Toen uitgeverij Noordboek een persbericht stuurde over het succes van de Popatlas, een boek van Rens Dietz over ‘de honderd belangrijkste plekken uit de Nederlandse popgeschiedenis’, schoot mij te binnen dat ik eerder een digitaal leesexemplaar had aangevraagd. Het bracht mij op het idee na te gaan welke belangrijke plekken zich bevinden in mijn naaste omgeving.

Maar eerst een citaat uit het persbericht:

‘Liedjes die een plek bezingen doen het opvallend goed: in de nieuwste editie van de Top 2000 verwijzen ruim 100 nummers expliciet naar een stad, straat of regio. Van Kronenburg Park tot Kingston Town, van Zoutelande tot Baker Street – muziek en plekken zijn hechter verweven dan ooit.

Ook in de boekhandel is die trend zichtbaar: Popatlas, het naslagwerk over de honderd belangrijkste plekken uit de Nederlandse popmuziek, blijft onverminderd populair. Binnen één maand ligt de derde druk al in de winkels.

Rens Dietz, auteur van Popatlas, heeft een verklaring voor dit succes: “In een versnipperde wereld zoeken mensen houvast in concrete verhalen. Een liedje met een plek geeft verankering: ‘dit gebeurde dáár’.” Bovendien wijst hij op de groeiende link tussen toerisme en muziek, iets wat in het buitenland al langer zichtbaar is op plekken als Abbey Road of Graceland.’

Drenthe telt twee belangrijke plekken op de kaart in de Popatlas, en het zijn niet meest verrassende. Nummer 45 heeft betrekking op het lied Op fietse van Skik. Dietz schrijft daarover onder meer dit:

‘Het nummer beschrijft niet één plek, maar een hele fietstocht door Drenthe en zelfs een stukje Duitsland. Alleen op de fiets, genietend van de laatste mooie dag van het jaar… ‘wie döt mie wat?’

Lohues appelleert met het nummer aan het ontspannen gevoel dat veel Nederlanders herkennen: fietsen in de natuur van je favoriete gebied. Bij het horen van dit nummer worden bij de luisteraar spontaan heimweegevoelens naar de eigen geboortegrond opgeroepen.

Het nummer heeft iets alledaags, terwijl de mondharmonica het gemoed van de luisteraars opbeurt en de tekst dit feilloos ondersteunt. Ook al versta je het niet helemaal – voor alle niet‑Drenten is het toch een beetje gissen wat Lohues precies zingt – iedereen begrijpt het gevoel dat hij wil overdragen.’

Nummer 49 verwijst naar het C+B Museum in Grolloo. Daarover schrijft Dietz onder meer dit:

‘In weinig provincies zijn zo weinig helden te vinden als in Drenthe. Niet omdat er minder getalenteerde mensen worden geboren, maar omdat de meeste Drenten geen beroemdheid willen zijn. Wat dat betreft is Harry Muskee een echte Drent.

Toch is er van heldenverering wel degelijk sprake als Muskee in 2011 overlijdt. Ongetwijfeld hebben de Drenten gesmuld van de fratsen van hun idool tijdens zijn carrière: sober en recalcitrant, met een gezonde haat jegens de Randstad en het buitenland.

In zijn voormalige woonplaats Grolloo wordt zijn leven in de jaren erna uitvoerig herdacht. In het bos vlak bij Grolloo ligt een gedenksteen voor de zanger, op de plek waar hij inspiratie zou hebben gekregen voor de grootste hit Window of My Eyes. Tegenover café Hofsteenge in de Hoofdstraat staat een bronzen borstbeeld van de zanger. Als je de zijstraat inrijdt, dan rij je zo naar het C+B Museum.’