Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Auteur: Woest en Ledig (Pagina 2 van 494)

Kunstpodium Campis in Assen eert Dick Schuur (1943 – 2025) met tentoonstelling

Citaat uit een persbericht:

‘Op zondag 17 augustus om 12.00 uur opent in kunstpodium Campis de expositie ‘Hier doen we het voor’, een eerbetoon aan Dick Schuur, die op 14 juli jl. onverwacht overleed. Dick was medeoprichter en bestuurder van Campis. Hij nam samen met Harry Cock, George Herfkens, Rudy Lanjouw en Guus Slauerhoff in 2020 het initiatief voor een nieuw podium voor hedendaagse kunst in Assen, nadat de expositieruimte KINK (Kunst In de Nieuwe Kolk) was opgeheven. Als bestuurder was hij de verbindende kracht binnen de initiatiefgroep.

Dicks drijfveer was het onder de aandacht brengen van hedendaagse kunst bij een breed publiek. Bij een geslaagd evenement sprak hij vaak de woorden: ‘Hier doen we het voor…’.

Dat is dan ook het thema van deze tentoonstelling, met een persoonlijke selectie uit het werk van kunstenaars Harry Cock, Rudy Lanjouw en Guus Slauerhoff. Beeldend kunstenaar Ton Mars uit Groningen en Jetta Klijnsma, Commissaris van de Koning in Drenthe, openen de expositie met een kort woord. De tentoonstelling duurt tot en met zondag 14 september, het weekend van Kunst aan de Vaart.’

Op de ongedateerde foto die met een zelfontspanner is gemaakt door Harry Cock vlnr. Rudy Lanjouw, Guus Slauerhoff, Harry Cock, Dick Schuur en George Herfkens.

Ook in een ondergemiddeld mooie havenstad kunnen jonge bestsellerauteurs wonen

De Volkskrant komt de zomer door met – onder meer – een interviewserie met zes ‘prominente schrijvers’. De serie moet een beeld geven van wat Europese schrijvers bindt, of sprake is van een Europese cultuur en hoe je die terugziet in de literatuur. In deze nogal ambitieuze opzet kwam afgelopen zaterdag de Duitse schrijver Caroline Wahl aan het woord.

De 30-jarige Wahl blijkt twee bestsellers te hebben geschreven: 22 Bahnen (2023) en Windstärke 17 (2024) Deze maand verschijnt haar derde boek, Die Assistentin. Dat is mooi voor haar, haar uitgever en de Duitse boekenbranche, en misschien ook voor Europa. Hoe dan ook, na lezing van het drie papieren pagina’s tellende interview ben ik zeker geïnteresseerd geraakt in haar werk.

Al vrij snel blijft het oog haken bij een alinea die afkomstig waarin interviewer Sterre Lindhout het volgende schrijft over de woonplaats van Wahl: ‘Kiel, een middelgrote en naar algemene maatstaven ondergemiddeld mooie havenstad in Noord-Duitsland, is inderdaad geen logische thuisbasis voor een jonge bestsellerauteur.’

Wat is dit voor rationaliteit? Denkt Sterre Lindhout werkelijk dat er zoiets bestaat als een logische thuisbasis voor jonge bestsellerauteurs? Het roept vragen op over wat ze bij de Volkskrant vinden van Den Helder, Terneuzen, Herlingen, Delfzijl en ook binnenhavensteden als Coevorden, Meppel en Kampen. 

Wat voor Lindhout pleit is dat ze heel open en eerlijk het volgende noteert:

Over Europa moet dit interview gaan, over Europese literatuur. Maar toen Wahl de vragen van de Volkskrant kreeg, schrok ze. ‘Omdat ik op het moment vooral Duitse romans lees, uit nieuwsgierigheid naar het werk van collega’s. Maar ook omdat ik denk dat je niet echt over één Europese literatuur kunt spreken, zolang er in Europa verschillende talen worden gesproken. Elk taalgebied is een eigen literaire wereld.’

Wijze woorden van Wahl. Die misschien niet zo’n goede interviewkandidaat is voor de serie. Die dat best vooraf had kunnen laten weten – scheelt een reisje naar Kiel. Die haar slimheid even later nogmaals onderstreept met het antwoord op de volgende vraag van Lindhout:

22 banen is een uitzondering op de internationale trend van sterk autobiografische debuutromans. U komt niet uit een gebroken gezin en uw moeder was geen alcoholist. U kreeg dan ook het verwijt dat u vanuit een geprivilegieerde positie hebt geschreven over een milieu waarmee u zelf niet in aanraking bent geweest.

‘Ik geloof eerder dat deze tijd literatuurhistorisch gezien een uitzondering is: volgens mij bestond er niet eerder in de literaire geschiedenis zo’n strikte norm dat een auteur iets van heel dichtbij moet hebben meegemaakt om er geloofwaardig over te kunnen schrijven.

Als we precies gaan definiëren wat schrijvers wel en niet mogen, lijkt me dat een glijdende schaal. Dan mag er op een gegeven moment niets meer. Ik sta voor kunst die in principe alles mag. Kafka is toch ook niet écht als kakkerlak wakker geworden? Het mooie van literatuur is dat je dingen kunt proberen te begrijpen met taal. Dat kan heel erg misgaan, ja, maar dan komt er een discussie op gang over wat er misging. En dat is niet zo leuk voor de auteur, maar wel waardevol.’

Dan is het nu, of misschien later, tijd dat ik mij als lezer op de boeken van dit wonder uit Kiel stort. Wie had dat ooit gedacht? 

Wat zal er toch zijn geworden van de ironische realist Siert Dallinga?

Onder de noemer Behind the Scenes was tot halverwege dit jaar in het Groninger Museum een tentoonstelling te zien met een brede selectie uit de museumcollectie. Blikvanger was Lentetuin van Vincent van Gogh, naast collectiestukken van onder anderen Anton Corbijn, Iris van Herpen, Jeff Koons, Alessandro Mendini, Odilon Redon en Peter Paul Rubens.

Onlangs is deze presentatie opgevolgd door een nieuwe tentoonstelling, wederom met een keuze uit de collectie: It’s About Time. Gecombineerd met andere tentoonstellingen in het museum, zoals Welcome to the Dreamhouse, Joana Schneider – Otherworldly en Edward Clydesdale Thomson – Bound to the Miraculous (after Bas Jan Ader), lijkt het alsof er ineens een andere wind door het museum waait, een wind die wordt aangeblazen met de Engelse taal.

Dat ‘ineens’ is natuurlijk niet waar. Aan museumtentoonstellingen gaan lange voorbereidingen vooraf. Wat nu in het Groninger Museum te zien is, is nog onder de vorige directeur, Andreas Blühm, in gang gezet. Wat de nieuwe directie van het museum, Roos Gortzak en Jan Geert Vierkant, kan en mag maken, moet nog worden bezien.

Dankzij It’s About Time hangt er nu weer een schilderij van Siert Dallinga op zaal. Nu eens niet het vaker vertoonde Huiswaarts uit 1988, zijn variant op Der Wanderer über dem Nebelmeer van Caspar David Friedrich, maar Tegenspoed uit 1991, eveneens een variant op een schilderij van Friedrich: Das Eismeer. Het museum heeft, meen ik, drie werken van Dallinga in de collectie. Er is ook nog End of an Era uit 2002.

Zoekend in De Krant van Toen naar wat er van Dallinga (Groningen, 1954) is geworden, lees ik dat hij zich na zijn opleiding aan Academie Minerva in de jaren zeventig toelegde op het maken van ‘experimentele, speelse sculpturen van allerlei materialen’, om eind jaren tachtig terug te keren naar de schilderkunst.

Ook lees ik dat architectenbureau De Zwarte Hond zijn naam heeft ontleend aan een van zijn kunstwerken. Welk werk, kan ik niet achterhalen. Voorts lees ik dat hij een ‘ironisch realist’ werd genoemd. Bij die aanduiding moet ik denken aan schilders als Jans Muskee, Thijs Jansen en, als ik het niet te nauw neem, Marius van Dokkum.

Wat Dallinga tegenwoordig doet, is mij onbekend. Op internet staan verschillende afbeeldingen van zijn werk, niet alleen schilderijen, maar ook sculpturen. Het lijkt erop dat hij naar ‘het Westen’ is getrokken – allesbehalve huiswaarts. Van zijn website word ik niet veel wijzer. De afdeling ‘About’ telt slechts twee woorden: not yet. Het duidt erop dat hij zijn gevoel voor humor nog niet heeft verloren.


 

 

Op de redactie: kunnen we dit regionaliseren, kunnen we dit naar ons toetrekken?

Een van de fascinerende mechanismen in de regiojournalistiek is het regionaliseren van nieuws. Het werkt ongeveer als volgt.

Er doet zich een internationale of nationale gebeurtenis of ontwikkeling voor en op de redactie worden verslaggevers aan het werk gezet om na te gaan in hoeverre de gebeurtenis of ontwikkeling een regionaal effect heeft. Bijvoorbeeld: hoeveel vluchtelingen worden in onze regio opgevangen, wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de zorg bij ons in de buurt, wat merken bedrijven hier van de heffingen door de president van de Verenigde Staten, komt ons hoge water door het smelten van de ijskappen, worden ook wij straks gebeten door de wolf.

Of er is een aardbeving of stortbui geweest in een ver buitenland, een land waar een regionaal nieuwsmedium normaliter niet over zou schrijven – want te ver van het bed, ook vanwege de reiskosten. Maar als er iemand uit de regio bij betrokken is, gaan op de redactie de alarmbellen af en kan er kopij of content worden gemaakt. Want dat willen de mensen weten, meent de redactie.

Of er wordt ergens in het land gedemonstreerd of geparticipeerd, ergens voor of tegen dat maakt niet uit. Normaliter zou de regionale krant of omroep er geen ruchtbaarheid aan geven; dat kunnen de nationale media veel beter, het is per slot van rekening bij hen om de hoek. Behalve als er iemand uit onze provincie mee demonstreert – dan wordt het anders. Dan willen de mensen het wél weten, meent de redactie.

Zo bezien is regionaliseren en het dichterbij halen van nieuws heel onschuldig. 

Anders wordt het als er sprake is van een reflex , waarbij uit effectbejag en aandachtrekkerij aan het regionaliseren slaat. Ik denk hierbij aan de regiojournalist die, na het nieuws over de ziekte van zanger Freek van het duo Suzan & Freek, op zoek mocht naar een manier om deze schokkende gebeurtenis dichterbij te halen.

RTV Drenthe Vitesse FC Emmen
Ik denk aan wat ik vorige week las, nadat bekend was geworden dat voetbalclub Vitesse niet langer betaald voetbal mag spelen. In Groningen leidde het regionaliseren tot een bericht over hoe het destijds voor SC Veendam was om ‘ten onder te gaan’. Niks mis mee. In Drenthe werd het Vitesse-nieuws geregionaliseerd met een bericht over de gevolgen voor FC Emmen, onder de kop: ‘Dit heeft consequenties voor ons’.

Op Instagram bestaat een account met de titel How can I make this about me. Het is gespecialiseerd in gevallen op sociale media waarbij mensen het leed van anderen aangrijpen om de aandacht op zichzelf te vestigen.  Onlangs verscheen er een bericht van iemand die poserend werd gefotografeerd op de rails voor een voormalig concentratiekamp (foto boven).

In de psychologie bestaat een aanduiding voor dit verschijnsel: conversational self-focus, oftewel de neiging om ongevraagd persoonlijke ervaringen te delen zodra iemand anders iets vertelt. Mensen met deze neiging willen voortdurend in het middelpunt van de aandacht staan en kunnen soms zeer manipulatief te werk gaan om die aandacht te krijgen.

In het geval van de (regionale) media is deze aandacht geen ijdelheid of stoornis. Het is informatiedrang. Of een verdienmodel.

Over-re de merkwaardige taal-le en accent-e van de speaker-e tijdens wielerwedstrijd-e

Aan De Gouden Pijl, de jaarlijkse wielerwedstrijd rond de kerk van Emmen, is veel wonderlijk. Dat geldt zeker de toon waarop de speaker, meestal een man, live verslag doet van de wedstrijden.

Ik weet niet-te off-ren een-e opleiding-e bestaat-te voor deze functie-je, maar als die er is-se, staat de school-le vermoedelijke ergens in het buitenland-e. Dat leid ik althans-e af-fe aan de taal-le en accent-e van de speaker-re. Die is-se qua woordgebruik-e weliswaar Nederland-se, maar doet-te wat klank betref-te in vrijwel alles-se denken aan de Franse taal-le.

Niet alleen de gebeurtenissen-e tijdens de koers-se, die meestal-le zeer voorspelbaar-re zijn-e, maar ok de namen-e van de sponsor-se worden uitgesproken-ne alsof ze in Frankrijk-ke zijn gevestigd-e. Projectontwikkelaar-re: Peter van Dijk-e, slagersbedrijf Van der Zee-je, maaltijdverzorger Distrivers-se en niet te vergeten-e Dagblad van het Noorden-e.

De namen van de deelnemers daarentegen worden weer wel op zijn Nederlands uitgesproken. Het criterium voor de vrouwen werd zondagmiddag gewonnen door Nienke Veenhoven. Bij de mannen ging de eindoverwinning naar Tim Merlier.  

Nogal veel Groninger graffiti op en in de muziekkoepel van het Sterrebos

Bertus Beltman maakte met zijn kinderen een wandeling door het Sterrebos in Groningen. Doel was het nabijgelegen en onlangs geopende park te bekijken dat is aangelegd bovenop de verdiepte ligging van de Zuidelijke Ringweg. Op weg daarnaartoe trof hij in het struweel een muziekkoepel aan.

Die koepel bestaat volgend jaar een eeuw. Mooie aanleiding voor een groot historisch artikel in het DvhN, oppert Beltman. Met het woord ‘historisch’ wordt in deze zin vermoedelijk een artikel bedoeld over de geschiedenis, vermoed ik. Mooie aanleiding om de wildgroei aan Groninger graffiti in banen te leiden, denk ik op mijn beurt.

Nu ik toch de aandacht heb: zondag 10 augustus treden de bands Red Sox en Age Before Beauty op in het Sterrebos, zondag 14 september is het de beurt aan The Lay en The Outtakes. Tussendoor wordt woensdag 10 september bij de koepel het jaarlijkse evenement ‘Dichters in het donker’ gehouden.

Ook een muziekkoepel gespot? Mailen kan naar woestenledig@home.nl.

Hoe de publicitaire handigheid van Ilja Gort als een vol wijnglas uiteenspat

Omdat ze bij Tzum niet alles kunnen signaleren, grijp ik de gelegenheid aan om te wijzen op het lange interview van Sara Berkeljon met de bijna-alles-kunner en dus ook schrijver Ilja Gort dat afgelopen zaterdag in het Volkskrant Magazine stond. Met name de volgende passage mag nog niet vergeten worden:

En die advertentie die je in NRC plaatste om een slechte NRC-recensie van Arjen Ribbens tegen te spreken, was dat ook zo’n idee dat onder de douche ontstond?

‘Nee, dat was een impuls. Ik was woedend, omdat uit dat stukje dedain sprak voor de gewone mens. Als iemand mijn boek pulp vindt is dat prima, maar niet mijn lezer afzeiken. Dat gaan we niet doen, vriend. Dus toen heb ik een advertentie geplaatst en mezelf vijf sterren gegeven.’

In je volgende boek voerde je Ribbie Arens op, een verzuurde recensent met opspelende darmen.

‘Ja. Ik heb Ribbens nog weleens een mailtje gestuurd: sorry, ik gierde een beetje uit de bocht, zullen we een kopje koffie drinken? Dat wilde hij niet. Nou, oké.’

In je romans is de rolverdeling vaak hetzelfde: de man is impulsief, de vrouw is verstandig en behoudend. Is dat voor jou uit het leven gegrepen?

‘Grofweg wel. Ik vind vrouwen over het algemeen ook intelligenter, leuker, mooier en prettiger dan mannen. Ik vind mannen eigenlijk geen zak aan, enkele uitzonderingen daargelaten. Maar inderdaad, ik ben zelf die impulsieve man die overal met twee benen in springt.’

Op de achterflap van Chateau Migraine staan drie citaten uit ‘de pers’ over je vorige boek, maar die kon ik in geen enkel krantenarchief vinden. ‘Een verrukkelijk boek: Tarantino moet hier een film van maken’, ‘wat een topthriller’, ‘de meest smakelijke thriller van het jaar’. Waar komen die citaten vandaan?

‘Dat is een goeie vraag. Misschien van boekenbloggers, of zo.’

Ik kon ze op Google ook niet terugvinden.

‘O, oké.’

Wat ik heel goed vind van Berkeljon is dat ze verder niet aandringt bij Gort, waardoor zijn publicitaire handigheid als een vol wijnglas uiteenspat en het ineens helemaal niet zo slecht besluit van Avrotros lijkt om niet nog meer seizoenen van het televisieprogramma Gort over de grens uit te zenden.

‘De zeiltocht van de vermiste Bas Jan Ader kan kunnen lukken’

Op verschillende plekken wordt Bas Jan Ader (1972 – 1975) herdacht. Zo ook in het Groninger Museum dat een tentoonstelling misliep toen de kunstenaar op zee verdween. Die tentoonstelling had vijftig jaar geleden moeten plaatsvinden. De afspraak was min of meer gemaakt, ware het niet dat de in Winschoten geboren Ader verstek liet gaan voor een nader gesprek.

In augustus 1975 werd duidelijk waarom: het zeilbootje waarmee hij als onderdeel van zijn kunstproject In search of the miraculous de Atlantische Ocean wilde oversteken, kwam niet aan op de afgesproken plek. Tien maanden na zijn vertrek werd de Ocean Wave leeg aangetroffen bij de Ierse kust.

Het Groninger Museum noemt de verdwijning ‘een van de meest raadselachtige, tot de verbeelding sprekende verhalen van de kunstgeschiedenis van de vorige eeuw’. Invloedrijk is Ader beslist. Zijn leven en werk inspireert vele kunstenaars in binnen- en buitenland.

De in Kolderveen werkende kunstenaar Edward Clydesdale Thomson – van Schots/Deense komaf, maar woonachtig in Rotterdam – is vijf jaar op eigen houtje bezig geweest met de grotendeels digitale installatie Bound to the miraculous, die sinds begin juli in het museum wordt getoond. De installatie omvat zeegeluiden, een reeks beeldschermen, kleine bootjes en een groot projectiescherm waarop is te zien hoe de oceaan met een onbemande boot speelt.

Dat spelen is gebaseerd op actuele data van stromingen en getijden tot en met de wind en wat zich verder op een oceaan afspeelt. Wat we op scherm zien is real time hoe het bootje telkens de Atlantische Oceaan probeert over te steken. Het museum spreekt van ‘een eindeloze reis die onze kwetsbaarheid voor de toenemende onvoorspelbaarheid van het klimaat laat zien’.

Bas Jan Ader ging in 1975 niet zomaar een avontuur aan. In 1965 deed Robert Manry er 78 dagen over om van Massachusetts naar Cornwall te zeilen. Maar waar de een slaagde, faalde de ander. Thomson oppert op basis van een computersimulatie dat het avontuur van Ader zeer risicovol was. Diens bootje, een vier meter lange Guppy 13, was kleiner dan die van Manry. Bovendien vond zijn overtocht plaats toen het er door klimaatverandering op de oceaan – vermoedelijk – ruiger aan toeging. Al na tien dagen zou de Ocean Wave omslaan, laat de simulatie vijftig jaar later zien.

Thomson stelt tegelijkertijd dat risico’s mensen er niet van weerhoudt grootse avonturen aan te gaan. Want het kan ook lukken. Ter onderbouwing wordt de experimentele kunstenaar Ader in Bound to the miraculous gelinkt aan klimaatactivist Greta Thunberg. Zij maakte in 2019 een oversteek om de VN-klimaattop in New York bij te wonen waar ze vervolgens haar briesende How dare you-toespraak afstak.

Verschil is dat Thunberg reisde in gezelschap van twee ervaren zeelieden, haar vader en een filmmaker. Verschil is ook dat zij toentertijd kon beschikken over een zeer geavanceerde zeilboot, de Malizia II. Die kon op windloze dagen terugvallen op zonne-energie en hydro-generatoren.

Aan de impact doet het weinig af. Zowel Thunberg, Many als Ader laat volgens Thomson zien wat er allemaal mogelijk is als we moedig, innovatief en radicaal durven te zijn.

Behalve in het Groninger Museum wordt de verdwijning van Bas Jan Ader ook elders herdacht. In Groningen gebeurt dat onder meer tijdens Noorderzon en in september in het gebouw van Academie Minerva aan de Praediniussingel en Kunstencentrum Vrijdag.

In oktober kruipt acteur Albert Secuur in de huid van de kunstenaar tijdens de voorstelling ‘Lost in Gravity’. Tot en met en 24 augustus is de overzichtstentoonstelling ‘Bas Jan Ader. I’m searching’ te zien in de Hamburger Kunsthalle. ‘Bound to the miraculous’ van Edward Clydesdale Thomson is tot en met 31 oktober te zien in het Coop Himmelb(l)au-paviljoen in het Groninger Museum.

Enige bedenkingen bij een interview met voormalig FC-Emmen voorzitter Ronald Lubbers

Dagblad van het Noorden, mijn krant, pakte afgelopen zaterdag uit met een interview met een fris ogende Ronald Lubbers, tot begin 2023 de voorzitter van betaald voetbalclub FC Emmen. Dat zat niet alleen in de lengte van het interview — meer dan 3000 woorden — maar ook in de aankondiging vooraf, een begeleidend hoofdredactioneel commentaar en een nagekomen bericht op maandag.

Het commentaar komt erop neer dat het niet goed is als een organisatie geleid wordt door één man, noch voor die man als de organisatie. Het interview, dat werd afgenomen door Reon Boeringa en Pim Siegers en hier is na te lezen, laat onder meer zien hoe het er de afgelopen jaren bij FC Emmen in en rond de bestuurskamer aan toeging.

Lubbers heeft veel werk voor FC Emmen verzet en veel bereikt. Concreet komt het neer op twee keer promotie en één keer een kampioenschap. De bijvangst was oneindig veel groter. Even had Emmen de gunfactor. Door de successen groeide de eigenwaarde van veel fans van FC Emmen. Zij kregen het gevoel dat ze erbij hoorden.

De prijs die Lubbers hiervoor betaalde, liegt er niet om. Het leiden van de club, het hoog houden van de verwachtingen, slokte zoveel aandacht, tijd en energie op dat het hem uiteindelijk te veel werd. Eerst meldde hij zich ziek, vervolgens trad hij terug.

Voor wie niet warm of koud wordt van betaald voetbal, leest het interview mogelijk als een te uitgebreid exposé over een man die te erg zijn best heeft gedaan. Het is waar: er zijn veel meer van dat soort mannen — daar lees je nooit iets over, ten onrechte — om over de vrouwen in vergelijkbare situaties maar te zwijgen.

Wat Ronald Lubbers opmerkelijk maakt, is dat hij heeft geprobeerd iets bijzonders te presteren in wat sommigen zien als het moeras van Nederland. Hij slaagde, tot hij zijn ambitie en die van zijn club structureel wilde maken. In het interview geeft Lubbers aan waarom het niet is gelukt. Ik citeer de belangrijkste alinea uit het stuk:

“Het was niet zo moeilijk goede mensen enthousiast te krijgen, maar als ze zich verder gingen verdiepen in de regio… Het is niet dat ze dan overdreven positief werden. Wat ik wel weet: je hebt kwaliteit nodig om iets te maken van een club als Emmen.”

Lubbers zegt hier dat de soep in Zuidoost-Drenthe te dun is. Hij zegt dat het mogelijk is serieuze mensen geïnteresseerd te krijgen voor een avontuur, maar dat die interesse wegebt zodra zij onderzoek hebben gedaan naar de vraag of er inderdaad iets van de grond is te krijgen. De uitdrukking ‘niet overdreven positief’ is meer dan een understatement.

Van belang is het meervoud: er zijn meerdere mensen nodig. Lubbers deed het in zijn eentje en zakte door de hoeven. Zijn pogingen een groep te vormen, mislukten. Natuurlijk liepen er meerdere mensen rond op de Meerdijk, maar dat waren volgens Lubbers onvoldoende lieden met het vermogen om de club op een hoger niveau te houden.

Begin deze maand bracht DvhN het nieuws dat er geen animo van investeerders is om een nieuw voetbalstadion te bouwen. Een opknapbeurt van het verouderde is hoogst bereikbare. Gevolg is dat FC Emmen in de toekomst onvoldoende geld kan genereren om gedurende een aantal jaren op Eredivisie niveau te presteren.

Alle plannen en voorbereidingen ten spijt: de serieuze mensen die hebben onderzocht of ze er geld in moeten stoppen, vinden het te risicovol. Weer zijn er onvoldoende mannen met organisatorische kwaliteiten en geld — of vrouwen — in Zuidoost-Drenthe die er iets van kunnen maken. Weer zijn mensen ‘niet overdreven positief’.

En zo keerde Emmen terug in de schaduw.

Volgens mij is dit de droefenis van Zuidoost-Drenthe: aan dromen en wensen geen gebrek, wel aan gekwalificeerde tovenaars en feeën om ze in vervulling te laten gaan. Dat is geen verwijt, maar een sombere constatering. Ook ik zou hem graag inruilen voor iets anders.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑