Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2016 (Pagina 2 van 28)

Ik denk, ik twijfel (slot)

Daags nadat ik leden van de beweging DENK onder wie Sylvana Simons per mail had uitgenodigd naar Emmen te komen voor 'een publiek gesprek over de doelen die de beweging DENK nastreeft en de manier waarop DENK deze doelen wil bereiken. Maar ook over hoe het is om in Nederland te leven met een achtergrond die door een groep mensen niet als Nederlands wordt beschouwd. Andere mogelijke thema's zijn discriminatie, stigmatisering, racisme, verdraagzaamheid en de rol de van de media', ontving ik onderstaand antwoord:

Antwoord DENK

De inkt was schaars, maar de boodschap duidelijk.

Kort daarvoor had ik nóg een mail gekregen, afkomstig van Henri Nachtschade. Henri, we kennen elkaar uit de tijd dat hij incidenteel hand- en spandiensten verrichtte op de cultuurredactie, doet niet ommegangen op internet. Hij vindt sociale media een nagel aan de doodskist van de journalistiek, een zelfbevestigend kringgesprek voor gelijkgestemden, onbegrijpelijk voor uitgewijden en dus anti-sociaal.

In zijn mail ging Henri in op dit en dit en dat bericht. Ik zal omwille van de openbaarheid de kern van zijn opmerkingen delen.

"Allemaal leuk en aardig, maar ook een beetje sneu", schreef hij. "En dan niet alleen voor die Facebook-vriend, ook voor jou. Je hebt je punt gemaakt en bent daarna in het bijzijn van je beste Facebook-vrienden blijven rondscharrelen in je eigen woning. Driftig bezig met zelfonderzoek verpakt in een papiertje van bescheidenheid. Je mag wel oppassen dat je niet eindigt als Uriah Heep in David Copperfield. Wat wil je nu eigenlijk?"

Na enig nadenken – het denken begon mij een beetje tegen te staan – moest ik bekennen dat ik het niet wist. Of nog niet wist. Ik twijfelde, ook dat begon mij steeds meer tegen te staan.

Wat er was gebeurd, wist ik: Ik had een scherp stukje over de radicale boosheid van mijn Facebook-vriend geschreven. Ik had hem, toen hij nog bozer was geworden, proberen te ontmaskeren als een ontevreden burger en hem zo in een bredere, maatschappelijke context getrokken. En ik had leden van de beweging DENK uitgenodigd naar Emmen te komen.

Maar waar moest het nu heen?

Mogelijk dat ik met mijn geschrijf een goede indruk had gemaakt op iets meer lezers dan gebruikelijk. Maar bij de boze lezers had ik vermoedelijk niets bereikt. Die waren mogelijk nog bozer geworden en zaten nu waarschijnlijk verongelijkt te mokken in de hoekjes waar ik, vertegenwoordiger van de media, vermeend dienstbode van de elite, hoofdschuddend aan voorbij schijn te fietsen, met de neus een beetje in de wind.

Ter inspiratie las ik, zelfgenoegzaam, de regels terug die ik had geschreven over de recente roep om begrip: "Begrip is niet moeilijk. Wat moeilijk is, is het eens zijn met wat je hoort. Wat nog moeilijker is, is begrip omzetten in besluiten, die ook op lange termijn goed blijken voor mensen die het verdienen begrepen te worden."

Ik dacht: toch moet het daar heen, die kant moet het op. Er moet tijd en aandacht worden uitgetrokken om te luisteren naar boze burgers zoals mijn Facebook-vriend. Net zoals er tijd en aandacht moet worden uitgetrokken om te luisteren naar de zogenaamde elite. En naar de twijfelaars.

Daarna komt het er op aan. Na het geluister en het begrip zal een aantal op democratische wijze gekozen types in gezamenlijk overleg moeten bepalen hoe het verder moet. Niet met stemkastjes, maar op basis van beargumenteerde overtuigingen en een humanistische visie. Dat zal niet altijd soepel gaan, maar ach, waar staat geschreven dat het leven en de wereld een groot feest is op een glijbaan die alleen maar ophoog gaat?

Ik dacht: hoed u voor lieden die zeggen precies te weten waar en aan wie het aan schort, die hun achterban naar de mond praten, handelaren in angst die beloven dat ze het 'gaan regelen' maar bedoelen dat ze problemen met geweld willen aanpakken.

Radicale ideeën leiden tot extremisme. Boosheid is geen oplossing. Hooguit een gevolg en daarna een begin. Problemen verdwijnen niet door een muur te bouwen, door voor eeuwig vast te leggen hoe Zwarte Piet er uit dient te zien of een VOC boot vol te laden met ongewenste ideeën en vervolgens een duw richting open zee te geven.

Democratie is geen wassen neus. Het is het minst slechte systeem totdat David Van Reybrouck met hulp van Peter Middendorp iets beters hebben uitgevonden en dat vervolgens, vooruit, om het pathetische gehalte van mijn taal te compenseren, geïmplementeerd krijgen.

En net toen ik hevig begon te verlangen naar een goed boek, naar de vluchtroute die kunst en cultuur ook kunnen zijn, werd ik alsnog treurig van de beleefde, maar teleurstellende reactie van DENK op mijn uitnodiging. Ik had mij nog zo verheugd op een ontmoeting. Ik had graag de gezichten willen zien na de ontdekking dat de kanalen in Drenthe niet diep genoeg zijn voor een VOC boot.

Even twijfelde ik. Toen dacht ik: ik ben klaar.

Ik denk, ik twijfel (2)

Detail-van-de-beschadigde-Denker-Bron-Auguste-Rodin-foto-Singer-MuseumIk dacht aan de bijval voor mijn Facebook-vriend. Aan het vuur in alle reacties. Herlezend kreeg ik sterk de indruk dat de felste Facebook-vrienden van mijn Facebook-vriend mijn tekst helemaal niet gelezen hadden. Het was alsof ze, gestuurd door een raadselachtig automatisme, om hem heen waren gaan staan, als was hij een slachtoffer dat verdedigd moest worden.

Mede door wat ze schreven, deed het beeld van het slachtoffer mij denken aan Pim Fortuyn, Donald Trump en Geert Wilders, politici die volgens hun aanhang door 'de elite en de media' ten onrechte in een hoek werden of worden gezet.

Tot een elite wil ik mij niet rekenen. Bij 'de media' hoor ik wel degelijk, op mijn heel eigen manier. Zou het kunnen dat ik tijdens mijn pogingen om in de pas te lopen met de elite de werkelijkheid uit het oog was verloren?

Het afgelopen jaar schreef ik voor Dagblad van het Noorden commentaren over Zwarte Piet, de Brexit en de strijd tussen Donald Trump en Hillary Clinton. Op basis van wat ik had gelezen, gezien en gedacht, op basis van kranten, televisie-uitzendingen en boeken, leek het mij het beste dat iedere Zwarte Piet zelf moest kunnen uitmaken hoe hij eruit wilde zien. Verder vond ik het zeer onverstandig van de Britten om uit de Europese Unie te stappen. En leek het mij uitgesloten dat het Amerikaanse volk vertrouwen zou geven aan een man die neerkijkt op anderen.

Hoe verkeerd heb ik alles gezien. Ook ik behoor tot de commentatoren die verrast werden door de uitslagen van 23 juni en 8 november. En ik geef toe: het besef dat mijn werkelijkheid een andere is dan de actuele werkelijkheid, heeft mij in verwarring gebracht.

Het is zelfs zo dat ik – meer dan ooit – twijfel of dat wat ik lees, zie en denk wel het juiste is. Ik twijfel meer dan ooit over de waarde van mijn opvattingen. Mede hierom: als je zo blind kunt zijn, hoe kun je dan met droge ogen en een schijnbaar schoon geweten stellig beweren dat je het bij het rechte eind hebt? Is het dan niet beter en verstandiger te zwijgen?

Met deze twijfel fiets ik nu al weken door mijn buurt, heen en weer over een van de langste straten van Emmen. De huizen in de straat gaan van zeer duur, tot erg goedkoop. Ik kijk om mij heen en probeer te achterhalen wat er leeft. Of er wat leeft. Wie er leeft. En hoe. Met of zonder rolluiken. Met of zonder vuilniszakken in de tuin. Voor in de straat woont de pastoor en wordt het geloof verkondigd. Achterin is men werkloos en heeft men misschien de hoop verloren. Daartussen klotst de welvaart.

Ik woon ergens in het midden. Aangekomen in mijn woning lees ik in de kranten en hoor ik op televisie dat er begrip moet zijn voor mensen die vanuit hun boosheid de hoop vestigen op politici die kordaat beloven de oorzaken van de boosheid aan te pakken. Dat er geluisterd moet worden. Luisteren vraagt aandacht en tijd. Begrip is niet moeilijk. Wat moeilijk is, is het eens zijn met wat je hoort. Wat nog moeilijker is, is begrip omzetten in besluiten, die ook op lange termijn goed blijken voor mensen die het verdienen begrepen te worden.

Het sluiten van grenzen is volgens mij geen goed besluit. Het deporteren van Nederland staatsburgers die anders denken ook niet.

Ik las het bericht nog eens over waarmee het gedoe en getob van de afgelopen dagen was begonnen. Wat bedoelde ik eigenlijk met 'het tendentieuze van zijn opvattingen'? Was het de tevreden constatering van mijn Facebook-vriend dat hij weet hoe 'echte Zwarte Pieten' eruit zien? Zijn omschrijving van het openbaar ministerie tijdens het Wilders-proces als 'de Kim Holland voor de doorgeslagen linkse moraalridders'? Zijn verzuchting dat de democratie in Nederland een wassen neus is? Zijn triomfantelijke voorspelling na 8 november dat de Brexit en Trump de gewenste voorbodes zijn van het einde van de gevestigde orde in Nederland?

Die gevestigde orde, is dat niet de orde die er voor heeft gezorgd dat we in vrede, veiligheid en welvaart, na enig nadenken, kunnen zeggen en schrijven wat we willen? Ben ik het zelden met mijn Facebook-vriend eens omdat hij een einde wenst aan de gevestigde orde die ik koester?

Ik las de volgende zelfgeschreven passage nog een keer over: "Ik lees de Facebook-berichten van Raymond Ripassa met extra belangstelling. Waarschijnlijk omdat ik het zelden met hem eens ben, omdat ik mij vaak erger aan het tendentieuze van zijn opvattingen. Zoiets houdt je scherp, denk ik. Zo iemand moet je niet ontvrienden, want het dwingt je na te denken over van alles en nog wat, waaronder de waarde van je eigen denkbeelden en vermeende gelijk."

Daarna werd de twijfel nog groter.

Ik denk, ik twijfel (1)

Een week geleden plaatste ik hier dit bericht nadat mijn Facebook-vriend Raymond Ripassa zich boos had gemaakt over 'de sekte DENK en o.a. Sylvana Simons'. Die zouden 'ons land willen omvormen tot een Islamitsche heilstaat waar alleen nog maar hun normen en waarden gelden'. Mijn Facebook-vriend stelde voor de mensen van DENK en o.a. Sylvana Simons 'op de eerste de beste VOC boot terug te zetten van waar ze vandaan komen'. 

Het duurde even voor mijn Facebook-vriend mijn tekst onder ogen kreeg. Schijnbaar leven we langs elkaar heen. Maar uiteindelijk reageerde hij:

"Blijkbaar heb ik jou ook in beweging gebracht. Bijzonder dat jij je eigen draai er aan geeft maar misschien is het leuk dat wij elkaar eens spreken. Kunnen wij samen van gedachte wisselen en motivaties toe te lichten. Daarom wil ik jou uitnodigen voor een kop koffie of thee. Ik hoor graag van je."

Ik ging als volgt op zijn uitnodiging in: "Afspreken? Prima. Maar dan wel met Sylvana Simons en andere mensen van DENK erbij." Dat leek mij wel zo gepast: praten met de mensen erbij waar het over gaat. Maar ik had het mis. Want kort daarna verscheen dit nogal intimiderende bericht op Facebook:

Let op deze man

Wat in de tussentijd volgde, deed in de verte denken aan de stormen op sociale media waar o.a. Sylvana Simons en ook Alexander Pechtold last van hebben. Gelukkig paradeerden in mijn geval geen bedreigingen, maar alleen verwensingen, beschuldigingen en scheldwoorden voorbij. Veel daarvan werd door mijn Facebook-vriend Raymond Ripassa 'leuk' gevonden. Omdat iemand die geschoren wordt er goed aan doet stil te zitten, hield ik mij gedeist.

Uitnodiging2Gisteren verscheen een nieuw bericht. Het zette mij, ook door de reacties daaronder, aan het denken. Het bracht mij aan het twijfelen. Zou ik?

Ik probeerde na te gaan waar ik mogelijk een fout had gemaakt. Eerst las ik mijn tekst opnieuw over. Dat over de WIC en VOC leek mij nog steeds feitelijk juist. Daarna herlas ik de berichten op Facebook en vroeg mij af wat er bedoeld werd met 'afgesloten Facebooksite'. Ik dacht: Facebook is in zoverre afgesloten dat alles wat op Facebook wordt geplaatst door de eigenaar van Facebook na goeddunken kan worden gebruikt en doorverkocht.

Ik tikte een willekeurige naam in het Facebook-zoekveld, Geert Wilders, en zag berichten, heel openbaar. Ik keek naar de knop 'delen' en begreep dat met één muisklik een bericht op het world wide web kon worden 'gedeeld', eveneens heel openbaar. Ik keek naar het berichten-icoon dat zo zelden door Facebook-vrienden wordt gebruikt.

Ook vroeg ik mij af wat bedoeld werd met 'leugens'. Om welke leugens zou het gaan? Niemand die mij dat de afgelopen week  duidelijk had gemaakt. Ik keek naar de foto bij het bericht LET OP DEZE MAN! en dacht zowel aan knip – en plakwerk als aan de maker van de foto. Zou hij voor het gebruik toestemming hebben gegeven? Zou hij keurig betaald zijn?

Ik dacht aan hoor en wederhoor, een journalistiek principe dat toegepast dient te worden om (a) te controleren of iemand met grond van iets wordt beticht en (b) om iemand die door anderen in diskrediet is gebracht een kans te geven dat diskrediet te weerspreken.

Daar, zo moest ik toegeven, zat ik fout. Ik had verzuimd aan de sekte DENK en o.a. Sylvana Simons te vragen of zij inderdaad 'ons land willen omvormen tot een Islamitische heilstaat waar alleen nog maar hun normen en waarden gelden'.

Ineens zag ik een mogelijkheid deze misstap recht te zetten. Ik hoefde maar contact te zoeken met de sekte DENK en o.a. Sylvana Simons en hen dit voor te leggen. In een moeite door zou ik ze dan kunnen uitnodigen voor een ontmoeting met mij en een man die staatsburgers van Nederland naar het buitenland wil laten deporteren omdat ze anders denken dan 'hij' of misschien zelfs 'wij'.

Vanuit het idee dat 'een fatsoenlijk mens zijn gedachten weegt en weegt en weegt en pas daarna, afgewogen, met iets komt wat doordacht is' besloot er ik nog een nachtje over te slapen.

Mag ik van jou, van ‘Raar haar’, P.F. Thomése?

Sinterklaasavond bracht mij het Literair kwartet van uitgeverij Ambo|Anthos. Bedacht door Iris Boter en William Hartman. Aangeprezen als "het uitgelezen spel met 52 schrijvers voor iedereen die graag leest. In dertien verrassende categoriën."

Dat van die categoriën bleek niet gelogen. Zo bestaat het kwartet onder meer uit 'Schrijvers met een hondje' (Gerbrand Bakker, Marion Pauw, Herman Brusselmans en Charlotte Mutsaers), uit 'In rook op' (Simon Carmiggelt, Thea Beckman, Annie M.G. Schmidt en Godfried Bomans) en is er het kwartet 'Raar haar' (Connie Palmen, P.F. Thomése, Peter Buwalda en Griet op de Beeck).

Literair Kwartet
Uiteraard namen we de proef op de som. Wat niet meteen meeviel. Want hoeveel kaarten mag je per persoon? Mag je ook een kaart van de stapel pakken als je na twee goede beurten alsnog aan het verkeerde adres bent? En, onbenullig, hoe hou je meer dan tien kaarten gedurende een langere periode overzichtelijk in de hand zonder kramp te krijgen?

Een heerlijk avondje eindigt altijd goed. Ook als je slechts twee kwartetten op tafel kunt leggen: 'De 4j's' (Jan Cremer, Jan Wolkers, Jan Siebelink en Jan Brokken) en 'Mopperkonten' (Hans Dorrestijn, Maarten van Rossem, Jan Mulder en Midas Dekkers).

Sint Stephanus, Sint Nicolaas en andere bedelfeesten

Ik kwam in een persbericht het woord 'steffenen' tegen, een mij onbekend begrip dat verband zou houden met een oud gebruik waarbij arme kinderen in Drenthe op Tweede Kerstdag boerderijen bezochten om een rijmpje op te zeggen voor de koeien. Als dank kregen ze dan van de boerin een boterham.

In de Van Dale vond ik niets over 'steffenen', maar via Google stuitte ik op een artikel uit 1932 waarin het woord verbonden wordt aan de naam Steffen, wat weer zou zijn afgeleid van Stephanus: "Op Sint Stephanus d.i. 26 December, den tweeden Kerstdag, een gezamenlijken omrit te paard doen, gezegd van de boeren van het dorp."

Stefanus is de eerste volgeling van Jezus die, ergens in jaar 35, omwille van zijn overtuiging als martelaar is gestorven. Zijn gedenkdag, zo is in de vierde eeuw bepaald, valt direct na de geboortedag van Jezus om aan te geven dat niet alleen voor Jezus geen plaats was in de herberg, maar dat dit eveneens zijn vroege volgelingen gold.

Sint Stephanus
Dat van die arme kinderen is een intrigerend iets, zeker vanuit het weinig bekende idee dat vanoudsher in november, december en januari door armen gebedeld mocht worden. Later is dit gebedel verbonden aan gedenkdagen van heiligen, zoals Sint Maarten op 11 november en dus Sint Stephanus op 26 december. Ergens staat mij bij dat ook op 6 januari, Driekoningen, gebedeld mocht worden.

In voornoemd persbericht wordt een lezing van Henk Nijkeuter op 18 december in de bibliotheek van Emmen aangekondigd over de midwintertijd van kerst tot en met het nieuwe jaar. Deze lezing vindt plaats in de bibliotheek aan het Noorderplein in Emmen. Nijkeuter zal dan vertellen over de kerstman en de gewoonte een denneboom in huis te halen, maar ook over andere wintertradities.

Zoals een gebruik waarbij boerenzoons en knechten op 25 december de paarden van stal halen om in groepjes van dorp tot dorp te rijden en bij herbergen en kroegen een gratis borrel op te halen. Het doet denken aan de Middeleeuwse processies met de naar Sint Nicolaas gemodelleerde Kinderbisschop en ezelsoptochten waarover in het hier besproken boek 1000 jaar Sinterklaas van Wim van Trigt wordt verteld.

En dan is er nog het 'slepen', een fenomeen waarbij rond de jaarwisseling spullen worden meegenomen en verplaatst. Van Trigt zegt hierover:

"De jaarlijkse ommegangen van de Kinderbisschop vinden navolging bij de opgeschoten jeugd en handwerksgezellen die in die periode van het jaar weinig omhanden hebben en nog minder te verteren. Zij vormen elkaar beconcurrerende groepjes die vermomd als Sint Nicolaas en zijn helpers op hun beurt langs de deuren gaan om een kleinigheid op te halen. (…) Het opzienbarende gedoe brengt burgers in betere doen op het idee om zo'n Sinterklaas en zijn gevolg bij hen thuis uit te nodigen. Ten eerste tot eigen vermaak en ten tweede om de kleintjes de les te lezen en tevens te belonen."

Opdat wij niet vergeten

Kunst is overal

Om op de redactie van Dagblad van het Noorden in Groningen te komen, moet ik met de auto ter hoogte van het Ziggo-kantoor de Laan der Verenigde Naties verlaten en na de stoplichten rechtdoor de Bergenweg op. Daar, rechts van de weg, bij een soort poel, staat aan de voet van een advertentiepilaar een blok beton waarin vermoedelijk allerlei electriciteitsdraden gevangen worden gehouden. Aan dat blok zijn vier vergeten billboards bevestigd. Een daarvan is tamelijk tijdloos.

Over #stopdetijd van Jan Rot

Jan RotJan Rot heeft zijn teksten verzameld in een boek getiteld #stopdetijd. Bijna alle popteksten vertalingen en een exemplaar opgestuurd naar Jacques d'Ancona. Toen ik dat ontdekte, vroeg ik het boek te leen. Voor Rot heb ik een zwak sinds ik hem in 1979 zag optreden tijdens het New Pop-festival Rotterdam en zich in een iets later stadium van zijn carrière liet produceren door Jona Lewie.

Bij het openslaan van #stopdetijd las ik de volgende opdracht: 'Voor Jacques d'A, een van de beste recensenten (ik zag je als scheidsrechter in het Oosterpark, zo lang gaan we al mee!)' En daaronder een handtekening.

Het is geen heel mooi boek. Het lijkt vervaardigd volgens het publishing on demand-principe en vervolgens uitgegeven door Stichting Okapi/Stichting Jan Rot. Geen fijn papier, geen fijne opmaak. Maar de inhoud maakt alles goed. Zo opent #stopdetijd met een foto gemaakt in de lente van 1976 waarop Jan tegen een Volkswagenbusje leunt waarmee in die jaren Bluesgroep Drenthe werd vervoerd.

Daaronder staan de acht regels tekst van het nummer Dutchfield Blues dat Rot als 17-jarige schreef als ode aan het oefenhok van Bluesgroep Drenthe in Hollandscheveld. Het is zijn oudste, bewaard gebleven tekst, schrijft hij. "Alles voor 1977 is verdwenen toen mijn vader een door bij het vuil zette: 'O, ik dacht dat het troep was.' "

Daarmee is de toon gezet, want wat volgt zijn 304 bladzijden met heel veel letters die bewijzen dat hij een uitzonderlijk vindingrijk schrijver is. De teksten worden onderbroken door elpee-, single- en cd-hoesjes en korte anekdotes bij deze opnamen. Zoals over Streetbeats, het Springtij-bandje van Rot. Over Ratata, zijn tweede bandje dat volgens Nieuwsblad van het Noorden-recensent Eddy Determeijer hoger moest worden ingeschat dan U2. Zoals zijn bijna-hit Counting sheep uit 1982.

Op bladzijde 78 stuit ik op mijn favoriete Jan Rot-album Schout bij nacht uit 1995. Destijds schreef ik er een enthousiaste recensie over voor tijdschrift Fret, eindigend met een verwijzing naar het werk van Reve. Rot vertelt in #stopdetijd dat dit album door Boudewijn de Groot de mooiste Nederlandse plaat ooit is genoemd. En schrijft dan: "Dat is teveel eer. Maar eigenlijk voel ik vanaf de eerste voorbereidingen dat Schout bij nacht in ieder geval míjn beste album ooit zal worden."

Op zijn website zie ik dat Rot zaterdag over een week in theater Hofpoort in Coevorden staat. Laat ik nou net die avond een onverzetbaar etentje hebben in Paterswolde. Al zou ik mij natuurlijk ook een tijdelijke ziekte kunnen voorwenden.

‘Nederland las’ in Dalen met Kool en Veenstra

Kool
Marga Kool en Jan Veenstra leveren woensdag in Dalen een bijdrage aan de Drentse afsluiting van de campagne Nederland Leest. Het 'schrijversechtpaar' is uitgenodigd op basis van hun wekelijkse column in Dagblad van het Noorden. Ze zullen spreken over onder meer wederzijdse kritiek, hun literaire werk en het thema democratie.

Tijdens de avond in Dalen krijgt het publiek de gelegenheid te debatteren over het functioneren van de democratie en worden tevens de resultaten gepresenteerd van debatten die elders in het land over dit thema worden gehouden. Aanvang 19.30 uur in de Burgemeester Wessels Boerschool aan de Molenwijk 4 in Dalen. Gratis entree.

De VOC boot van Raymond Ripassa

Een van de Facebook-vrienden die ik koester is Raymond Ripassa uit Emmen. Hoewel we negen gemeenschappelijke vrienden schijnen te hebben, heb ik hem nooit persoonlijk ontmoet. Wel heb ik hem eens een krans zien leggen tijdens Dodenherdenking, wat ik een bijzonder gezicht vond. Ik ken hem eigenlijk alleen van zijn verleden in de plaatselijke VVD-fractie.

Ik lees de Facebook-berichten van Ripassa met extra belangstelling. Waarschijnlijk omdat ik het zelden met hem eens ben, omdat ik mij vaak erger aan het tendentieuze van zijn opvattingen. Zoiets houdt je scherp, denk ik. Zo iemand moet je niet ontvrienden, want het dwingt je na te denken over van alles en nog wat, waaronder de waarde van je eigen denkbeelden en vermeende gelijk.

Gisteren zag ik onderstaand bericht van Ripassa voorbij komen. Het is vermoedelijk door hem geschreven na lezing van iets op internet of in De Telegraaf. Of na een verhit gesprek in een of ander café waar ik niet kom:

Ripassa

Wat mij raakte was de zin 'Ik ben boos, en als ik boos ben zeg ik dingen die op mijn hart liggen'. Ik moest denken aan Pim Fortuyn, onder meer bekend geworden en vervolgens ten onder gegaan aan zijn leuze 'Ik zeg wat ik denk en doe wat ik zeg'. Ik heb dat altijd een dubieuze uitspraak gevonden, omdat volgens mij een fatsoenlijk mens mij juist níet alles moet zeggen wat hij denkt. Een fatsoenlijk mens weegt en weegt en weegt zijn gedachten en komt pas daarna, afgewogen, met iets wat niet primitief, maar doordacht is. Je zou het een blijk van beschaving kunnen noemen.

Daarna werd ik geraakt door de zin 'De sekte DENK en o.a. Sylvana Simons die ons land willen omvormen tot een Islamitische heilstaat waar alleen nog maar hun normen en waarden gelden, mogen wat mij betreft op de eerste de beste VOC boot terug waarvan ze vandaan komen.'

Het geraakt worden had niet zozeer te maken met de stelling dat DENK en o.a. Sylvana Simons 'ons land willen omvormen tot een Islamitische heilstaat'. Ik weet niet wat DENK precies wil en geloof überhaupt niet dat een Islamitische heilstaat kan bestaan, omdat heilstaten nergens bestaan. Wat mij vooral raakte was de opmerking over de eerste de beste VOC boot.

VOC-schepen
Sylvana Simons is geboren in Paramaribo, Suriname. De VOC voer niet op Suriname. De VOC, bekend als de Verenigde Oost-Indische Compagnie, voer op wat we nu Azië noemen. Suriname viel onder de WIC, ook bekend als de West-Indische Compagnie, het bedrijf dat zich later is gaan bezighouden met het vervoer van slaven van Afrika naar de Amerika's.

De beweging DENK is bij mijn weten opgericht door de in Instanbul geboren Tunahan Kuzu en de uit Büyükkışla afkomstige Selçuk Öztürk. Deze heren moeten naar mijn mening vooral niet op een VOC boot worden gezet. Gebeurt dat wel dan komen ze nooit en te nimmer 'terug waarvan ze vandaan komen' waar Raymond Ripassa ze wil hebben, dan komen ze ergens bij Java of de Molukken.

Over dat 'terug' gesproken, wat mij ook raakte waren de zinnen 'Ik hou van onze vaderlandse geschiedenis, tradities en cultuur. Als ik naar mijn vaderland Ned-Indië ga, pas ik mij aan alle gewoontes en levensstijl van dat land!'

Ned-Indië als vaderland zien, terwijl je volgens je Facebook-profiel in 1965 in Amsterdam geboren bent, en zoveel van onze vaderlandse geschiedenis houdt dat je moet weten dat Ned-Indië op uitdrukkelijk verzoek van de plaatselijke bevolking en Verenigde Naties in 1949 is uitgeroepen tot de republiek Indonesië. Een land dat niet langer een door de VOC veroorzaakte en geëxploiteerde kolonie wilde zijn. Ik vind het, eh, leerzaam.

Zo blijkt maar weer, van je vrienden moet je het hebben.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑