In het Centrum Beeldende Kunst Emmen is tot en met 10 januari de tentoonstelling Landschap in mijn hoofd te zien. Het betreft een zorgvuldig opgehangen uitstalling van 237 kunstwerken, gemaakt en ingebracht door 134 kunstenaars van wie we de naam niet mogen weten. Ze leverden veelal schilderijen van Drentse landschappen in, maar ook abstracte werken, foto’s, installaties en beelden.
Landschap in mijn hoofd maakt deel uit van een concours waarbij de beste kunstenaars 'verder' mogen en begeleiding krijgen van professionals. Niet alleen deskundigen hebben daar een stem in, ook het publiek mag meebepalen. In Overijssel loopt een vergelijkbaar traject. Daar is de tentoonstelling tot en met 17 januari te zien in Zaal Zuid in Hengelo.
(Hier had ik graag een mooie zin geschreven, een zin als een man die te paard aan komt rijden en waar men uit bewondering de hoed voor wil afnemen.)
Wandelend langs de veelheid viel gisteren het oog op een krukje met een boek getiteld Dummy. In het boek werd in meisjeshandschrift gedetailleerd een proces beschreven dat tot het mixed-media kunstwerk Landschap in ons hoofd had geleid. Het bleek een profielwerkstuk van twee scholieren uit Assen, Lieke en Ilse. Ze hadden zich laten inspireren door een bezoek aan de Malevitsj-tentoonstelling in het Drents Museum.
Bladerend in het boek Dummy, dat als bijproduct leek ingeleverd, werd duidelijk hoeveel denkwerk Lieke en Ilse in hun werkstuk hadden gestopt, hoe ze betekenislagen hadden gecreëerd, hoe kritisch ze tegenover het eindresultaat stonden en welk een plezier ze aan het werk hadden beleefd. Het had iets aandoenlijks, maar bovenal had het iets zeer veelbelovends – de ernst en het doorzettingsvermogen.
Na afloop bracht ik mijn publieksstem uit op 'werk nummer 130'.