
In De Lakenhal in Leiden is nog tot eind augustus de tentoonstelling Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij te zien. Uit de titel mag worden opgemaakt dat Jan Steen (1626 – 1679) in Leiden is geboren. Net als Lucas van Leyden, Rembrandt van Rijn en Floris Verster.
Vooraf beloofde het museum ‘een verrassende blik op het dagelijks leven uit de 17de eeuw en de humor en menselijkheid die zijn schilderijen zo geliefd maken’. Ik moest ter plekke lang zoeken voordat ik begreep wat daarmee werd bedoeld.
Want de aandacht werd aanvankelijk vooral getrokken door de vormgeving van de tentoonstelling. De makers hebben gekozen voor veelvuldig gebruik van extreme vergrotingen van schilderijfragmenten op wanden en panelen, waardoor het lijkt alsof de originele schilderijen er minder toe doen.
Eenmaal daarvan bekomen, was ik verrast door de veelzijdigheid van Steen. Natuurlijk zijn in Leiden van zijn hand beroemde en populaire werken te zien met huiselijke taferelen. Steen beoefende ook heel verdienstelijk andere genres om aan de kost te komen, zoals het maken van bijbelse taferelen.
Dat Jan Steen een voortreffelijk schilder was, een echte verteller, hoeft niet te worden betwijfeld – anders zouden we het nu niet meer over hem hebben. Maar wat was Steen eigenlijk voor een schilder? Geen Frans Hals. Geen Rembrandt. En zeker geen Vermeer.
Steen was eerder een kunstenaar in de geest van Pieter Bruegel de Oude, een man die het alledaagse verbeeldde en waar mogelijk humor gebruikte om tussen de bedrijven door een waarschuwend vingertje op te steken. Pas op, je wordt bedrogen waar je bij staat. Leef, maar weet dat het elk moment voorbij kan zijn.
(Jan Steen was, denk ik nu, een zanger die niet zou misstaan op een Mega Piraten Festival of een Hollandse muziekavond. Hij zou er intens van genoten hebben, maar na afloop, op weg naar huis, ook bedroefd over voelen. Al die handjes, dat lijkt leuk, maar is dit alles?)
Heel goed aan Thuis bij Jan Steen is dat leerlingen van de openbare basisschool Lucas van Leyden zijn gevraagd commentaar te leveren op een aantal schilderijen. Zoals op het hierboven getoonde De piskijker:
‘Je kan wel zien dat dat geen dokter is. Hij laat zien alsof hij veel weet, maar hij zegt maar gewoon wat. Dat zie je een beetje aan zijn gezicht. En dat meisje denkt dan dat het echt waar is.
Ik ga best vaak naar de dokter, ik ben een beetje een pechvogel. In de klas hebben we het nu ook over ziek zijn. Over pijn, en over heel veel andere dingen.
Een groepje maakt altijd een poster bij het onderwerp. Als het over ziek zijn gaat, zou ik een klodder snot maken. Het ziet er misschien niet heel fijn uit, maar dan zet je daar een weetje in. En zo’n potje met plas kun je ook gebruiken bij een blaasontsteking.’
Als het mij was gevraagd, had ik beweerd dat het meisje gelukkig niet zwanger is.