Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Auteur: woestenledig (Pagina 1 van 21)

Gezocht: Drentse kunstenaars die raad weten met papier en schaar

K&C, het bureau dat vanuit Assen de kunst en cultuur in Drenthe probeert an te fieteren, is op zoek naar kunstenaars die een bijdrage willen leveren aan Schatten in Drenthe. Voor dit project worden professionele kunstenaars gevraagd  nieuw werk te maken dat reageert op, in dit geval, de collectie van het Museum van Papierknipkunst in Westerbork.

Citaat uit een open call: “In de provincie Drenthe ligt een schat aan kunst en cultuur verborgen in musea. De veelal kleine musea bewaren unieke verhalen, objecten en tradities. Wij nodigen kunstenaars uit om deze schatten op een nieuwe, eigentijdse manier zichtbaar maken voor een breed publiek.

We zijn op zoek naar voorstellen die zich verhouden tot de fysieke handeling van het knippen en snijden, en die de relatie tussen collectie, erfgoed, materiaal en het maken op een nieuwe manier verkennen. Een directe relatie met papierknipkunst is niet direct noodzakelijk. Juist een onverwachte of onderzoekende invalshoek is welkom.”

Meer informatie via deze link. Aanmelden kan tot 30 augustus.

De illustratie hierboven is een afbeelding van knipselkunst gemaakt door Tola Steinhage.

Festival Veenhuizen 2026 met Aphrodite Patoulidou, Jeangu Macrooy, Mike Boddé en anderen

Komend weekend wordt Festival Veenhuizen gehouden, uiteraard in Veenhuizen. De nieuwe editie valt samen met het de lustrumviering van vijf jaar UNESCO‑status voor de Koloniën van Weldadigheid.

Citaten uit een persbericht dat W&L via de mailbox de hand op heeft weten te leggen: “Festival Veenhuizen combineert een frisse mix van muziekgenres, zoals klassiek, jazz, folk en soul met de ambiance van het Drentse UNESCO Werelderfgoed.

Verspreid door het monumentale dorp wandelen of fietsen bezoekers tussen iconische locaties: de Koepelkerk, Klein Soestdijk, de Tuinen van Weldadigheid, Madre Mia, voormalige gevangenis De Rode Pannen, het Derde Gesticht, de boerderij aan de Eikenlaan, Penitentiaire Inrichting Esserheem, Bitter en Zoet, Koffie- en Theetuin Zunneschien, Bierbrouwerij Maallust. Ook zijn er op verschillende plekken zijn er vrij toegankelijke pop-up concerten.”

De programmering is samengesteld door ensemble Fuse, dat het weekend vrijdagavond in de tuin van Klein Soestdijk aftrapt  met een concert van de Griekse sopraan Aphrodite Patoulidou. Zaterdagavond treedt op die plek Jeangu Macrooy op. Zondag staan bij Madre Mia de talkshow ‘Mascha & Special Guests’ op het programma met onder meer Mike Boddé.

Zie voor het volledige programma festivalveenhuizen.nl.

Bovenstaande foto is in 2025 gemaakt door Maurice Vos

Over krimp en woningbouw, over Pieter Omtzigt, Daniëlle Jansen en Jan Latten

Soms vraag ik mij af hoe het met Pieter Omtzigt is, de afgelopen jaren een van de meest besproken politici in Nederland.

Zaterdag trof ik zijn naam onder een artikel op de opiniepagina van Dagblad van het Noorden. En niet alleen zijn naam, maar ook die van econometrist en voormalig minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport Daniëlle Jansen.

Samen vragen ze in het artikel, dat de bevolkingskrimp als uitgangspunt heeft, om een debat over de vraag voor wie de komende jaren in Drenthe en Groningen woningen gebouwd moeten worden. Omtzigt en Jansen geven twee mogelijkheden aan: voor mensen die vanuit Nederland naar Drenthe en Groningen willen verhuizen, of voor mensen die van buiten Nederland naar Drenthe en Groningen willen verhuizen.

Om het door hen gewenste debat een richting te geven, wijzen Omtzigt en Jansen erop dat de trek vanuit Nederland naar Drenthe en Groningen niet waarschijnlijk is. “Dat is de afgelopen decennia niet gebeurd en Nederland als geheel krimpt al. Alleen buitenlandse migratie blijft over als manier om te groeien”, schrijven ze.

“Als Groningen en Drenthe hun plannen [voor de bouw van tienduizenden extra huizen om extra mensen te huisvesten] doorzetten, dan bouwen de provincies grote aantallen woningen om een grotere buitenlandse migratie mogelijk te maken, ofwel permanente vestiging vanwege werk, studie of asiel.”

En vervolgens: “Als de regio’s hiertoe besluiten, dan verwacht je een plan en een open publiek debat. (…) Voordat je een migratiestroom meehelpt op gang te brengen, kun je keuzes maken over de wenselijkheid en kun je problemen voorkomen door fatsoenlijk migratiebeleid en integratiebeleid. Je kunt zelfs keuzes maken of je actief stuurt op het soort migratie dat je wenselijk vindt.”

Al lezende moest ik denken aan een artikel van de hand van demograaf Jan Latten dat in juni op de opiniepagina van Dagblad van het Noorden stond. Ook in dat artikel ging het over een krimpende bevolking. “De vraag van de komende jaren zal zijn of de balans tussen baby’s en immigratie nog wel gedragen wordt door de samenleving of in toenemende mate tot sociale spanningen zal leiden”, aldus Latten.

Als lid van de redactie van Dagblad van het Noorden vraag ik mij af met welk doel is besloten de stukken van Omtzigt & Jansen en Latten een plek te geven in mijn krant. Als inwoner van Drenthe lees ik dergelijke stukken met belangstelling en zorg – dat ook.

De krimp fascineert mij al jaren, niet in de laatste plaats omdat het gevolgen heeft voor voorzieningen in mijn regio. Hoewel sommige mensen beweren dat een krimpende bevolking ook kansen biedt, leidt het volgens mij in ieder geval tot verdriet om verlies. En uiteindelijk tot onvrede. Lees daarvoor ook dit stuk.

Ik ben het niet eens met Omtzigt & Jansen en Latten. Hoewel de roep om een debat niet per se slecht is, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat er iets niet deugt aan waar zij aandacht voor vragen.

Latten gaat hierbij het verst. Of zoals een DVHN‑lezer concludeerde: “De manier waarop Jan Latten in deze krant een dalend geboortecijfer koppelt aan immigratie en sociale spanningen is dubieus en zelfs onfris.”

Wat Omtzigt en Jansen schrijven is listiger. Mensen, kijk uit: straks worden in Drenthe en Groningen huizen gebouwd waar mensen komen te wonen van buiten Nederland. Dat brengt ‘nieuwe uitdagingen’ met zich mee.

Als je een dergelijke voorspelling op dit moment voorlegt in een zogenaamd open debat, dan staat de uitkomst bij voorbaat vast. Afgaand op het stemgedrag tijdens de laatste verkiezingen zal een meerderheid roepen dat wij in Drenthe en Groningen geen huizen moeten bouwen voor mensen van buitenaf. Want: eigen volk eerst.

Naar mijn mening moeten mensen die in hun eigen omgeving willen blijven wonen daarvoor de mogelijkheid krijgen. De bevolkingskrimp kan worden vertraagd als jongeren een kans krijgen om in de buurt een huis te kopen of te huren.

Tegelijkertijd ben ik van mening dat er in Nederland (koop)woningen beschikbaar moeten zijn – en komen – voor mensen die volgens de wet in Nederland mogen wonen en eventueel kinderen willen krijgen. Ongeacht waar zij vandaan komen.

Dit indachtig Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Dat geldt dus ook voor Drenthe en Groningen.

Voor meer informatie bij bovenstaande afbeelding, zie deze link.

Over de dozige winkelhaakarchitectuur van de ‘open groene stad’ Emmen

Dagblad van het Noorden komt deze zomer door met onder meer paginavullende luchtfoto’s die zijn gemaakt in Drenthe en Groningen. ‘Zomervlucht’ heet de rubriek. Vorige week woensdag stond bovenstaande foto in de krant. Het begeleidende tekstje gaat als volgt:

‘Met circa 60.000 inwoners is Emmen het stedelijke hart van Zuidoost‑Drenthe. De stad geniet internationaal bekendheid vanwege haar bijzondere stedenbouwkundige opzet. Onder leiding van stedenbouwkundige Niek de Boer werd gekozen voor het concept van de ‘Open Groene Stad’. Nieuwe woonwijken verrezen op afstand van de bestaande kern, waardoor waardevolle landschappen behouden bleven. De Boer hield daarbij rekening met de achtergrond van veel inwoners, die afkomstig waren uit de omliggende veengebieden. Zijn visie: een stad met stedelijke voorzieningen, maar met het gevoel van wonen in een dorp. Dat idee bepaalt nog altijd het karakter van Emmen.’

Een open groene stad? Is dat zo? Waarom zie ik dan op de foto niets van de zogenaamd nieuwe wijken, die ook alweer een halve eeuw oud zijn? Waarom een foto van de veelbeproefde dozige winkelhaakarchitectuur die het centrum van Emmen in toenemende mate domineert?

En niet alleen in het centrum. Enige tijd geleden werden drie woonblokken opgeleverd aan de Weerdingerstraat, niet ver van waar over een aantal jaren de Nedersaksenlijn zal gaan rijden. De blokken zijn in opdracht van BT Beheer, naar ontwerp van LYVR Architecten, gebouwd door Avitec Bouw en omvatten 54 huurappartementen, verdeeld over drie gebouwen: De Eik, De Berk en De Den – namen die verwijzen naar bomen, naar groen.

Overigens: omdat toeval bestaat, stuitte ik bij RTV Drenthe op nog een foto die vanuit de lucht boven Emmen is gemaakt. Wat we zien is bedrijventerrein Bargermeer, niet ver van het centrum van Emmen. Ook hier weinig groen. Het ooit internationaal bewonderde Emmen telt vanuit architectonisch oogpunt steeds minder stokpaardjes.

Bezocht Into Nature 2026 ‘Haunted by Waters’ (2)

In mijn vorige bijdrage trok ik een parallel tussen Into Nature ‘Haunted by Waters’ en Sonsbeek 2026 ‘Ik hoef geen tuin, ik deel een park’. Beide kunstroutes opereren in een vergelijkbaar segment, schreef ik met het vocabulair van een autoverkoper die indruk wil maken op een publiek dat niet snel onder de indruk is.

(Beide kunstroutes zitten overigens in heel verschillende prijsklassen. Voor Into Nature betaal je als bezoeker 17,50 euro. Bij Sonsbeek krijg je de catalogus voor 3 euro mee, maar meer betalen mag ook.)

Een van de aandachttrekkers van Sonsbeek 2016 is een sculptuur van een transpersoon, gemaakt door Jade Guanaro Kuriki‑Olive, alias Puppies Puppies. Into Nature heeft een vergelijkbaar verwarrend beeld: The shepherd of the butterflies of the Eelderdiep van Nils Alix‑Tabeling.

Waar Puppies Puppies heeft gekozen voor klassieke beeldhouwtechnieken, is Alix‑Tabeling voor assemblage gegaan. Zijn sculptuur – half mens, half insect – is opgebouwd uit verschillende materialen die een hybride karakter verbeelden. De kunstenaar spreekt van een rebels lichaam.

Volgens de samenstellers van Into Nature: Haunted by Waters past een dergelijk figuur heel goed bij het natuur‑ en waterbergingsgebied De Onlanden. Ik citeer:

‘Moerasgebieden worden van oudsher immers geassocieerd met moeilijk definieerbare, raadselachtige en onverklaarbare fenomenen, die vroeger al snel aan het bovennatuurlijke of het duistere werden toegeschreven. Door de tijden heen werden ‘ongewenste elementen’ vaak naar moerasgebieden verbannen door de heersende macht, of werd het moeras door onderdrukte groepen juist gebruikt als toevluchtsoord. In recente literatuur wordt het moeras daarom – en vanwege het feit dat hier de scheidslijn tussen het ene en het andere vaak niet zo duidelijk is – regelmatig queer eigenschappen toegedicht.’

Het moeras als dumplek voor queer-personen. Wat moeten we daar van denken? Als queer zou ik zeggen, dan toch liever een tuin of park. Ik wil die ‘recente literatuur’ wel eens inzien.

Blijkbaar vrezen de samenstellers van Into Nature zelf ook nattigheid, want ze sluiten de tekst over The shepherd of the butterflies af met een disclaimer: ‘Het woord ‘queer’ heeft vele – soms tegenstrijdige – betekenissen. Hier gebruiken we het om te verwijzen naar alles en iedereen die wordt buitengesloten door achterhaalde sociale normen, gebruiken en opvattingen over gender.’

Bezocht Into Nature 2026 ‘Haunted by Waters’ (1)

In De Onlanden, een natuur- en waterbergingsgebied in Noord‑Drenthe, voor de stoep van de stad Groningen, is de kunstmanifestatie Into Nature. Haunted by Waters van start gegaan, met een fiets- en wandelroute van zo’n twintig kilometer. Als vertegenwoordiger van de media kreeg ik vorige week een rondleiding van artistiek directeur Hilde de Bruijn langs de kunstwerken.

Het is de vijfde keer dat Into Nature plaatsgrijpt. Eerdere edities waren in het gebied van de Drentse Aa tussen Eelde en Assen (2016), het Holtingerveld bij Frederiksoord (2018), het Bargerveen tussen Zwartemeer en Weiteveen (2021) en de Hondsrug tussen Drouwen en Buinen (2023). Inderdaad, het woord biënnale is niet langer van toepassing.

De rondleiding resulteerde in een artikel dat ik geen recensie of reportage durf te noemen. Voor het genre van de reportage viel er donderdag domweg te weinig te noteren; het journalistieke werk kwam neer op aandachtig luisteren en kijken. Aan een recensie waagde ik mij (nog) niet, omdat ik niet te snel wil oordelen – mijn deadline lag weer eens veel te vroeg.

Onlangs bezocht ik de tentoonstelling Sonsbeek 2026 in Arnhem. Daarover schrijf ik onder meer dat de organisatoren duidelijk willen maken dat ‘het streven naar schoonheid in de kunsten plaats heeft gemaakt voor het etaleren van persoonlijke processen en onderzoek naar onnavolgbare mechanismen, die stellen dat de werkelijkheid niet na te vertellen complex is geworden en zich vanuit alle werelddelen en culturen aan ons opdringt’.

Fraai geformuleerd, al zeg ik het zelf. Als ik het mis heb, laat het weten.

Into Nature. Haunted by Waters opereert in hetzelfde segment als Sonsbeek. Ook in De Onlanden is werk te zien van kunstenaars die nogal wat vragen van de kijker: een bereidheid om de catalogus aan te schaffen bijvoorbeeld, en daarin te lezen wat de achtergronden zijn, wat bedoeld wordt, zodat vervolgens duidelijker wordt wat er in het gras, tussen de struiken, bij de bomen en in het wooncomplex wordt getoond.

Geen hapklare kunst dus. Het gevaar bestaat daardoor dat straks (opnieuw) door Provinciale Staten van Drenthe geklaagd wordt over ‘elitaire kunst’ en een (te) kleine doelgroep. De bezwaren en beledigingen kunnen nu al worden opgeschreven, wat veel zegt over de voorspelbaarheid en vooringenomenheid. Nu ik toch aan het woord ben: het zegt vooral veel over een gebrek aan inlevingsvermogen in gepolariseerde tijden.

Into Nature. Haunted by Waters vertelt ondertussen over klimaatverandering en ecologie, niet bepaald onbelangrijke thema’s. Alsof dat niet genoeg is, gaat de kunstmanifestatie ook nog eens over wederkerigheid, vertelde Hilde de Bruijn tijdens de preview. Als er al een boodschap is, dan is het dat mensen niet alleen moeten nemen, maar dat ze ook iets dienen terug te geven. Vergeleken met Sonsbeek 2026 is Into Nature 2026 constructiever.

Dat bleek bijvoorbeeld op de ijsbaan van Roderwolde, waar werk is te zien van de in India geboren kunstenaar Manjot Kaur. Ter plekke vroeg ik artistiek directeur De Bruijn in hoeverre kunst ertoe kan of moet bijdragen dat die wederkerigheid op gang komt.

„We kunnen moeilijk ontkennen dat de wereld om ons heen in de fik staat. De enige weg eruit is zoeken naar verbondenheid en ons realiseren dat mensen wezens zijn die elkaar graag willen helpen”, reageerde ze. „Kunst is een zachte manier om draagvlak voor grotere omwentelingen te creëren. Wat wij doen met Into Nature kan een verschil maken. Eerst individueel, daarna collectief.”

Later, ter hoogte van een beeld van de in Frankrijk geboren kunstenaar Nils Alix‑Tabeling in het water van het Eelderdiep, overwon ik een restje schroom en wilde ik namens het patriottisch ingestelde volksdeel van De Bruijn weten waarom ze voor dat doel vooral kunstenaars heeft gekozen met wortels tot diep in het buitenland, zoals Korea, Portugal, Guatemala, Argentinië, Ierland, Finland, Moldavië, Frankrijk en India.

De Bruijn zei daar het volgende over: „Ik ben vijfenvijftig jaar en ik kom uit een tijd waarin de hedendaagse kunst, de global art scene, werd gezien als iets heel moois. Het kon niet op, iedereen reisde de hele wereld af. We leerden elkaar via kunst kennen, we lieten iedereen kennismaken met elkaar.

Ik vind het nog steeds heel waardevol dat je bewust blijft van hoe andere mensen naar dingen kijken. Daar kun je je eigen blik mee verrijken. Er zitten duidelijke nadelen aan de globalisering, zeker omdat die samenhangt met excessieve vormen van kapitalisme en daardoor problemen ontstaan voor natuur en aarde.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om in cultureel opzicht te blijven leren. Je kunt op je eigen omgeving reflecteren dankzij mensen die daar misschien heel anders naar kijken. Dat is iets waardevols, dat is iets wat we moeten blijven koesteren. Anders verzanden we in een provinciale, naar binnen gekeerde blik. Dat is een verarming.”

Into Nature. Haunted by waters is nog tot en met 25 oktober te bezoeken. Startpunten zijn Drents Museum De Buitenplaats, Hoofdweg 76 in Eelde, of het Wall House, Lutulistraat 17 in Groningen. Zie www.intonature.net.

Morgen meer.

Constateerde de piskijker van Jan Steen blaasontsteking of een zwangerschap?

In De Lakenhal in Leiden is nog tot eind augustus de tentoonstelling Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij te zien. Uit de titel mag worden opgemaakt dat Jan Steen (1626 – 1679) in Leiden is geboren. Net als Lucas van Leyden, Rembrandt van Rijn en Floris Verster.

Vooraf beloofde het museum ‘een verrassende blik op het dagelijks leven uit de 17de eeuw en de humor en menselijkheid die zijn schilderijen zo geliefd maken’. Ik moest ter plekke lang zoeken voordat ik begreep wat daarmee werd bedoeld.

Want de aandacht werd aanvankelijk vooral getrokken door de vormgeving van de tentoonstelling. De makers hebben gekozen voor veelvuldig gebruik van extreme vergrotingen van schilderijfragmenten op wanden en panelen, waardoor het lijkt alsof de originele schilderijen er minder toe doen.

Eenmaal daarvan bekomen, was ik verrast door de veelzijdigheid van Steen. Natuurlijk zijn in Leiden van zijn hand beroemde en populaire werken te zien met huiselijke taferelen. Steen beoefende ook heel verdienstelijk andere genres om aan de kost te komen, zoals het maken van bijbelse taferelen.

Dat Jan Steen een voortreffelijk schilder was, een echte verteller, hoeft niet te worden betwijfeld – anders zouden we het nu niet meer over hem hebben. Maar wat was Steen eigenlijk voor een schilder? Geen Frans Hals. Geen Rembrandt. En zeker geen Vermeer.

Steen was eerder een kunstenaar in de geest van Pieter Bruegel de Oude, een man die het alledaagse verbeeldde en waar mogelijk humor gebruikte om tussen de bedrijven door een waarschuwend vingertje op te steken. Pas op, je wordt bedrogen waar je bij staat. Leef, maar weet dat het elk moment voorbij kan zijn.

(Jan Steen was, denk ik nu, een zanger die niet zou misstaan op een Mega Piraten Festival of een Hollandse muziekavond. Hij zou er intens van genoten hebben, maar na afloop, op weg naar huis, ook bedroefd over voelen. Al die handjes, dat lijkt leuk, maar is dit alles?)

Heel goed aan Thuis bij Jan Steen is dat leerlingen van de openbare basisschool Lucas van Leyden zijn gevraagd commentaar te leveren op een aantal schilderijen. Zoals op het hierboven getoonde De piskijker:

‘Je kan wel zien dat dat geen dokter is. Hij laat zien alsof hij veel weet, maar hij zegt maar gewoon wat. Dat zie je een beetje aan zijn gezicht. En dat meisje denkt dan dat het echt waar is.

Ik ga best vaak naar de dokter, ik ben een beetje een pechvogel. In de klas hebben we het nu ook over ziek zijn. Over pijn, en over heel veel andere dingen.

Een groepje maakt altijd een poster bij het onderwerp. Als het over ziek zijn gaat, zou ik een klodder snot maken. Het ziet er misschien niet heel fijn uit, maar dan zet je daar een weetje in. En zo’n potje met plas kun je ook gebruiken bij een blaasontsteking.’

Als het mij was gevraagd, had ik beweerd dat het meisje gelukkig niet zwanger is.

De beleving van Drenthe: Drentse kunstenaars bezingen en bevragen hun provincie

Wat betekent Drenthe voor jou, en kun je dat zichtbaar maken? De vraag stellen is weer eens makkelijker dan haar beantwoorden.

Voor de tentoonstelling De beleving van Drenthe zijn de leden van het Drents Schildersgenootschap (DSG) uitgenodigd hun kijk op de provincie te verbeelden. In de DSG galerie in in Warenhuis Vanderveen in Assen is tot en met 5 september te zien waartoe dat heeft geleid.

Sinds de oprichting van het genootschap in 1954 hebben vele kunstenaars zich door de provincie laten inspireren, met name door het landschap. Als daar in zijn algemeenheid iets over te zeggen valt, dan is het dat Drenthe vaak is afgeschilderd als ongerept en rijk aan natuur, soms op het lieflijke af.

Toen de schilders van de Haagse School in de negentiende eeuw naar het ’Barbizon van het Noorden’ trokken, gebeurde dat in zekere zin ook al. Hoewel zij realisme nastreefden, drukten ze – wellicht ongewild – alsnog een romantisch stempel op Drenthe. Marketing Drenthe borduurt daar nog altijd op voort.

De beleving van Drenthe opent met twee schilderijen die een cliché bevestigen: Kampsheide van Annemarie de Groot en Wolken en water van Keimpe van der Kooi. Op beide werken is geen mens te zien, alsof het elementen zijn die een droombeeld verstoren. Zo kunnen schilders vrijuit een loflied zingen waar liefhebbers van Natuurmonumenten graag naar luisteren.

De liefde voor dergelijke schoonheid domineert. Daardoor springt in de DSG galerie de minder idyllische, want bezorgde kunst extra in het oog. Zoals twee aquarellen van Siemen Dijkstra van landschappen die door de mens zijn leeg geveegd en opnieuw ingericht: Col du VAM en Onttoverd landschap. Of de slogankunst waarmee graficus Albert Rademaker dit keer tegen de lelieteelt ageert.

Het meest uitgesproken is Arne Brink, een kunstenaar die zijn inspiratie haalt uit klimaatverandering, industrialisatie en de aantasting van biodiversiteit. Ook Brink spreekt zich uit over de lelieteelt, met een tekening waarop een ’gewasbeschermer’ zijn vernietigende werk doet. Evenmin mis te verstaan is Het maaiveld, een grote tekening die laat zien hoe een biotoop wordt opgeofferd voor voedselproductie.

’Grote onderwerpen vragen om een groots gebaar. Mijn taak is om u een fundament van denkrichting te geven, waar u op door kunt associëren’, schrijft Brink in een toelichting op zijn werk. Het biedt gelegenheid om een bitter gedicht van Lévi Weemoedt te citeren, getiteld De Drenten: ’O, het zal hun een zorg zijn/ of de wereld vergaat/ als om zes uur het eten/ maar op tafel staat’.’

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑