
Woest & Ledig schort de berichtgeving tijdelijk op.
Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Woest & Ledig schort de berichtgeving tijdelijk op.

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude.
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Lucas 2: 6 – 7.

We maakten een wandeling over de Schimmeres. Op de Sluisvierweg ter hoogte van het woonwagenkamp werden we aangesproken door een man die, zo bleek later, speciaal voor ons zijn auto tot stilstand had gebracht en zijn raampje opende.
“Er valt u iets weg,” sprak de man.
Ik keek achterom en zag een stukje verderop een ceintuur liggen. (Eigenlijk was het een deel van een sling, maar dat roept zoveel vragen op, het zou vooral afleiden.)
Ik bedankte de man, liep terug en raapte de ceintuur op. Daarna vervolgden we onze wandeling. We moesten nog een heel eind.
“Er valt u iets weg – ik zou dat zelf nooit zo gezegd hebben,” zei ik. “Ik zou zeggen: U heeft iets laten vallen.”
“Ik zou het wel zo gezegd hebben,” reageerde zij.
“Volgens mij is het Drents. Ik moet bekennen: ‘Er valt u iets weg’ is mooier dan ‘U heeft iets laten vallen’. Het is passiever en impliceert dat het je is overkomen, dat je er zelf niet de hand in hebt gehad, wat min of meer het geval is. ‘U heeft iets laten vallen’ veronderstelt dat er een handeling aan vooraf is gegaan, dat het bewust is gebeurd.”
“Misschien was dat ook wel zo.”
In de verte dreigde regen.

Wegens omstandigheden was ik een tijdje niet in Groningen geweest. Daardoor trof ik pas gisteren de nieuwe Roet in de postbak aan: Harfst 2020, 42e jaorgang. Ik zette het meteen op een lezen in het redactioneel:
‘Een redactie die niet naodèenkt over de toekomst is gien knip veur de neus weerd’, las ik. ‘Wij bint gangs met de 42ste jaorgang van oes ‘Drents letterkundig tiedschrift’ en der van overtuugd dat dit blad nog volop toekomst hef. Ok as oetgave op papier. Misschien wel júúst als een iegenzinnige oetgaove op papier. Maor der mot wel wat veraandern um toekomstbestendig te wezen.’
Daarna volgden vier goede, naar vertrouwd Drents gebruik anoniem opgestelde voornemens:
Alles komt goed. Veur €14,50 in ‘t jaor kriej dit letterkundige tiedschrieft elk kwartaal in hoes. Abonnee worden kan via deze link. Over een jaar kijken we wat er van de voornemens is geworden, Deo en Drenthe volente.
Zoals wellicht bekend verschijnt Dagblad van het Noorden in twee edities, een Drentse en een Groningse variant. De verschillen zijn niet heel groot. Steeds vaker staan in de twee edities dezelfde stukken, je zou kunnen stellen dat ze naar elkaar toe groeien. Het zal mij niet verbazen als de nieuwe eigenaar, Mediahuis, ooit van de twee huiskamers een ruime zaal besluit te maken.
Wat mij als lezer van beide edities opvalt, is dat in de Groninger editie opvallend veel jubelstukken staan, berichten vol zelffelicitaties waarin Groningen – meestal de stad, soms de provincie – wordt afgeschilderd als een herbouwd paradijs of op zijn minst een plek waar mensen tevreden moeten zijn. In de Drentse editie staan dat soort berichten niet.
In Drenthe vindt ‘men’ het klaarblijkelijk niet nodig zichzelf op de borst te kloppen. Immers: waarom iets beweren wat vanzelf spreekt? In dat licht duiden de jubelstukken op een minderwaardigheidscomplex. In een ander licht is het verkooppraat. In beide gevallen is het een schreeuw om aandacht.
Hieronder drie voorbeelden van Groninger zelfpromotie in Dagblad van het Noorden, gespot in een week.

De eerste, Dichter filmt ode aan Groningen, oogt particulier maar is dat het niet. Het betreft hier een door Myron Hamming geïnitieerd project. Hamming wil stadsdichter van Groningen worden en geeft alvast een eerste van vermoedelijk een reeks positieve signalen af. Het is te hopen dat hij, als hij door het gemeentebestuur benoemd wordt, zijn liefdespijlen niet alleen op de stad, maar ook op de omringende dorpen richt.

Het tweede voorbeeld, Zo wordt Groningen de groenste stad, heeft betrekking op gemeentelijk beleid dat in maart is aangekondigd en nu tot een uitvoeringsagenda heeft geleid. In het stuk staat niets over het streven om ‘de groenste stad’ te worden, terwijl zo’n competitie wel degelijk bestaat. De kop is of door een verslaggever of door een eindredacteur verzonnen die van mening is dat Groningen (ook) op dit terrein moet uitblinken. Er gaat immers niets boven Groningen. ‘Zo wordt Groningen een groene stad’ had als kop ook gekund.

Het derde voorbeeld, ‘De mooiste hunebedden liggen mogelijk onder Groninger klei’, stond afgelopen zaterdag in de krant als ankeiler van een groter verhaal in de weekendbijlage. Ook hier weer een fraai staaltje borstklopperij met onder meer het volgende citaat afkomstig van directeur Daan Raemaekers van het Groninger Instituut voor Archeologie: “Drenthe mag dan de meeste hunebedden hebben, ik sluit niet uit dat de Groningen de mooiste heeft.”
Zo’n uitspraak maakt nieuwsgierig naar de onderbouwing. In het stuk ontbreekt die echter en dat is opvallend want het Groninger Instituut voor Archeologie is een wetenschappelijk instituut, dat laat geen ruimte voor grappen. Aan de andere krant is het begrijpelijk: die mooiste hunebedden bevinden zich onder jonge grondlagen en zijn dus onzichtbaar. Het kan dus ook heel goed dat het de lelijkste hunebedden zijn. Dat zullen ze in Groningen nooit bedenken.

Het mooist zijn de onverwachte kennismakingen. In december 2005 belandde Gilead van ene Marilynne Robinson op mijn bureau. Ik had nog nooit van haar gehoord. Later bleek dat in 1982 nagenoeg onopgemerkt haar debuut Een huishouden in Nederland was verschenen, in een vertaling door Wim Dielemans.
De winter van 2005/2006 was de tijd dat mijn krant, Dagblad van het Noorden, nog over een onbeperkte hoeveelheid boekenmedewerkers kon beschikken, en ik voor de regionale literatuur, onze core-business, ook andere mensen mocht inschakelen.
Met de handen vrij, in mijn eigen tijd, begon ik te lezen. Het nieuwe jaar opende ik mijn sterrenloze bespreking als volgt:
‘Toeval of de voorzienigheid? Op de achterflap van Gilead, de roman van de Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson, staat vol steekwoorden die doen denken aan Knielen op een bed violen van Jan Siebelink: predikant, religieuze ervaring, een vader, eindigheid, een zoon. De raakvlakken zijn opvallend.’
Ik eindigde met ‘Als er een bibliotheek in de hemel is, verdient Gilead een plek op de bovenste plank.’ (Achteraf denk ik dat de bovenste plank geen goede plek is voor een uitzonderlijk boek. Bijna geen lezer kan bij de bovenste plank.)
De jaren daarna ben ik Robinson blijven lezen, steeds als er weer een nieuw of een oud boek van haar verscheen: Thuis, de heruitgave van Een huishouden, Lila en ook de bundel De gegevenheid der dingen en Wat doen wij hier? Niet alles kon mij bekoren, met name Wat doen wij hier? was niet speciaal voor mij geschreven. Haar romans stelden daarentegen nooit teleur.
Zaterdag bezorgde de postbode Jack. Hij belde er speciaal voor aan. De komende dagen houd ik mij stil en wil ik mij door niets en niemand laten opjagen. Lekker lang en traag lezen.

Plaats: Sas van Gent, Walstraat
Foto: © Woest & Ledig

Plaats: Philippine, Philipsplein
Foto: © Woest & Ledig

Plaats: Sluiskil, Kerkplein
Bouwjaar: 2005
Foto: © Woest & Ledig

Nog een weekje wachten en dan is weer tijd voor het wonder: drie schrijvers die via De Literaire Hemel in uw leven verschijnen. Gewoon thuis in de woonkamer, in bed en of waar dan ook.
Annette Timmer en Joep van Ruiten praten vrijdag 11 december met Ernest van der Kwast (foto Foto Stephan Vanfleteren) over zijn roman Ilyas, met Klaas Knooihuizen over zijn debuut Geel is de kleur van de zomer en met Ronit Palache over Bange mensen stellen geen vragen, een boek waarin Renate Rubinstein (1929-1990) centraal staat.
Wie zich voor 11 december 17.00 uur via livestream@literairehemel.nl aanmeldt, krijgt een link waarmee de gesprekken via een livestream zijn te volgen. Een dag later zijn gesigneerde exemplaren van de besproken boeken te koop bij boekhandel Van der Velde Assen.
U kunt uw betrokkenheid bij De Literaire Hemel laten blijken door een donatie. Uw gift maakt het mede mogelijk om schrijvers, die soms al maanden het contact met hun lezers kwijt zijn en daardoor ook een deel van hun inkomen, te blijven uitnodigen: NL47 INGB 0009 0669 28 t.n.v. Stichting De Literaire Hemel.
© 2026 Woest & Ledig
Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑