Aangemoedigd door twee recensies – een in de Volkskrant en een in NRC – bezocht ik de tentoonstelling Sonsbeek 2026 in Arnhem. De recensies hadden mijn verwachtingen behoorlijk opgeschroefd. Er zou sprake zijn van een toekomstgerichte doorstart. Mij viel het aanvankelijk een beetje tegen. Maar dat deed het in 2021 ook al.

Het begon er dit keer mee dat ik per abuis het Nederlands Watermuseum als startpunt zag. Bij de kassa van dit museum wisten ze niet waar ik het over had. Sonsbeek‑tentoonstelling? Nooit van gehoord. Tot zover de lokale inbedding van deze ooit fameuze kunstmanifestatie. Molenplaats Sonsbeek kenden ze wel; dat bevond zich even verderop. En inderdaad, daar werden plattegronden verstrekt, met indien gewenst een boekje met begeleidende teksten à 3 euro.

De dertiende editie van Sonsbeek telt kunst op verschillende locaties in Arnhem. De hoofdmoot bevindt zich in het park. Ik citeer: ‘Achttien kunstenaars presenteren bestaande en nieuwe werken waarin herinnering geactiveerd wordt als collectief materiaal. We nodigen je uit om overgeleverde verhalen ter discussie te stellen en samen met ons een weg te vinden naar een gedeelde toekomst.’

Dat is op papier mooi en goed bedoeld, maar hoe de beelden dat in de praktijk voor elkaar krijgen, is een heel ander verhaal. De wandeling door het park is prachtig, maar de meeste kunstwerken die ik trof vragen opvallend veel lees- en denkwerk. Het boekje met begeleidende teksten dient daarbij als hulpmiddel, maar bevat zoveel vaagtaal van het artistiek team dat het kijken erbij inschiet.

Wat te denken van wat over de boekenloze Verwantschapsbibliotheek van Afiane de Jong wordt geschreven: ‘Afaina de Jong is een ruimtelijk denker en maker wiens (sic) overlappende kunst-, design- en architectuurpraktijk de stad op intersectionele en interdisciplinaire wijze benadert. Haar werk verbindt theorie en onderzoek met ontwerp als feministische praktijk, die maatschappelijke verandering aanmoedigt en ruimre maakt voor verschillen.’

Nu ik dit heb genoteerd, wil ik meteen opmerken dat de tentoonstelling voldoende interessante ‘dingen’ biedt. Zoals vaker opgemerkt: je kunt een goede tentoonstelling maken met slechte kunst, maar je kunt ook een slechte tentoonstelling maken met goede kunst. Los daarvan is en blijft het geweldig dat je ergens naartoe kunt en achteraf met genoegen mag terugkijken op de kortstondigheid.

Los van de kunstwerken is dat te danken aan toevallige praatjes met medebezoekers. Zoals met een oudere man met een in Arnhem afgeronde kunstopleiding, die zich verbaasde over – en ook ergerde aan – het (on)vermogen van een nieuwe generatie kunstenaars om complexiteit om te zetten in krachtige beelden.

Zoals met een man met de ziel onder zijn arm, die een sculptuur van een transpersoon, gemaakt door Jade Guanaro Kuriki‑Olive, een transvrouw, twospirit‑persoon en kunstenaar van Puerto Ricaanse en Japanse afkomst – alias Puppies Puppies – aangreep voor een heel lang verhaal over zijn ervaring met een transpersoon. De man had niets tegen transpersonen, maar wel grote moeite met de onduidelijkheid en verwarring die bij hem teweeg wordt gebracht.

Soms zit het in ontmoetingen met verlegen vrijwilligers die menen zich te moeten verontschuldigen voor de ‘moeilijke kunst’ waar ze op mogen passen. Wat ook fijn is, is dat je als bezoeker op plekken belandt waarvan je niet wist dat ze bestaan. Zo bezocht ik een voormalige elektriciteitsfabriek aan de Van Oldenbarneveldtstraat: kunstpodium Omstand.

Op deze locatie, gelegen in een omgeving die wordt omgevormd tot spannende woon- en werkplek voor creatief Arnhem, werd werk getoond van Ipeh Nur en Jumana Manna. Over Nur later misschien meer, maar over dat van Manna wordt geschreven dat ze in haar werk ‘macht onderzoekt via het lichaam, land en materialiteit, vooral in relatie tot koloniale erfenissen en plaatsgebonden geschiedenissen’.

Dat is inderdaad ruim geformuleerd en daardoor altijd passend. Maar als kijker kun je er zoveel kanten mee op dat je verdrinkt in de vele mogelijkheden en verwijzingen. Waardoor je opnieuw wordt gedwongen het tekstboekje ter hand te nemen, om er al lezend achter te komen dat wat in Palestina gebeurt even tragisch als gelaagd en op een ongewenste manier fascinerend is.

Ja, ook dat is ruim geformuleerd.

Morgen meer.