Omdat ik ergens gelezen had dat Museum Beelden aan Zee is vernieuwd, besloot ik er een kijkje te nemen. Ik was toch al in Den Haag.

Bij de kassa werd ik geconfronteerd met een toeslag van 3 euro op mijn Museumjaarkaart. Waarom werd mij niet duidelijk; ik vroeg er ook niet naar. De toeslag verviel toen mijn medemuseumganger een VriendenLoterij VIP‑kaart liet zien. Een affiche bij de kassa meldde dat mensen zonder kaart 22 euro moesten betalen.

Op de website van het museum waren mij vooraf vier tentoonstellingen beloofd, plus een opnieuw ingericht buitendeel. Eenmaal binnen viel mij vooral de leegte in het museum op. Er stonden wel beelden – uitstekende beelden van de mij onbekende Rui Chafes en de beroemde Alberto Giacometti; hun werk reageert op elkaar – maar het waren er zo weinig dat de hoofdzaal aan een prikkelarme omgeving deed denken.

Ook de tweede tentoonstelling oogde bescheiden. Birthland heet de expositie met voornamelijk houten beelden van Femmy Otten. Blikvanger is een liggende naakte vrouw op een plank, met op haar voeten een baby. Het zal mijn gemoed zijn, maar mij deed het geheel denken aan de dood. Het was alsof moeder en kind opgebaard lagen, in afwachting van een reis naar daar waar je nooit meer vandaan komt.

Achterin het museum werden nu sculpturen van liggende figuren getoond, veel vrouwen uiteraard – de kunstwereld feminiseert snel, maar ook weer niet zo snel. Het meest genoot ik van een beeld van Hans Op de Beeck, vermoedelijk omdat ik zijn hand er meteen in herkende, oefening baart kunst: Aline, een asgrijs meisje dat met ontbloot bovenlijf poseert bij een koffiebeker, een pakje sigaretten en een asbak.

Hoe ze het voor elkaar hebben gekregen, is mij een raadsel, maar de sfeer in het museum bleef prikkelarm – zeer aangenaam. Terwijl er toch veel te zien was. Zoals een film over Giacometti, die suggereerde dat hij zelfportretten maakte. Zoals in het buitendeel een dubbele strandstoel van metaal met uitzicht op een lager gelegen terras én de Noordzee met zijn windmolens. Zoals werk van de Hongaarse kunstenaar Ede Telcs en zijn Nederlandse leerling Geurt Brinkgreve.

Nu ik dit zo opschrijf, bedenk ik mij dat ik gedurende mijn bezoek steeds meer beelden in het museum ben gaan zien. Zelfs bij het verlaten van het museum ontdekte ik er een die ik bij binnenkomst blijkbaar over het hoofd had gezien: Revolution Kid van Yinka Shonibare. Een jaar geleden stond de gewapende vos nog prominent in het Drents Museum.