Op aanraden van Peter Hiemstra, voorzitter van kunstroute Open Stal in Oldeberkoop, en omdat ik meer wilde zien van het werk van Ronen Sharabani, reisde ik voor een bezoek af naar NordArt in Büdelsdorf.

Dat reizen viel nog niet mee. Hoewel de routeplanner een reistijd van 4 uur en 26 minuten beloofde, goed voor 368 kilometer, duurde het in werkelijkheid allemaal veel langer. Wie vanuit Nederland naar Büdelsdorf wil, moet eerst langs Bremen, waar men zonder inzet van arbeidskrachten aan de weg werkt. Daarna gaat het langs Hamburg, waar de wegwerkzaamheden eveneens op raadselachtige wijze tot een goed einde moeten worden gebracht.

Büdelsdorf bleek pal naast Rendsburg te liggen, zoals Nieuw‑Amsterdam en Veenoord dat doen: aaneengesmolten, maar dan op z’n Duits en dus grootser en ruimer van opzet. Heel florissant en welvarend oogde het allemaal niet, een beetje armoedig en verlaten zelfs, al kan dat ook aan de tijd van het jaar liggen. De sterk verhitte vakantietijd maakt de wereld er niet fraaier op, wel lamlendiger.

NordArt bleek al 25 jaar te bestaan en groter dan gedacht. We hebben het volgens het interweb over ‘een van de grootste tentoonstellingen met beeldende kunst in Europa’. Een deel is buiten te zien, in een park dat naar schatting honderd goed gedoseerd geplaatste beelden telt, waarvan een groot deel ieder jaar wordt gewisseld. In het binnengedeelte, een reeks hallen waar ooit ijzer werd gegoten, is nog veel meer kunst te zien.

Maar wat voor kunst? Hedendaags werk, voornamelijk groot formaat, afkomstig uit Europa en Azië. Ik trof nogal wat spul uit China aan, plus een behoorlijke hoeveelheid uit landen als Oezbekistan, Kirgizië, Kazachstan en Mongolië. Wat verder opviel was een aanzienlijke hoeveelheid werken uit de Baltische Staten. Ik heb het niet nagevraagd, maar ik vermoed dat de focus per jaar verschilt.

Het tonen van grote kunstwerken heeft iets makkelijks. Ze lijken gemaakt om te imponeren en doen dat, uiteraard, met hun omvang. Vooral de Chinezen hebben er een handje van, als ik dat zo in zijn algemeenheid mag zeggen, eraan voorbijgaand dat de samenstellers van NordArt de werken zelf hebben gekozen uit een enorme hoeveelheid. Er zal in China toch ook wel fine arts worden gemaakt. Hoe dan ook, groot is niet automatisch interessant.

Maar laat ik voor mezelf spreken – wie moet het anders doen. Ik was onder de indruk van wat de illustrator en digitaal kunstenaar Estookin liet zien: af- en verbeeldingen van verwoeste gebouwen in Estland. Dankzij een video kwam ik erachter dat de werken zijn gemaakt om de Esten ervan te doordringen dat wat in Oekraïne gebeurt, ook in Estland kan gebeuren.

De getoonde gebouwen zijn bestaand en vervolgens met Photoshop kapotgeschoten en gebombardeerd. Uit de video begreep dat de verwoestingen er nogal hebben ingehakt bij de Esten, want er waren mensen die vonden dat dit soort kunst toch echt niet kon, een onaanvaarbare schending van de werkelijkheid.

Ook bleef mijn oog hangen bij het werk van Jakub Geltner, een Tsjech die (wand)sculpturen maakt van beveiligingscamera’s. Ze worden als nesten gepresenteerd, soms buiten, nu dan binnen. Het idee erachter is niet moeilijk te raden voor wie 1984 van George Orwell heeft gelezen. Bij het zien van het satellietschotelwerk Complex Nest moest ik denken aan een identiek lijkend kunstwerk van Massoud Hassani, Mine Kafon, ontworpen om mijnen te ruimen in Afghanistan.

Ter compensatie van deze ellende probeerde ik ouderwets plezier te beleven aan een reeks kleine schilderijen van Ekaterina Zacharova. Dat lukte. De in Rusland geboren kunstenaar hanteert een techniek die rond de vorige eeuwwisseling in Duitsland en ook Nederland populair is gemaakt door mensen als Max Liebermann. Zacharova opereert eveneens halverwege het realisme en impressionisme, maar dan omgekeerd: van impressionisme naar hedendaags realisme.

Volgende keer meer.