Wim T. Schippers bracht in november 2022 een bezoek aan de talkshow Onder de Vulkaan in het Grand Theatre in Groningen. Hij gedroeg zich als hoofdgast, terwijl ook Annette Portegies en Ellen Ombre aanwezig waren. Net als van Schippers werd het overlijden van Ombre maandag bekendgemaakt.

Ik citeer uit een verslag van mijzelve in Dagblad van het Noorden:

Weinig mensen weten dat zijn wieg in Groningen heeft gestaan. „Maar ik wel”, interrumpeerde Schippers tijdens de talkshow Onder de Vulkaan zijn interviewers Roos Custers en Coen Peppelenbos in het Grand Theatre. „In de Numanstraat.”

Dat gezegd hebbende sprak de multikunstenaar erop los. Het ging over de slechte relatie met zijn ouders, over zijn wonderbaarlijke entree in de wereld van de beeldende kunst in de jaren zestig, over zijn toneelstukken, zijn activiteiten voor televisie en radio, vitamine B-complex als probaat middel tegen een kater, de pindakaasvloer, je eigen broek ophouden, de drol, Sjef van Oekel.

Hij liet zelfs heel kort het stemmetje van Ernie horen.

Uiteraard ging het ook over de performance van het leeggieten van een limonadeflesje in de zee bij Petten in 1961. „Dat kreeg heel veel aandacht”, vertelde Schippers. „Het was in het nieuws, er waren camera’s bij, het kwam in de krant. Het liet zien dat op de hoogte zijn van iets onaanzienlijks ook een culturele belevenis kan zijn.”

Schippers was destijds 19 jaar. Blaakte hij van zelfvertrouwen? Nee, hij was bezig met wat hij wilde maken. De woorden beroemdheid en bekendheid vielen meermaals. „Daar moet een kunstenaar zich niet mee bezighouden. Dat levert lelijke dingen op. En zeker geen plezier. Je moet zeker niet maken wat mensen willen zien, want de meeste mensen weten niet wat ze willen zien. Dan krijg je een statische cultuur.”

Terug naar Groningen. Schippers, een oorlogskind, wist zich niet alleen te herinneren dat zijn buren kwamen klagen toen hij voor zijn derde verjaardag een trommeltje had gekregen. Hij wist ook nog dat hij in 2008 was uitgenodigd om tijdens de nazit van festival Dichters in de Prinsentuin gedichten voor te dragen.

„Ilja Leonard Pfeijffer was erbij, die was toen nog niet beroemd en zei: ‘O, ben je nu ook al dichter?’ Zo van: ‘Wat doe jij hier nou?’ Ik vertelde hem dat ik was gevraagd omdat ik met gedichten van Wilhelmina Kuttje en Barend Servet in de bloemlezing van Gerrit Komrij was opgenomen. De volgende bloemlezing ben ik eruit gegooid. Omdat die werd samengesteld door, ja, Ilja Leonard Pfeijffer.”

Toen kwam de vraag of het weer eens tijd wordt voor een overzichtstentoonstelling in Nederland. Zou die tentoonstelling in Groningen te zien moeten zijn? „Ik zit er niet achteraan”, antwoordde Schippers.

Misschien moeten anderen dat eens doen.