Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2022 (Pagina 2 van 19)

Een nieuwe generatie cultuurmakers uit Drenthe presenteert zich in Borger

Onder de titel NEXT presenteert een ‘nieuwe generatie cultuurmakers’ uit Drenthe zich op 18 december in Podium34 in Borger. De generatie bestaat dit keer uit theatercollectief Zij Zei, multidisciplinair trio De vlaggenhijsers van Drenthe, Jort Ploos van Amstel, Marit Nygård, Ilse Lenstra, Pim Pomsy en Mimi.

Citaat uit het persbericht van K&C in Assen:

‘De makers tonen in een avondvullend programma een film, muziektheater, documentaire en hiphop gecombineerd met mode. In Podium34 in Borger laten de makers zien hoe popcultuur de basis is geweest voor nieuw werk.’

Dan over de cultuurmakers:

‘Binnen de interdisciplinaire theatervoorstelling Goed Gestemd (foto) onderzoekt theatercollectief Zij Zei verschillende vormen van communicatie. Wanneer luisteren mensen en hoe luisteren mensen? Wat moet je als vrouw zeggen om gehoord te worden? En wat juist niet?

De vlaggenhijsers trokken de afgelopen maanden door Drenthe op zoek naar de mensen die thuis of op het werk de Drentse vlag laten wapperen. Wat is het verhaal achter de vlag? In de documentaire van Okki Poortvliet, Hans van der Werf en Vera Vos krijgen deze chauvinistische Drenten een gezicht.

Jort Ploos van Amstel, Marit Nygård en Ilse Lenstra begonnen hun project in coronatijd. Ze namen toen geluiden waar die ze voorheen niet hoorden. Wat is het mooiste geluid? Ze reisden door Europa en interviewden mensen met als doel een antwoord te vinden op die vraag. Pim Pomsy en Mimi combineren mode met hiphop. De kerk wordt gebruikt als catwalk en muziektempel.’

Podium34 is gevestigd aan de Hoofdstraat 34 in Borger. NEXT, voortgekomen uit Poplab Drenthe, is gratis toegankelijk en begint om 19.30 uur.

Twee schrijvers, twee boeken, een gesprek. In de bibliotheek van Emmen

Zonder het van elkaar te weten, schreven twee buren uit Emmen vrijwel gelijktijdig ieder een boek. Zij in het Drents. Hij in het Nederlands. Zij een roman. Hij een bundel beschouwingen, verhalen en stukjes.

Aagje Blink en Joep van Ruiten vertellen zaterdag 10 december bij Facet aan het Noorderplein, voorheen de bibliotheek, over respectievelijk Verleuren en Woest & ledig. Waar komt het verhaal vandaan van de tiener die van de ene op de andere dag haar moeder kwijtraakt? Wat behelst iemand om te schrijven over kunst en cultuur in Drenthe en daarbuiten? Verwacht een gesprek over overeenkomsten en verschillen.

Aagje Blink (1951) had jarenlang een paramedisch beroep binnen de neurologie en psychiatrie. Ze is gefascineerd door de werking van het brein. Blink is vrijwilliger bij het Huus van de Taol en onder meer docent Drents. Na de bundel Elkien mankeert wal wat (2019) met korte verhalen en columns debuteert ze bij uitgeverij Het Drentse Boek met de aangrijpende roman Verleuren.

Joep van Ruiten (1965) werkt als cultuurjournalist voor Dagblad van het Noorden. Hij draagt daar meerdere petten en jassen: recensent, interviewer, commentator, podcastmaker en verslaggever. Ook is hij actief voor het boekenprogramma De Literaire Hemel in Amen. Op zijn weblog Woest & Ledig schrijft hij over afkomst en identiteit, leegte en vervulling, lezen en schrijven, verzamelen en bewaren. Zijn boek is verschenen bij uitgeverij kleine Uil.

Het schrijversgesprek vindt plaats in het Leescafé op de bovenste verdieping van Facet aan het Noorderplein in Emmen. Aanvang 13.30 uur. Einde omstreeks 14.30. Gratis entree. 

Leest ‘Wat er met water is’ van Cobi de Jonge (1946 – 2022)

Een paar weken geleden werd ik in de Zwanestraat in Groningen aangesproken door een mij onbekende vrouw. Ze zat op een bankje.

‘U bent toch Joep van Ruiten’, sprak de vrouw. ‘U kent mij niet, maar ik ben een vriendin van Cobi de Jonge, die gaf altijd hoog van u op.’

Daarmee had ze mijn aandacht gevangen, ik geef het toe.

Cobi de Jonge was een half jaar eerder overleden. Ik had het via-via vernomen, zo nauw waren Cobi en ik nu ook weer niet. We kenden elkaar van het clubje gemeentedichters van Emmen. Toen zij daar in 2016 afzwaaide, ik vertrok drie jaar later, raakten we bij elkaar uit beeld. 

De vrouw op het bankje haalde een paar herinneringen op, ik haalde een paar herinneringen op, daarna was het gesprek voorbij.

Een week geleden belde de vrouw uit de Zwanestraat naar de redactie. Toen ik haar aan de lijn kreeg, vertelde ze over een dichtbundel van haar vriendin. De titel wist ze niet meer precies. Iets met water. Eind 2021 verschenen bij M.Boox, nooit gepresenteerd omdat Cobi ziek werd. Of ik misschien geïnteresseerd. Als ik een adres gaf, kon zij de bundel mij wel laten bezorgen.

Dat is inmiddels gebeurd. Dinsdag zat-ie in de brievenbus. De laatste bundel van Cobi de Jonge blijkt Wat er met water is te heten. Er staan Nederlandstalige gedichten in, maar ook in Veenkoloniaal Drents – Cobi is in 1946 geboren Valthermond.

Al bladerend lees ik onder meer over haar werk als trouwambtenaar (Ja, ik wil…), over haar dresscode (Blauwe jurk), de omgeving waar ze opgroeide (Zuderdaip), haar band met de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam (Schrijfproces) en haar fascinatie voor water (De grote Rietplas). Ook de liedtekst Avond aan de rietplan die ze schreef voor het project Emmen in verzen staat in de bundel.

In een bijgevoegde brief blikt haar dochter terug op de uitvaart, april 2022: ‘Op haar begrafenis hebben wij aandacht besteed aan de bundel. Mijn dochter heeft er een paar gedichten voordragen en iedereen kreeg een exemplaar mee naar huis. Zo was er toch nog een soort presentatie.’

Op Youtube staat een korte documentaire over Cobi de Jonge, in 2020 gemaakt door haar kleindochter Nadine Ronde.

Annet Schaap, Jante Wortel en Jellema-biograaf Gerben Wynia in De Literaire Hemel in Amen

Vrijdag 9 december zijn een gelauwerd kinderboekenschrijfster, een supertalent uit Assen en een gepromoveerde ‘beredderaar’ te gast in Amen.

Annet Schaap was al een veelgevraagd illustrator voordat ze debuteerde met Lampje. Het grimmige sprookje is inmiddels vele malen bekroond en door volwassenen voor het tweede jaar op rij gekozen tot populairste kinderboek aller tijden. De VPRO zendt in de kerstvakantie een televisiebewerking uit van deze klassieker.

Jante Wortel groeide op in Assen. Ze won de finale van de Kunstbende, Write Now!-Groningen, de Drentse Talentprijs Cultuur 2016 en studeerde af aan Creative Writing ArtEZ. Deze zomer is haar eerste roman Weerlicht verschenen. Een moedig en knap debuut volgens de lovende recensies.

Literair erfgenaam Gerben Wynia is dit voorjaar gepromoveerd op C.O. Jellema. Jellema bracht zijn vroegste jeugd door in Beilen waar zijn vader predikant was. Hij is in 2003 in Leens gestorven. In de biografie Aan Rozen Denk Ik In De Winter beschrijft Wynia hoe de dichter een moeizame weg naar erkenning van zijn werk kende en worstelde met zijn homoseksualiteit.

Joep van Ruiten en Annette Timmer interviewen de schrijvers. Aanvang: 20.15 uur. Toegang: € 18,50, inclusief twee consumpties. Kaartverkoop via www.literairehemel.nl

Belangstelling

Spreek ik met de redactie?

– Ja, daar spreekt u mee. Waarmee kan ik helpen?

Ik wil jullie uitnodigen langs te komen tijdens mijn boekpresentatie, komende vrijdag. Als het goed is, heeft u een persbericht ontvangen.

– Oh, dat zou kunnen. Ik bedoel: dat we bericht hebben ontvangen. We ontvangen veel berichten. Wanneer heeft u uw bericht verstuurd?

Vorige week maandag, aan het eind van de ochtend. Ik dacht, laat ik maar even bellen. Jullie hebben het vast druk.

– Zeer verstandig. (…) Ik zie het al. Nee, sorry, hier kunnen we niets mee. Het spijt me. We kunnen helaas niet overal op ingaan. Geen tijd, geen mensen, geen plek. Onze mogelijkheden zijn beperkt. Journalistiek is selecteren. Een recensie? Nee, wacht met uw boek opsturen.

Ja maar, het is een heel bijzonder boek, al zeg ik het zelf. Ik heb er drie jaar aan gewerkt. Met een professioneel redacteur. Zonder jullie weet niemand dat het er is. Waarom mijn boek niet en dat van een ander wel? Jullie besteden aandacht aan boeken, dat weet ik als trouwe abonnee.

– Zeker doen we dat. Met plezier. Zolang het ons is toegestaan. Wat wij doen, is niet altijd goed uit te leggen. Daarom leggen we het liever niet uit. Het is een vak, zeg maar. Het begint met aanvoelen, dat is onze professionaliteit. Maar vooruit: u bent als schrijver onbekend, en onbekend maakt onbemind. Wij schenken liever aandacht aan onderwerpen en mensen waarvan we met zekerheid weten dat onze lezers erop zitten te wachten. Onderwerpen die scoren, dat moeten we hebben, zeker in deze zware tijden. Op onbekende schrijvers zitten onze lezers niet te wachten. Dat blijkt uit cijfers. Dat houden we bij. Daar hebben we software voor gekocht, en die software moet wel terugverdiend worden. Je bent zo groot als je onderwerp, dat zeggen wij hier altijd.

Maar als ik de publiciteit niet haal, blijf ik onbekend en leest niemand mijn boek. Zo beland ik in een cirkel.

– Beter in een cirkel dan in een hoekje. Excuus, dat was bedoeld als grapje. Misschien moet u het op een andere manier proberen.

Zoals?

– Eerst op televisie. Daar zou ik beginnen. Schrijvers komen met hun boek het makkelijkst in de krant als ze eerst op televisie zijn geweest. En dan niet met hun boek, maar met een mening. Heeft u ergens een mening over? Aan een scherpe doch eenvoudige mening is altijd behoefte. Een vechtpartij tijdens de boekpresentatie met politie erbij, dat wil ook nog wel eens helpen. Hallo? Bent u daar nog? Hallo?

Het vermeend rijke verleden en heden van de Veenkoloniën

Met interesse en ergernis las ik zaterdag in Dagblad van het Noorden het stuk waarin Jan Schlimbach met historicus Willem Foorthuis op reportage gaat door de Veenkoloniën. Kop boven het stuk ‘Veen is rijkdom, geen armoede’.

In het artikel probeert Foorthuis het beeld van de Veenkoloniën als gebied vol armoede omver te trekken. “Als het gaat over het veen is het altijd; het was niks, het is niks en het zal niks worden. Een hele bevolkingsgroep en een gebied dat een rijke historie kent wordt ten onrechte gestigmatiseerd. Onze regio heeft het probleem dat het geen geheugen heeft. Rond het veen hangt een raar verhaal. Het klopt niet”, zegt hij.

Vervolgens zingt Foorthuis de lof van een uitzonderlijke ontwikkeling: hoe sinds de Middeleeuwen het veen van het Boertangermoeras via een ingenieus systeem is afgegraven, waarna een bijzonder landschap met bijbehorende cultuur is ontstaan. Het overgebleven erfgoed zou een Unesco-status waard zijn. Daar is het Foorthuis om te doen, een positieve status, met veel aandacht voor al het goede dat de vervening heeft opgeleverd.

Weg met het aanhoudende gezeur over armoede.

Nu ben ik niet voor gezeur, maar al lezend komt het mij voor dat Foorthuis de geschiedenis van de Veenkoloniën overdreven rooskleurig voorstelt. En historicus onwaardig. Het is waar, ooit was het hier ondoordringbaar. Geen wegen, hooguit een paar doodlopende paden over zangruggen, verder vooral verraderlijk drassig. Betreden op eigen risico. Wie de weg niet wist en een verkeerde stap zette, verzoop in het veen.

Zie nu eens. Het veen is verdwenen, opgestookt in kachels. Wat achterbleef is een naar Nederlandse begrippen zeldzame ruimte met hier en daar een paar huizen, veelal lintbebouwing langs kanalen. De mensen die nu in de Veenkoloniën wonen stammen voor een groot deel af van de gravers, aangevuld met latere import gelokt door de industrialisatie van na 1945. Niks mis mee. Velen wonen nu in vrijstaande huizen. Kom daar maar eens om in de grote steden.

Als we de enthousiaste Foorthuis mogen geloven, zijn de Veenkoloniën zo’n beetje het best bewaarde geheim van Nederland. Rijk verleden, rijk heden. Er is volgens de historicus slechts een probleem: te weinig mensen weten het. Zelfs de inwoners weten het niet. Met als gevolg dat in Oude Pekela sinds 2014 een plaggenhut staat, als eerbetoon aan de armoede van weleer. Een misverstand, weet Foorthuis. Omdat er nooit een plaggenhut in Oude Pekela heeft gestaan.

Het toeval wil dat Daniël Lohues in zijn column van afgelopen zaterdag ook al over plaggenhutten schrijft:

‘‘s Avonds zaten ze in plaggenhutten bij een turfvuurtje zwijgend gekookte smurrie te eten. Op tijd slapen. Op tijd weer op. Boekweitpannenkoeken. Spekvet. Werken. Als het dooi was tenminste. In de winter was er geen werk. Dan kocht men, op de pof, boekweit, spek, olie voor de lamp en sterke foezel voor in de borst, in de winkel van de veenbaas. Als de winter voorbij was, werkte men zich weer het schompes om de schulden af te betalen die ze in de winter opgelopen hadden. Elk jaar weer opnieuw. Ze zaten vast in het zuigende veen.’

Foorthuis en Lohues roepen een discussie van jaren her in herinnering, destijds tussen Michiel Gerding en Wim Visscher, twee historici met elk een eigen kijk op de geschiedenis van de Veenkoloniën en dus ook op plaggenhutten. Volgens Gerding moest het verhaal over de armoede in de koloniën niet groter worden gemaakt dan nodig. Volgens Visscher was onvoldoende onderzoek naar die armoede gedaan om te veronderstellen dat het allemaal best meeviel.

Foorthuis behoort tot de school van Gerding, voor zover zo’n school bestaat. Hij is van mening dat de armoede waar Lohues in navolging van Visscher aan refereert niet representatief is voor de gehele geschiedenis. Want ontstaan na een korte nabloei van de veenindustrie. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging het mirakels in het nog niet afgegraven deel van de Veenkoloniën, door een gebrek aan steenkool. Toen de steenkoolwinning na 1918 weer op gang kwam en daarna crisis van de jaren twintig begon, stortte alles weer in.

Met andere woorden: de geschiedenis van de Veenkoloniën is niet zwart-wit. Er is een tijd geweest dat de vervening veel geld heeft opgebracht, al is het de vraag hoeveel mensen daarvan hebben geprofiteerd. Daarnaast is er ook een tijd geweest dat het heel slecht ging, waarbij het de vraag is hoeveel mensen daar onder hebben geleden. Veel rijken en weinig armen, of veel armen en weinig rijken.

De waarheid zal ergens in het midden liggen, dat doet de waarheid vaker. De waarheid kiest nooit een kant. Juist daarom lijkt het mij onjuist om de geschiedenis van de Veenkoloniën als een groot jubelverhaal te hervertellen, zoals Foorthuis wil. Als het juiste verhaal verteld moet worden, dan graag ook het hele verhaal. Anders blijkt het een raar, niet kloppend verhaal.

Dus niet alleen de successtories van W.A. Scholten, F. Clock, A.G. Wildervank, J. Uniken en L. Grevijlink, maar ook over de ellende van alle mensen die naamloos in een keet na het eten van een bakkie prut zijn gestorven.

En dan meteen graag ook antwoord op meer hedendaagse vragen. Zoals waarom anno 2022 zo weinig mensen in Veenkoloniën wonen. Wat vreemd is als het leven daar zo geweldig is. Waarom opvallend veel mensen in de Veenkoloniën stemmen op politieke partijen die in de oppositie zitten. Wat vreemd is als zij ja niks te klagen hebben. En waarom de universiteit Groningen al jaren onderzoek doet naar armoede en gezondheidsproblemen in de Veenkoloniën. Wat vreemd is voor zo’n paradijs op aarde.

En dan ook maar meteen antwoord op de vraag waar al het geld is gebleven dat met de vervening is verdiend. In Erica ligt het niet. Zou het in de stad zijn beland?

De invloed van Gerrit Krol

Vandaag, donderdag 24 november 2023, is het tien jaar geleden dat Gerrit Krol overleed. Dagblad van het Noorden grijpt de sterfdag aan voor een serie van twaalf stukken, elke maand een, waarin de betekenis van Krol voor hedendaagse schrijvers wordt onderzocht.

Moet dat nou, hoor ik iemand in verte vertwijfeld kreunen. Nee, dat moet niet. Maar goed is het wel. Want wat Krol schreef is nog steeds zeer de moeite van het lezen – en overdenken – waard. Zonder zo’n serie zou zijn oeuvre zomaar eens verder in de vergetelheid kunnen verdwijnen. Anders dan veel van zijn collega’s schreef Krol daar niet voor.

Auteur van de stukken, Krol zou vermoedelijk van columns hebben gesproken, is John Heymans – niet toevallig biograaf van de schrijver, dichter en essayist. De eerste ‘aflevering’ staat inmiddels online op de website van Dagblad van het Noorden. Morgen, vrijdag, is de tekst ook te lezen in de papieren cultuurbijlage Vrijdag.

Heymans: “Voor de liefhebbers zullen de verhoopte twaalf columns uiteindelijk ook in een brochure worden ondergebracht, een zogenaamd Krol Cahier, te verschijnen op 24 november 2023, tegelijk met een openbare lezing en de laatste column in de krant.”

Eerder verscheen in de aanloop van de uiteindelijke biografie ook al een cahier. Zie hier.

Over het tuinpad van Erik Harteveld

Graag wil ik de kijkers thuis attenderen op een nieuwe, potentieel boeiende serie bij RTV Drenthe met de wat mij betreft weinig wervende titel Langs het tuinpad van mijn vader. De eerste aflevering was, meen ik, afgelopen vrijdag. De eerstvolgende vandaag, donderdag. Helaas kan ik in de infobrij op de website van mijn regionale omroep niet achterhalen wie in de tweede, derde, vierde, vijfde en zesde aflevering langs, op of over het pad loopt.

(Nagekomen bericht: het is Harry Tupan, directeur van het Drents Museum.)

Over acteur, muzikant en schrijver Erik Harteveld kwam ik dankzij ondervraging door Sophie Timmer onder meer te weten dat hij een gelukkige jeugd heeft gehad in het dorp Nijlande. Dat is prettig voor Harteveld. Maar ook jammer, want door een gebrek aan drama viel er thuis voor de buis weinig te huilen. “Terugkijkend vindt Erik dat hij het erg getroffen heeft. Met zichzelf”, aldus Timmer.

Meest schokkend was de ontboezeming van Harteveld dat hij het niet kan verkroppen de Culturele Prijs van Drenthe te hebben misgelopen. Was dat een strategische grap? Op mij kwam het over als een beetje premature, omdat die prijs nog steeds bestaat en Harteveld hem heel goed alsnog kan krijgen. Als het de jury behaagt.

Wat daarvoor nodig is, wil ik hier ook wel kwijt. Eerst moet het verbrokkelde oeuvre van Harteveld worden gelijmd en door een iemand met verstand van zaken in het juiste perspectief* worden gezet. Dit om de jury te laten begrijpen dat zij op vlakken buiten hun eigen aandachtsveld mogelijk onwetend zijn.

Ook moeten andere kanshebbers opzij worden geschoven. Dat is eerder gebeurd. Zoals in 1960 (winnaar: afdeling Drenthe van de Nederlandse bond van plattelandsvrouwen), 1966 (winnaar: schrijfster M. Eising), 1968 (binnenhuisarchitect Mw. C. Nicolai-Chaillet), 1974 (Aleid Rensen met echtgenoot Jaap), 1990 (Marga Kool) en 1999 (regisseur Wil ter Horst-Rep).

Terug naar het tuinpad.

De aflevering met Harteveld is deels in Paterswolde en deels in Nijlande opgenomen, vermoedelijk gedurende een zomerse middag die ondanks de hitte niet echt plakkerig werd, want de hoofdpersoon kon zijn verwassen witte T-shirt gewoon aanhouden. Daarmee werd de indruk gewekt dat hij, ondanks zijn enorme verdiensten voor de culturele zaak, heel gewoon is gebleven. Precies zoals veel mensen in Drenthe het graag zien.

Kijken dus. Terug en vooruit.

*= in dat ‘essay’ graag ook aandacht voor het merkwaardige verschijnsel waarbij sommige kunstenaars in Drenthe zichzelf ongevraagd kleiner maken dan nodig en vervolgens toch klagen over miskenning. Dit alles op de zoetzure toon van een aan lager wal geraakte Rus met een defect lampje boven de keukentafel precies op de plek waar beter een vliegenstrip had kunnen hangen.

Misplaatst trots op het gezonde Emmen

Zowel Dagblad van het Noorden als RTV Drenthe bericht over een onderzoek waaruit zou blijken dat Emmen tot de gezondste steden van Nederland wordt gerekend. Elk medium doet dat op een geheel eigen manier.

De krant brengt een ‘vijf vragen en antwoorden’ plus kader met straatpraat. De omroep brengt een persoonlijk verslag waarin ook Emmenaren aan het woorden komen. Het eerste pakt journalistiek het beste uit. Het tweede het meest lollig.

Het onderzoek is verricht door Arcadis, een bureau dat in 25 steden heeft gekeken in hoeverre gezond leven daar mogelijk wordt gemaakt. Ter vergelijking: Nederland telt 344 gemeenten. We hebben hier dus te maken met een allesbehalve representatief onderzoek.

Het onderzoek komt niet uit de lucht vallen. In 2020 deed Arcadis iets vergelijkbaars, toen in twintig gemeenten. In het nieuwe rapport zegt Country director Arcadis Nederland BV Lidewij de Haas over de context het volgende:

“Met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet, per 1 juli 2023, krijgen gemeenten meer beleidsvrijheid en mogelijkheden om rekening te houden met gezondheid. Dit is zeker niet vrijblijvend want ze krijgen ook de verantwoordelijkheid hiervoor. De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang. Voor wat betreft gezondheid betekent dit dat de inwoners en gebruikers van de stad nadrukkelijker worden betrokken in het participatieproces en dat de GGD in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken moet worden bij visie- en planvorming.”

Met andere woorden: als er straks op dit gebied iets veranderd moet worden in een gemeente dan wil Arcadis daar best een handje bij helpen.

Dat is goed bedoeld en soms noodzakelijk. De gemeente Emmen mag dan volgens de onderzoekers een gezonde plek zijn om te leven – qua lucht, qua beweegruimte, qua groen, qua afstand tot voorzieningen zoals het ziekenhuis – de inwoners zijn daarmee niet automatisch gezond. Iets met het verschil tussen praktijk en theorie. Sterker, volgens andere onderzoeken zijn inwoners van Emmen, vergeleken met mensen in andere gemeenten, dikker en ze gaan ook nog eens eerder dood.

Niet iets om trots op te zijn.

De trots van RTV Drenthe-verslaggever Ronald Oostingh, geboren en getogen in Emmen, maar vanwege de liefde woonachtig in Zwolle, is misplaatst.  Hij is blij dat Emmen nu eens niet slecht scoort in een onderzoek. Hij is blij met beeldvorming, wat iets anders is dan de realiteit.

Overigens valt op de conclusie in Dagblad van het Noorden ook wel een en ander af te dingen. ‘Aandacht voor mooie stad betaalt zich uit’ luidt de kop boven een stuk van Eline Kuin en Hilbrand Polman. De gezondheid van Groningers houdt ook niet over. Boven het stuk had beter kunnen staan ‘Het is niet overal kermis waar de vlag uithangt’.

Gelukkig heet lachen gezond.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑