Zaterdag opende in De Fabriek in Emmen de tekenkunsttentoonstelling Linea Recta. Een dag eerder interviewde ik voor Dagblad van het Noorden de samensteller van de tentoonstelling, Joost Slijpen, de nieuwe tentoonstellingscöordinator van het Centrum Beeldende Kunst (CBK). Dat interview stond zaterdag in de papieren krant en op de website, inclusief een foto gemaakt door Jan Anninga.
Niet alles wat Slijpen vertelde haalde de krant en de site. Zoals hoe hij reageerde toen ik opmerkte dat zijn manier van kunst kiezen en tentoonstellingen maken 'heel erg over de kunst gaat'. "Daarvoor zijn we hier toch", wierp hij tegen toen ik stelde dat het ook over de samenleving had kunnen gaan. "Ik hou van de white cube, van de museale omgeving. Kunst heeft ook als doel je even los te halen uit de de samenleving en je te helpen in een andere omgeving te komen. Kunst als een oase, inderdaad."
Daarna vroeg ik Slijpen wat volgens hem op dit moment het grootste probleem is waar de beeldende kunst mee worstelt. Daarop zei hij dit:
"Zonder dramatisch te willen klinken: we beginnen onze feeling met beeldende kunst kwijt te raken. We hebben in Nederland een ontzettend rijke traditie op het gebied van beeldende kunst, die traditie zit geworteld in onze cultuur. Het lijkt alsof die wortels losraken. Het probleem, vind ik, is dat de beeldende kunst niet meer autonoom durft te zijn. Beeldende kunst wil volgen en samenwerken. Dat is logisch en ook niet slecht, begrijp me niet verkeerd. Wat ik wel slecht vind is dat autonome beeldende kunst niet meer de zeggenschap heeft die ze ooit had."