
In 1980, alweer 46 jaar geleden, kocht ik bij Gé Hofenk aan de Haarlemmerstraat in Leiden de single Brass in Pocket van The Pretenders, de band van de über‑coole Chrissie Hynde. Of het toen al een hit was, weet ik niet meer – het zou mij sieren als ik er vroeg bij was. Ik volg Hynde en haar Pretenders tot op de dag van vandaag
Wat ik nog goed weet, is dat ik de b‑kant, Cuban Slide, mogelijk nog beter vond dan Brass in Pocket. Dat zat vooral in het stuiterende gitaargeluid van gitarist James Honeyman‑Scott, waarvan ik later begreep dat hij het had afgeluisterd van Bo Diddley en dat het iets te maken had met wat het tremolo‑effect wordt genoemd.
Zaterdag zag ik bij de BBC een concertregistratie van The Pretenders tijdens het festival Glastonbury in 2023. Het zwarte haar van Chrissie Hynde was grijs geworden, maar haar mede‑bandleden oogden verrassend jong. Zo was de plaats van de overleden gitaristen James Honeyman‑Scott en Pete Farndon ingenomen door James Walbourne.
Ik was niet de enige die kon zien en horen dat Walbourne eeen voortreffelijk gitarist is, perfect passend bij een perfecte gitaarband als The Pretenders. De beelden toonden ook Paul McCartney in de coulissen. Een jaar eerder had hij zelf een behoorlijk opwindend optreden gegeven; nu filmde hij The Pretenders met zijn telefoon.
Hynde had toen al een derde gitarist het podium opgehaald: Johnny Marr. Voor wie de geschiedenis van The Pretenders een beetje heeft gevolgd – ík! – misschien een logische zet, maar toch wel speciaal, en bovendien een onderstreping van het idee dat de slaggitaar een geweldig instrument is, en dat al sinds The Beatles en The Byrds.
Sommigen zullen het een hoogtepunt noemen dat Dave Grohl ook een stukje mee mocht meedoen, op drums, tijdens Tattooed Love Boys, eveneens van het debuutalbum uit 1980. Voor mij kon het kort daarvoor al niet meer stuk, toen het b‑kantje Cuban Slide live werd gespeeld, met veel tremolo van Johnny Marr, net zoals in How Soon Is Now van The Smiths.