Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2017 (Pagina 1 van 25)

Lectori Salutem

Jan Ekels II
Sinds 2006 bericht ik via deze plek vrijwel dagelijks over kunst en cultuur in Drenthe en daarbuiten. Wat naast mijn dagelijks werk als cultuurjournalist begon uit schrijfhonger, publicatiedrang en ijdelheid is steeds meer een dubbelleven gaan lijken.

Dat heeft mij veel gebracht, op verschillende terreinen. Omdat ik benieuwd ben wat het brengt als ik een tijd niet op Woest & Ledig publiceer, schort ik de berichtgeving voorlopig op.

Het wordt winter. De koeien staan op stal. De bieten zijn geoogst. De akkers liggen braak. Tijd voor onderhoud aan gebouwen en gereedschap.

Wachten op Jacob van Lennep

Mathijsen-Bezielde-9_lores-600x961Vrijdag staan – deo volente – 'de lijstjes' in de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden. Het komt er op neer dat redacteuren en medewerkers hun top 3 bekendmaken, plus daarbij een tip geven voor het komende jaar. Als de opmaker van dienst en eindredacteur Janna het toelaten staan er van mijn hand twee lijstjes in de krant: een met fictie en een met jeugdliteratuur. (Ik had ook nog zonder veel zoeken drie titels gevonden voor de afdeling poëzie, maar drie lijstjes leek mij wat al te snakkerig.)

Het bedenken van tips viel nog niet mee. Zolang de drukproeven niet in huis zijn, weet niemand wat de toekomst brengt. Na lang aarzelen koos ik voor de jeugdliteratuur voor een boek dat al twee keer is aangekondigd en, als het niet al stiekem verschenen is, nog steeds moet verschijnen: De koe die over de maan sprong, een bundel kinder- en bakerrijmpjes verzameld en vertaald door Robbert-Jan Henkes. Henkes is ook de man achter het het afgelopen jaar verschenen geïllustreerde boek Alles klaar? En pompen maar! met Russische gedichten van Samoeïl Marsjak.

Mijn tweede tip voor 2018 is literair erfgoed: Een bezielde schavuit, de biografie van Jacob van Lennep (1802 – 1868) door Marita Mathijsen. Dat dit een bijzonder boek moet worden baseer ik op het blog van Mathijsen, op het boek Lopen met Lennep, dat Mathijsen in 2000 samen met Geert Mak maakte over de wandelingen van Van Lennep zijn vriend Dirk van Hogendorp, op dit stuk en op wat Mathijsen twee jaar geleden in het historisch tijdschrift Groniek schreef:

"Ik overdrijf niet als ik stel dat er tussen 1830 en 1868 vrijwel geen verandering in de Amsterdamse openbare ruimte, in het letterkundig leven, in het genootschapsleven, in opleidingen, toneel, monumentenbehoud, kortom in de culturele infrastructuur was of Jacob van Lennep was erbij betrokken. Zelfs de Amsterdamse waterleiding is grotendeels aan hem te danken. (…) De politiek en de maatschappij veranderde in razend tempo, en Van Lennep voelde zich verantwoordelijk voor het tegenhouden van wat hij als afbraak beschouwde, en het bevorderen van vooruitgang. Omdat de staat zaken zoals monumentenbehoud, opleidingen en dergelijke nog niet als zijn taak beschouwde, nam hij initiatieven die ertoe leidden dat er geleidelijk aan meer overheidsbemoeienis kwam."

Volgens de Groniek zou Een bezielde schavuit in 2016 verschijnen. Mathijsen zelf gaat uit van 18 januari 2018, in het 150ste sterfjaar van Van Lennep. Op 9 februari staat De Literaire Hemel in Amen stil bij de biografie.

Wat Joost Slijpen ook nog vertelde

Zaterdag opende in De Fabriek in Emmen de tekenkunsttentoonstelling Linea Recta. Een dag eerder interviewde ik voor Dagblad van het Noorden de samensteller van de tentoonstelling, Joost Slijpen, de nieuwe tentoonstellingscöordinator van het Centrum Beeldende Kunst (CBK). Dat interview stond zaterdag in de papieren krant en op de website, inclusief een foto gemaakt door Jan Anninga.

Joost Slijpen
Niet alles wat Slijpen vertelde haalde de krant en de site. Zoals hoe hij reageerde toen ik opmerkte dat zijn manier van kunst kiezen en tentoonstellingen maken 'heel erg over de kunst gaat'. "Daarvoor zijn we hier toch", wierp hij tegen toen ik stelde dat het ook over de samenleving had kunnen gaan. "Ik hou van de white cube, van de museale omgeving. Kunst heeft ook als doel je even los te halen uit de de samenleving en je te helpen in een andere omgeving te komen. Kunst als een oase, inderdaad."

Daarna vroeg ik Slijpen wat volgens hem op dit moment het grootste probleem is waar de beeldende kunst mee worstelt. Daarop zei hij dit:

"Zonder dramatisch te willen klinken: we beginnen onze feeling met beeldende kunst kwijt te raken. We hebben in Nederland een ontzettend rijke traditie op het gebied van beeldende kunst, die traditie zit geworteld in onze cultuur. Het lijkt alsof die wortels losraken. Het probleem, vind ik, is dat de beeldende kunst niet meer autonoom durft te zijn. Beeldende kunst wil volgen en samenwerken. Dat is logisch en ook niet slecht, begrijp me niet verkeerd. Wat ik wel slecht vind is dat autonome beeldende kunst niet meer de zeggenschap heeft die ze ooit had."

Het moet er een keer van komen

Robert Musil De man zonder eigenschappen
Eerste boek. Eerste deel.

Een soort inleiding.

– I –

Waar opmerkelijk genoeg niets uit volgt

Boven de Atlantische Oceaan bevond zich een barometrisch minimum; het trok oostwaarts, in de richting van een boven Rusland gelegen maximum, en vertoonde nog niet de neiging hiervoor naar het noorden uit te wijken.

Groninger uitgever* stuurt mopperige afwijzing

Een deel van mijn werk voor Dagblad van het Noorden bestaat uit het interviewen van schrijvers en dichters die een band hebben met het verspreidingsgebied van de krant. Of die schrijvers net zijn begonnen, of al heel lang bezig zijn, maakt niet uit. Wat ook niet uitmaakt, is of hun boeken en bundels 'goed' zijn – daar zijn recensies voor. Het gaat er om dat de krant wil laten zien wat er, in dit geval, op het gebied van de letteren in Noord-Nederland gebeurt.

Deze week voerde mij dat naar Zwiggelte, naar Annelies Kok, van wie kort geleden Niet doen, white man! is verschenen, een roman over het mislukken van integratie en hoe twee Europese vrouwen in hun Afrika weg vinden. Het gesprek ging onder meer over hoe haar boek tot stand was gekomen. Kok had daartoe twee cursussen gevolgd bij de Leidse Onderwijsinstellingen, eerst creatief schrijven, daarna de cursus roman schrijven. Tijdens die laatste cursus werd de basis gelegd voor haar debuut.

Zwiggelte Annelies Kok
Na een klein jaar schrijven ging ze op zoek naar een uitgeverij. Op advies van een manuscriptbegeleider benaderde ze eerst De Geus. "Daar kreeg ik een serieuze afwijzing. Ze hadden mijn boek gelezen, maar vonden het niet puntig en niet verrassend geschreven. Omdat ik drie maanden op een reactie had zitten wachten, heb ik daarna vijf uitgevers tegelijk benaderd. En daarna twintig tegelijk. Internet afzoeken en lukraak opsturen."

De reacties waren vrijwel eensluidend: het onderwerp is commercieel niet interessant. "Allemaal nette brieven. Een keer kreeg ik een mopperige brief uit Groningen. Daarin zei de uitgever* dat hij veel te veel redactiewerk moest doen, daar had hij geen zin in. Toen voelde ik mij echt afgewezen. Ik was vooraf gewaarschuwd dat het moeilijk zou worden een uitgever te vinden. Even heb ik overwogen het zelf uit geven. Gelukkig meldde Conserve zich."

Morgen meer in Dagblad van het Noorden.

(* = naam en adres bij de redactie bekend)

Vijf films over dichters

1. Poesia Sin Fin (2016) Regie: Alejandro Jodorowsky

2. Poetry (2010) Regie: Chang-dong Lee

3. Sylvia (2003) Regie: Christine Jeffs 

4. Howl (2010) Regie Rob Epstein & Jeffrey Friedman

5. Bright Star (2009) Regie: Jane Champion

 

We lenen en kopen steeds minder fictie. Waarom?

Vandaag wordt in Amsterdam de Cultuurindex Nederland gepresenteerd, een rapport met veel cijfers over de cultuurconsumptie in Nederland. Dagblad van het Noorden brengt op basis van de index alvast een bericht over stream ripping, een verschijnsel waarbij muzikanten nog minder geld overhouden aan het streamen van muziekbestanden dan ze al doen.

De index, samengesteld aan de hand van de jongste beschikbare cijfers van deugdelijke bronnen, schenkt ook aandacht aan de letteren. Een naar mijn mening interessant stukje gaat over het onderscheid fictie en non-fictie, waarbij – volgens de onderzoekers – een opvallend verschil tussen bibliotheken en boekhandels zichtbaar is. Ik waarschuw, het wordt soms een beetje technisch.

Boeken in Bibliotheekcollecties
Over aantallen uitgeleende fictie-boeken reppen de cijferverzamelaars niet. Wel tonen ze een grafiek waaruit blijkt dat de collectie in zijn geheel behoorlijk indikt en het contingent fictie voor volwassenen nog eens extra: van 9.452.000 naar 6.678.000. Dat is 2.774.00 minder in tien jaar tijd.

En constateren ze dat het aandeel non-fictieboeken binnen het totaal van door bibliotheken uitgeleende boeken tussen 2005 en 2015 is gedaald van 23 naar 19 procent. Dezelfde trend wordt gezien in de bibliotheekcollectie, de verzameling boeken die de bibliotheek inkoopt omdat dat hoort. Daarin nam het aandeel non-fictieboeken tussen 2005 en 2015 af van 42 naar 34 procent.

Citaat uit het rapport:

"In de boekhandel doet non-fictie het echter juist iets beter dan fictie. Voor zowel fictie als non-fictie daalden omzet en afzet in deze periode, maar de daling was beduidend groter bij fictieboeken. Voor een mogelijke oorzaak van deze verschuiving wordt gewezen op 'enkele bestsellers, opkomende genres als het sportboek en steeds nieuwe trends (en bijbehorende boeken) op het gebied van eten en diëten'.

Opvallend genoeg weten deze opkomende genres de daling in het aandeel van non-fictie in de bibliotheek niet te keren. Met bestaande cijfers is dit verschil moeilijk te verklaren – bovendien is ‘non-fictie’ daar een te breed begrip voor. Toch is het verleidelijk om verklaringen te bedenken voor het gegeven dat we non-fictieboeken relatief vaker kopen en minder vaak lenen.

Zijn non-fictieboeken in een tijd met veel vluchtige informatie op het internet wellicht waardevoller geworden? Passen ze beter in onze veranderende tijdsbesteding doordat ze zich vaak fragmentarisch laten lezen? Lijdt fictie, meer dan non-fictie, onder de concurrentie van andere verhalende media, zoals series of games? Vinden mensen non-fictieboeken belangrijker, waardoor ze er ten tijde van crisis minder op bezuinigen dan op fictieboeken?"

Dat zijn aardige vragen. Dat maakt nieuwsgierig naar de bijpassende antwoorden.

Enige mijmeringen bij het begrip ‘oer’ in Drenthe

Na een aantal jaren de leuze ‘Drenthe doet wat met je’ te hebben gevoerd, wordt Drenthe de komende periode verkocht als ‘oerprovincie’. Volgens de meerjarenstrategie van Marketing Drenthe staat het begrip ‘oer’ voor authentiek, origineel, oorspronkelijk, stoer, no nonsens, puur, de basis en echt.

‘Oer’ past volgens Marketing Drenthe bij de trend dat mensen willen ervaren en voelen. Het uitdragen van het oergevoel zou kunnen helpen om jaarlijks 100 miljoen euro extra aan toeristische bestedingen in Drenthe mogelijk te maken.

Nu besteden die toeristen volgens dit bericht jaarlijks voor 1,2 miljard euro in Drenthe door er te overnachten en er hun vrije tijd door te brengen. Honderd miljoen erbij door aandacht te trekken met ‘oer’, ‘ervaren’ en ‘beleven’; een beetje Drentse ondernemer zegt daar geen nee tegen. En zo kon het gebeuren dat vorige week in Dagblad van het Noorden een advertentie verscheen voor Oerbnb, unieke overnachtingen in Drenthe.

Dat is leuk bedacht. En fraai vormgegeven.

Het gebruik van het woord ‘oer’ in combinatie met Drenthe zou je kunnen uitleggen als een bevestiging van het stereoptype beeld: een gebied waar alles nog is zoals het was, d’Olde Lantschap dat niet goed kan meekomen. Zie daarvoor ook het artikel van Mark Goslinga over de veel gefotografeerde plaggenhutten in de vandaag verschenen Nieuwe Drentse Volksalmanak.

Tegelijkertijd past het bij de verheerlijking van het platteland en de natuur, zoals die ooit door Vergilius is beschreven en eeuwen later door Jean-Jacques Rousseau is uitgewerkt, compleet met homme sauvage.

We citeren in dit verband de cultuurtoerist Vincent van Gogh nog maar eens over wat hij in Drenthe en de Drenten zag. Uit een brief aan zijn broer verstuurd vanuit Nieuw-Amsterdam: “Er loopen een boel Ostade typen onder, physionomies die aan varkens of kraaien herinneren, maar zoo nu en dan een figuurtje dat als de lelie onder de doornen is. Enfin over dezen togt ben ik erg blij want ik ben vol van wat ik gezien heb. Van avond was de heide ongemeen mooi.”

Het gebruik van het woord ‘oer’ past bij de tegenstelling tussen stad en dorp, zoals die door Daniël Lohues in het theater en zijn columns wordt gecultiveerd. Het sluit aan bij de liefde van Egbert Meijers voor hunebedbouwers, indianen en andere oervolken die begrijpen dat je geen met zorg en aandacht tot hunebed gestapelde stenen moet beklimmen.

Er schuilt iets diep romantisch in ‘oer’, ‘ervaren’ en ‘beleven’. Dat weten we sinds vorige week dankzij de tentoonstelling De Romantiek in het Noorden in het Groninger Museum waar met behulp van schilderijen van het negentiende eeuwse landschap een beeld wordt opgeroepen van een wereld die volgens Marketing Drenthe nog steeds bestaat.

Wie de ogen sluit kan het voor zich zien: een herderinnetje dat naast het afgebrande Bebinghehoes in Exloo haar vest van schapenwol open heeft geknoopt om een baby de borst te bieden. Een baby die later zonder noemenswaardig onderwijs zal uitgroeien tot een forse knaap. Een smid misschien. Of een keienklopper. In de verte dreigt het onweer. Koeien worden onrustig. In de verte snelt een ATB-er richting huis. Iemand slaat een kruis.

Dat mensen iets willen ervaren en voelen in Drenthe, daar wil ik niets op af doen. Maar wat willen die mensen ervaren en voelen? Gaat het hen alleen om the thrill of it all, de illusie in Drenthe tijdelijk terug bij af te zijn. Zit daar ook iets onder of achter? En zo ja, wat is dat dan?

Met het uitventen van het begrip ‘oer’ wordt ingespeeld op nostalgie, het verlangen naar vroeger, toen Nederlanders volgens het destijds niet bestaande CDA nog een volk vormden dat het Wilhelmus kon zingen, terwijl het er nu niet eens meer toe lijkt te doen of we dat vroeger zelf hebben meegemaakt. Een opgelegd gezamenlijk verleden, want tot 1932 zong datzelfde volk nog met veel grotere overgave Wien Neêrlands bloed.

‘Oer’ mag dan in het woordenboek van Marketing Drenthe staan voor oorspronkelijk, stoer en echt, het roept ook de vraag op wat ‘authentiek’ is aan tussen de bomen wandelen op de grote hoogte van het Boomkroonpad in de boswachterij Gieten-Borger, in 1922 aangelegd in het kader van de werkverschaffing, zoals vrijwel alle bossen in Drenthe. Wat er ‘puur’ is aan het moeras van het Bargerveen waar  verlaging van het kunstmatige waterpeil ten behoeve van de akkerbouw voor een problematische CO2-uitstoot zorgt. Wat er ‘basis’ is aan een voor Formule 1-wagens geschikt TT Circuit, de TT Hall en de toekomstige TT World inclusief outletcentrum.

Nieuwsgierig geworden naar de achtergrond van het woord ‘oer’ doorzocht ik de door Nicole van der Sijs ontwikkelde etymologiebank. Het leverde zes bronnen op, allemaal verwijzen ze naar ‘aarde’. De oudste bron, uit 1607, brengt oer in verband met oor en oore met erts en ertsgroeve, met ijzerhoudende grond. Wie ooit wel eens een blik heeft geworpen op het roestbruine water in het Oranjekanaal weet dat dit inderdaad van toepassing is op Drenthe. Semi-puur natuur. Ondoorgrondelijk.

De Romantiek in het Noorden

Voor de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant bezocht ik in het Groninger Museum De Romantiek in het Noorden, een tentoonstelling met schilderijen uit het begin van de negentiende eeuw. Vier jaar is er aan gewerkt, niet alleen door museumdirecteur Andreas Blühm, maar zeker ook door de conservatoren Ruud Schenk en David Jackson. Samen haalden ze 95 schilderijen naar Groningen, veelal uit Noord-Europese landen tot aan Liechtenstein en Oostenrijk aan toe. Allemaal landschappen, met af ten toe een paar en mensen en een verdwaald bouwwerk.

Peter Christian Thamsen Skovgaard
Er is veel fraai aan de tentoonstelling. Wat ik extra geslaagd vind is dat-ie een verdieping hoger in het museum gewoon doorgaat, maar dan onder de titel Ook Romantiek. Zijn op de begane grond werken te zien van onder anderen Caspar David Friedrich, Johan Christian Dahl, Peter Christian Thamsen Skovgaard (foto), William Turner, Wijnand Nuijen, Barend Cornelis Koekoek en Andreas Schelfhout, Ook Romantiek laat werk van kunstenaars zien die eveneens 'iets' met de Romantiek hebben: Studio Job, Viktor & Rolf, Maarten Baas, Egbert van Drielst, Otto Eerelman en Taco Mesdag.

Zeer speciaal is het virtual reality-panorama waarin zes schilderijen in zijn verwerkt, vijf uit de hoofdtentoonstelling en een uit Ook Romantiek: Zonder titel (1990) van Teun Hocks, Herfstlandschap (1847) van Johan Thomas Lundbye, Noors berglandschap (1819) Johan Christian Dahl, Noorse fjord bij maanlicht (1862) van Marcus Larson, Brug over een beek in Assens (1842) van Dankvart Dreyer en Gezicht op Romeinse Campagna (1835) van Martinus Rorbye.   

Let bij het verlaten van Ook Romantiek op het schilderij Huiswaarts van Siert Dallinga uit 1988. Een kip op een duin, maar dan op de rug gezien. Net als Wandelaar boven de nevelen (1818) van Caspar David Friedrich, het meesterwerk van de Romantiek dat in Hamburg moest blijven. Maar zie vooral de krant van vandaag. De tentoonstelling is vanaf zaterdag open.

Leest ‘Riskante relaties’ van Pierre Choderlos de Laclos

Riskante relatiesIk lees Riskante relaties, de nieuwe vertaling van de in 1782 als Les Liaisons dangereuses uitgegeven brievenroman van Pierre Choderlos de Laclos. Dat komt mooi uit, zeg ik erbij, omdat dit een hoogtepunt uit de literatuur van de Romantiek heet te zijn en ik vandaag in Groningen de schilderijententoonstelling De Romantiek in het Noorden in het Groninger Museum mag bezichtigen.

Aanvankelijk zag ik een beetje tegen de lezing op, omdat ook ik destijds de verfilming van Stephen Frears heb gezien met Glenn Close en John Malkovich. Zoiets blijft hangen, vooral door die ellendige Malkovich.

(Wat overigens ook is blijven hangen, is de Duitse elektropopgroep Les Liaisons dangereuses. En dan vooral hoe ik begin jaren tachtig op de zweepslagmuziek van hun prijsnummer Los Niños del Parque de nachten probeerde te verlengen, meestal in een duistere Tilburgse tent met de naam De Spoel.)

Mede dankzij vertaler Martin de Haan blijkt Riskante relaties sterk genoeg om de filmbeelden en muziekherinneringen naar de achtergrond te verdringen. Ik ben nu halverwege het tweede deel, het drama moet nog beginnen, maar het gekonkel en de aanstellerij heeft wel al een paar maal de grote hoogten bereikt.

Wat ook heel goed is, is het voorbericht van de uitgever:

'Wij menen het publiek te moeten waarschuwen dat wij, niettegenstaande de titel van dit werk en de beweringen die de samensteller in zijn voorwoord doet, de echtheid van deze brievenverzameling niet kunnen garanderen en zelfs gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het slechts een roman betreft.'

Slechts een roman. Ook eind achttiende eeuw werd non-fictie door uitgevers hoger aangeslagen dan fictie. Vervolgens komt de samensteller aan het woord. Die de uitgave te dik vindt en sommige brieven beneden de maat:

'Ik had ook graag de bevoegdheid gekregen om coupures te maken in een aantal te lange brieven, waarvan er diverse van de hak op de tak springen. Die arbeid, waarvoor ik geen toestemming heb gekregen, zou weliswaar onvoldoende zijn geweest om het boek verdienstelijk te maken, maar althans een deel van de gebreken hebben weggenomen.'

Misschien is het allemaal serieus bedoeld, wilden uitgever en samensteller zich indekken tegen het mogelijke schandaal dat een boek als dit destijds zou kunnen veroorzaken. Je weet het niet, je kunt het niet zeggen. Je was er niet bij, er bestaan geen beelden van.

Mij komt het allemaal als grappig voor. Met als gevolg dat veel wat in het boek volgt door mij veel minder ernstig wordt genomen dan misschien zou moeten. Zoals het idee dat Choderlos de Laclos zijn werk schreef als commentaar op de verwarring over de maatschappelijke rol van de mens. En het besef dat in het boek de onschuld en de jeugd ernstig geweld worden aangedaan.

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑