En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;
Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.
En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.
En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:
Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.
En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.
En zij kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef, en het Kindeken liggende in de kribbe.
De kloof tussen stad en platteland – er wordt veel over gesproken, maar ‘m dichten is iets anders. Filosoof Wouter Mensink probeert het.
Vrijdag 13 december is Mensink te gast in De Literaire Hemel in Amen waar hij wordt geïnterviewd over Hoe we uit het dorp vertrokken. In dat boek schrijft de voormalig onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onder meer over de noodzaak van nieuwe verhalen over het platteland.
Nu wordt het perspectief vooral vanuit de stad scherp gesteld, schrijft de in conflictbemiddeling gespecialiseerde Mensink. Met alle gevolgen van dien. In de heersende opinie, die veelal in de Randstad wordt bepaald, moet alles blijven zoals het misschien ooit was en zoals we het graag zien.
In hoeverre komt stedelijk wensdenken overeen met de geschiedenis en de werkelijkheid van het platteland? Is het dorp niet veel moderner en flexibeler dan wordt gedacht?
Mensink woont in Amsterdam. Daar staat tegenover dat zijn familie uit Overijssel afkomstig is, dat hij zelf in Zwolle werd geboren en in Beekbergen opgroeide. Veel mensen wonen tegenwoordig in steden, schrijft hij in zijn boek. Wie in zijn persoonlijke verleden spit, stuit al snel op wortels in het platteland.
Zoals gebruikelijk schuiven in De Literaire Hemel nog twee andere gasten aan. Lodewijk Verduin komt vertellen over Jeroen Brouwers (1940-2022), van wie recent een briefwisseling met uitgever Geert van Oorschot is verschenen. Verduin is overigens ook biograaf van Nanne Tepper, wiens werk wordt aangehaald in Hoe we uit het dorp vertrokken.
Derde gast in café De Amer is Thomas Heerma van Voss. Centrale figuur in zijn recent verschenen roman Het archief is de jonge Pierre die zich aanvankelijk vol overgave stort op een baantje als redacteur ongevraagde kopij bij een literair tijdschrift. Hij probeert zich daarvan los te maken als zijn vader ziek wordt en het besef indaalt dat een nieuw tijdperk aanstaande is.
De Literaire Hemel wordt mede mogelijk gemaakt door Dagblad van het Noorden. Aanvang 20.00 uur, vrijdag 13 december in café De Amer in Amen. Entree: €18,50, inclusief twee consumpties. Kaartverkoop via www.literairehemel.nl
In de feestzaal van café Hofsteenge te Grolloo interviewde ik Tommy Wieringa. Aanleiding: de campagne Nederland Leest waarin dit jaar de roman Joe Speedboot centraal staat.
Wieringa was mede dankzij een chauffeur die hem gedurende de campagne door het land vervoert mooi op tijd voor een hernieuwde kennismaking vooraf – we zagen elkaar twee keer eerder. Mijn gezicht was hij niet vergeten, toch hield hij mij aanvankelijk voor een boekhandelaar. Een nieuw toekomstperspectief gloorde.
Het interview daarna verliep soepel, vooral dankzij Wieringa’s bereidwilligheid om antwoord te geven op mijn soms brutale en ogenschijnlijk niet ter zake doende vragen. Hij ‘leverde’ zoals dat in bepaalde mediakringen heet.
Het gesprek ging voor de liefhebber onder meer over stijl en compositie. Ik opperde dat Wieringa als schrijver over een herkenbare stijl beschikt, waarin een vleugje pathos ligt opgesloten. Daar keek hij van op. Ik vroeg hem ook waar hij als schrijver meer tevreden mee is, met zijn stilistisch vermogen of zijn vermogen tot compositie. Daar keek hij nog vreemder van op.
Ik wierp hem voor de voeten dat het einde van Joe Speedboot best anders had gekund, bijvoorbeeld door Joe niet te laten terugkeren van zijn shovel-avontuur in Afrika. Dat had de lezer het slot gescheeld waarin P.J. een hoer wordt genoemd.
“Het had niet anders gekund dan zo. Het maakt het verhaal zoals het hoort”, antwoordde hij. “Ik had ergens gelezen over een Kroatische huwelijkspartij waarbij iemand uit vreugde een geweer afschiet waarna een vliegtuig naar beneden komt. Dat heeft mij aangezet tot dit slot. Nee, dit einde is echt heel goed.”
Nadat Wieringa het mogelijk overbodige slot van Joe Speedboot had voorgelezen in de feestzaal van café Hofsteenge concludeerde ik dat hij het leuk vindt om schrijver te zijn. Je straalt het uit, merkte ik op. Een beetje Harry Mulisch-achtig noemde ik het. De zaal reageerde licht geschokt. Wieringa zelf was verrast: “O, ja?”
Ja, zei ik, toevoegend dat Harry Mulisch een groot schrijver was, die in media soms werd weggezet, waardoor het beeld vertroebeld is geraakt. Als ik Mulisch zag, dan dacht ik: Dit is echt een schrijver. Dat denk ik ook bij jou, zei ik tegen Tommy Wieringa. En bij Ilja Leonard Pfeijffer denk ik dat ook.
“Maar die is twee schrijvers”, reageerde Wieringa. Iedereen lachen.
Ben je thuis ook zo, of is dat imago, vroeg ik. “Natuurlijk”, antwoordde Wieringa. “Ik hou heel erg van schrijven. Ik heb nooit iets anders gewild dan schrijver zijn. Ik vind het een fantastisch bestaan. Het is te gek om dingen te verzinnen die er niet waren en er daarna wel zijn en als je geluk hebt resoneren in het hoofd van een ander.”
Hij vertelde dat hij wordt geleid door zoekgedrag. ,,Een schrijver probeert de hele tijd iets nieuws te maken. Elk boek is anders. Ik zou repetitie heel vervelend vinden. Ik wil mezelf niet vervelen en de lezer net zomin. Ik zoek. En steeds weer komt er iets nieuws. Als ik doodga heb ik een volstrekt vervuld bestaan gehad. Alleen maar taal. Een alfabet.”
We kwamen te spreken over autobiografisch schrijven. De eerste twee romans van Wieringa waren nog min of meer autobiografisch. Wat volgde is weliswaar ontleend aan wat hij ziet, denkt en tegenkomt, maar is geen zelfonderzoek. Daarin verschilt hij van veel Nederlandse schrijvers.
“Ik ben aan mijzelf ontsnapt”, reageerde Wieringa. Hij pakte zijn laatste boek erbij, Konvooi, en begon een verduidelijkende passage voor te lezen. Later, thuis, zag ik dat het bladzijde 71 en 72 waren, eindigend met de zin ‘Zo ziet een ontsnapping eruit.’
Het gesprek ging verder, maar uiteindelijk zorgden vragen uit het publiek voor een natuurlijk einde zodat de boekhandelaar in mij kon wijzen op de verkoop door boekhandel Daan Nijman en de mogelijkheid tot signeren.
Terwijl iedereen de benen begon te strekken en zich een rij vormde, iedereen wilde een boek, iedereen wilde een handtekening, schoot mij nog een vraag te binnen. Los van de microfoon vroeg ik waarom hij laatst bij Johan Derksen, René van der Gijp en Wilfred Genee in Vandaag Inside was gaan zitten.
“Ik word al jaren afgezeken door die man die hier woont. Nu was hij poeslief. Het was zowaar een redelijke uitzending”, reageerde Wieringa scherp. “Ik heb daar goeie dingen kunnen zeggen over de Btw-verhoging. Er zit daar een publiek dat je anders nooit bereikt. Je predikt altijd voor eigen parochie. Ik ben dat zo beu. Je moet met iedereen praten.”
Op 27 november bezoekt Tommy Wieringa ter gelegenheid van Nederland Leest de bibliotheek van Diever.
Naar aanleiding van de publicatie van zijn Verzamelde gedichten, onlangs, en met het oog op zijn komst naar de TaalTheaterNacht in Emmen, komende vrijdag, interviewde ik de dichter en columnist Jean Pierre Rawie.
Tijdens het gesprek memoreerde hij dat mensen een neiging hebben te vragen naar een nieuw boek terwijl ze het oude nog niet eens gelezen hebben. Aansluitend vertelde Rawie enthousiast over zijn project over Dante Alighieri (1265 – 1321).
“Ik ben voornemens om over twee jaar, als het klaar is en ik dan nog leef, te komen met een heel persoonlijk boek over Dante. Er is over hem ontzettend veel geschreven, toch heb ik een paar dingen waarvan ik denk dat ze nieuw zijn, onder meer zijn voortschrijdend inzicht ten aanzien van homoseksualiteit.
Ik denk dat hij, net als alle jongetjes in die tijd, toen meisjes onbereikbaar waren, het met andere jongetjes deed. Ik meen in De goddelijke komedie een impliciete scene te hebben ontdekt waarin dat voorkomt.
Dante heb ik pas heel laat leren waarderen, zo’n zeven jaar geleden. Nu vind ik het het mooiste wat er ooit is geschreven. Het is onbegrijpelijk dat iemand zonder computer, die als balling opgejaagd door Italië zwierf, zo’n encyclopedische kennis bezat en wist te verwerken – nog los van de grote poëzie die hij schreef.
Hij schrijft heel compact Italiaans. In tegendeel dan wat de leek denkt, is het niet zoetvloeiend. Sommige dingen die hij zegt, hamert hij erin. Ik vind het indrukwekkender dan de bijbel. In de tijd van Dante zeiden de Italianen niet voor niets dat het voor God niet moeilijk was om De Schrift te schrijven. God is almachtig. Maar Dante schreef veel mooier.”
We bespraken nog veel meer. Zie daarvoor Dagblad van het Noorden, later deze week. Na afloop zette Rawie voor mij zijn stempeltje in zijn Verzamelde gedichten.
Het wordt een drukke week voor wie in Drenthe schrijvers in het echt wil zien. Het kan zijn dat ik een aankondiging heb gemist, niet alles bereikt mij, maar in ieder geval Tommy Wieringa, Frank Westerman, Connie Palmen, Lise Weeda en David Pefko komen over hun werk vertellen.
Westerman wordt vandaag, 19 november, verwacht in restaurant De Klipper in Zwiggelte. Op uitnodiging van boekhandel Het Logboek en Podia Midden Drenthe zal hij spreken over zijn boek Zeven dieren bijten terug. Aanvang 20.00 uur
Wierenga brengt 20 november een bezoek aan café Hofsteenge te Grolloo. Hij doet dat ter gelegenheid van de leesbevorderingscampagne Nederland Leest op uitnodiging van Biblionet Drenthe en zal het vooral hebben over zijn roman Joe Speedboot. Aanvang 19.30. Op 27 november bezoekt Wieringa de bibliotheek van Diever.
Vrijdag 22 november wordt in de bibliotheek van Emmen de TaalTheaterNacht gehouden met optredens van Connie Palmen, Lisa Weeda, Marga Kool, Jan Veenstra, Herman Sandman en vele anderen. Marijke de Vries leest haar essay Het verdriet van Drenthe voor. Aanvang 19.30 uur. Organisatie is in handen van Stichting Taalpodium Emmen.
Zondag 24 november verwelkomt boekhandel Van der Velde schrijver David Pefko in Assen. Pefko zal geïnterviewd worden over onder meer zijn meest recente roman De gebroeders Maxilari. Aanvang is 14.00 uur.