Dagblad van het Noorden komt deze zomer door met onder meer paginavullende luchtfoto’s die zijn gemaakt in Drenthe en Groningen. ‘Zomervlucht’ heet de rubriek. Vorige week woensdag stond bovenstaande foto in de krant. Het begeleidende tekstje gaat als volgt:

‘Met circa 60.000 inwoners is Emmen het stedelijke hart van Zuidoost‑Drenthe. De stad geniet internationaal bekendheid vanwege haar bijzondere stedenbouwkundige opzet. Onder leiding van stedenbouwkundige Niek de Boer werd gekozen voor het concept van de ‘Open Groene Stad’. Nieuwe woonwijken verrezen op afstand van de bestaande kern, waardoor waardevolle landschappen behouden bleven. De Boer hield daarbij rekening met de achtergrond van veel inwoners, die afkomstig waren uit de omliggende veengebieden. Zijn visie: een stad met stedelijke voorzieningen, maar met het gevoel van wonen in een dorp. Dat idee bepaalt nog altijd het karakter van Emmen.’

Een open groene stad? Is dat zo? Waarom zie ik dan op de foto niets van de zogenaamd nieuwe wijken, die ook alweer een halve eeuw oud zijn? Waarom een foto van de veelbeproefde dozige winkelhaakarchitectuur die het centrum van Emmen in toenemende mate domineert?

En niet alleen in het centrum. Enige tijd geleden werden drie woonblokken opgeleverd aan de Weerdingerstraat, niet ver van waar over een aantal jaren de Nedersaksenlijn zal gaan rijden. De blokken zijn in opdracht van BT Beheer, naar ontwerp van LYVR Architecten, gebouwd door Avitec Bouw en omvatten 54 huurappartementen, verdeeld over drie gebouwen: De Eik, De Berk en De Den – namen die verwijzen naar bomen, naar groen.

Overigens: omdat toeval bestaat, stuitte ik bij RTV Drenthe op nog een foto die vanuit de lucht boven Emmen is gemaakt. Wat we zien is bedrijventerrein Bargermeer, niet ver van het centrum van Emmen. Ook hier weinig groen. Het ooit internationaal bewonderde Emmen telt vanuit architectonisch oogpunt steeds minder stokpaardjes.