Van 19 tot en met 27 september vindt in Nederland de Week van het Verboden Boek plaats. Voor de tweede keer alweer: negen dagen waarop bibliotheken, boekhandels en andere leesorganisaties aandacht vragen voor leesvrijheid, censuur en boeken die ergens ter wereld verboden of onder druk staan.

In Emmen lijkt de week al begonnen, want bij Facet, voorheen de openbare bibliotheek, trof ik een ‘tafel’ aan waarop verboden en vermeend verderfelijke boeken uitgestald liggen. Afgaand op wat ik zag, zijn het er best veel: Ulysses van James Joyce, Das Kapital van Karl Marx, Brave New World van Aldous Huxley, Heartstopper van Alice Oseman, Simon vs. de verwachtingen van de wereld van Becky Albertalli.

Een prominente plek in Emmen heeft Het Achterhuis van Anne Frank gekregen. Voor zover mij bekend is dat boek nergens verboden, al doen wel verhalen de ronde dat sommige mensen in sommige plaatsen in de Verenigde Staten moeite zouden hebben met passages waarin Anne Frank over haar lichaam en intimiteit schrijft. De bezwaren zouden vooral leven binnen schoolbesturen.

Dagblad Trouw stond onlangs in de reeks Theologisch elftal stil bij het functioneren van schoolbibliotheken in Nederland. In het stuk wordt onder meer gemeld dat sommige christelijke scholen geen prijs stellen op boeken als ze gaan over magie, of als ze liberale opvattingen over seks en relaties uitdragen. Het Achterhuis wordt in dit verband overigens niet genoemd. De scholen worden ook niet bij naam genoemd.

Interessant in dit verband is wat emeritus hoogleraar publieke theologie Erik Borgman in de krant opmerkt: “Ik ben het oneens met de keuze die sommige scholen maken, maar ik vind het tegelijkertijd opvallend dat er zoveel verontwaardiging is over groepen die een afwijkende keus maken over wat ze wel en niet aan hun kinderen voorleggen.”

“Dat scholen mógen kiezen, ligt vast in de wet. Maar daarnaast móeten scholen ook kiezen. Ouders en organisaties nemen voortdurend beslissingen over wat wel en niet geschikt is in een levensfase. Dat hoort bij opvoeden. Dat het in de schoolbibliotheken om censuur zou gaan, vind ik dus flauwekul.”

“Ondertussen wil bijna iedereen graag maatregelen tegen schadelijke invloeden via social media, maar lijkt het telkens maar slecht te lukken om onze kinderen te beschermen tegen de bigtech‑algoritmes, en pornografisch en gewelddadig materiaal op internet. Waarom is dáár niet veel meer verontwaardiging over?”

Tussen de vermeend verderfelijke boeken in Emmen trof ik ook een exemplaar aan van Mijn strijd van Adolf Hitler, in de vertaling van Mario Molegraaf. Toen het boek in 2018 verscheen, leidde het tot een discussie of zo’n heruitgave niet verboden zou moeten worden. De uitkomst is bekend. Toen ik het boek ter hand nam om het in een beeld te kunnen fotograferen met Het Achterhuis, viel me op dat Mijn strijd nog niet was gelezen.