
Met in het achterhoofd de gedachte erover te schrijven voor Dagblad van het Noorden en misschien ook voor de Leeuwarder Courant lees ik het boek Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620). Stadhouder van het noorden van Olaf van Nimwegen.
Het woord ‘misschien’ gebruik ik hier omdat Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Dillenburg, vooral bekend staat als de vader van Friesland. Us Heit noemen ze hem daar. Het ligt daarom voor de hand dat iemand vanuit Fries perspectief zich over dit boek buigt. Ook is het denkbaar dat het boek vanuit Gronings perspectief wordt besproken, omdat Groningen toen én nu de meest prominente stad van het noorden is.
Tegelijkertijd doet die Friese of Groningse invalshoek onvoldoende recht aan zijn betekenis. Willem Lodewijk van Nassau was immers een van de grondleggers van de soevereine Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ik citeer uit een persbericht:
“Willem Lodewijk waakte als stadhouder van de noordelijke provincies over de belangen van alle inwoners die aan zijn zorgen waren toevertrouwd: Friezen, Groningers, Ommelanders en Drenten. Als legeraanvoerder stond hij aan de wieg van de militaire hervormingen die de opstandelingen in staat stelden hun onafhankelijkheid op de Spaanse kroon te bevechten. Willem Lodewijks grootste prestatie als stadhouder is geweest dat hij twee provincies die elkaar traditioneel vijandig gezind waren, blijvend heeft weten te verankeren in de nieuwe staat waaruit het moderne Nederland is voortgekomen.”
Het is altijd weer leuk om over de vijandigheid tussen Friezen en Groningers te lezen. Ik ben evenwel vooral geïnteresseerd in wat hij voor Drenthe heeft betekend. Al lezende ben ik er inmiddels achter dat Willem Lodewijk een bepalende rol speelde in de ontwikkeling van Drenthe tijdens de Tachtigjarige Oorlog, met name op het gebied van militaire veiligheid, bestuur en religieuze hervorming.
Drenthe was rond 1600, vergeleken met andere delen van wat we nu Nederland noemen, een dunbevolkt en economisch zwak gebied, met weinig landbouwgrond en grote oppervlakten heide en veen. Het was er, jawel, woest en ledig. Tegelijkertijd had het een strategische ligging voor wie vanuit het westen naar het noorden wilde reizen of richting het gebied dat we nu Duitsland noemen.
Het kasteel Coevorden vormde de sleutel tot deze regio. Wie Coevorden beheerste, controleerde de doorgang naar het noorden, heette het. Toen Willem Lodewijk in 1596 stadhouder van Drenthe werd, versterkte hij om die reden Coevorden en zorgde hij voor een permanente verdediging van het gewest tegen Spaanse troepen. Met hetzelfde doel liet hij in 1593 de schans van Bourtange aanleggen.
Ik lees dat Drenthe onder zijn leiding heeft bijgedragen aan de oorlog door infanteristen en ruiters te leveren, en dat hij gereformeerde predikanten naar Drenthe stuurde om het gewest religieus te verbinden met de Republiek en de invloed van de katholieke kerk terug te dringen. De gevolgen daarvan zijn nog steeds merkbaar.
Nu weer verder lezen.