Een deel van mijn werk voor Dagblad van het Noorden bestaat uit het interviewen van schrijvers en dichters die een band hebben met het verspreidingsgebied van de krant. Of die schrijvers net zijn begonnen, of al heel lang bezig zijn, maakt niet uit. Wat ook niet uitmaakt, is of hun boeken en bundels 'goed' zijn – daar zijn recensies voor. Het gaat er om dat de krant wil laten zien wat er, in dit geval, op het gebied van de letteren in Noord-Nederland gebeurt.
Deze week voerde mij dat naar Zwiggelte, naar Annelies Kok, van wie kort geleden Niet doen, white man! is verschenen, een roman over het mislukken van integratie en hoe twee Europese vrouwen in hun Afrika weg vinden. Het gesprek ging onder meer over hoe haar boek tot stand was gekomen. Kok had daartoe twee cursussen gevolgd bij de Leidse Onderwijsinstellingen, eerst creatief schrijven, daarna de cursus roman schrijven. Tijdens die laatste cursus werd de basis gelegd voor haar debuut.
Na een klein jaar schrijven ging ze op zoek naar een uitgeverij. Op advies van een manuscriptbegeleider benaderde ze eerst De Geus. "Daar kreeg ik een serieuze afwijzing. Ze hadden mijn boek gelezen, maar vonden het niet puntig en niet verrassend geschreven. Omdat ik drie maanden op een reactie had zitten wachten, heb ik daarna vijf uitgevers tegelijk benaderd. En daarna twintig tegelijk. Internet afzoeken en lukraak opsturen."
De reacties waren vrijwel eensluidend: het onderwerp is commercieel niet interessant. "Allemaal nette brieven. Een keer kreeg ik een mopperige brief uit Groningen. Daarin zei de uitgever* dat hij veel te veel redactiewerk moest doen, daar had hij geen zin in. Toen voelde ik mij echt afgewezen. Ik was vooraf gewaarschuwd dat het moeilijk zou worden een uitgever te vinden. Even heb ik overwogen het zelf uit geven. Gelukkig meldde Conserve zich."
Morgen meer in Dagblad van het Noorden.
(* = naam en adres bij de redactie bekend)