
Aangespoord door een jubelende recensie van Coen Peppelenbos in Dagblad van het Noorden – vijf sterren – nam ik De prullenmand heeft plezier aan mij van Thomas Heerma van Voss ter hand. En ook ik kon het boek nauwelijks meer wegleggen. Hoe dat komt en waar dat in zit, is niet eenvoudig te benoemen.
Voor wie de recensie van Peppelenbos nog niet heeft gelezen: Thomas Heerma van Voss interviewde schrijvers die ooit verbonden zijn geweest aan De revisor, het literaire tijdschrift waar ook hij zelf verbonden aan is geweest en model heeft gestaan voor het zieltogende literaire tijdschrift dat een belangrijke rol speelt in zijn roman Het archief.
Zijn selectie bepaalde hij op basis van een verzoek in 1977 van de Revisor-redactie aan schrijvers om een getekend zelfportret te maken. 79 portretten leverde het op, van jonge en oude schrijvers. Heerma van Voss zocht de nog levenden op, veelal thuis in Amsterdam. Hij wilde weten hoe het hen is vergaan en hoe ze het schrijverschap ervaren. Wat ze hem vertellen en wat hij ziet en meemaakt schreef hij met veel mededogen op.
Het eindresultaat, het gevoel dat blijft hangen na lezing van de meeste verslagen, stemt treurig. Voorbij, voorbij, o – bijna – voorgoed voorbij. Het zal mijn gemoed zijn, want lang niet alle interviews eindigen in mineur. Sommige schrijvers zijn mensenschuw geworden, anderen raakten gefrustreerd. Maar er zijn ook schrijvers met wie het naar omstandigheden qua succes en eigen tevredenheid best goed gaat.
De prullenmand heeft plezier aan mij ligt in het verlengde ligt van Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf: portretten van vergeten schrijvers van Joris van Casteren uit 2006. Boze gedachte mijnerzijds: in beide boeken wordt het literaire leven van toen ten grave gedragen, terwijl de schrijvers nog leven en helemaal niet dood willen. Een rare leeservaring levert dat op. Want aan wie ligt dat vergeten? Aan de lezers, de schrijvers, de recensenten, de bladen, de markt? Moeten ze dood?
Wat ook gezegd mag worden, meen ik, is dat De prullenmand een echt Thomas Heerma van Voss-boek is in de zin dat geen schrijver in Nederland zo structureel bezig is met het de-romantiseren van de literaire wereld. Ooit stelde die wereld iets voor, ooit hing er een sluier van intellectuele glamour omheen, maar inmiddels is de sluier vervangen door stoffig geworden jaloezieën aan een versleten koordje.
Wie de jaloezieën omhoog trekt ziet schrijvers rondscharrelen, thuis in kamers vol oud papier. In steeds legere zaaltjes en boekhandels waar ze vergeefs aan een tafeltje onder het systeemplafond wachten tot er iemand om een handtekening komt vragen in een boek dat nauwelijks is besproken, hooguit verkeerd aangeprezen door een AI-assistent. Met als gevolg dat de dozen ongeopend naar Gorredijk worden gebracht, voor de ramsj of de papierversnipperaar.
Op bladzijde 99 schrijft Heerma van Voss dat het hem niet gaat om het verval of de toenemende onzichtbaarheid, maar om te horen op welke manier de schrijvers van toen terugblikken: welke verhalen ze opdissen, welke grondtoon blijft hangen. Dat zal wel. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Thomas Heerma van Voss gefascineerd is door mensen die op het verkeerde paard hebben gewed.
De interviews zijn oorspronkelijk gemaakt voor de website van het Literatuurmuseum. Dat is een prima website, ik kijk er wel eens rond. Ik moet echter bekennen dat ik deze stukken pas lees nu ze gedrukt zijn en in een boek verzameld. Print heet ouderwets te zijn en op zijn retour, maar ik wil er nog steeds niet aan.
De titel van De prullenmand heeft plezier aan mij is ontleend aan een ontmoeting met Judith Herzberg, iemand die er bekend om staat niet geïnterviewd te willen worden. Als Thomas Heerma van Voss zich meldt is ze de afspraak vergeten. Anders dan veel andere schrijvers zit Herzberg niet op aandacht te wachten. Veelzeggende uitspraak: ‘Ik wil helemaal geen bekende Nederlander worden, ik wil gewoon blijven werken.’
Ronduit geweldig is dat De prullenmand is voorzien is van een leeslint. Voor wie het niet meer weet: dat is een ouderwets hulpmiddel tegen het vergeten.