
Vele malen heb ik hier geschreven over de oude dierentuin van Emmen, inmiddels beter bekend als het Rensenpark. En vele malen zat in die berichten een teleurstelling verborgen over het niet‑nakomen van beloften, over gemiste kansen, over gepruts en geknoei, over besluitenloosheid.
Kortom, over de dynamiek die Emmen typeert en waarover het geen enkele zin heeft je druk te maken, omdat het toch niet verandert.
En toch gebeuren er in dat Rensenpark soms ook aardige dingen. Zoals de jaarlijkse fototentoonstelling van stichting Pentafoor in het deel van her park waar vroeger elanden liepen.
De eerste Pentafoor-tentoonstelling was overigens niet in het park, maar boven het Marktplein; ik herinner mij tekeningen van Siegfried Woldhek. Vorig jaar was in het park werk te zien van Saskia Boelsums. Voor volgend jaar wil ik pleiten voor Sake Elzinga.
Dit jaar zijn foto’s van Harry Cock te zien onder de noemer Kleine wereld, brede horizon – een aanduiding die veel zegt over het werkgebied van Cock: Noord‑Nederland, inclusief Zuidoost-Drenthe.
Ik citeer een zin uit een tentoonstellingstekst: ‘Het fotografenoog maakt het onaanzienlijke ontroerend.’
Woordenboeken tellen vele omschrijvingen en synoniemen voor ‘het onaanzienlijke’: klein, gering, miniem of onbeduidend, niet opvallend, bescheiden, van lage afkomst, onbelangrijk, onbetekenend, nietig, gering. Niets daarvan is van toepassing op de foto’s van Harry Cock.
Het woord ontroerend daarentegen wel.