Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2017 (Pagina 2 van 25)

Een echte Wim

Ik heb een Wim gekregen. Zie bijgevoegd plaatje. Nu zullen sommigen onder u misschien zeggen dat het een vis is, wat ik goed kan begrijpen, maar voor mij is het op de eerste plaats een Wim. Een echte. Zie daarvoor ook de initialen W.H. links onder. De W. staat voor Wim. De H. voor Hofman. Dat is de achternaam van Wim.

Wim Hofman
Drie keer deed ik een poging een echte Wim te bemachtigen. Drie keer in Groningen tijdens De Rijke Buit, de kunstveiling in de bibliotheek met werk van schrijvers en dichters die ook beeldende kunst maken. Wim had voor die veiling kleine betaalbare werken beschikbaar gesteld. Drie keer was iemand mij te glad af.

Daarna reisde ik naar Middelburg waar in het plaatselijk centrum voor beeldende kunst een tentoonstelling met werk van Wim was te zien. Een aantal van die werken bleek te koop, maar het aanbod was zo overweldigend dat ik geen keuze kon maken. Dus keerde ik met een vol fototoestel en twee lege handen terug naar het Noorden. Weer geen Wim.

Het moeilijkste aan kunst kopen is het kiezen.

De Wim die aan een vis doet denken, kreeg ik van Sinterklaas – naam en adres bij de redactie bekend. Op de achterzijde staat in potlood het volgende geschreven: 'Scharnierende vis met schroefje. 16HWZW01 10 x 18 cm €90 60'. Waar die reeks tekens voor staat, weet ik niet. Ik zou moeten gissen. Het einde van de reeks duidt er op dat de Wim is afgeprijsd. Helaas is Sinterklaas vertrokken. Ik kan het hem niet meer vragen.

Vissen zijn belangrijk in het werk van Wim, vermoedelijk omdat hij in Zeeland woont en werkt, daar heb je nogal wat vis. De vis is in Zeeland wat het schaap in Drenthe is. Maar vissen zijn bij Wim nooit gewone vissen. Ze hebben altijd iets bijzonders. Ze leven bijvoorbeeld getekend in een echt blikje sardines. Of hebben, zoals in dit geval, een scharnier én een schroefje. Altijd handig, ook als niet duidelijk is waarvoor. Waar het om gaat is dat Wim het ongewone in het gewone kan zien.

De gekregen Wim ging gepaard met een doorzichtig lijstje. Ook daar ben ik blij mee, ook dat vind ik zeer gepast. Want nu is het net alsof de Wim in een aquarium zit en dus de ruimte heeft die het leven in den vreemde, ver van Zeeland, nog een beetje aangenaam kan maken. En het werkt nog ook. Zie maar: hij lacht een beetje.

Not #MeToo

Ter gelegenheid van het verschijnen van haar nieuwe boek, Leeive, lieve Eva, interviewde ik Jannie Boerema. Het gesprek, in Zeijen, ging eerst over de persoon aan wie ze haar nieuwe boek heeft opgedragen, haar vroeg-overleden naamloze zus. Daarna ging het over haar verdrietige leven, over het misbruik in haar kindertijd en, op latere leeftijd, de mishandeling door foute mannen.

Jannie Boerema DvhN
Terwijl we zo spraken, vroeg ik me af hoe ik dit alles als journalist op de redactie moest 'verkopen'. Ik zou het kunnen aankaarten als een #MeToo-verhaal uit eigen regio. Wellicht kreeg het dan vanwege de actualiteit een prominente plek, ergens voor in de krant waar lezers met de meest 'urgente en aangrijpende berichten' worden geconfronteerd.

Ondertussen vertelde Boerema hoe zij de recente media-aandacht voor de verhalen over seksueel misbruik ervoer. Jelle Brandt Corstius, Gijs van Dam en Griet Op De Beeck. Alle drie hadden recent hun verhaal over misbruik in de media gedaan en waren daar niet goed uitsprongen. Brandt Corstius en Van Dam vechten inmiddels een juridisch strijd uit. Het verhaal van Op De Beeck is in twijfel getrokken.

"Ik ben voor media-aandacht als het er om gaat het taboe op misbruik te doorbreken", zei Boerema. "Maar zoals dat nu gaat in de berichtgeving over Brandt Corstius en Van Dam, daar is niemand bij gebaat, zoiets kent alleen maar verliezers. Griet Op De Beeck vertelt geen kulverhalen, want dan raakt ze haar goede naam kwijt. De suggestie dat ze zoiets vertelt om in de publiciteit te komen en haar boek te verkopen is echt heel schunnig."

Eerder tijdens het gesprek ging het over wat Boerema had doen besluiten haar verhaal te publiceren. Ze vertelde dat ze twee jaar geleden door haar uitgever, Het Drentse Boek, was gevraagd met een dichtbundel te komen. Werkend aan die bundel was de dode zus in haar schrijven opgedoken. Vervolgens besloot ze aan die zus te vertellen wat ze niet eerder in een boek had durven vertellen. "Het ging eigenlijk vanzelf."

Op weg naar huis besloot ik dat het verhaal los moest staan van #MeToo, ondanks de thematiek en uitspraken over Brandt Corstius, Van Dam en Op De Beeck. Leeive, lieve Eva – een bundeling brieffragmenten, gedichten, stukken proza, autobiografie, soms verpakt in literaire vorm – moest juist niet aan de actualiteit  'gehaakt'. Want dan zou het verzwolgen worden door die actualiteit, en niet over gaan wat de schrijfster probeerde te vertellen.

Aangekomen op de redactie hield ik mij stil. Ik besloot, geheel in strijd met de wedloop om de aandacht van lezers, dat het onder de bekentenisliteratuur moest worden geschaard. Dat het elders in de krant een plek verdiende; in de cultuurbijlage. Daar waar het niet stormt, maar rustig begonnen kan worden met het overzien van de schade.

Gezocht: kandidaten voor de Drentse Anjer Prijs

Logo Prins Bernhard CultuurfondsHet Prins Bernhard Cultuurfonds Drenthe zoekt kandidaten voor de Drentse Anjer Prijs, een onderscheiding voor 'organisatoren die een stimulerende bijdrage leveren c.q. een belangrijke impuls geven aan het culturele klimaat van Drenthe'.

De prijs – in geld 5000 euro – wordt volgend jaar voor het eerst uitgereikt. Volgens de criteria komen alleen rechtspersonen zonder winstoogmerk in aanmerking, uit statuten moet blijken dat zij werkzaam zijn op het culturele werkterrein. Aanmelden en meer informatie via www.cultuurfonds.nl/drentse-anjer-prijs.

De Drentse Anjer Prijs, die jaarlijks zal worden uitgereikt, wordt de derde culturele prijs in Drenthe. Zo is er ook een Drentse Talentprijs Cultuur, die jaarlijks wordt uitgereikt door K&C, en de tweejaarlijkse Grote Culturele Prijs van Drenthe die als oeuvreprijs wordt uitgereikt door de provincie Drenthe.

Hoogeveen krijgt weer ‘museum’

Huizen Venendal Hoogeveen
Hoogeveen krijgt weer een ‘museum’. Twee jaar na de sluiting van het gemeentelijke Museum De 5000 Morgen wordt 16 december in hetzelfde pand aan de Hoofdstraat op particulier initiatief huize Venendal geopend met ruimte voor wisselexposities.

De eerste tentoonstelling laat tot eind mei schilderijen, sculpturen en glaskunst zien van Ivo Winnubst, Wim Blom, Wout Wachtmeester, Joss Jansen, Walda Mees en Anne Hoogland. Op Hoogland na komen alle genoemde kunstenaars uit Hoogeveen en omgeving. Huize Venendal, de naam verwijst naar landgoed Venendal, is steeds open op vrijdag, zaterdag en zondag.

Het is de tweede keer in korte tijd dat in Hoogeveen een 'museum' open gaat. In september opende op het industrieterrein het Henny Huisman Museum ter ere van de voormalig muzikant en televisiepresentator.

Nederlandse IJslandschappen

Een lezer mailde met de vraag hoe het zit met het idee een tentoonstelling samen te stellen met Nederlandse ijslandschappen door de eeuwen heen. Vorig jaar schreef ik daar iets over in de veronderstelling dat daar een blockbuster voor een museum in zou zitten.

Ik moet bekennen, dat ik het 'concept' onder in een lade heb gestopt na de ontdekking dat kort daarvoor in het Teylers Museum te Haarlem zo'n tentoonstelling was begonnen: Echte winters. Weliswaar met Nederlandse ijslandschappen uit een beperkte periode, want slechts de negentiende eeuw, maar toch.

De attente lezer stuurde ook een plaatje mee: het uit 1891 stammende schilderij Schaatsenrijden van Willem Bastian Tholen.

Schaatsdenrijden (1891) Willem Bastian Tholen

Brief aan Henk Folkerts

Geachte Henk Folkerts,

Bij het verwerken van de grote hoeveelheden papier die zich steeds weer in mijn woning verzamelen, viel mijn oog op jouw column in de EmmenNu van afgelopen donderdag. Kunst… stond er boven. In het stukje vertel je over jouw bezoek aan de afgelopen zondag beëindigde tentoonstelling Grensgebieden van kunstenaarsgroep de-Passage in het Centrum Beeldende Kunst aan de Ermerweg.

Henk Folkerts

'Na afloop voelde ik me behalve teleurgesteld nogal onzeker en erg dom,' schrijf je. Daarna leg je uit hoe dat volgens jou komt. Het zou te maken hebben met een begeleidend A4-tje vol elitair taalgebruik en kunst die je omschrijft als 'onduidelijk broddelwerk'. Ook schrijf je dat kunst moet 'prikkelen, uitdagen en je aan het denken moet zetten'. En: 'dat kunst je niet moet ergeren, maar wat bij je naar boven moet halen'.

Nu heb ook ik de Grensgebieden bezocht. Al zaten er een paar prima werken tussen, zoals Exodus van Sourdine Jarram, de Gebrande klok van Frank Halmans en zelfs de door jou verfoeide, want te hoog geprijsde witte konijnenslaapkamer van Lidy Jacobs, vond ik hem niet echt geslaagd. Dat zat niet in de afzonderlijke werken of de manier waarop die werken tentoon werden gesteld, die was keurig als altijd. Het zat in een gebrek aan lokale relevantie: waarom juist deze groep op dit tijdstip met dit werk naar Emmen gehaald?

Maar het gaat mij hier om jouw kijkervaring. Ik zou graag meer willen weten over de stelling dat kunst niet moet ergeren, maar iets naar boven moet halen. Jij suggereert dat zoiets niet is gebeurd in het CBK. Vreemd genoeg heeft het wel tot een narrige column geleid, eentje waarin 'prikkelen' gelijk wordt gesteld aan 'prettig', 'aangenaam' en 'gezellig', maar 'ergernis' uit den boze zou zijn. Noem het maar niets.

Halverwege je column schrijf je dit: 'Ik word bij deze zaken ongemakkelijk. Dan denk ik: Heb ik wat gemist?'

Dat zou zomaar kunnen.

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Marcel Duchamp in New York een poging deed een gesigneerd urinoir geëxposeerd te krijgen. Hij deed dat onder meer om er achter te komen wat een kunstwerk tot kunst maakt. Is dat de kunstenaar, of is dat het voorwerp? Is het de ruimte waarin kunstwerken worden getoond, zoals een museum of een galerie, of het publiek, hoe klein ook?

De pot werd aanvankelijk geweigerd. Toch was de actie een belangrijk succes. Het liet een ontwikkeling zien: dat de gedachte bij en over een kunstwerk belangrijker kan zijn dan het kunstwerk zelf. Anders gezegd: dat aan een origineel concept in sommige gevallen meer artistieke waarde toegekend mag worden dan aan een knap gemaakt en op de werkelijkheid lijkend schilderij van, zeg, een blote vrouwenrug.

Het zal met het onderwijs te maken hebben dat slechts een kleine groep ('elite') van de daad van Duchamp op de hoogte is en daar ook begrip voor wil opbrengen. Anders kan ik niet verklaren waarom er anno 2017 met ergernis wordt gereageerd op kunst die iets anders wil voorstellen dan wat wij al eeuwen weten: hoe bijvoorbeeld een mistig heidelandschap er uit kan zien. Waarom bij grote groepen mensen begrippen als 'leuk' en 'mooi' zwaarder wegen dan 'interessant' en 'uitdagend'.

Afgelopen zaterdag publiceerde NRC/Handelsblad een interview met Thierry Baudet, voorman van de partij Forum voor Democratie. In het stuk wordt hij, Baudet, onder meer geconfronteerd met zijn uitspraak dat de architect Rem Koolhaas 'de grootste misdadiger tegen de menselijkheid' zou zijn. Baudet reageert daarop als volgt:

„Dat was natuurlijk met een dikke knipoog, een hyperbool. Koolhaas is gewoon een representant van een dominante tijdgeest waarin onze esthetiek is ontspoord. Ik denk dat iedereen die niet ideologisch gebrainwasht is, dat ziet. Wat wij nu aan moderne kunst en stedenbouw tot stand brengen, komt voort uit dezelfde mindset als ons migratie- en multiculturalismebeleid. Er is een knak gekomen in het grote beschavingsproject van het Westen; de destructie van de afgelopen honderd jaar. Maar ik sta in de traditie van de drieduizend jaar daarvoor. De tijd van Homerus tot James Joyce, van Odysseus tot Ulysses. Die wil ik behouden, beschermen.”

Van EmmenNu naar NRC/Handelsblad, het lijkt nogal een sprong. Ik maak hem bewust omdat ook Baudet iets heeft gemist. Maar anders dan bij jou, Henk, beperkt het zich bij Baudet niet meer tot ergernis. Hij verbindt er vergaande conclusies aan. Baudet heeft het idee omarmt dat we – 'als dit zo doorgaat' – de rand van het ravijn passeren. Met alle gevolgen van dien. Inmiddels denkt dat hij premier moet worden en 'het grote beschavingsproject van het Westen' moet redden.

Hoor mij, o Heer, help mij genadig/ Bekroon mij met Uw gunst gestadig.

Als Baudet het niet als hyperbool heeft bedoeld, houdt de ontwikkeling van de kunst met terugwerkende kracht op in 1922, het jaar waarin Ulysses is verschenen. Stel je eens voor wat er gebeurt als deze man het voor het zeggen krijgt in Nederland. Weg vooruitgang. Weg ontwikkeling. Weg mogelijkheid om grenzen ter discussie te stellen en, indien gewenst, te verleggen.

Dus: snel terug naar het Centrum Beeldende Kunst, paleis van de verbeelding in Emmen, de enige serieuze plek in Zuidoost-Drenthe waar professionele kunst wordt getoond die niet op de eerste én laatste plaats speciaal voor de vrije markt is bedoeld. Het goede van zo'n plek is dat je er niet (altijd) naar de mond wordt gepraat, maar dat er (in gunstige gevallen) iets tegen je wordt gezegd wat je nog niet eerder hebt gehoord.

Dat kan gepaard gaan met irritatie en agressie bij de kijker. Vraag is dan vervolgens waarom jou dat overkomt. Want zo werkt het: goede kunst roept vragen op. En goede kijkers worden beloond met gratis antwoorden. Tel je uit je winst.

Dan nog even over dat A4-tje. Ook ik heb het geprobeerd te lezen. Ook ik werd er niet wijzer van. Jammer en helaas. Het belooft vaak weinig goed als kunst het van de bijsluiter moet hebben. Aan de andere kant, en dat weet jij heel best: het is niet iedereen gegeven om helder te schrijven. En nu moet ik echt ophouden, want het oud papier moet nodig het huis uit. Morgen valt er weer een nieuwe EmmenNu in de bus.

Het merk LINDA. en de Nederlandse samenleving

Uitgeverij Atlas Contact stuurde twee maanden geleden het boek Spiegelzaal van onze tijd van Chris van de Heijden naar de redactie. Omdat ik voornemens was het te lezen en er iets over te schrijven, gaf ik het een plek op mijn bureau, dicht bij de hand. Daarna gebeurde wat vaker gebeurt: het verdween onder een stapel papier.

Chris van der Heijden
Deze week vond ik het boek terug. Op basis van wat grasduinen schreef ik er een 'signalementje' over voor onze onregelmatige rubriek 'Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven'. Daarop stopte ik het boek in mijn tas met de bedoeling thuis verder te lezen, niet alleen uit respect voor Chris van der Heijden, maar vooral omdat het onderwerp mij interesseert: journalistiek en de samenleving.

Spiegelzaal van onze tijd begint met de beschrijving van de aanschaf van honderd nummers van het tijdschrift LINDA. via Marktplaats. 'Ze kostten vijftig euro en werden mij door een mevrouw uit Limburg op een parkeerplaats langs de A2 overhandigd. Twee plastic vouwkratten vol. Zij kon ze niet tillen. Ik net,' schrijft Van der Heijden.

Wat volgt is een analyse van het blad dat met Linda de Mol als boegbeeld in de markt is gezet naar het voorbeeld van O, het Amerikaanse tijdschrift rond Oprah Winfrey. Al snel wordt duidelijk dat LINDA. behalve een goed verdienmodel ook een interessant teken van deze tijd is. De stelling dat het blad een goed perspectief biedt op de Nederlandse samenleving wordt zeer aannamelijk gemaakt.

Nu zou ik hier een poging kunnen doen het opgeroepen beeld van de samenleving samen te vatten. Maar daar begin ik niet aan. Daarvoor zit die samenleving te complex in elkaar. Daarvoor is Spiegelzaal van onze tijd te rijk en te doordracht, net als het merk LINDA., een zeer geraffineerd gemaakt blad. Dat ik overigens nooit lees, omdat het zo vol plaatjes en bekende Nederlanders staat en ik meer van de Drenten en de Groningers en de letters ben.

Juist dat laatste maakt dit boek zo interessant. Steeds minder mensen zijn van de letters. Het beeld regeert, en niet alleen in LINDA. Van der Heijden schrijft daar bijvoorbeeld dit over:

'Het beeld is democratischer dan tekst. Bijna iedereen, behalve blinden, ziet beeld en denkt het te kunnen begrijpen. Teksten zijn ingewikkelder, althans zo lijkt het. Om te beginnen moet je leren lezen, eerst letters dan woorden, vervolgens zinnen en uiteindelijk een tekst die je vervolgens ook nog eens moet interpreteren. Dat is een enorme klus, die sterk onderschat wordt omdat we van jongs af vertrouwd zijn met lezen. Beeld lijkt ook al eenvoudiger omdat we nooit geleerd hebben te kijken. Maar beeld is niet eenvoudig. Verre van.'

Dit spreekt mij aan omdat ik bij een krant werk, een voormalige massamedium dat op dit moment wordt verbouwd tot een multimedium waarin een steeds belangrijker rol is weggelegd voor beeld en interactiviteit. Het afgelopen jaar heb ik verschillende cursussen gevolgd die ons merk klaar moeten stomen voor een toekomst waar LINDA. zich volledig op haar gemak lijkt te voelen.

Het boek van Van der Heijden is, uiteraard, ook door de redactie van LINDA. opgemerkt. Op de website van LINDA. staat een V&A-tje, een stukje in vraag- en antwoordvorm, zo ontdekte ik. Met onder meer de vraag 'Wat zegt LINDA. nou over onze maatschappij?

Waarop Van der Heijden het volgende antwoordt: 'LINDA. schetst een prachtige samenleving: moeilijke onderwerpen als scheidingen of mishandeling blijven niet onbesproken, maar er wordt ook getoond dat we vooral moeten kunnen genieten. Van taartjes eten of kleding kopen, bijvoorbeeld. Én dat we onszelf kunnen zijn. Linda de Mol zelf, en de geïnterviewden in het blad, zullen nooit zeggen: zó moet het. Maar lezers kunnen zich wel spiegelen aan hun mening, bepalen of zij het ermee eens zijn. En daar kan iedereen anders in staan; het merk straalt een sterk individualisme uit."

Waar de redactie niet op in gaat, is wat Van der Heijden schrijft in hoofdstuk 14, Dat lastige lijf, een van de steeds terugkerende thema's in het blad, op de site en het televisiekanaal: "In haar omgang met het vrouwenlichaam toont zich de vermoedelijke achilleshiel van LINDA., waarbij het verwijt van hypocrisie op de loer ligt. Immers, aan de ene kant roept LINDA. op tot genieten, verbouwen, jong zijn, schoonheid, zeg: een permanent heden. Aan de andere kant kan LINDA. onmogelijk ontkennen dat haar dragende figuur, Linda de Mol, ouder wordt en dat daarmee haar uiterlijke schoonheid afneemt, terwijl het effect van plastische chirurgie minder wordt. De werkelijkheid wordt door de tijd ingehaald."

Wat ik mis in het verder voortreffelijke boek is een reactie van De Mol zelf. Ik had graag haar oordeel gelezen over wat Van der Heijden allemaal in haar en het naar haar vernoemde blad ziet en heeft gevonden. Al was het maar om de ontkenning dat het zo allemaal nooit zo bedoeld is geweest. Of, mooier, de bevestiging dat alles inderdaad zo geraffineerd door Linda en de makers van het merk is bedacht. Of, het allermooist, een reactie in de geest van het blad: Goh, leuk.

Titel: Spiegelzaal van onze tijd. LINDA. en de Nederlandse samenleving: Auteur: Chris van der Heijden. Uitgever: Atlas Contact. Prijs: 19,99 euro (270 blz.)

Spelen met het lijk van Vladimir Majakowski

Op zwarte vrijdag, feest van het consumptisme, bezochten we De Warme Winkel in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag. Waar voor de theatervoorstelling Majakowski/Oktober niet bijster veel mensen waren komen opdagen: een mannetje of negentig. Goed om mee te maken. Helemaal voor wie – zoals ik – soms denkt dat het theaterbezoek elders beter is; massaler en minder grijs.

Majakovski Oktober De Warme Winkel
Majakowski/Oktober
 kwam traag op gang. Dat wil zeggen: de hoofdpersoon, Majakowski, pleegde al snel zelfmoord en daarna begon het groepsgewijs bewenen en prijzen en in herinnering roepen van zijn verdiensten voor de Russische poëzie aan het begin van de vorige eeuw. Omdat ik jaren geleden de Majakowski-biografie van Bengt Jangfeldt heb gelezen, en een aantal gedichten van Vladimir Majakowski (1883 – 1930) ken, kwam en een ander mij behoorlijk vertrouwd voor.

Het bewenen, prijzen en in herinnering roepen nam vrijwel de gehele voorstelling in beslag, wat voor mijn gezelschap te veel van het goede bleek te zijn. Het leverde echter in mijn ogen ook een aantal deels hilarische, deels ongemakkelijke momenten op die deze voorstelling wel degelijk memorabel maakte. Zoals het wassen van het lijk van Majakowski. Vervolgens het dansen met het lijk van Majakowski op de klanken van Junge komm bald wieder door Freddy Quinn. En aansluitend een soort orgie waarbij, eh, necrofilie met Majakowski werd bedreven.

De bizarre treurzang werd van diepgang voorzien met verwijzingen naar revolutie in het algemeen en Rusland in het bijzonder. Die verwijzingen kwamen minder goed aan, misschien wel omdat het begrip revolutie in Nederland niet de explosieve lading heeft die de Russen hebben meegemaakt. De afstand werd nog eens vergroot door onder meer een monoloog in het Russisch en een slotwoord van het teleurgestelde Majakowski-lijk over het hedendaagse Rusland.

Bij mij flakkerde de vlam – heel kort – op toen een uitspraak van Nadezjda Tolokonnikova van Pussy Riot bij de voorstelling werd betrokken. Haar ideeën over revolutie anno 2017 komen volgens De Warme Winkel neer op het plegen van winkeldiefstal. Na deze uiteenzetting kregen we een entre nous mee van twee actrices die uit het beeld liepen, waarbij de een bekende dat ze ooit een keer bij de Albert Heijn… enfin.

De Warme Winkel speelt Majakovski / Oktober op 19 december in de Stadsschouwburg in Groningen. Aanvang: 20.15 uur. Er zijn nog kaarten.

Een bijzondere TV-middag met Erik Harteveld

TV Middag Erik HarteveldHieronder een ingezonden mededeling waarvan ik niet goed weet of-ie wel breed verspreid mag worden. Misschien betreft het hier een geheime bijeenkomst, bij te wonen tegen betaling. Los daarvan, komende zondag 26 november kunnen sommige mensen naar café 't Keerpunt in Spijkerboor gaan voor iets bijzonders met Erik Harteveld. Dit met gevaar geweigerd te worden, want vol = weer eens vol:

"Mijn leven is een emotionele fietsiesmeulen…

De befaamde accordeonist Aaldert Karstens kreeg in 1957 zijn linkerhand in de pakkiesbinder. De hand bungelde nog slechts aan enkele dunne pezen, zodat het hem direct pijnlijk duidelijk was dat hij zijn accordeon aan de wilgen moest hangen.

Over dit tragisch keerpunt in zijn leven, en over andere dramatische dieptepunten, zal Aaldert Karstens zondagmiddag voor een aandachtig gehoor een boekje open doen. Zijn verhaal zal gelardeerd worden met fragmenten uit de televisiedocu De Berichten, waarin hij naar eigen zeggen de hoofdrol speelt.

Daarnaast wordt er een keur vertoond uit andere televisieproducties van Erik Harteveld. Zoals de legendarische cursus Drents RikRak met Job en Bea, Erven Takens en Kwaanskwies. Tevens zal Harteveld een inleiding verzorgen op zijn artistieke werk, uitleg verschaffen over zijn zogenoemde DOGMA-methode en antwoord geven op de vraag waarom hij uit principe vrouwenrollen door mannen laat vertolken.

Met medewerking van Aaldert Karstens, André Buurma en Wilt Stel.

De televisiefragmenten bezitten allemaal een aangenaam slechte beeldkwaliteit.

Zo. 26 nov. 15.00 uur ’t Keerpunt

Spijkerboor

Intree 4,50

Reservering via cafe@tkeerpunt.nl of T 0598 491 422"

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑