
Als een van de genodigden woonde ik vrijdag in Amen een avond bij ter viering van het zilveren jubileum van De Literaire Hemel. Omdat ik wat verlaat was, belandde ik op een van de achterste rijen van het afgeladen café De Amer.
Dat had erger gekund, al kent De Amer nauwelijks echt slechte plaatsen. Schrijver, dichter en criticus Rob Schouten zat op de achterste rij. Evelien Huizinga en Anneke de Haas van Stichting Literaire Activiteiten in Drenthe (SLAID) zaten voor mij. Zelf zat ik tussen Jolet Dingen, ook van SLAID, en burgemeester Anno Wietze Hiemstra van de gemeente Aa en Hunze.
Wie waren er nog meer? Ik ga hier niet iedereen noemen, maar wel cultuurgedeputeerde Yvonne Turenhout, provinciaal cultuurambtenaar Marielle Kooi, bestuurslid Marchien Brons van Het Drentse Boek en haar partner Wytse Bouma, Jan Pijpker, Mirjam Pauwels, Ineke Schepers, Roelof Hoekman, Nicolette Leenstra, Marga Kool en Klaas Koops. Kortom, iedereen die er echt toe doet in het literaire landschap van Drenthe was er.
Vermoedelijk zagen alle aanwezigen hoe Eric van Oosterhout, voorzitter van Stichting Literaire Activiteiten in Drenthe, aan het begin van de avond de zaal toesprak. Hij benoemde De Literaire Hemel als heel bijzonder, prees de drijvende krachten Annette Timmer en Albert Haar uitvoerig en liet ook mijn naam in positieve zin vallen – als interviewer doe ik op mijn manier mijn best.
Na het praatje van Van Oosterhout werden er cadeaus overhandigd. Om te beginnen ontving Henk van Nieuwpoort, bestuurslid van De Amer – het cultuurcafé bestaat 35 jaar – een rijmprent met een tekst van Rob Boudestein: ‘Amen, ach wanneer het meezat,/ bloeide er het fluitenkruid./ Maar als Amen geen café had,/ reed je zo weer Amen uit.’
Op zijn beurt gaf Van Nieuwpoort een cadeau aan de mensen van De Literaire Hemel. Het werd uitgepakt door Annette Timmer, die kort daarna een collage in de lucht hield met foto’s van verschillende bijeenkomsten. Ook mijn kop prijkte op een aantal foto’s, zag ik vanachter uit de zaal. Later op de avond zag ik ook nog een foto van een interview dat ik met Jan Veenstra had afgenomen bij de presentatie van zijn roman De vaalrode vlieger.
Eigenlijk begon de jubileumavond daarna pas echt. Eerst met een optreden van Ballads2 – Margreet Puite (piano) en Petra Herbrink‑Vosman (zang) – gecombineerd met voordrachten van Suze Sanders. Laatstgenoemde had ook een cadeau meegebracht: een gelegenheidsdicht opgedragen aan Annette Timmer, eindigend met de regels: ‘En ieder die ooit dit café binnengaat,/ weet dat er een Hemel op aarde bestaat.’
Daarna werd Auke Hulst geïnterviewd, op papier over zijn roman De tandenjager, maar misschien ging het nog wel meer over zijn schrijverscarrière. Afgaand op de literaire productie van Hulst gaat het daar heel goed mee. Volgend jaar verschijnt alweer een nieuwe roman, Duino, over een schrijver die afreist naar de gelijknamige Italiaanse badplaats om onderzoek te doen naar leven en werk van Rainer Maria Rilke. Maar vanzelf gaat het allemaal niet.
Aan het begin van de pauze vertelde Rob Schouten dat hij werkt aan een roman die voor een belangrijk deel in Groningen speelt en is gebaseerd op zijn jonge jaren als deugniet – het streven is publicatie vlak voor de zomer. Aan het einde van de pauze vertelde Auke Hulst dat ook Drenthe in Duino voorkomt. Daar keek ik vreemd van op, want bij mijn weten heeft Rilke deze streken nooit bezocht. De hoofdpersoon van Duino, Rutger Peek, misschien wel.
Het slot van de avond bestond, uiteraard, uit applaus, tevredenheid en afscheid. Maar voor het zover was, zagen we een gelegenheidsprogramma van Nynke de Jong en Esther Groenenberg, met daarin veel aandacht voor hun inspiratiebronnen: Willem Wilmink, Hans Lodeizen, Rutger Kopland, Daniël Lohues, Herman Finkers, Fernando Pessoa en Toon Hermans.
Pessoa en Hermans op een avond in Amen, dat kan alleen in De Literaire Hemel.