Ruim een jaar geleden interviewde ik voor Dagblad van het Noorden in Groningen Hero Hokwerda, een man die de krant jaar in, jaar uit namens zijn uitgeverij Ta Grammata boeken ter recensie stuurde waar vervolgens niets mee werd gedaan.

Want wie maak je in Drenthe en Groningen blij met vertalingen van nieuwgriekse literatuur?

De aanleiding voor het interview was destijds een Griekse Staatsprijs die Hokwerda had toegekend gekregen. Tijdens het gesprek, op de met papier volgestouwde zolder van zijn huis, ging het uiteraard over zijn vertaalarbeid. Het ging ook over de geringe mediabelangstelling voor zijn werk en de moeite die het hem kost een lezerspubliek te vinden.

„We sturen boeken naar dagbladen, ook die van jullie, maar ertussen komen is moeilijk”, sprak Hokwerda op een kalme toon waarmee hij veel sympathie bij mij wist op te wekken. „Ik wil niet klagen, er verschijnen veel boeken. Maar als krant ben je er toch ook op gericht als zich iets nieuws voordoet. Daarvoor kun je heel goed bij kleinere uitgevers terecht.”

Ik zweeg.

Ook vertelde hij over een bijzonder project waarmee hij al jaren bezig was: het werk van de Grieks‑Alexandrijnse dichter Konstantinos Kavafis (1863–1933) vertalen. En dan niet alleen diens poëzie, maar ook het proza. Niet voor zijn eigen uitgeverij Ta Grammata, maar voor de eveneens vanuit Groningen opererende Historische Uitgeverij.

We mogen gerust van een uitzonderlijke prestatie spreken. Daarmee onderscheidt Hokwerda zich van zijn toch al schaarse voorgangers. Professor Gerard Blanken (1902–1986) verzorgde eind jaren zeventig de eerste volledige vertaling van de door Kavafis erkende gedichten. Kort daarna, begin jaren tachtig, volgde een eigenzinnige vertaling door dichter Hans Warren (1921–2002) en diens partner Mario Molegraaf.

Volgens Hokwerda (Noordhorn, 1949) kon het beter. „Ik wil niet al te veel afgeven op mijn voorgangers”, vertelde hij. „Blanken kende de Griekse taalgeschiedenis heel goed. Maar in hoeverre hij de Griekse spreektaal kende die Kavafis ook gebruikte, vraag ik me af. Zijn vertaling is een academische vertaling, te veel een woordenboekenvertaling naar mijn smaak.”

Die van Hans Warren en Mario Molegraaf is hem te veel ‘Warren’. „Ik ben zelf geen dichter. Ik heb ooit een gedicht gepubliceerd. Ik kan het me niet toe‑eigenen in de zin van er mijn eigen poëzie van te maken; Warren deed dat wel. Dat hoeft op zichzelf niet erg te zijn. Warren was een dichter en had daar een goed gevoel voor. Molegraaf overigens ook.”

Hokwerda wilde als vertaler iets anders: laten zien hoe dichtkunst, proza, ideeën en levensloop samenhangen. En aldus duidelijk maken op welke basis Kavafis — die een deel van zijn gedichten verwierp — zijn wereldberoemde status dankt.

Woensdag 29 april wordt het Kavafis‑project van Hokwerda gepresenteerd. Die dag staat, deo volente, een nieuw interview met de vertaler in Dagblad van het Noorden, met foto’s van Nienke Maat, zoals de bovenstaande.