‘Het is gemakkelijker om het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme.’ ‘Echt verzet begint niet met een ‘ja’ tegen een alternatief, maar met een meedogenloos ‘nee’ tegen de valse hoop die wordt verkocht.’ ‘De strijd vindt plaats in de structuur, niet op de barricades.’

Wie van slogans houdt, kan dit voorjaar zijn, haar of diens lol op aan het Hereplein in Groningen. Kunstenaar Jeroen Jongeleen uit Rotterdam heeft het Tschumipaviljoen aldaar voorzien van opruiende taal die afkomstig lijkt van Sovjet-propagandisten.

Het moet anders met de wereld, zoveel wordt duidelijk. Maar hoe dan – om er een andere modieuze wanhoopskreet aan toe te voegen.

Achter de pui van het paviljoen blijkt Jongeleen (Apeldoorn, 1967) een dorp van bordkarton te hebben nagebouwd. Ook heeft hij drie monitoren geplaatst die de illusie wekken dat we door een oorlogsgebied rennen. Hebben we daar ons belastinggeld voor afgedragen? Wat krijgen we ervoor terug? Bommen en drones.

And so on and so on luidt de titel van het werk. Het is de aftrap van een nieuwe kunstreeks in het paviljoen onder de noemer Hellend vlak – wat niet alleen op de schuine positie van de kunstruimte slaat, maar zeker ook op de huidige staat van de wereld.

„We leven in barre tijden, met grote thema’s zoals het klimaat en geopolitieke spanningen”, zegt Jongeleen. Kort voor de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar werd hij door opdrachtgever Kunstpunt benaderd. „Het kon buigen of barsten worden: krijgen we een linkse regering, een rechtse regering?”, blikt hij terug.

Het antwoord is inmiddels bekend: een rechts van het middenkabinet met een minderheid in tijden van nog grotere geopolitieke spanningen.

Waar die spanningen toe leiden weet Jongeleen maar al te goed. Als hardloper belandt hij geregeld op terreinen waar het Nederlandse leger zich voorbereidt op het ergste. Schijnbaar verlaten wijken zijn het, spookdorpen waar kan worden geoefend voor later. Toen Jongeleen er voor het eerst kwam, jaren geleden, was het er nog rustig. De laatste jaren is het steeds drukker geworden.

Jongeleen ziet de oefenterreinen als spiegel van de samenleving. Hij besloot er te gaan filmen. De resultaten worden – verknipt en versneden, passend bij de tijdgeest – getoond in het paviljoen.

De teksten aan de buitenkant springen het eerst in het oog. Ze zijn geïnspireerd op de protesten van Extinction Rebellion, boerenprotesten en demonstraties tegen de vernietiging van Gaza. Woorden die verandering eisen. Jongeleen noemt het amateur-hartenkreettaal.

Voor de formuleringen ging hij te rade bij Slavoj Žižek, een Sloveense filosoof die bekendstaat om zijn kritiek op het neoliberale systeem. „We zitten gevangen in een kapitalistisch apparaat”, vat Jongeleen het gedachtegoed samen. „We zien dat het anders moet, maar elke keer als we naar een protestmoment toe kruipen, worden we weer opgeslokt door het systeem.”

Om dat vooruitgangloze gevoel te verbeelden, vroeg de kunstenaar taalprogramma’s zoals ChatGPT en Gemini bijpassende drogredeneringen te genereren. Het resultaat was taal als een slang die zichzelf in de staart bijt. „Je komt bij Z en weer bij A en je bent geen stap verder. Vergelijk het met dat iedereen zegt dat de VVD de afgelopen twintig jaar problemen heeft veroorzaakt en diezelfde VVD opnieuw mag regeren.”

Alles wat Jongeleen doet is een soort zelfportret, zegt hij. „Ook ik wil een gezonde en eerlijke wereld voor mijn kinderen. Maar ik heb geen oplossing. Ik blijf zoeken, en die zoektocht wil ik delen, want dat is hoe we verder komen.”