Vandaag wordt in Amsterdam de Cultuurindex Nederland gepresenteerd, een rapport met veel cijfers over de cultuurconsumptie in Nederland. Dagblad van het Noorden brengt op basis van de index alvast een bericht over stream ripping, een verschijnsel waarbij muzikanten nog minder geld overhouden aan het streamen van muziekbestanden dan ze al doen.

De index, samengesteld aan de hand van de jongste beschikbare cijfers van deugdelijke bronnen, schenkt ook aandacht aan de letteren. Een naar mijn mening interessant stukje gaat over het onderscheid fictie en non-fictie, waarbij – volgens de onderzoekers – een opvallend verschil tussen bibliotheken en boekhandels zichtbaar is. Ik waarschuw, het wordt soms een beetje technisch.

Boeken in Bibliotheekcollecties
Over aantallen uitgeleende fictie-boeken reppen de cijferverzamelaars niet. Wel tonen ze een grafiek waaruit blijkt dat de collectie in zijn geheel behoorlijk indikt en het contingent fictie voor volwassenen nog eens extra: van 9.452.000 naar 6.678.000. Dat is 2.774.00 minder in tien jaar tijd.

En constateren ze dat het aandeel non-fictieboeken binnen het totaal van door bibliotheken uitgeleende boeken tussen 2005 en 2015 is gedaald van 23 naar 19 procent. Dezelfde trend wordt gezien in de bibliotheekcollectie, de verzameling boeken die de bibliotheek inkoopt omdat dat hoort. Daarin nam het aandeel non-fictieboeken tussen 2005 en 2015 af van 42 naar 34 procent.

Citaat uit het rapport:

"In de boekhandel doet non-fictie het echter juist iets beter dan fictie. Voor zowel fictie als non-fictie daalden omzet en afzet in deze periode, maar de daling was beduidend groter bij fictieboeken. Voor een mogelijke oorzaak van deze verschuiving wordt gewezen op 'enkele bestsellers, opkomende genres als het sportboek en steeds nieuwe trends (en bijbehorende boeken) op het gebied van eten en diëten'.

Opvallend genoeg weten deze opkomende genres de daling in het aandeel van non-fictie in de bibliotheek niet te keren. Met bestaande cijfers is dit verschil moeilijk te verklaren – bovendien is ‘non-fictie’ daar een te breed begrip voor. Toch is het verleidelijk om verklaringen te bedenken voor het gegeven dat we non-fictieboeken relatief vaker kopen en minder vaak lenen.

Zijn non-fictieboeken in een tijd met veel vluchtige informatie op het internet wellicht waardevoller geworden? Passen ze beter in onze veranderende tijdsbesteding doordat ze zich vaak fragmentarisch laten lezen? Lijdt fictie, meer dan non-fictie, onder de concurrentie van andere verhalende media, zoals series of games? Vinden mensen non-fictieboeken belangrijker, waardoor ze er ten tijde van crisis minder op bezuinigen dan op fictieboeken?"

Dat zijn aardige vragen. Dat maakt nieuwsgierig naar de bijpassende antwoorden.