Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Categorie: Beeldende kunst (Pagina 2 van 110)

Bezocht Sonsbeek 2026: Ik hoef geen tuin, ik deel een park (2)

Het motto van de tentoonstelling Sonsbeek 2026 – ‘Ik hoef geen tuin, ik deel een park’ – is ontleend aan het vanuit Arnhem opererende slogancollectief Loesje. Dat heeft een locatie toegewezen gekregen bij het Rembrandt (film)theater aan het Velperplein. Ter plekke blijkt het te gaan om een verwaarloosde etalage met posters die zo slordig zijn opgehangen dat het neerkomt op anti‑reclame.

Het vermoedelijk meest populaire kunstwerk van de tentoonstelling bevindt zich bij het stadhuis. Annie‑Mie van Kerckhoven heeft daar een spiraalvormige installatie gebouwd met plastic potten waarin verschillende bloeiende planten zitten. Bij haar Mystiek hexagram past een Loesje‑achtig motto: ‘Bij afwezigheid van een park, deel ik een perk.’

Een plek om Sonsbeek 2026 op waarde te kunnen schatten is ondertussen Museum Arnhem. Een paar jaar geleden was ik niet erg onder de indruk van de verbouwing, maar nu ervoer ik mijn bezoek als iets geweldigs, misschien wel juist omdat in het museum in beeld en woord duidelijk wordt gemaakt wat er op dit moment in de kunstwereld speelt en waar Sonsbeek 2026 in wezen over gaat.

Ik citeer daartoe een zaaltekst onder de kop ‘Verandering begint met verbeelding’: ‘Met kunst reageren mensen op de wereld om hen heen. De kunstenaars reageren kritisch op de tijdgeest, vaak vanuit hun persoonlijke visie. Hun werk laat een wereld zien die te maken heeft met klimaatverandering, politiek geweld en maatschappelijk onrecht.’

In het museum is een aantal werken te zien van Sonsbeek‑kunstenaars die ook elders in de stad exposeren. De in Yogyakarta geboren Ipeh Nur komt op zaal veel beter tot haar recht dan bij Omstand, juist omdat haar kunst in het museum als onderdeel van de tentoonstelling Bakudengar (Luister naar elkaar) wordt getoond in een context met andere kunstenaars die zijn geïnspireerd door wat in Nederland lange tijd voormalig Nederlands‑Indië is genoemd.

De in Brazilië geboren Jota Mombaca heeft een onduidelijke installatie in het Sonsbeekpark staan – ‘een rotsachtige zangeres, een architectonisch element en een geluidslandschap dat de ruimte vult’ oftewel een van vier hoofdstukken uit een niet‑chronologische operaserie’ – maar blijkt in het museum een zeer vakkundig kunstenaar die onder meer met papierpulp overtuigende sculpturen kan maken.

Na het zien van de prachtige tentoonstelling Naakt dat raakt, over hoe kunstenaars het naakte lichaam gebruiken om thema’s als vrijheid, identiteit en ongelijkheid te bespreken, is ook het beeld van de naakte transvrouw Puppies Puppies in het Sonsbeekpark veel beter te bevatten en te bewonderen. Gedachteflits: wie Sonsbeek 2026 wil bezoeken doet er verstandig aan niet in het park, maar in het museum te beginnen.

Morgen opnieuw meer.

Bezocht Sonsbeek 2026: Ik hoef geen tuin, ik deel een park (1)

Aangemoedigd door twee recensies – een in de Volkskrant en een in NRC – bezocht ik de tentoonstelling Sonsbeek 2026 in Arnhem. De recensies hadden mijn verwachtingen behoorlijk opgeschroefd. Er zou sprake zijn van een toekomstgerichte doorstart. Mij viel het aanvankelijk een beetje tegen. Maar dat deed het in 2021 ook al.

Het begon er dit keer mee dat ik per abuis het Nederlands Watermuseum als startpunt zag. Bij de kassa van dit museum wisten ze niet waar ik het over had. Sonsbeek‑tentoonstelling? Nooit van gehoord. Tot zover de lokale inbedding van deze ooit fameuze kunstmanifestatie. Molenplaats Sonsbeek kenden ze wel; dat bevond zich even verderop. En inderdaad, daar werden plattegronden verstrekt, met indien gewenst een boekje met begeleidende teksten à 3 euro.

De dertiende editie van Sonsbeek telt kunst op verschillende locaties in Arnhem. De hoofdmoot bevindt zich in het park. Ik citeer: ‘Achttien kunstenaars presenteren bestaande en nieuwe werken waarin herinnering geactiveerd wordt als collectief materiaal. We nodigen je uit om overgeleverde verhalen ter discussie te stellen en samen met ons een weg te vinden naar een gedeelde toekomst.’

Dat is op papier mooi en goed bedoeld, maar hoe de beelden dat in de praktijk voor elkaar krijgen, is een heel ander verhaal. De wandeling door het park is prachtig, maar de meeste kunstwerken die ik trof vragen opvallend veel lees- en denkwerk. Het boekje met begeleidende teksten dient daarbij als hulpmiddel, maar bevat zoveel vaagtaal van het artistiek team dat het kijken erbij inschiet.

Wat te denken van wat over de boekenloze Verwantschapsbibliotheek van Afiane de Jong wordt geschreven: ‘Afaina de Jong is een ruimtelijk denker en maker wiens (sic) overlappende kunst-, design- en architectuurpraktijk de stad op intersectionele en interdisciplinaire wijze benadert. Haar werk verbindt theorie en onderzoek met ontwerp als feministische praktijk, die maatschappelijke verandering aanmoedigt en ruimre maakt voor verschillen.’

Nu ik dit heb genoteerd, wil ik meteen opmerken dat de tentoonstelling voldoende interessante ‘dingen’ biedt. Zoals vaker opgemerkt: je kunt een goede tentoonstelling maken met slechte kunst, maar je kunt ook een slechte tentoonstelling maken met goede kunst. Los daarvan is en blijft het geweldig dat je ergens naartoe kunt en achteraf met genoegen mag terugkijken op de kortstondigheid.

Los van de kunstwerken is dat te danken aan toevallige praatjes met medebezoekers. Zoals met een oudere man met een in Arnhem afgeronde kunstopleiding, die zich verbaasde over – en ook ergerde aan – het (on)vermogen van een nieuwe generatie kunstenaars om complexiteit om te zetten in krachtige beelden.

Zoals met een man met de ziel onder zijn arm, die een sculptuur van een transpersoon, gemaakt door Jade Guanaro Kuriki‑Olive, een transvrouw, twospirit‑persoon en kunstenaar van Puerto Ricaanse en Japanse afkomst – alias Puppies Puppies – aangreep voor een heel lang verhaal over zijn ervaring met een transpersoon. De man had niets tegen transpersonen, maar wel grote moeite met de onduidelijkheid en verwarring die bij hem teweeg wordt gebracht.

Soms zit het in ontmoetingen met verlegen vrijwilligers die menen zich te moeten verontschuldigen voor de ‘moeilijke kunst’ waar ze op mogen passen. Wat ook fijn is, is dat je als bezoeker op plekken belandt waarvan je niet wist dat ze bestaan. Zo bezocht ik een voormalige elektriciteitsfabriek aan de Van Oldenbarneveldtstraat: kunstpodium Omstand.

Op deze locatie, gelegen in een omgeving die wordt omgevormd tot spannende woon- en werkplek voor creatief Arnhem, werd werk getoond van Ipeh Nur en Jumana Manna. Over Nur later misschien meer, maar over dat van Manna wordt geschreven dat ze in haar werk ‘macht onderzoekt via het lichaam, land en materialiteit, vooral in relatie tot koloniale erfenissen en plaatsgebonden geschiedenissen’.

Dat is inderdaad ruim geformuleerd en daardoor altijd passend. Maar als kijker kun je er zoveel kanten mee op dat je verdrinkt in de vele mogelijkheden en verwijzingen. Waardoor je opnieuw wordt gedwongen het tekstboekje ter hand te nemen, om er al lezend achter te komen dat wat in Palestina gebeurt even tragisch als gelaagd en op een ongewenste manier fascinerend is.

Ja, ook dat is ruim geformuleerd.

Morgen meer.

Op bezoek in het vernieuwde museum Beelden aan Zee in Den Haag

Omdat ik ergens gelezen had dat Museum Beelden aan Zee is vernieuwd, besloot ik er een kijkje te nemen. Ik was toch al in Den Haag.

Bij de kassa werd ik geconfronteerd met een toeslag van 3 euro op mijn Museumjaarkaart. Waarom werd mij niet duidelijk; ik vroeg er ook niet naar. De toeslag verviel toen mijn medemuseumganger een VriendenLoterij VIP‑kaart liet zien. Een affiche bij de kassa meldde dat mensen zonder kaart 22 euro moesten betalen.

Op de website van het museum waren mij vooraf vier tentoonstellingen beloofd, plus een opnieuw ingericht buitendeel. Eenmaal binnen viel mij vooral de leegte in het museum op. Er stonden wel beelden – uitstekende beelden van de mij onbekende Rui Chafes en de beroemde Alberto Giacometti; hun werk reageert op elkaar – maar het waren er zo weinig dat de hoofdzaal aan een prikkelarme omgeving deed denken.

Ook de tweede tentoonstelling oogde bescheiden. Birthland heet de expositie met voornamelijk houten beelden van Femmy Otten. Blikvanger is een liggende naakte vrouw op een plank, met op haar voeten een baby. Het zal mijn gemoed zijn, maar mij deed het geheel denken aan de dood. Het was alsof moeder en kind opgebaard lagen, in afwachting van een reis naar daar waar je nooit meer vandaan komt.

Achterin het museum werden nu sculpturen van liggende figuren getoond, veel vrouwen uiteraard – de kunstwereld feminiseert snel, maar ook weer niet zo snel. Het meest genoot ik van een beeld van Hans Op de Beeck, vermoedelijk omdat ik zijn hand er meteen in herkende, oefening baart kunst: Aline, een asgrijs meisje dat met ontbloot bovenlijf poseert bij een koffiebeker, een pakje sigaretten en een asbak.

Hoe ze het voor elkaar hebben gekregen, is mij een raadsel, maar de sfeer in het museum bleef prikkelarm – zeer aangenaam. Terwijl er toch veel te zien was. Zoals een film over Giacometti, die suggereerde dat hij zelfportretten maakte. Zoals in het buitendeel een dubbele strandstoel van metaal met uitzicht op een lager gelegen terras én de Noordzee met zijn windmolens. Zoals werk van de Hongaarse kunstenaar Ede Telcs en zijn Nederlandse leerling Geurt Brinkgreve.

Nu ik dit zo opschrijf, bedenk ik mij dat ik gedurende mijn bezoek steeds meer beelden in het museum ben gaan zien. Zelfs bij het verlaten van het museum ontdekte ik er een die ik bij binnenkomst blijkbaar over het hoofd had gezien: Revolution Kid van Yinka Shonibare. Een jaar geleden stond de gewapende vos nog prominent in het Drents Museum.

Vraag aan Yasmin Hasan: waar kom je weg, waar kom je echt vandaan?

Een uitnodiging voor een inburgeringscursus. Het is niet bepaald wat je verwacht bij een bezoek aan de jaarlijkse expositie met werk van kunstenaars die zijn afgestudeerd aan Academie Minerva. Yasmin Hasan verstrekte hem zaterdag in een van de zalen van het academiegebouw aan de Praediniussingel in Groningen.

Moeilijk was de cursus niet. Een vragenlijst invullen, daar kwam het op neer. Naam en woonplaats. Wat is de hoofdstad van Nederland? Welk woord hoort in dit rijtje niet thuis? Wat is een huisarts? Waar ben je geboren? Weet je wat vla is? Enzovoort, enzovoorts. Na afloop hing Hasan de ingevulde formulieren aan een muur. Niet iedereen had alles goed, bleek bij inspectie.

Maar waar kom je echt vandaan heet het afstudeerwerk van Hasan. Zelf is ze geboren in Nederland, ik meen in Delfzijl. Haar uiterlijk brengt bij sommige mensen zoveel verwarring teweeg dat ze tot vervelens toe wordt bevraagd over hoe ze hier terecht is gekomen. Om die reden maakte ze voor haar afstuderen een film over hoe het is als naar je herkomst wordt gevraagd.

Spannend onderdeel in de film is de poging die ze doet om in gesprek te raken met haar vader. Ze ziet er enorm tegenop, vooral omdat het hem niet lukt om zich open te stellen voor de camera. Wat een dochter vraagt, kan een vader niet altijd geven.

Vader blijkt eind jaren negentig uit Irak te zijn gevlucht, waar hij in een AZC een Nederlandse vrouw leerde kennen, de moeder van Yasmin. Die vertelt in de film over haar Indonesische achtergrond. Wat is dat eigenlijk, een Nederlands uiterlijk? Het beeld van blond haar en blauwe ogen heeft nooit gedeugd.

Je zult ze de kost moeten geven, de Nederlanders die erover klagen dat ze niet als Nederlanders worden bejegend. Eerder dit jaar interviewde ik An Ye Zhi de Jong over het gevoel er niet bij te horen. Ook Nederlandsers met Marokkaanse wortels zeggen dat ze voortdurend een stap extra moeten zetten om bij de Nederlanders te horen en zijn permanent bang dat ze worden achtergesteld. Onderzoeken geven hen daarin gelijk.

De moeder van Yasmin Hasan toont zich in de film verbaasd over het onzekere gevoel van haar dochter. Toen zij de leeftijd van haar dochter had, maakte ze niet mee dat ze werd aangesproken op haar Indonesische wortels. Haar werd nooit gevraagd of ze wist wat vla was en of ‘men’ even aan heur haar mocht voelen. Er is blijkbaar iets veranderd.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werden mensen van kleur in Nederland negers genoemd en aangenomen dat ze vanuit Suriname naar hier waren gekomen – aan Afrika werd niet gedacht. Marokkanen werden op een hoop gegooid met de Turken en gemakshalve Turk genoemd. Over Molukkers werden geen vragen gesteld, dat waren Molukkers.

Mensen komen van overal naar hier. Gelijk hebben ze, want het is hier goed. Afgaand op wat de televisie laat zien, is het hier zelfs beter dan daar. Afgaand op het straatbeeld groeit het aantal nieuwe Nederlanders hard. Ondertussen blijft het lastig om een praatje aan te knopen. Welke vraag stel je als eerste? Moi, hoe is ’t? Alles goud? Hoe leer je iemand beter kennen?

In het buitenland mag ik soms vertellen dat ik uit Emmen kom. No, not nearby Amsterdam. A town in the north of the Netherlands, close to the border of Germany. In de Randstad mag ik soms vertellen dat ik uit Drenthe kom, daar waar de Nederlandse beschaving is begonnen. De hunebedden, weet je wel. Meewarige blikken.

Diep gaan de gesprekken met ‘de ander’ nooit. Terwijl er zoveel meer te vertellen valt. ‘Waar kom je vandaan?’ kan inderdaad een botte openingsvraag zijn. Maar je moet ergens beginnen. Naarmate je elkaar beter leert kennen, kan ‘Maar waar kom je echt vandaan?’ een prima vraag zijn.

Zaterdag werd Maar waar kom je echt vandaan? van Yasmin Hasan tijdens de Graduation Show van Academie Minerva uitgeroepen tot winnaar van de Kunsteducatieprijs. De jury roemt haar poëtisch geschreven teksten, inburgeringscursus en film.

“Op speelse wijze word je geconfronteerd met het absurde van wat verstaan wordt onder inburgering: ‘Weet je wat vla is? Leg uit.’ Ze bevraagt dit proces op originele wijze. Ook in haar film geeft ze ruimte aan verschillende perspectieven.”

Wondergronds 2.0: een festival in Norg voor wat onder onze voeten leeft

In Norg is Wondergronds 2.0 gaande: een kunstfestival dat de blik niet omhoog richt, maar juist naar beneden – naar het leven dat we niet zien, maar wel nodig hebben.

Kunstenaars Jessica Lelyveld en Wilma Wassing stelden in Norg een programma samen dat draait om mycelium: het ondergrondse netwerk van schimmeldraden dat planten, bomen en complete ecosystemen met elkaar verbindt.

Het festival speelt zich af op het Kunsterf aan de Brinkstraat in Norg, maar reikt verder, tot De Natuurplaats Noordsche Veld en theater De Winsinghhof in Roden.

Twee jaar geleden vond de eerste editie plaats. De positieve reacties én de urgentie van het thema maakten een vervolg vanzelfsprekend. Wassing: “Zonder mycelium geen gezonde bodem. En zonder gezonde bodem geen gezonde toekomst.”

Het idee ontstond tijdens de coronaperiode, toen de kunstenaars samen een installatie maakten. Een paddenstoel werd het startpunt, maar het mycelium eronder bleek het echte verhaal. Lelyveld: “Wetenschappers ontdekken nog steeds hoe belangrijk het is: het transporteert voedingsstoffen, houdt water vast en helpt ecosystemen herstellen. Tegelijk staat het onder druk door vervuiling en landbouw.”

Wondergronds 2.0 wil geen somber toekomstbeeld schetsen, maar nieuwsgierigheid en betrokkenheid wekken. Achttien kunstenaars maakten nieuw werk, elk vanuit een eigen interpretatie van het mycelium. Zo creëerde Moos Jepma met producer Jos Lok een cyberpunkachtige sculptuur met soundscape, waarin kabels en snoeren fungeren als een menselijk mycelium: een netwerk van verbindingen.

Op het terrein staat ook een nieuwe installatie van Lelyveld en Wassing zelf: een myceliumnetwerk dat oprijst uit een heksenkring, opgebouwd met hulp van veertig vrijwilligers die meer dan vijfhonderd paddenstoelen maakten. Donkere takken verbeelden wortels, gele draden het mycelium, en bovenin verschijnen kleine groene blaadjes – een teken van hoop. Sommige takken zijn inmiddels overgenomen door echte zwammen.

Het festivalprogramma is breed. Er zijn wandelingen, theatervoorstellingen, workshops en tentoonstellingen, binnen en buiten. Lelyveld: “We zijn geen wetenschappers, maar via kunst kunnen we verhalen vertellen die blijven hangen.”

Wondergronds 2.0 is tot en met 19 juli te bezoeken. Startpunt: Kunsterf, Brinkstraat 1, Norg. www.kunsterfnorg.nl

Op de foto Symbioses, een kunstwerk dat Jessica Lelyveld en Wilma Wassing maakten samen met vrijwilligers.

Wie zegt mij/ dat wij niet zijn/ een losse flodder Gods

Wim T. Schippers bracht in november 2022 een bezoek aan de talkshow Onder de Vulkaan in het Grand Theatre in Groningen. Hij gedroeg zich als hoofdgast, terwijl ook Annette Portegies en Ellen Ombre aanwezig waren. Net als van Schippers werd het overlijden van Ombre maandag bekendgemaakt.

Ik citeer uit een verslag van mijzelve in Dagblad van het Noorden:

Weinig mensen weten dat zijn wieg in Groningen heeft gestaan. „Maar ik wel”, interrumpeerde Schippers tijdens de talkshow Onder de Vulkaan zijn interviewers Roos Custers en Coen Peppelenbos in het Grand Theatre. „In de Numanstraat.”

Dat gezegd hebbende sprak de multikunstenaar erop los. Het ging over de slechte relatie met zijn ouders, over zijn wonderbaarlijke entree in de wereld van de beeldende kunst in de jaren zestig, over zijn toneelstukken, zijn activiteiten voor televisie en radio, vitamine B-complex als probaat middel tegen een kater, de pindakaasvloer, je eigen broek ophouden, de drol, Sjef van Oekel.

Hij liet zelfs heel kort het stemmetje van Ernie horen.

Uiteraard ging het ook over de performance van het leeggieten van een limonadeflesje in de zee bij Petten in 1961. „Dat kreeg heel veel aandacht”, vertelde Schippers. „Het was in het nieuws, er waren camera’s bij, het kwam in de krant. Het liet zien dat op de hoogte zijn van iets onaanzienlijks ook een culturele belevenis kan zijn.”

Schippers was destijds 19 jaar. Blaakte hij van zelfvertrouwen? Nee, hij was bezig met wat hij wilde maken. De woorden beroemdheid en bekendheid vielen meermaals. „Daar moet een kunstenaar zich niet mee bezighouden. Dat levert lelijke dingen op. En zeker geen plezier. Je moet zeker niet maken wat mensen willen zien, want de meeste mensen weten niet wat ze willen zien. Dan krijg je een statische cultuur.”

Terug naar Groningen. Schippers, een oorlogskind, wist zich niet alleen te herinneren dat zijn buren kwamen klagen toen hij voor zijn derde verjaardag een trommeltje had gekregen. Hij wist ook nog dat hij in 2008 was uitgenodigd om tijdens de nazit van festival Dichters in de Prinsentuin gedichten voor te dragen.

„Ilja Leonard Pfeijffer was erbij, die was toen nog niet beroemd en zei: ‘O, ben je nu ook al dichter?’ Zo van: ‘Wat doe jij hier nou?’ Ik vertelde hem dat ik was gevraagd omdat ik met gedichten van Wilhelmina Kuttje en Barend Servet in de bloemlezing van Gerrit Komrij was opgenomen. De volgende bloemlezing ben ik eruit gegooid. Omdat die werd samengesteld door, ja, Ilja Leonard Pfeijffer.”

Toen kwam de vraag of het weer eens tijd wordt voor een overzichtstentoonstelling in Nederland. Zou die tentoonstelling in Groningen te zien moeten zijn? „Ik zit er niet achteraan”, antwoordde Schippers.

Misschien moeten anderen dat eens doen.

Met de bus naar Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson bij Emmen

Het kunstwerk Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson is normaal niet toegankelijk, omdat het op privéterrein ligt. Land Art Contemporary organiseert de excursies en werkt daarbij samen met DIEP in Emmen. Om zo min mogelijk impact op de locatie te hebben, vinden de excursies naar het kunstwerk per bus plaats.

Vertrekpunt is NS-station Emmen Zuid, een locatie die per OV en auto goed bereikbaar is. Op locatie lopen bezoekers in alle rust naar het kunstwerk. Ter plekke is een audiotour beschikbaar en wordt de film Breaking Ground: Broken Circle/Spiral Hill (1971-2011) van Nancy Holt vertoond. Het bezoek op locatie duurt circa 1,5 uur.

De excursies vinden plaats op za 4 en zo 5 juli, za 29 en zo 30 augustus, za 19 en zo 20 september, za 17 en zo 18 oktober 2026. Tickets: € 17,50 p.p. / € 5,- voor kinderen t/m 12 jaar. Zie brokencircle.nl/visit. Bovenstaande foto is gemaakt door Harry Cock.

Kunstkijken in de Bonifatiuskerk van Vries

Een inwoner van Vries vertelde dat stichting Volksvermaken Vries met het plan rondliep iets te doen met Taco Mesdag (1829–1902) en zijn vrouw Geesje van Calcar (1850–1936). Het kunstenaarsechtpaar had ooit een vakantiehuis in Vries gehad waar veel schilders kwamen. Het idee was om deze kunstgeschiedenis te vertellen via een luisterwandeling.

Twee weken geleden werd ik door Volksvermaken Vries als cultuurjournalist uitgenodigd de opening mee te maken van een tentoonstelling en de presentatie van een podwalk in de Bonifatiuskerk. Ik ging erop in, nieuwsgierig naar het verhaal van Taco, Geesje en hun kunstenaarsvrienden, ook om te zien waar het idee toe geleid had.

Het was zo stil in de kerk dat ik een verkeerd gekozen dag vreesde. De ontvangst daarentegen was hartelijk, met koffie, thee, koek en bijpassend gebabbel. De kerk zag er uitnodigend uit, zo lief en gezellig dat maar weinig nodig leek mij over te halen lid te worden en voortaan iedere week aan te schuiven voor gebed en samenzijn.

Ik liet mij vertellen dat de Bonifatiuskerk de oudste kerk van Drenthe is, iets wat in Anloo wordt bestreden. Ook liet ik mij vertellen dat het orgel eind negentiende eeuw was gemaakt door de firma Van Oeckelen.

Mijn aandacht werd getrokken door de kruiswegstatie, een tamelijk ongebruikelijke voorstelling in kerken die de Reformatie hebben overleefd. De veertien afbeeldingen van Jezus’ lijdensweg hadden ter gelegenheid van Pasen een plek in de kerk gekregen en waren daarna blijven hangen omdat kerkgangers ze zo mooi vonden.

Daar kon ik die kerkgangers geen ongelijk in geven. Bij nadere inspectie bleek het te gaan om schilderijen die na het overlijden van een inwoner van Vries waren opgedoken. De statie was in Argentinië gemaakt door Adolfo Pérez Esquivel. Esquivel was of is – hij leeft vermoedelijk nog – naast kunstenaar ook activist.

Het verklaarde wellicht waarom op statie nummer 7, Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis, een stoet mensen was afgebeeld die, getuige hun spandoeken en banieren, om landhervormingen eisten. Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën en verlangens als het gaat om verlossing en wederopstanding.

Terwijl ik even verderop een beeldengroep bekeek voorstellende Het laatste avondmaal, in 1981 gemaakt door de mij onbekende kunstenaar Ruud Bartlema, waren er steeds mensen de kerk binnengewandeld. Er moest per slot van rekening iets geopend en gepresenteerd worden: Vries als waar kunstenaarsoord.

Even later hield de voorzitter van Volksvermaken Vries een praatje en mocht ook de cultuurwethouder van de gemeente Tynaarlo iets zeggen. Daarna onthulden ze samen een installatie geïnspireerd op het Panorama van Mesdag in Den Haag.

Wat ik te zien kreeg viel mij tegen, daar wil ik eerlijk over zijn. Het Panorama van Vries bleek een kooi van gaas met binnenin dertien schilderijen die zijn gemaakt door Taco, Geesje, zwager Hendrik Willem Mesdag, schoonzus Sientje van Houten en hun artistieke kring. Allemaal werken in de traditie van de Haagse School, de schilders die in de negentiende eeuw in Drenthe hebben gewerkt.

Bij nadere inspectie bleek het om reproducties te gaan. De echte werken hangen in de depots van het Drents Museum en het Groninger Museum. Lenen bleek niet mogelijk, zo vertelde de voorzitter, vooral om veiligheidsredenen: de Bonifatiuskerk is altijd open, en om gedurende twee maanden 24 uur per dag een bewaker in te huren…

Tijdens zijn praatje had de wethouder gesuggereerd dat de omgeving van Vries sinds het vertrek van de familie Mesdag nauwelijks is veranderd. Uit wat de voorzitter vertelde bleek dat verre van waar. Anders dan 125 jaar geleden is er bij Vries nog maar één heideveld over; de rest is cultuurgrond. Daarnaast is het zicht op de kerk flink verminderd. Je zou het een geluk kunnen noemen dat de omringende bomen binnenkort worden gekapt.

In de auto dacht ik na over mijn teleurstelling. Waardoor had ik mij laten verleiden? In hoeverre kan ik het niet uitkomen van mijn verwachtingen anderen aanrekenen? Bijna iedereen in de kerk was op een bescheiden en ontroerende manier blij met de tentoonstelling en de totstandkoming van de podwalk. Waarom de lat zo hoog mogelijk leggen?

Eenmaal thuis, klaar om een stukje voor de krant te schrijven, besloot ik mij bij de stoet tevredenen aan te sluiten. Alles voor de gemeenschap en lieve vrede.

Artphy trakteert, met dank aan de kunst van Atelier Van Lieshout

Ik was er een paar dagen tussenuit toen op de redactie van Dagblad van het Noorden in Groningen een verrassing werd bezorgd. Floormanager John Klopstra, alias Johnny Kopij, belde mij erover op en stuurde daarna bovenstaande foto. “Ik weet niet wat je nu weer hebt geschreven, maar er is een flinke taart voor je gebracht. Artphy – zegt jou dat iets?”

Zeker zei mij dat iets.

Begin mei had ik, na de opening van een tentoonstelling met werk van Atelier Van Lieshout, een artikel geschreven onder de kop: ‘Het drugslab van de toekomst staat deze zomer in Onstwedde’. Een tikkeltje gewaagd wellicht. Voor je het weet doet de politie in Oost-Groningen een inval om de activiteiten van de Noord-Brabantse maffia een halt toe te roepen.

De verder behoorlijk brave tekst, ieder heeft zo zijn of haar kwaliteiten, was opgebouwd uit onder meer de volgende alinea’s:

“De kunst van Atelier Van Lieshout in Onstwedde, makers van controversiële beelden sinds 1995 – wie had dat ooit gedacht? En dan niet één beeld, maar een zeer grote tentoonstelling, binnen én buiten. Speciaal door kunstenaar Joep van Lieshout samengesteld voor kunstruimte Artphy, geïnspireerd op de agrarische omgeving van Westerwolde.

Waarom zou het verrassend zijn dat Atelier Van Lieshout (AVL) in Oost-Groningen neerstrijkt? Wie thuis is in de Nederlandse kunstgeschiedenis, of kennis heeft van de moderne Groninger geschiedenis, weet dat in de jaren zestig, zeventig en tachtig Galerie Waalkens in Finsterwolde actief was. Wat Albert Waalkens destijds deed, doen Jan Willem Kok en Janke Westra nu.

Agricola Narco Geneticus heet de gedurfde tentoonstelling die deze zomer is te zien. Denk aan een galerie-opstelling waar geëxperimenteerd en gemanipuleerd wordt. Denk ook aan een beeldentuin met onder meer een koe die de toekomst van de melkproductie verbeeldt, en een composteermachine met kotsbak en een trechter om zaad in te verzamelen. De kunst van Van Lieshout is even vertrouwd als verontrustend, grimmig en grappig.”

Enzoverder, enzovoort. Zie deze link.

Ik ben niet gewend om als journalist getrakteerd en gefêteerd te worden. Toen ik deze week weer in Groningen arriveerde, was de taart spoorloos verdwenen. Vermoedelijk hebben mijn collega’s ’m opgegeten. Daar heb ik dan weer van genoten. Het had echt niet gehoeven, et cetera.

De tentoonstelling Agricola Narco Geneticus van Atelier Van Lieshout is tot en met 27 september te zien bij Artphy in Onstwedde. Zie ook artphy.nl/

14e editie Grensloos Kunst Verkennen: een flits in het landschap van de Reest

Nog tot eind deze week te bezoeken: de 14e editie van Grensloos Kunst Verkennen. Zoals gebruikelijk is aan weerszijden van het riviertje de Reest, in en rond de dorpen De Wijk en IJhorst, een route met kunstwerken uitgestippeld. Dit keer gaat het om twintig locaties, het dorpshuis aan de Dorpsstraat in De Wijk als startpunt meegerekend.

Als mij gevraagd zou worden welk kunstwerk de meeste indruk heeft gemaakt, zou ik niet goed weten wat te zeggen. Wat de meest begeerde locatie is, is makkelijker te beantwoorden: dat zijn de oevers van De Reest op de plek waar Drenthe overgaat in Overijssel en omgekeerd – het centrale punt van de route.

Marinke van Zandwijk heeft er, geïnspireerd door het thema ‘Schoonheid kun je vinden’, parallel aan de weg een lint van gekleurde glasbollen neergelegd. Even verderop heeft Carmen Schrabracq in de bomen bij de begraafplaats een vlecht met keramische hoofden opgehangen. En nog weer verderop heeft Stieneke Oeverbeek uit visnetten een installatie gebouwd die aan een gekruiste fuik doet denken.

Van Rowena Peters is Keerzijde te zien, een installatie van verschillende schijven die zowel naar munten als naar planeten verwijzen. Wandelend langs de schijven verandert het perspectief van de kijker. Citaat uit het routeboekje: ‘Elke cirkel heeft twee zijden: een strakke, grafische zijde die staat voor geld, groei en abstracte waarden, en een organische zijde met reliëfs van dieren en ecosystemen die onder druk staan of verdwenen zijn door menselijke consumptie.’

Een speciale vermelding verdient – wat mij betreft – ook het kunstwerk Keep in touch (foto bovenaan) van Dick Lubbersen, waarbij twee mensfiguren zittend op hoge stoelen tegenover elkaar zijn geplaatst en door draden met elkaar zijn verbonden. Citaat: ‘Een bewuste terugkeer naar écht contact: elkaar zien, elkaar horen, elkaar ontmoeten zonder oordeel.’

Misschien wel het meest spannend is het ogenschijnlijk onnadrukkelijke werk van lichtkunstenaar Giny Vos: een verticale lijn van massief glas die, afhankelijk van de lichtval en dus het standpunt van de kijker, zichtbaar wordt of juist verdwijnt. De dunne kolom staat midden op een grasveldje langs de Dorpsstraat en is makkelijk te verwarren met een vlaggenmast, of met een flits in het landschap van de Reest.

De 14e editie van Grensloos Kunst Verkennen is tot en met 31 mei te bezoeken. Zie ook deze link.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑