De Avonden
"In de woning zag hij nergens licht branden. Hij bekeek de gevel. 'Niemand weet, wat een menselijke woning inhoudt', zei hij zacht. Hij ging langzaam de trap op en trad de gang binnen. Alles was donker. 'Ze zijn thuis', dacht hij, stak licht op en zag de jassen van zijn ouders aan de kapstok hangen. Hij poetste zijn tanden en ging in zijn slaapkamer op het bed zitten. Daarna schoof hij het gordijn voor de onderste planken van zijn boekenkast weg en bekeek een lange rij boeken en blauwe, groene, oranje en grijze schriften. Hij bleef er lange tijd op staren. 'Ik moet die rommel wegdoen', zei hij zacht. 'Het huis uit; helemaal weg. Geen restje meer.' "

De avonden, bladzijde 41

Zoals meer mensen denk ik in december aan De avonden van Gerard Reve. Soms lees ik iets in het boek, soms lees ik het boek helemaal. Dit jaar luister ik naar Reve zelf, die in 1991, soms licht snuivend, zijn debuut voorlas voor de VPRO-radio. Ik nam de uitzending destijds op met een cassette-recorder, wat nog een heel gedoe was, omdat voorleestijd iets anders is dan uitzendtijd en de uitzendtijd zich niet altijd schikte naar cassettetijd. Later kocht ik het voor een habbekrats als luisterboek bij de V&D, dat geen heil meer zag in luisterboeken. Toch goed dat er een God is, dacht ik toen.