk prijs. En zo kwam alles toch nog goed voor Erik Harteveld

Erik Harteveld wordt onderscheiden met de Culturele Prijs van Drenthe 2026. Persbureau Knip & Plak meldt dankzij de website van Dagblad van het Noorden dat ‘de dichter, schrijver, zanger, acteur, theatermaker en programmamaker een geldbedrag krijgt van 10.000 euro en een bronzen legpenning’.

Volgens de toekenners van de prijs heeft Harteveld de afgelopen decennia ‘een uniek en veelzijdig oeuvre opgebouwd, waarmee hij een uitzonderlijke en blijvende bijdrage leverde aan de cultuur van Drenthe’. Het juryrapport spreekt verder van een man die ‘gedijt aan de rafelranden van het bestaan’.

De Cuturele Prijs van Drenthe wordt toegekend door het provinciaal bestuur. Een adviescommissie onder leiding van Anne de Jong prijst de onafhankelijke en compromisloze houding van Harteveld (Assen, 1955). ‘Hij heeft de Drentse cultuur niet alleen verbeeld, maar ook verdiept en verrijkt. Eigenzinnig, taalkundig rijk, maatschappelijk geëngageerd én artistiek autonoom, en dat op meer dan één vlak.’

Harteveld werkte mee aan radio- en televisieprogramma’s van de Drentse regionale omroep, schreef jarenlang columns en publiceerde een breed literair oeuvre waaronder de veelgeprezen novelle Het verloren kind in 2022 en Pooltochten dromen (2025). Daarnaast is hij zanger en gitarist met bands als de Kopstubbers en scenarioschrijver van onder meer Groot Hunzeland.

Volgens de jury is de betekenis van Hartveld ‘groter dan de erkenning die hij ontving’. De uitreiking van de culturele prijs vindt plaats op maandag 13 april. Dan wordt ook bekendgemaakt wie de Talentprijs 2026 wint: Maren Stoffels, Keoma Aidhen of Micha van der Molen.

Op de foto: Erik Harteveld met pet naast Anne de Jong. (Traumeel® is een homeopathisch geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de verlichting van ontsteking, spier- en gewrichtspijn. Domsky is tabak ‘für einen starken Genussmoment’. De zebra aan de wand heet Henry the second en is aangeschaft bij de eigenaar van Witchball curiositeiten in Groningen.)

Nog even en Drenthe merkt iets van Noordenveld als culturele gemeente

Noordenveld mag zich sinds 1 oktober 2024 culturele gemeente van Drenthe noemen. De rest van de provincie merkt dat volgende maand.

Dat wil zeggen: op 11 maart wordt in De Brinkhof in Norg een cultureel café gehouden met als thema Passie & Talent. Wat daar precies staat te gebeuren, is onduidelijk. Volgens de gemeentelijke website vindt die dag in ieder geval de aftrap plaats van een programma met als motto ‘Voeten in ’t Veld’ dat tot en met 1 november zal duren.

Een rekensom leert dat Noordenveld acht maanden uittrekt voor het culturele-gemeentejaar. Vergeleken met de vorige elf culturele gemeenten in Drenthe is dat bescheiden. „Er zijn op de achtergrond allerlei voorbereidende werkzaamheden geweest”, nuanceert burgemeester Klaas Smid.

„We hebben een wisseling gehad in het coördinatorschap; dat heeft wat tijd gekost”, vervolgt hij. „Maar achter de schermen is er heel veel gebeurd. We hebben eerder culturele cafés gehouden om de boel bij elkaar te brengen. Dat heeft veel enthousiasme en creativiteit opgeleverd. Nu komt het erop aan om het goed naar buiten te brengen.”

Dat Noordenveld een compacte culturele gemeente levert, heeft deels ook financiële oorzaken. „Toen we de gemeente De Wolden mochten opvolgen, was nog sprake van de dreiging van het Ravijnjaar. Wij matchen het budget dat door de provincie beschikbaar is gesteld (90.000 euro), maar het betekende wel dat we onze ambities moesten bijstellen – zonder aan het doel te tornen”, zegt de burgemeester.

Noordenveld is de voorlopig de laatste culturele gemeente van Drenthe. Borger-Odoorn was in 2002 de eerste. Het provinciale project, geïnitieerd ten tijde van cultuurgedeputeerde Margriet Brink, is bedoeld om activiteiten te organiseren die de lokale culturele infrastructuur versterken en mogelijk ook daarna bovenregionaal iets blijvends opleveren.

Het provinciebestuur van Drenthe heeft de intentie het project voort te zetten. Of dit daadwerkelijk gaat gebeuren, hangt af van een evaluatie waarbij alle twaalf gemeenten naar hun ervaringen worden gevraagd. De lokale opbrengst is vooralsnog onduidelijk; de bovenregionale opbrengst lijkt gering.

Noordenveld heeft voor komende maanden zo’n vijftig activiteiten op stapel staan, groot en klein. Een deel daarvan zijn voortzettingen, zoals festival Wat ’n Kunst in Roden, Festival Veenhuizen en Folly Art Norg. De nomadische kunstmanifestatie Into Nature vindt dit jaar plaats in en rond natuurgebied De Onlanden.

Mede dankzij de lustrumviering van de UNESCO-status voor de Koloniën van Weldadigheid worden daar, naast lokale activiteiten, onder meer het tweedaagse UNESCO-congres in mei, het multidisciplinaire festival Noordergloed in juni en de opening van een kunstenaarsbroedplaats in de voormalige marechausseekazerne in Veenhuizen aan toegevoegd.

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑