Daags nadat ik leden van de beweging DENK onder wie Sylvana Simons per mail had uitgenodigd naar Emmen te komen voor 'een publiek gesprek over de doelen die de beweging DENK nastreeft en de manier waarop DENK deze doelen wil bereiken. Maar ook over hoe het is om in Nederland te leven met een achtergrond die door een groep mensen niet als Nederlands wordt beschouwd. Andere mogelijke thema's zijn discriminatie, stigmatisering, racisme, verdraagzaamheid en de rol de van de media', ontving ik onderstaand antwoord:
De inkt was schaars, maar de boodschap duidelijk.
Kort daarvoor had ik nóg een mail gekregen, afkomstig van Henri Nachtschade. Henri, we kennen elkaar uit de tijd dat hij incidenteel hand- en spandiensten verrichtte op de cultuurredactie, doet niet ommegangen op internet. Hij vindt sociale media een nagel aan de doodskist van de journalistiek, een zelfbevestigend kringgesprek voor gelijkgestemden, onbegrijpelijk voor uitgewijden en dus anti-sociaal.
In zijn mail ging Henri in op dit en dit en dat bericht. Ik zal omwille van de openbaarheid de kern van zijn opmerkingen delen.
"Allemaal leuk en aardig, maar ook een beetje sneu", schreef hij. "En dan niet alleen voor die Facebook-vriend, ook voor jou. Je hebt je punt gemaakt en bent daarna in het bijzijn van je beste Facebook-vrienden blijven rondscharrelen in je eigen woning. Driftig bezig met zelfonderzoek verpakt in een papiertje van bescheidenheid. Je mag wel oppassen dat je niet eindigt als Uriah Heep in David Copperfield. Wat wil je nu eigenlijk?"
Na enig nadenken – het denken begon mij een beetje tegen te staan – moest ik bekennen dat ik het niet wist. Of nog niet wist. Ik twijfelde, ook dat begon mij steeds meer tegen te staan.
Wat er was gebeurd, wist ik: Ik had een scherp stukje over de radicale boosheid van mijn Facebook-vriend geschreven. Ik had hem, toen hij nog bozer was geworden, proberen te ontmaskeren als een ontevreden burger en hem zo in een bredere, maatschappelijke context getrokken. En ik had leden van de beweging DENK uitgenodigd naar Emmen te komen.
Maar waar moest het nu heen?
Mogelijk dat ik met mijn geschrijf een goede indruk had gemaakt op iets meer lezers dan gebruikelijk. Maar bij de boze lezers had ik vermoedelijk niets bereikt. Die waren mogelijk nog bozer geworden en zaten nu waarschijnlijk verongelijkt te mokken in de hoekjes waar ik, vertegenwoordiger van de media, vermeend dienstbode van de elite, hoofdschuddend aan voorbij schijn te fietsen, met de neus een beetje in de wind.
Ter inspiratie las ik, zelfgenoegzaam, de regels terug die ik had geschreven over de recente roep om begrip: "Begrip is niet moeilijk. Wat moeilijk is, is het eens zijn met wat je hoort. Wat nog moeilijker is, is begrip omzetten in besluiten, die ook op lange termijn goed blijken voor mensen die het verdienen begrepen te worden."
Ik dacht: toch moet het daar heen, die kant moet het op. Er moet tijd en aandacht worden uitgetrokken om te luisteren naar boze burgers zoals mijn Facebook-vriend. Net zoals er tijd en aandacht moet worden uitgetrokken om te luisteren naar de zogenaamde elite. En naar de twijfelaars.
Daarna komt het er op aan. Na het geluister en het begrip zal een aantal op democratische wijze gekozen types in gezamenlijk overleg moeten bepalen hoe het verder moet. Niet met stemkastjes, maar op basis van beargumenteerde overtuigingen en een humanistische visie. Dat zal niet altijd soepel gaan, maar ach, waar staat geschreven dat het leven en de wereld een groot feest is op een glijbaan die alleen maar ophoog gaat?
Ik dacht: hoed u voor lieden die zeggen precies te weten waar en aan wie het aan schort, die hun achterban naar de mond praten, handelaren in angst die beloven dat ze het 'gaan regelen' maar bedoelen dat ze problemen met geweld willen aanpakken.
Radicale ideeën leiden tot extremisme. Boosheid is geen oplossing. Hooguit een gevolg en daarna een begin. Problemen verdwijnen niet door een muur te bouwen, door voor eeuwig vast te leggen hoe Zwarte Piet er uit dient te zien of een VOC boot vol te laden met ongewenste ideeën en vervolgens een duw richting open zee te geven.
Democratie is geen wassen neus. Het is het minst slechte systeem totdat David Van Reybrouck met hulp van Peter Middendorp iets beters hebben uitgevonden en dat vervolgens, vooruit, om het pathetische gehalte van mijn taal te compenseren, geïmplementeerd krijgen.
En net toen ik hevig begon te verlangen naar een goed boek, naar de vluchtroute die kunst en cultuur ook kunnen zijn, werd ik alsnog treurig van de beleefde, maar teleurstellende reactie van DENK op mijn uitnodiging. Ik had mij nog zo verheugd op een ontmoeting. Ik had graag de gezichten willen zien na de ontdekking dat de kanalen in Drenthe niet diep genoeg zijn voor een VOC boot.
Even twijfelde ik. Toen dacht ik: ik ben klaar.