Na een aantal jaren de leuze ‘Drenthe doet wat met je’ te hebben gevoerd, wordt Drenthe de komende periode verkocht als ‘oerprovincie’. Volgens de meerjarenstrategie van Marketing Drenthe staat het begrip ‘oer’ voor authentiek, origineel, oorspronkelijk, stoer, no nonsens, puur, de basis en echt.

‘Oer’ past volgens Marketing Drenthe bij de trend dat mensen willen ervaren en voelen. Het uitdragen van het oergevoel zou kunnen helpen om jaarlijks 100 miljoen euro extra aan toeristische bestedingen in Drenthe mogelijk te maken.

Nu besteden die toeristen volgens dit bericht jaarlijks voor 1,2 miljard euro in Drenthe door er te overnachten en er hun vrije tijd door te brengen. Honderd miljoen erbij door aandacht te trekken met ‘oer’, ‘ervaren’ en ‘beleven’; een beetje Drentse ondernemer zegt daar geen nee tegen. En zo kon het gebeuren dat vorige week in Dagblad van het Noorden een advertentie verscheen voor Oerbnb, unieke overnachtingen in Drenthe.

Dat is leuk bedacht. En fraai vormgegeven.

Het gebruik van het woord ‘oer’ in combinatie met Drenthe zou je kunnen uitleggen als een bevestiging van het stereoptype beeld: een gebied waar alles nog is zoals het was, d’Olde Lantschap dat niet goed kan meekomen. Zie daarvoor ook het artikel van Mark Goslinga over de veel gefotografeerde plaggenhutten in de vandaag verschenen Nieuwe Drentse Volksalmanak.

Tegelijkertijd past het bij de verheerlijking van het platteland en de natuur, zoals die ooit door Vergilius is beschreven en eeuwen later door Jean-Jacques Rousseau is uitgewerkt, compleet met homme sauvage.

We citeren in dit verband de cultuurtoerist Vincent van Gogh nog maar eens over wat hij in Drenthe en de Drenten zag. Uit een brief aan zijn broer verstuurd vanuit Nieuw-Amsterdam: “Er loopen een boel Ostade typen onder, physionomies die aan varkens of kraaien herinneren, maar zoo nu en dan een figuurtje dat als de lelie onder de doornen is. Enfin over dezen togt ben ik erg blij want ik ben vol van wat ik gezien heb. Van avond was de heide ongemeen mooi.”

Het gebruik van het woord ‘oer’ past bij de tegenstelling tussen stad en dorp, zoals die door Daniël Lohues in het theater en zijn columns wordt gecultiveerd. Het sluit aan bij de liefde van Egbert Meijers voor hunebedbouwers, indianen en andere oervolken die begrijpen dat je geen met zorg en aandacht tot hunebed gestapelde stenen moet beklimmen.

Er schuilt iets diep romantisch in ‘oer’, ‘ervaren’ en ‘beleven’. Dat weten we sinds vorige week dankzij de tentoonstelling De Romantiek in het Noorden in het Groninger Museum waar met behulp van schilderijen van het negentiende eeuwse landschap een beeld wordt opgeroepen van een wereld die volgens Marketing Drenthe nog steeds bestaat.

Wie de ogen sluit kan het voor zich zien: een herderinnetje dat naast het afgebrande Bebinghehoes in Exloo haar vest van schapenwol open heeft geknoopt om een baby de borst te bieden. Een baby die later zonder noemenswaardig onderwijs zal uitgroeien tot een forse knaap. Een smid misschien. Of een keienklopper. In de verte dreigt het onweer. Koeien worden onrustig. In de verte snelt een ATB-er richting huis. Iemand slaat een kruis.

Dat mensen iets willen ervaren en voelen in Drenthe, daar wil ik niets op af doen. Maar wat willen die mensen ervaren en voelen? Gaat het hen alleen om the thrill of it all, de illusie in Drenthe tijdelijk terug bij af te zijn. Zit daar ook iets onder of achter? En zo ja, wat is dat dan?

Met het uitventen van het begrip ‘oer’ wordt ingespeeld op nostalgie, het verlangen naar vroeger, toen Nederlanders volgens het destijds niet bestaande CDA nog een volk vormden dat het Wilhelmus kon zingen, terwijl het er nu niet eens meer toe lijkt te doen of we dat vroeger zelf hebben meegemaakt. Een opgelegd gezamenlijk verleden, want tot 1932 zong datzelfde volk nog met veel grotere overgave Wien Neêrlands bloed.

‘Oer’ mag dan in het woordenboek van Marketing Drenthe staan voor oorspronkelijk, stoer en echt, het roept ook de vraag op wat ‘authentiek’ is aan tussen de bomen wandelen op de grote hoogte van het Boomkroonpad in de boswachterij Gieten-Borger, in 1922 aangelegd in het kader van de werkverschaffing, zoals vrijwel alle bossen in Drenthe. Wat er ‘puur’ is aan het moeras van het Bargerveen waar  verlaging van het kunstmatige waterpeil ten behoeve van de akkerbouw voor een problematische CO2-uitstoot zorgt. Wat er ‘basis’ is aan een voor Formule 1-wagens geschikt TT Circuit, de TT Hall en de toekomstige TT World inclusief outletcentrum.

Nieuwsgierig geworden naar de achtergrond van het woord ‘oer’ doorzocht ik de door Nicole van der Sijs ontwikkelde etymologiebank. Het leverde zes bronnen op, allemaal verwijzen ze naar ‘aarde’. De oudste bron, uit 1607, brengt oer in verband met oor en oore met erts en ertsgroeve, met ijzerhoudende grond. Wie ooit wel eens een blik heeft geworpen op het roestbruine water in het Oranjekanaal weet dat dit inderdaad van toepassing is op Drenthe. Semi-puur natuur. Ondoorgrondelijk.