Luisterend naar De avonden, voorgelezen door Gerard Reve zelf, hoor ik fragmenten voorbijkomen, waar ik vroeger al lezend de schouders bij ophaalde, maar die er nu behoorlijk inhakken. Wat op zich goed begrijpelijk is, ik ben niet meer dezelfde van vroeger. Maar tegelijkertijd nogal raadselachtig is:
'Waarom is hier in huis nergens een kerstboom?' vroeg Frits.
'Ja, eerst wilde ik er een nemen', antwoordde Victor, 'maar dan moet je kaarsen en al die rommel hebben. Thuis, in Haarlem is er een, ik ben gisteren en eergisteren thuis geweest. Herman en Lidia dachten er ook over, maar het kind is nog te klein om er iets aan te hebben en alles is moeilijk te krijgen. Toen hebben ze het maar niet gedaan.'
'Bij ons thuis was er nooit een', zei Frits, 'alleen toen we nog heel klein waren, maar naderhand nooit meer. Ze vonden het flauwekul. Maar dat is het niet. Het is een boom, die boom is in het huis. Dat is al iets bijzonders, iets aparts. Dan heb je kaarsen. Een kaars zie je zowat nooit, alleen eentje in de kelder, of voor als het licht stuk gaat, maar nu zitten ze te branden in die boom. Denk je eens in. Ze branden.
'Frits, Frits', zei Victor, bekeek Frits gezicht en vervolgde snel: 'Ja, nee, ga maar door. Je hebt waarachtig gelijk. Ik begrijp heel goed, wat je bedoelt.'