Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2025 (Pagina 1 van 16)

Frank Westerman maakt 4-delige serie voor RTV Drenthe

Frank Westerman is in januari te zien in een naar hem vernoemde televisieserie op RTV Drenthe: Westermans Wereld.

Verspreid over vier delen neemt de in Emmen geboren (1964) en in Assen getogen schrijver en journalist de kijker mee naar plekken in Drenthe die hem al jaren fascineren. De eerste aflevering wordt op 5 januari uitgezonden en gaat over de oliewinning in Zuidoost-Drenthe. Westerman is de zoon van een NAM‑medewerker.

De tweede aflevering staat op 12 januari in het teken van zijn belangstelling voor de Drentse prehistorie. Bezocht worden onder meer het langgraf D43 in Emmen, waar hij vertelt over de spirituele aantrekkingskracht van hunebedden, en de plek bij ’t Haantje waar in 1965 een boortoren door de aarde werd verzwolgen. Eerder schreef hij hierover in zijn boeken Ararat (2007) en Terug naar de nul (2025).

Aflevering drie en vier brengen Westerman naar respectievelijk Herinneringscentrum Kamp Westerbork en de Dwingeloo Radiotelescoop (DRT). Op het terrein in Hooghalen gaat het over de deportatie van Nederlandse Joden naar de vernietigingskampen en over de eerste opvang van Molukse families die na de vorming van Indonesië naar Nederland kwamen. De plaatsing van de Westerbork Synthese Radio Telescoop in 1970 vormt het vertrekpunt om te vertellen over de rol van Drenthe in het astronomisch onderzoek.

Het is niet voor het eerst dat Westerman een televisieserie maakt. In 2017 was hij gids en verteller in Nederland in zeven overstromingen, een zevendelige reeks voor de NTR over de watersnoodrampen die Nederland heeft gemaakt en de maatregelen die daarna zijn getroffen.

Gé Vaartjes doet Wim Sonneveld, Mirjam van Hengel Niki de Saint Phalle

In Ruinen vond zondag jongstleden Winterzinnen plaats, een klein festival met vooraf glühwein en daarna optredens van mensen die actief zijn in de sectoren (secundaire) literatuur, muziek en kleinkunst.

Na afloop durfde ik het aan om een handtekening te vragen aan Gé Vaartjes, auteur van de biografie Vleugelman. Godfried Bomans 1913–1971. Het boek van Vaartjes is vermoedelijk de best verkochte auteursbiografie van 2025; inmiddels zijn er vijf drukken verschenen.

Alsof dat nog niet genoeg is, zette Vaartjes zich daarna aan het samenstellen van een bloemlezing met columns, beschouwingen en brieven: Bomans op zijn best. Of die titel de lading dekt, durf ik niet te zeggen — ík heb niet alles van de man gelezen. Vaartjes heeft dat wel, dus hij heeft recht van spreken. Goed is het boek zeker. En leuk daarbij.

Ik interviewde de biograaf in Ruinen twee keer een half uur, over zowel Vleugelman als Bomans op zijn best. Het ging daarbij onder meer over de duistere kant van de bekende Nederlander, de Joost Zwagerman van zijn tijd. Maar het ging vooral over zijn schrijven en denken, zijn stilistisch vernuft, zijn gevoel voor humor en zijn vermogen om analytisch én a‑modieus te denken.

Tijdens het gesprek maakte Vaartjes bekend voorzichtig aan een nieuw project te zijn begonnen — eerder schreef hij ook al over de levens van Herman de Man en Top Naeff. Dat nieuwe project is een biografie van Wim Sonneveld: geen schrijver dit keer, maar een kleinkunstenaar die, net als Bomans in de jaren vijftig, zestig en zeventig, een zeer groot publiek wist te bereiken.

Er werd in Ruinen nóg een nieuwe biografie aangekondigd. Dat gebeurde tijdens een gesprek van Annette Timmer met Mirjam van Hengel. Zij was uitgenodigd om te vertellen over haar vaderboek, de onlangs verschenen memoires Ganzentijd, maar liet weten te werken aan een boek over Niki de Saint Phalle, de Frans-Amerikaanse kunstschilder en beeldhouwer.

Lukas 2: 1 – 11

1. En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden.

2. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was.

3. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad.

4. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was);

5. Om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.

6. En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude.

7. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

8. En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.

9. En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze.

10. En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;

11. Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.

In weinig provincies zijn zo weinig helden te vinden als in Drenthe, aldus Rens Dietz

Toen uitgeverij Noordboek een persbericht stuurde over het succes van de Popatlas, een boek van Rens Dietz over ‘de honderd belangrijkste plekken uit de Nederlandse popgeschiedenis’, schoot mij te binnen dat ik eerder een digitaal leesexemplaar had aangevraagd. Het bracht mij op het idee na te gaan welke belangrijke plekken zich bevinden in mijn naaste omgeving.

Maar eerst een citaat uit het persbericht:

‘Liedjes die een plek bezingen doen het opvallend goed: in de nieuwste editie van de Top 2000 verwijzen ruim 100 nummers expliciet naar een stad, straat of regio. Van Kronenburg Park tot Kingston Town, van Zoutelande tot Baker Street – muziek en plekken zijn hechter verweven dan ooit.

Ook in de boekhandel is die trend zichtbaar: Popatlas, het naslagwerk over de honderd belangrijkste plekken uit de Nederlandse popmuziek, blijft onverminderd populair. Binnen één maand ligt de derde druk al in de winkels.

Rens Dietz, auteur van Popatlas, heeft een verklaring voor dit succes: “In een versnipperde wereld zoeken mensen houvast in concrete verhalen. Een liedje met een plek geeft verankering: ‘dit gebeurde dáár’.” Bovendien wijst hij op de groeiende link tussen toerisme en muziek, iets wat in het buitenland al langer zichtbaar is op plekken als Abbey Road of Graceland.’

Drenthe telt twee belangrijke plekken op de kaart in de Popatlas, en het zijn niet meest verrassende. Nummer 45 heeft betrekking op het lied Op fietse van Skik. Dietz schrijft daarover onder meer dit:

‘Het nummer beschrijft niet één plek, maar een hele fietstocht door Drenthe en zelfs een stukje Duitsland. Alleen op de fiets, genietend van de laatste mooie dag van het jaar… ‘wie döt mie wat?’

Lohues appelleert met het nummer aan het ontspannen gevoel dat veel Nederlanders herkennen: fietsen in de natuur van je favoriete gebied. Bij het horen van dit nummer worden bij de luisteraar spontaan heimweegevoelens naar de eigen geboortegrond opgeroepen.

Het nummer heeft iets alledaags, terwijl de mondharmonica het gemoed van de luisteraars opbeurt en de tekst dit feilloos ondersteunt. Ook al versta je het niet helemaal – voor alle niet‑Drenten is het toch een beetje gissen wat Lohues precies zingt – iedereen begrijpt het gevoel dat hij wil overdragen.’

Nummer 49 verwijst naar het C+B Museum in Grolloo. Daarover schrijft Dietz onder meer dit:

‘In weinig provincies zijn zo weinig helden te vinden als in Drenthe. Niet omdat er minder getalenteerde mensen worden geboren, maar omdat de meeste Drenten geen beroemdheid willen zijn. Wat dat betreft is Harry Muskee een echte Drent.

Toch is er van heldenverering wel degelijk sprake als Muskee in 2011 overlijdt. Ongetwijfeld hebben de Drenten gesmuld van de fratsen van hun idool tijdens zijn carrière: sober en recalcitrant, met een gezonde haat jegens de Randstad en het buitenland.

In zijn voormalige woonplaats Grolloo wordt zijn leven in de jaren erna uitvoerig herdacht. In het bos vlak bij Grolloo ligt een gedenksteen voor de zanger, op de plek waar hij inspiratie zou hebben gekregen voor de grootste hit Window of My Eyes. Tegenover café Hofsteenge in de Hoofdstraat staat een bronzen borstbeeld van de zanger. Als je de zijstraat inrijdt, dan rij je zo naar het C+B Museum.’

Een kijkje bij Jacob Lawrence in kunsthal KAdE te Amersfoort

 Aangemoedigd door een reeks juichende recensies in verschillende dagbladen spoedde ik mij zaterdag naar Amersfoort om in Kunsthal KAdE een tentoonstelling te zien met werk van de in de Verenigde Staten geboren kunstenaar Jacob Lawrence (1917–2000).

Ik moet bekennen dat ik vóór de aankondiging van de tentoonstelling nog nooit van de man had gehoord. Mijn fout uiteraard, want blijkbaar niet goed opgelet. Maar ook een fout van mijn opvoeders, want laten we wel wezen: zoveel solotentoonstellingen met werk van Afro-Amerikaanse kunstenaars worden nu ook weer niet getoond in Nederland.

Ik moet ook bekennen dat ik het niet als een heel goede tentoonstelling heb ervaren. Voor een deel lag dat aan de drukte in KAdE. Vermoedelijk omdat het werk nog maar een paar dagen in Nederland te zien is, was ik vooral druk met het ontwijken van bezoekers en, als ik daar klaar mee was, keek ik naar hun ruggen.

Wat ook niet meehielp was de enorme hoeveelheid werk die werd getoond: 70 schilderijen, 25 tekeningen en 75 prints, plus foto’s en objecten uit de nalatenschap van Lawrence. Vermoedelijk vanwege ruimtegebrek was gekozen voor een opstelling in twee lagen: eerst het hoofdwerk op ooghoogte en daaronder een laag met bijbehorende attributen.

Gevolg van deze keuze was dat je als toeschouwer twee keer zo lang bij een wandje moest staan – rekkend, buigend en strekkend. Eerst om de schilderijen, tekeningen en prints te zien, vervolgens om het onderliggende materiaal te bekijken. De werken en objecten waren beslist interessant, maar het was ook heel veel – waar voor je geld, zeker, maar wat mij betreft too much.

Gelukkig zijn er altijd wel gaatjes en momenten waarop het goed komt. Zo heb ik enige tijd met bewondering staan kijken naar de Hiroshima-reeks die Lawrence in 1982 maakte op uitnodiging van een kleine uitgever. Zijn inspiratie ontleende hij aan een bladvullend artikel uit het tijdschrift The New Yorker, waarin journalist John Hersey in 1946 zijn observaties beschreef, een jaar na de Amerikaanse bom op Hiroshima.

Het toeval wil dat ik kort daarvoor een documentaire zag over The New Yorker, waarin wordt verteld over het belang van het stuk van Hersey. Het Amerikaanse publiek mocht lange tijd geen beelden zien van de verwoestingen, waarop Hersey besloot alles zo beeldend mogelijk te beschrijven. Lawrence heeft daar, jaren later, alsnog beelden van gemaakt.

Het belang van Lawrence als kunstenaar zou ik willen samenvatten door te stellen dat hij op een heel directe en toegankelijke manier thema’s uit het leven van Afro-Amerikanen heeft verbeeld: dagelijkse bezigheden, het slavernijverleden, de trek van migranten naar de stad, de burgerrechtenbeweging en het leven van ambachtslieden.

We stevenen af op een nagenoeg songfestivalloos tijdperk

Het is niet zo schokkend als het bericht dat Nederland dit jaar niet deelneemt aan het Eurovisie Songfestival 2026, maar toch… Vandaag, 19 december 2025, werd bekend dat de regionale omroepen stoppen met het Regiosongfestival. Tijdens dit festival zongen deelnemers, indien daartoe in staat, liedjes in de streektaal.

Hoewel Dagblad van het Noorden er als de kippen bij was om het nieuws te breken, lijkt de berichtgeving van Omroep Gelderland het meest veelzeggend. ,,Na drie edities concluderen de omroepen nu dat de impact niet zo groot is als gehoopt”, aldus waarnemend hoofdredacteur Maarten Fussel.

Interessant is de aanvulling bij L1, de omroep van Limburg. Daar werd gemeld dat de organiserende omroepen niet tot een akkoord kwamen over een vervolg van het festival. Dat zou volgend jaar in Groningen worden gehouden.  Hoofdredacteur van L1, Renzo Veenstra: ,,Na drie edities hebben we geëvalueerd en is besloten op zoek te gaan naar een andere manier om als 13 omroepen samen iets neer te zetten.

RTV Drenthe maakte bekend dat het songfestival Pop in ’t Plat, leverancier van deelnemers aan het Regio Songfestival volgend jaar wel doorgaat. ,,De omroep vindt het belangrijk om aandacht te geven aan muziek uit de regio en Pop in ’t Plat is daarin een belangrijk programma voor de culturele verbinding en een springplank voor muziektalent.”

Hoe het verder moet met Robin, het non-binaire AI-jurylid van Omroep Brabant, is onduidelijk.

Hoe het kerstmis werd in Noordoost-Nederland. ‘Nou, vooruit dan maar’

In de Stadsschouwburg te Groningen woonde ik een reprise bij van het Adventsconcert van Holland Baroque en Daniël Lohues. Zijloge balkon 1 rij 4 stoel 14. Niet de beste plek. Alleen met aanhoudend buigen van kop en nek kon ik soms zien wat zich beneden op het podium afspeelde. Deed ik dat niet en luisterde ik slechts, soms met gesloten ogen, dan was het niet minder mooi.

Het ging er ontspannen aan toe in de schouwburg. Barok mag dan klassieke muziek zijn en om die reden vaak gepaard gaan met een bepaalde etiquette, bij Holland Baroque en Lohues, was het vooral aangenaam, lieflijk en gezellig. Goed gespeeld werd er ook, voor zover ik dat kan beoordelen, maar het was vooral fijn, onderhoudend en soms zelfs grappig.

Dat laatste was vooral te danken aan Lohues, die naast een groot muzikant ook een bijzonder verteller is. Waar hij heel goed in is, is grote dingen klein maken, en kleine dingen groot. Daarbij slaat hij een toon aan die mij doet denken aan Kees Meeuwissen, mijn meester in klas 4 en 5 van de Mariaschool.

Omdat ik niet alle concerten van Lohues afloop, de wereld is groot en het leven heeft veel te bieden, dat wordt althans beweerd, hoorde ik hem in Groningen voor het eerst vertellen over hoe het Kerstmis is geworden in het deel van de wereld dat nu noordoost-Nederland is:

,,Kerstmis is een feest van tradities. Dat doen we nu al zo lang”, begon Lohues. ,,Maar hoe lang? Eigenlijk pas sinds de mensen weten van Jezus. Daarvoor, toen de mensen die hier woonden niks van Jezus wisten, zo’n 700 jaar na Christus, was dit het gebied van de Saksen. Die hadden wel het midwinterfeest, en reken maar dat dat een feest was, maar er kwam geen Jezus bij kijken. Dat wisten ze niet en vonden ze ook niet erg.

Die Saksen waren eigenlijk geen volk, dat was een verzameling van stammen met overeenkomsten. Ze hadden ongeveer dezelfde taal, maar een eenheid was het niet. Tot uit het zuiden Karel de Grote kwam aanzetten met zijn leger. Karel de Grote was Christen, die wilde iedereen Christen maken, ook hier. De Saksen zeiden ‘Daar hebben we niks geen belang bij’ en toen werd het dikke oorlog.

Die Saksen hadden geen leger, want ze hadden geen leider. Ze moesten dus een leider hebben en toen kwamen ze bij Widukind, die werd de baas van de Saksen en stelde een leger samen met de allersterksten van het Saksenland. Nou, daar kun je vast wel wat bij voorstellen, dan heb heb je wat. Die zijn gaan houwen met het leger van Karel de Grote: dikke, dikke oorlog. Maar de Saksen konden het niet winnen.

Widukind werd gevangen genomen. Hij moest mee naar het kasteel van Karel de Grote en die zei: ‘Widukind, jij moet Christen worden. Jij moet en je zult Christen worden’. Widukind keek Karel de Grote aan en zei: ‘Wat dan?’ ‘Ja’, zei Karel de Grote, ‘anders gaat je hoofd eraf’. Toen kwam de ware Saksische aard in Widukind naar boven. Hij ging staan en keek Karel de Grote lelijk in het rechteroog en zei: ‘Nou, vooruit dan maar. Laten we dat maar doen’.

Daarna zette Holland Barok een bewerking van Lohues’ lied Widukind in.

De hierboven geplaatste foto is afkomstig van de afdeling marketing van Holland Baroque.

Kandidaten gezocht voor de Drentse Talentprijs Cultuur

Stichting Kunst & Cultuur in Assen organiseert jaarlijks de uitreiking van een prijs voor Drentse cultuurtalenten. Bij deze een oproep om voor 5 januari kandidaten voor te dragen via talentprijs@kunstencultuur.nl. Zodat K&C-directeur Marieke Vegt op 13 april de winnaar bekend kan maken.

De prijs is bedoeld voor personen, duo’s of groepen uit Drenthe die in 2025 een bijzondere prestatie hebben geleverd. Zowel talenten in de beeldende kunst, dans, muziek als film, theater en literatuur komen in aanmerking. De winnaar ontvangt 2.500 euro en een beeldje van kunstenaar Joke Holwerda.

Een jury met Drentse leden uit verschillende culturele werkvelden beoordeelt alle aanmeldingen en stelt een top drie samen. De landelijke jury wijst de winnaar aan. De landelijke jury bestaat dit jaar uit Annemieke Zwierenga van STT-produkties, Jamila Faber, dragmuzikant en Wessel de Vries, manager van theater De Lawei. Voorzitter van de jury is één van de burgemeesters in Drenthe.

(Als het is toegestaan mensen voor te dragen die eerder genomineerd zijn geweest, dan zou ik graag Marieke Schenk naar voren willen schuiven. Als er een Drents talent is geweest dat afgelopen jaar van zich deed spreken, was zij het wel.)

Eerdere winnaars Talentprijs Cultuur:

2025: Femke Brinksma, theatermaker uit Uffelte

2024: Max Wind & Joeri Heegstra, theaterauteurs uit Assen

2023: Firma Frictie, theatermakers uit Hoogeveen en Assen

2022: Okki Poortvliet, beeldend kunstenaar en filmmaker uit Odoorn

2021: Blackbriar, gothic rockband uit Assen

2020: Mare Keja, cellist uit Assen

2019: Anne Will Lufting, beeldend kunstenaar uit Emmen

2018: Willemien Dijkstra, zangeres en actrice uit Sleen

2017: Cody Hidding, dj en producer uit Klazienaveen

2016: Arjan Linker, trombonist en componist uit Nieuw-Amsterdam en Jante Wortel, schrijfster uit Assen

2015: Marloes de Vries, illustrator uit Klazienaveen

2014: Rosa da Silva, zangeres en actrice uit Klazienaveen

2013: Geen uitreiking

2012: Want2Swing, bigband uit Assen

2011: Tangarine, muziekduo uit Assen

2010: Marijke Hester Mulder, violiste uit Assen

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑