Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2021 (Pagina 2 van 19)

Over Controversiële diersoort van Rigter & Baljon

Een van de meest merkwaardige dichtbundels die ik dit jaar onder ogen heb gekregen, is Controversiële diersoort van uitgeverij Opwenteling – alleen die naam al. Arnoud Rigter en Sieger Baljon kozen voor deze uitgave gedichten van collega-dichters, maakte daar kopieën en scans van en plakten deze vervolgens op de hen beschikbaar gestelde bladzijden.

Het eindresultaat is ‘iets’ waar de kerstpuzzel van Dr. Denker bij in het niet valt. De bundel opent met orakelpraat die niet als gedicht is te herkennen: ‘Deze achterkant interesseert zich niet/ hij reikt uit/ Om oogglans- en blosbevorderingen/ Om de tijd van klokken te zuiveren/ Omdat de mens een controversiële diersoort is.’

Wie dit schreef en waarom is onduidelijk. Wat er bedoeld wordt, is raadselachtig. En dat raadsel wordt naar mate de bundel vordert alleen maar vergroot. Dat komt ook door de hotse-klots-opmaak waarbij de eerder genoemde kopieën of scans met een vermoedelijk genot op de bladzijden zijn gekwakt.

Gaandeweg, bladerend, ontstaat het idee dat Rigter en Baljon menen dat montages en herschikkingen tot een durfde bloemlezing of nieuw geheel kunnen leiden. Dat laatste is op zich juist, maar toegankelijker wordt het er niet van. Het schrikt eerder af. En, eerlijk gezegd, dat is ook weer de charme van Controversiële diersoort.

En dan ineens lees ik het volgende:

Ik weet
niet meer
wat r gebeurd is

ik weet
t nog
maar t
dringt niet
tot me door

t dringt
tot me door
maar ik wil
r niet
over praten

ik wil
erover praten
maar ik vind
de woorden
niet

ik vind
de woorden
maar ik krijg
ze niet
naar buiten.

Jan Arends!? Achterin de bundel blijkt het om Ik weet van Erik Jan Harmens te gaan. En dat de voorgaande en volgende teksten afkomstig zijn uit bundels van Roelof ten Napel, Radna Fabias, Gerda Blees, Joris Miedema, Han van der Vergt, Michael Tedja. De hedendaagse experimentelen.

Ik durf niemand een exemplaar van Controversiële diersoort cadeau te doen. Mijn reputatie is al dubieus genoeg. Maar als bewijs dat in de poëzie alles mag en kan geef ik deze bundel met plezier een plek op de onderste plank in mijn boekenkast.

Titel: Controversiële diersoort Samenstelling: Arnoud Rigter & Sieger Baljon Uitgever: Opwenteling. Prijs: 22 euro (100 blz.)

Hanny Michaelis ontmoet Gerard Reve

Dertig jaar geleden hoorde ik via de radio hoe Gerard Reve zijn De Avonden voorlas. Omdat ik ook toen al vastleggerig was, nam ik de lezing in zijn geheel op, op zeven cassettebandjes. Ik heb ze nog steeds in mijn bezit.

Jaren later kocht in de uitverkoop bij Vroom & Dreesmann de cd-uitvoering van de voorlezing. Ook die heb ik nog steeds. Er zijn jaren dat ik in december De Avonden herbeluister, er zijn jaren dat ik de roman in december herlees.

Ik schrijf dit omdat de VPRO vanaf 18 december met een ’tweedelige fictie-podcast’ komt waarin Hanny Michaelis een bezoek brengt aan Reve, haar voormalige echtgenoot woont dan met Joop Schafthuizen in Machelen.

De tekst van podcast – titel: Leven met Reve – is van Ger Beukenkamp, Hans Hylkema deed de regie. Olga Zuiderhoek (Hanny Michaelis), Gijs Scholten van Aschat (Gerard Reve), Peter Blok (Joop Schafthuizen) en Serge-Henri Valcke (taxichauffeur en dorpspastoor) zorgen voor de stemmen.

Leven met Reve is gebaseerd op een ontmoeting die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, in de zomer van 1986, op initiatief van journalist Ad Fransen die later nog een boekje met dezelfde titel heeft gemaakt. Zie ook vpro.nl/levenmetreve.

Lezen is associëren

Ik blader associërend door een prospectus van Overamstel Uitgevers en zie de volgende boeken aangekondigd:

  • Moeders zondag van Graham Swift in januari
  • Mijn pa is nooit alleen van Jan van Mersbergen in februari
  • De school voor goede moeders van Jessamine Chan in februari
  • Geen kinderen, wel drie kippen van Sofie De Moor in februari
  • Help, ik heb een vader van Kaat De Kock in maart
  • De tijd is een moeder van Ocean Vuong in april

En moet er nog aan wennen dat Hier huizen draken niet de nieuwe dichtbundel is van Anneke, maar van Marie Claus.

Een andere intrigerende reeks komt uit de verschijningskalender van Atlas Contact:

  • 13 januari Jan-Paul Schutten – Schaduwleven
  • 17 januari Jonathan Carr – Ontsnapping uit het getto
  • 17 januari Chloe Shaw – Een hondenleven
  • 24 januari Annie Dillard – Schrijversleven
  • 25 januari André Aleman – Wie is hier nou verward?

Stem nu op uw favoriete lijstje

Ik blijk de Evergreen Top 1000 van NPO Radio5, voorheen Hilversum 5, voorheen 747 AM, voorheen Radio 747 en ook voorheen Radio5 te hebben gemist. Tussen 22 en 26 november werd daar een lijst afgespeeld met volgens luisteraars ‘de mooiste muziek ooit gemaakt’.

Op 1 staat Roller Coaster van Danny Vera. Op 2 Het Dorp van Wim Sonneveld. Op 3 Du van Peter Maffay. Op nummer 1000 Touch van Outsiders.

Is het opmerkelijk dat de mooiste muziek ooit gemaakt wordt door een Nederlander die een Amerikaan nadoet? En dat de op een na mooiste muziek volgens Nederlandse luisteraars een van oorsprong Franse compositie is onder een tekst over een verdwenen Nederland?

De komende dagen volgen nog meer radiouitzendingen met mooiste muziek volgens luisteraars die de moeite hebben genomen hun stem uit te brengen:

  • Top 4000, ‘de grootste hitlijst aller tijden’ – Radio 10. Te beluisteren van 4 december tot en met 24 december
  • Snob 2000, ‘de enige echte alternatieve eindejaarslijst’ – Penguin Radio. Te beluisteren van 18 tot en met 31 december
  • Christmas Top 50, ‘de beste kerstmuziek, samengesteld door jou!’ – Sky Radio. Te beluisteren van 18 tot en met 31 december
  • De Drentse 1000, ‘dé muzieklijst veur en deur Drenthe’ – RTV Drenthe. Te beluisteren van 25 t/m 31 december
  • Grunneger 1000, ‘wat Grunnen mooi vindt’ – RTV Noord. Te beluisteren van 25 t/m 31 december
  • Top 2000, ‘de 2000 favoriete platen van luisteraars’ – NPO2. Te beluisteren van 25 t/m 31 december

Barbara Stok poseert voor Corné Sparidaens

Voor de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant interviewde ik Barbara Stok over haar nieuwe boek. In De filosoof, de hond en de bruiloft vertelt ze over Hipparchia, een van de eerste vrouwelijke filosofen. Het interview verschijnt, zoals het er nu naar uitziet, onder de kop ‘Waarom streven naar meer?’.

Stok kwam Hipparchia op het spoor via het boek Vrouwelijke filosofen van Carolien Creton uit 2012. In de geschiedschrijving bestaat één paragraaf over haar, opgetekend door Diogenes Laërtius, die in de derde eeuw na Christus de levens en ideeën van honderden Griekse denkers heeft beschreven. Over goede vrouwen sprak men niet in de oudheid.

Ze laat haar hoofdpersoon in contact komen met Crates, de leermeester van Hipparchia met wie ze later trouwde en kinderen heeft gekregen. De twee worden tot de cynici gerekend, een stroming van filosofen die een minimalistische levensstijl volgde en zich tegen de rangen, standen, normen en conventies van hun tijd keerden.

Meer in de krant van vrijdag en op de website. Met tekeningen uit het boek. En een foto van Corné Sparidaens, die op bovenstaand plaatje zijn werk doet.

Graffiti in Groningen en daarbuiten

De werkzaamheden van Writer’s Block in Emmen, Museum Straat in Amsterdam, de tentoonstelling JR: Chronicles in Groningen, imposante muurschilderingen in Assen en Stadskanaal. Er is veel te doen over straatkunst de laatste tijd.

Voor Dagblad van het Noorden bezocht ik de tentoonstelling Graffiti in Groningen, ook in het Groninger Museum. Hugo Engwerda en Aileen Middel hebben in de ovale zaal een overzicht samengesteld met graffitikunst die in jaren zeventig, tachtig en negentig in Groningen de kop op stak.

Daar is ook een boekje bij gemaakt, een gestencild fanzine getiteld Kladmuur: Pioniersjaren van graffiti in Groningen 1978-1992. Het museum heeft vervolgens een aantal graffitiwerken uit depot gehaald die nog onder directeur Frans Haks zijn aangekocht. Samen met museum Boijmans van Beuningen was het Groninger Museum het eerste museum in Nederland dat graffiti als kunstvorm erkende.

Graffiti in Groningen is tot en met 6 februari te zien in het Groninger Museum. De publicatie Kladmuur: Pioniersjaren van graffiti in Groningen 1978-1992 is verkrijgbaar in de museumwinkel. Het Groninger Museum, SPOT en Noordstaat hebben een multimediale wandel- en fietstocht langs street art en graffiti in de stad Groningen uitgezet. De tour is te downloaden via https://gm.tour.tapart.me/app/tours.

Weer staat Emmen onderaan

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag aandacht voor de bestrijding van de Japanse duizendknoop, een plant die nogal wat schade aanricht aan gebouwen,  wegen en riolen en om die reden bestreden moet worden.

Werd de duizendknoop in 2006 slechts in enkele tientallen gemeenten gezien, inmiddels duikt de plant bijna overal in Nederland op, meldt de krant. Het tempo waarin dat gebeurt liegt er niet om: met soms tien centimeter per dag wordt de bebouwing ondermijnd.

Om een beeld te krijgen van de gevolgen vroeg de krant bij de vijftig grootste gemeenten na of en zo ja welke kosten ze maken om de plant te bestrijden. “De grote gemeenten geven samen ruim 5 miljoen euro uit om de Japanse duizendknoop aan te pakken. In 43 van de 50 gemeenten zet de lokale overheid al geld opzij voor het verwijderen van wortels en plantenresten.”

Amsterdam blijkt door afbrokkelende kades zwaar getroffen. Jaarlijks wordt om die reden in de hoofdstad ruim 2 miljoen euro in de bestrijding van de woekerplant gestoken. Uit de inventarisatie blijkt dat de uitgaven in Rotterdam en Den Haag aanzienlijk lager zijn, maar wel goed voor de tweede en derde plek.

“Als je het inwonertal in aanmerking neemt, geven ook Helmond, Ede en Deventer veel uit. Gezien het geringe grondoppervlak zijn ook de kosten in de gemeente Haarlem redelijk hoog. Alle bedragen zijn nog een onderschatting van het probleem, omdat gemeentelijke diensten ook los van het extra geld aan bestrijding doen.”

Met 42.000 euro jaarlijkse bestrijdingskosten staat Emmen weer eens onderaan in een lijst.

Dat hoeft dit keer geen slecht nieuws te zijn. Emmen mag dan in oppervlakte – 337,48 km² – een van de grootste gemeenten van Nederland zijn en daarmee een potentiële groeimarkt voor de duizendknoop, misschien mijdt de plant Zuidoost-Drenthe vanwege de negatieve berichtgeving. Je weet het niet, je kan het niet zeggen.

Wat ook kan is dat de enige natuurlijke vijand van de duizendknoop, de Japanse vlo, zich wel thuis voelt in Emmen. Net als de eikenprocessierups.

Via de metro naar het Groninger Museum

Daar ligt hij. Een Samsung Zoom Auto Macro. Of meer precies: een ECX1 Panorama Camera met een lens die tussen de 38 en 140 millimeter scherp kan stellen. Op Marktplaats te koop voor 50 euro.

JR betaalde er niets voor. Hij vond zijn Samsung als 17-jarige graffititagger op metrostation Charles de Gaulle in Parijs en bracht hem níet naar de afdeling gevonden voorwerpen. In plaats daarvan besloot hij zijn vrienden te fotograferen terwijl ze tags aan zetten waren.

Een jaar later exposeerde hij die foto’s als posters, illegaal geplakt in de metro en op muren. En nu heeft diezelfde JR een grote expositie in het Groninger Museum: Chronicles. Nu ligt zijn eerste fototoestel in een vitrine als een historisch object. Zijn straatnaam is zijn kunstenaarsnaam geworden.

Vrijdag meer in de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant.

Problemen waar Emmen het over moet hebben

Kees Groenevelt mailde een reactie op de berichtgeving over het Atlas voor Gemeenten-onderzoek in Dagblad van het Noorden. Groenevelt, onder meer oud-voorzitter van Filmhuis Emmen, is al jaren kritisch cultuurspotter in Emmen. Voor de liefhebber hieronder de kern van zijn betoog:

“Wat mij verbaast en ergert is dat er alleen fanboys aan het woord komen. Geen enkele kritische opmerking. Alleen mensen die volkomen onkritisch lof zingen over hoe fijn het wonen in Emmen is. Er wordt net gedaan of dat onderzoek niks voorstelt. Zelfs de burgemeester probeert het onderzoek te bagatelliseren.

Daarom alsnog:

Voor het tiende jaar op rij is Emmen de minst aantrekkelijke gemeente om te wonen volgens de Atlas voor Gemeenten. Maar is dat echt zo? Ja, dat is echt zo. Een niet zo prominente Emmenaar over zijn gemeente. Het gaat om een regelmatig terugkerend onafhankelijk onderzoek. Er wordt op objectieve wijze naar een groot aantal criteria gekeken en die worden gewogen.

Er zijn diverse punten waar je als gemeente niks aan kan doen. Ja, Emmen ligt in een buitenregio, dus ver weg. Ja, Emmen is niet goed bereikbaar (denk aan het enkelspoor naar Zwolle en geen treinverbinding naar Groningen of komt er ooit nog een verdubbeling?). Ja, Emmen heeft geen historisch centrum (logisch, Emmen is een na 1945 uitgebreid dorp, toen het als centrumgemeente werd aangewezen).

Maar dan:

Emmen is slecht bedeeld met beperkte school en opleidingsmogelijkheden. Emmen loopt ver achter met cultureel aanbod en het amusement en culinaire aanbod is ook zeer beperkt. Emmen heeft een (te) grote groep met een laag opleidingsniveau en/of een te kleine groep met een middelbaar of hoog opleidingsniveau. Hoger opgeleiden zijn de motor voor economische vooruitgang en het draagvlak voor de kwaliteit van het culturele leven.

De groep hoger opgeleiden die in Emmen werken wonen daar niet. Ook de hogere ambtenaren in Emmen wonen liever in Groningen. Velen zijn ook voorbijgangers, ze werken hier een paar jaar en zijn dan weer verdwenen. Zo ook straks deze burgemeester. Kinderen die van de middelbare school komen en een beetje ambitie hebben, vertrekken zo snel mogelijk naar Groningen, Zwolle of Utrecht en Amsterdam en komen nooit meer terug.

Emmen is een centrumgemeente in de regio, maar maakt die rol niet waar. Dit zijn de problemen waar we het over moeten hebben. Emmen bevindt zich in een zorgelijke situatie, die de laatste dertig jaar verergerd is door het beleid van de centrale overheid. Minder geld, waardoor minder zorg, sociale voorzieningen, scholen, etc.

Deze gegevens kan je niet ontkennen en wegwuiven, of zeggen dat ze niet gelden. Natuurlijk zijn er mensen die hier goed en prettig leven, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat er om of Emmen aantrekkelijk is vergeleken met andere steden. Nee dus.

Objectief komt Emmen er slecht af en ik maak mij extra zorgen om die egocentrische, afkeurende en ontkennende reacties. Waar het om gaat is dat je je niet persoonlijk aangevallen moet voelen met zo’n uitslag. Emmenaren moeten zich met zelfbewustzijn afvragen hoe we dit kunnen verbeteren.

Helaas is daar de afgelopen dertig (?) jaar bijzonder weinig van gemaakt door de lokale politiek. Waar is de ambitie en de inzet? Als tegenvoorbeeld kunnen we Heerlen noemen, voorheen een concurrent om de laatste plaats. Door fors in te zetten op ontwikkeling heeft Heerlen een flinke sprong gemaakt op de lijst van de Atlas.

Ik vond het zwakke stukjes in de krant. Eerst al de verkeerde insteek. Het gaat niet om wat een Emmenaar over zijn woonsituatie vind, het gaat er om dat in vergelijking met andere gemeenten Emmen er slecht af komt. De vraagstelling leidt tot ontkenning en we zien reacties met zelfbeklag en een Calimerocomplex, zelfs bij de burgemeester, zonder enige kritische noot. Hebben we ooit een burgemeester horen klagen over zijn woonsituatie? Ik ben van mening dat de krant juist ook de andere kant zou moeten belichten. En wat mij betreft: Wat doen we eraan?”

Over Emmen en het Atlas voor Gemeenten-onderzoek

Of ik iets wilde zeggen over de slechte positie van Emmen in het jongste onderzoek van Atlas voor Gemeenten? Ik dacht na. Alweer? Was er iets veranderd ten opzichte van de vorige onderzoeken waarin de vijftig grootste gemeenten jaarlijks met elkaar worden vergeleken op meer dan vijftig punten? Volgens mij niet. Emmen was weer eens onderaan geëindigd.

Voor de vorm hekelde ik de onderzoeksopzet. Zei ik dat het, bijvoorbeeld, vreemd is Emmen te diskwalificeren op het geringe aantal vooroorlogse woningen. Wat kan Emmen er aan doen dat het na 1945 spectaculair begon te groeien, toen ergens werd besloten dat ook Zuidoost-Drenthe een industriekern moest worden? Waarna in hoog tempo voor die tijd uiterst moderne woonwijken werden gebouwd als Angelslo en Emmerhout?

Zei ik dat de bereikbaarheid van Emmen pas als slecht beoordeeld kan worden als daarmee de bereikbaarheid ten opzichte van de Randstad wordt bedoeld. Vanuit Borger, Ter Apel, Hoogeveen en Coevorden is de bereikbaarheid uitstekend. Vanuit Duitsland gezien, toch geen onbelangrijk land in de wereld, is de bereikbaarheid vele malen beter dan die van, zeg, Den Haag.

Merkte ik op dat Emmen welbeschouwd helemaal niet in het onderzoek van Atlas voor Gemeenten moest worden meegenomen, omdat Emmen als plaats slechts 56.000 inwoners telt. Pas als de bewoners in omringende dorpen als Emmer-Compascuum, Nieuw-Amsterdam en Klazienaveen worden meegeteld komt Emmen als gemeente in de buurt van de 100.000 inwoners die voor de Atlas worden gehanteerd.

Om het gesprek een beetje gaande te houden, citeerde ik burgemeester Eric van Oosterhout. Die heeft tegen Dagblad van het Noorden gezegd dat hij nog nooit door een Emmenaar erop is aangesproken dat Emmen geen Rijksmuseum of restaurants van de buitencategorie heeft. Hij vertelde er niet bij wat dat  zegt over de interesse van Emmenaren voor de meer aangename kant van het leven in het algemeen en de belangstelling voor kunst en cultuur in het bijzonder.

Ook zei ik iets over zijn opmerking dat hij tijdens de vrijdagmarkt wordt gevraagd hoe het met hem gaat. “Kom daar eens om op de Albert Cuypmarkt”, had Van Oosterhout gezegd, bedoelend dat in Emmen sprake is van naoberschap en in Amsterdam niet. Nou, zei ik, als Van Oosterhout ooit nog eens burgemeester van Amsterdam wordt, reken maar dat hij dan op de Albert Cuyp door Amsterdammers zal worden aangesproken. Op van alles en nog wat.

Ineens werd ik nieuwsgierig naar de vragen die van Van Oosterhout op de vrijdagmarkt door burgers worden gesteld. Zouden die over zijn gedroomde nieuwe raadzaal gaan, over de nog steeds gitzwarte pieten in Emmen, over de belabberde staat van het Rensenpark, over het zorgwekkende onderzoek dat de Rabobank onlangs presenteerde over de achterblijvende economische ontwikkelingen in Zuidoost-Drenthe en wat er met dat onderzoek wordt gedaan?

Het is dat ik, vanwege besmettingsgevaar niet graag de vrijdagmarkt bezoekt, maar mocht ik Eric van Oosterhout weer eens een keer tegen het lange lijf lopen dan zal ik eerst naar zijn welbevinden informeren en daarna of iedereen in Emmen zo schitterend woont als hij Weerdinge. Vervolgens zal ik hem vragen naar het bedrag dat de gemeente Emmen iedere maand moet betalen om attractiepark Wildlands in de benen te houden. Geld dat ook aan de verbetering van de ‘sociaaleconomische variabelen’ had kunnen worden besteed.

Over de Atlas voor Gemeenten zal ik niet beginnen.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑