Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2024 (Pagina 2 van 17)

Pixel Perceptions – waar moet dat heen, hoe zal dat gaan

Het is in meerdere opzichten een voorrecht cultuurjournalist te zijn. Zo mag ik soms ergens naar binnen terwijl de deuren voor anderen nog gesloten zijn.

Vorige maand waren dat die van de Akerk in Groningen waar inmiddels voor iedereen Pixel Perceptions is te zien, een tentoonstelling van platform Noorderlicht over de impact van kunstmatige intelligentie op de beeldcultuur.

Bij mijn bezoek werd ik rondgeleid door Rosa Wevers, een van de samenstellers. Wevers wist veel te vertellen. Nadeel was echter dat nog niet alles van de tentoonstelling in gereedheid was. Er werd druk getimmerd en gedaan, in de kerk waren sommige installaties nog in aanbouw en andere wanden leeg.

Vorige week stapte ik opnieuw de kerk binnen, nu om te zien of het allemaal werkelijk zo interessant en goed was geworden als Wevers mij had doen geloven. Dat bleek inderdaad het geval. Toch bekroop mij al wandelend en kijkend in toenemende mate een ongemakkelijk gevoel.

We leven een maatschappij die uit elkaar knapt van door mensen geproduceerde informatie, zowel tekst als beeld. Polarisatie heet een probleem te zijn, en zal dat zeker blijven als elk individu afzonderlijk wordt gevoed met wisselende verhalen en afbeeldingen waarvan de waarde en betekenis pas na lang denken en interpreteren duidelijk wordt.

Als daar door kunstmatige intelligentie nog meer geproduceerde teksten en beelden bij komen, in een steeds hoger tempo, wordt het nog ingewikkelder om als nieuwsgierig mens een weg te vinden, laat staan ondertussen met elkaar een gesprek te voeren over zaken die we gemeenschappelijk onder ogen hebben gekregen.

Dit tekstje maakt het er ook niet beter op.

Bijgevoegde foto’s laten een werk zien van Kate Crawford en Vladan Joler met de titel Calculating Empires: A Genealogy of Technology and Power, 1500-2025. Het 24 meter visuele manifest, een super infografiek, onderzoekt de evolutie van communicatietechnologieën en opkomst van controlemechanismen in de afgelopen vijfhonderd jaar.

Briesje kondigt najaar in de Nedersaksische letteren aan

Dat ik enthousiast lezer ben van (voorheen Drèents) Letterkundig Tiedschrift Roet mag bekend zijn. Dat dit enthousiasme soms wordt gedrukt door het redactionele voorwoord ‘Veur de leesder’ moet daarbij niet worden vergeten. Het herfstnummer van 2024 begint aldus:

‘De tied vlög veurbij. Veurdaj ’t in de gaoten hebt hej alweer een neie oetgave van Roet in haanden. Het is het harfstnummer van de 46e joargang.’

Ja, dames en heren, dat zijn nog eens binnenkomers. Daar schrikt een lezer van wakker uit zijn zomerslaap.

Wat volgt is een aankondiging van hoogtepunten, die ook al in de inhoudsopgave zijn aangekondigd: twee gedichten van Suze Sanders en twee recensies van in het Nedersaksisch geschreven uitgaven, die eerder zijn besproken in het gezellige tijdschrift Zinnig.

‘Der kan niet genog geschreven worden in de streektaol, maor der kan ok niet genog óver schreven worden’, meldt het Veur de leesder. Zou het? Wat als je niets te melden hebt?

‘Wat opvalt in dizze Roet is het feit dat in verschillende prozateksten geheimzinnige, min of meer surrealistische zaoken veurbij komt. De teksten hebt een hoog mysterieus, zo je wilt magisch-realistisch gehalte. Toeval, of wordt dizze sfeer oproepen deur harfstige umstandigheden, waor verschillende  schrievers vatbaor veur bliekt te wezen? Wij holdt het bij het leste.’

Hou je vast! Het najaar in de Nedersaksische letteren belooft minder dan een briesje. En dan nu de gloedvolle uitsmijter, opdat de winter snel voorbij mag gaan:

‘Wij hebt niet al te veul wark meer in portefeuille, dus wij bint der wies met aj veur het volgende nummer nei wark instuurt. Dat mag in het Nederlands en in verschillende varianten van het Nedersaksisch.’

Is er nog hoop voor Peergroup en Loods13? Er zijn in ieder geval moties

Zoals eerder gemeld werd maandag in Den Haag vergaderd over de verdeling van cultuursubsidies.

DvhN-collega Arend van Wijngaarden vatte het debat aldus samen: Minister: niet nóg meer cultuurgeld naar regio. Oppositie en Noorden verwijten coalitie ‘wel woorden, geen daden’. Elisabeth Post van de Leeuwarder Courant concludeerde iets vergelijkbaars: ‘Cultuurpot Rijk is leeg: niet meer geld naar het Noorden. Minister Eppo Bruins: ‘Geen knaken, geen extra taken’. Hanna Hosman van NRC schreef dit: Weinig ruimte in debat Tweede Kamer over cultuurbegroting: ‘Nederland verarmt’.

Ik luisterde maandag met een kwart oor en las ondertussen ter voorbereiding op interviews met Maren Stoffels, Tommy Wieringa, Conny Palmen en Lisa Weeda een flinke stapel boeken. Na afloop van de vergadering telde ik dertien moties die alsnog iets aan het cultuurbeleid van het kabinet met daarin minister Eppo Bruins (NSC) willen veranderen.

Waarom die moties indienen als de uitkomst ervan al vast staat? Doen politieke partijen dat voor de bühne?

Je mag toch aannemen dat partijen na het debat aan het onderhandelen slaan om een meerderheid te verzamelen voor wensen die ze namens hun achterban verwezenlijkt willen zien. Hoe dan ook, komende dinsdag worden die moties in stemming gebracht. Dit zijn, vanuit Noord-Nederland bekeken, in mijn ogen de meeste interessante:

  1. Motie van de leden Rooderkerk (D66) en Mohandis (GroenLinks/PvdA) over onderzoeken hoe een bloeiende culturele sector in heel Nederland geborgd kan worden via een zorgplicht voor cultuur.
  2. Motie van het lid Van Zanten (BBB) over onderzoeken waarom de geografische spreiding van cultuursubsidies over Nederland achterblijft.
  3. Motie van de leden Van der Velde (PVV) en Van Zanten (BBB) over vestiging van culturele instellingen buiten de Randstad aantrekkelijker maken bij de volgende herverdeling van de BIS-middelen.
  4. Motie van de leden Mohandis (D66) en Rooderkerk (GroenLinks/PvdA) over onderzoeken of er een oplossing geboden kan worden voor de 57 organisaties die ondanks een positief advies geen subsidie krijgen. 
  5. Motie van het lid Van der Wal (VVD) c.s. over de termijn van de culturele basisinfrastructuur verlengen naar zes jaar en onderzoeken hoe de aanvraagprocedure vereenvoudigd kan worden.
  6. Motie van het lid Beckerman (SP) over onderzoek naar de effecten van korting op het Gemeentefonds en verhoging van de btw voor de kunst en cultuur voor armere gemeenten en lagere inkomens.

Bij het 100-jarig bestaan van de Sint Willehaduskerk in Emmer-Compascuum

Bijna anderhalf jaar geleden plaatste ik hier een bericht onder de kop ‘Wat te doen met Sint Willehadus’. Aanleiding was de ‘vondst’ van een houten paneel met een knap gesneden beeltenis van deze heilige uit de achtste eeuw.

Zaterdag reisde ik met mijn bewonderenswaardige levensgezel af naar de Sint Willehaduskerk in Emmer-Compascuum om aldaar een feest bij te wonen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van voornoemde kerk. Op het programma stonden een eucharistieviering, de presentatie van een brievenboek (zie foto hieronder) en de onthulling van ‘ons’ paneel in het voorportaal van de kerk (zie foto onderaan).

Het was lang geleden dat ik een complete mis had bijgewoond, maar de liederen en gebeden bleken nog in mij te leven. Naarmate de dienst vorderde kwamen ze steeds meer omhoog. Op het laatst deed ik bijna volop mee en mocht ik van mijzelf als beloning ter communie.

Pastoor Peter Wellen had de leiding, als vervanger van de bisschop die enige tijd geleden door de paus naar naar Roermond is gestuurd. Vanwege het 100-jarig bestaan van het gebouw ging de preek van Wellen, kind van de streek, vooral over de kerk als gebouw en gemeenschap.

We werden ‘levende stenen’ genoemd die ‘rusten op een stevig fundament van Gods blijde boodschap met Jezus Christus als zijn leidsman’. Ook waren er verwijzingen naar Petrus, stichter van de oer-kerk en uiteraard naar Willehadus.

Tot mijn verrassing bleek er een Willehad-lied te bestaan. Het plaatselijke koor zong het op de wijze van Blowin’ in the wind, dat begin jaren zestig is geschreven door Bob Dylan. Het slotcouplet gaat aldus:

‘God zegene rijk’lijk uw werk in dit land/ beloonde uw moeizame strijd/ Hij weerde de vijand op wondere wijs/ dan werd Ge tot bisschip gewijd/ Werd Bremen in Duitsland de stad van uw keus/ daar rust Ge in heilige vree/ En van onze kerk zijn Gij nu de patroon/ o deel uw bescherming ons mee’.

Van het gebruik van het woord ‘vijand’ keek ik ietwat vreemd op. Bij mijn weten was Willehadus erop uitgestuurd om in deze contreien de heidenen te bekeren – wij, onwetenden. Zodat de Frankische heerser Karel de Grote ‘ons’ daarna makkelijker kon besturen en uiteindelijk de vrije Saksen in het gareel kreeg. 

Kerk en politiek zijn niet altijd gescheiden geweest. Maar om je voorouders vijanden te noemen, omdat ze anders dachten en voelden, dat gaat wel erg ver. 

Net zoals vroeger raakte ik ontroerd door de voorbeden, vermoedelijk omdat ze plaatselijk zijn en gericht aan mensen uit de buurt die onlangs uit de tijd zijn gekomen, maar nog niet vergeten: Rieks Schulte en Greetje Schulte-Heller, Theo Deddens, overleden familie Herbers Ellermann, Bé Möller en Rie Möller-Boerland, Gerrit Wolthuis en Maria Wilhelmina Wolthuis-Weghorst, Renk Kuper, Hennie en Riet Deiman-Dekkers, Taeke Graafsma en Henk Zwart.

Ook fijn, de mededelingen aan het eind: ‘Dinsdagavond 11 november komt mevrouw Jo Bosch uit Ter Apel in het parochiehuis vertellen over haar ervaringen als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand’. 

Ons paneel heeft een mooie plek gekregen.


 

Drenthe vraagt in Den Haag om meer rijksgeld voor cultuur en redding van Peergroup en Loods13

Vandaag, maandag 11 november, wordt door een commissie van de Tweede Kamer in Den Haag vergaderd over de begroting van het ministerie voor onderwijs, cultuur en wetenschap. Bestuurders uit Drenthe grijpen de vergadering aan om aandacht te vragen voor de in hun ogen scheve verdeling van rijksgelden voor cultuur.

De Vereniging van Drentse Gemeenten verstuurde zondagmorgen een persbericht waarin een lobby werd aangekondigd door de wethouders cultuur Albert Haar van de gemeente De Wolden en Bert Jan ten Oever van gemeente Assen. “Want ‘een kloof tussen Randstad en regio dicht je niet met woorden maar met daden”, aldus cultuurwethouder Haar.

Hieronder een paar citaten uit het persbericht:

“De ongelijke verdeling, geografisch gezien, van rijksmiddelen voor cultuur in Nederland, zo’n 250 miljoen, baart grote zorgen. Gemiddeld is er slechts 3 euro per inwoner van Drenthe beschikbaar voor cultuur, terwijl in Noord-Holland dat bedrag 72 euro per inwoner bedraagt. Dit is een schril contrast en doet geen recht aan de culturele rijkdom die we hier in de regio hebben.

Enkele belangrijke instellingen voor Drenthe dreigen nu te verdwijnen door het beperkte budget of een kritische beoordeling bij het Fonds Cultuurparticipatie en Fonds Podiumkunsten. Het gaat hierbij om twee instellingen: Loods 13 en de Peergroup. Wanneer deze instellingen wegvallen doordat zij geen rijkssubsidie meer ontvangen, is dit van grote invloed op de Drentse culturele infrastructuur.

De gevolgen zijn veel groter dan in een dichtbevolkte regio, waar het wegvallen van een subsidie geen bedreiging is voor het grotere geheel. Voor Drenthe is dit wel het geval, omdat de culturele infrastructuur al zo dun is. De gevolgen zetten zich negatief door op andere terreinen: talentontwikkeling van jongeren, amateurtoneel, bewonersparticipatie en het vermarkten van de regio.”

Bijgevoegd kaartje is verspreid door Dirk Bruinsma, artistiek leider van Peergroup. Hier worden weer andere bedragen genoemd, maar de verschillen zijn er niet minder om. Zie verder ook dit bericht over de spreiding van cultuurgelden, door mij in een mismoedige bui geschreven na de bekendmaking van de subsidieverdeling door de grote cultuurfondsen en de Raad voor Cultuur eerder dit jaar.

Nog een vergeten land art-werk in Emmen

De immer oplettende journalist Rien Kort berichtte onlangs via RTV Drenthe over een vergeten land art-werk in Emmen: De aarzeling tussen water en aarde van de Zwitserse landschapskunstenaar Georges Descombes uit 1994. 

Het kunstwerk bestaat uit twaalf kleine landtongen langs de Veldhuizenwijk tussen de kanobaan en de Grote Rietplas. (Links op de foto onder deze alinea, de grotere landtongen vormen Parc Sandur.) Als je het niet weet, zie je het kunstwerk ter plekke niet, ook omdat het door planten- en bomengroei in de loop der jaren overwoekerd is geraakt.

De vondst van Rien Kort deed mij denken aan een ander vergeten land art-werk in Emmen. Het bevindt zich op industrieterrein Bargermeer-Zuid in de hoek tussen de Rondweg en Phileas Foggstraat (bovenste foto). Het is zo in de vergetelheid geraakt dat ik de naam noch maker ken, en ook van het ontstaan niets afweet. En dan is het lastig zoeken.

Merkwaardig is dat dit kunstwerk wel goed is onderhouden. Zie onderstaande foto’s. Wie meer weet, mag zich melden.

Eric ‘Visualia’ Bos over kunst van toen en de jeugd van tegenwoordig

Dagblad van het Noorden publiceert de 1500ste aflevering van Eric Bos’ Visualia, de langst bestaande krantenrubriek over beelden en kunst in een Nederlandse krant.

Net als in 2013, bij de verschijning van Visualia 1000, mocht ik Bos interviewen aan de hand van een aantal door hem gekozen kunstwerken. Het leidde tot een prettig gesprek over – onder meer – de veranderingen in de wereld van kunst en cultuur.

Bos heeft veel zien komen en gaan, maar klaagt daar niet over. Sterker, hij is nog steeds van mening dat in Nederland fantastische kunst wordt gemaakt en getoond. Dat geldt zeker ook Drenthe en Groningen, al is hij kritisch over het verdwijnen van galerieën en de mogelijkheden voor het Groninger Museum.

Pratend over museum De Buitenplaats in Eelde, waar het momenteel zeer druk is, vooral door oudere bezoekers, kwamen we ook te spreken over de jeugd van tegenwoordig en de veel geuite klacht van kunstpodia dat ‘de jongeren’ zich nergens laten zien of niet geïnteresseerd lijken in wat de generaties voor hen hebben gedaan.

Vooral in het Noorden valt de hoge leeftijd van het cultuurpubliek op. “Als ik in Amsterdam in het Rijksmuseum, het Stedelijk of het Van Gogh Museum ben, is dat wel even anders”, merkte Bos op. “Hier zie je ze niet. Het is heel raadselachtig wat ze doen.”

Is dat een probleem, wilde ik weten met de nieuwsgierigheid die bij mijn werk hoort.

“Je zou verwachten dat ze willen weten wat de professionelen doen, maar het tegendeel blijkt waar”, sprak Bos. “Jongeren willen het allemaal zelf bedenken. Ze zijn geïnteresseerd in elkaar, ze willen met elkaar zijn. Ze moeten een partner vinden voor het leven. Dat is veel belangrijker.”

Een probleem is het niet, meende Bos. “Als je mij hier vijftien jaar geleden naar had gevraagd, had ik er misschien anders over gedacht. Dan had ik het misschien zorgelijk genoemd. Maar ik word ook ouder, ik relativeer het meer. Interesse in kunst wordt bepaald door levensfases. Wat je nu niet interessant vindt, kan later wel interessant blijken.”

Lees verder in Dagblad van het Noorden.

Dagje Puppet met Meppeler muggen en een kanteling van Linnaeus’ wereldbeeld

Festival Puppet beleefde afgelopen week in Meppel de 16e editie. Vooraf waren meer dan 250 voorstellingen van ruim 45 makers en gezelschappen beloofd. Ik heb niet alles nageteld, en zeker niet alles gezien.

Ik bezocht het festival dit jaar alleen op vrijdag en zag vijf verschillende voorstellingen, waaronder drie op verschillende plekken tijdens Popp-en-route: Tweezaam van Theater Tieret & Studio Peer, Cantos Animata van Magisch Theatertje en Quacksalver van Sofie Krog Teater uit Denemarken.

Voor het ontroerende Tweezaam, over Joppe die heen en weer geslingerd wordt tussen gescheiden ouders, een Nederlandse moeder en een Vlaamse vader, konden we – zo’n veertig mensen, waaronder een vrouw in een rolstoel – terecht in het bovenzaaltje van de plaatselijke vrijmetselaarsloge.

Daarna wandelden we door het Wilhelminapark naar de Reestoeverschool waar ik erachter kwam dat het Magisch Theatertje naar mijn smaak te antroposofisch is: een woordloze verbeelding van de levenscyclus in omgekeerde volgorde, van oud naar jong, eindigend met een beeld van een baby in een baarmoeder.

De route eindigde in Meppel’s Inn, een verblijf dat zich heeft gespecialiseerd in ‘Drentse gastvrijheid’. Ter gelegenheid van Puppet was ruimte gemaakt voor een man met een medicijnshow die ons wondertonic probeerde aan te praten, maar die door zijn eigen mankementen niet aan verkoop toekwam.

Weer op straat bleek dat de volgende voorstelling, Hoog van de toren van Garage TDI in de Grote Kerk, op punt van beginnen stond, zodat ik een kwartier moest snelwandelen. Uiteindelijk kwam het bijna goed en zag ik in de kerk twee meisjes die met tegenzin bezig waren aan een werkstuk over de plaatselijke muggenmythe.

Onder de kansel kregen ze hulp van, waarom ook niet, twee stokstaartjes, twee mensen uit het leger met hun kanon en twee spookverschijningen die elkaar drie eeuwen geleden vlak voor hun huwelijk in dezelfde kerk waren misgelopen. Uiteindelijk speelde het orgel alsnog Daar komt de bruid.

Het associatieve Hoog van de toren bleek zeer geslaagd, vooral door energiek en enthousiast spel van jonge spelers met poppen en clichés. Het verhaal over de Meppeler muggen is vaker verteld, ook op de topografische kaart van Matthijs van Boxsel met spreekwoordelijke domoorden in Nederland de België komt het voor, maar zoals Garage TDI het deed, pakte het verfrissend uit.

De slotvoorstelling van de dag bleek anders dan gedacht. Duda Paiva speelde in theater Ogterop wegens ziekte niet het aangekondigde Avatara, maar het nieuwere Animalia paradoxa met hoofdrollen voor harpiste Lavinia Meijer als sirene en een pop gemodelleerd naar de Zweedse wetenschapper Carl Linnaeus. Ik zag een slim gemaakte en zeker fraaie, maar ook trage voorstelling tegen de hokjesgeest.

Volgens mij worden in Animalia paradoxa de pogingen van Linnaeus om de wereld te beschrijven iets te kort gedaan – hij handelde nu eenmaal met de beperkte kennis van toen. Maar dat er ruimte moet zijn voor wat afwijkt, dat fantasie en verbeelding ook een plek verdienen, dat het soms goed is als een wereldbeeld wordt gekanteld, ja, daar wil en kan ook ik niet op tegen zijn.

‘s Avonds in het voetspoor van Vincent van Gogh van Zweeloo naar Sleen

1 november 1883 ging Vincent van Gogh op de wagen van Hendrik Scholte vanuit Nieuw-Amsterdam een dagje naar Zweeloo, een dorp dat destijds mede dankzij Max Liebermann als schilderachtig bekend stond. ’s Middags liep hij terug en om in het donker te arriveren bij zijn logement.

Zaterdag 2 november wordt dit dagtochtje herdacht tijdens de ’Nacht van Vincent’, een ruim acht kilometer lange avondwandeling. Start is bij het Van Goghpad in Zweeloo, het einde is op de Brink in Sleen. Gedurende de route zijn tien ‘culturele Van Gogh-belevenissen’ te zien en te horen.

Voor mensen die paniekerig denken ‘hoe kom ik dan in hemelsnaam weer op de plek van waaruit ik vertrok’ staan in Sleen touringcars klaar die wandelaars terugbrengen naar de startlocatie in Zweeloo. De tocht duurt ongeveer drie uur.

Aanmelden voor de avondwandeling kan door een kaartje van €10,00 te bestellen. Een deel van de opbrengst gaat naar de voedselbank. Zie voor details hier.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑