Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2014 (Pagina 2 van 28)

Koninklijk bezoek voor het Groninger Museum

Koningin Máxima heeft vrijdag in Groningen Het geheim van Dresden geopend, een tentoonstelling met kunstschatten die in de achttiende eeuw zijn verzameld door de keurvorsten van Saksen.

Maxima Groninger Museum

Na ontvangst met bloemen werd hare majesteit door directeur Andreas Blühm rondgeleid langs schilderijen afkomstig uit de beroemde kunstcollectie van de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden. De tentoonstelling omvat werk van kunstenaars als Titiaan, Rembrandt, Carracci en Canaletto.

Maxima Groninger Museum 3

Maxima Groninger Museum 2

Jean Pierre Rawie wederom op dreef in DvhN

Jean Pierre Rawie was vorige week lekker op dreef in de Vrijdag, het wekelijkse cultuurkatern van Dagblad van het Noorden. En dat is vandaag weer het geval:

Rawie1
En als u toch zijn column leest, kijk dan ook even naar aanpalende stukken. Over de kunstcollectie van Dresden, over De Hobbit, de nieuwe Frank Westerman, de nieuwe Swamp Dogg, de kijk van filmregisseur Mike Leigh op William Turner en meer.

Over ‘Frontpoëzie’ van Daan Boens

FrontpoezieZelfs Tom Lanoye, nota bene verantwoordelijk voor de indrukwekkende WO1-boeken Niemandsland en Overkant, had nog nooit van Daan Boens gehoord. Tot Geert Buelens twee aangrijpende gedichten selecteerde voor de begin jaar verschenen bloemlezing De 100 beste gedichten van de Eerste WereldoorlogroDoods-wensch en In de loopgraaf van den dood.

Lanoye sprak daarop de wens uit dat het oeuvre van Boens (1893 – 1977) opnieuw zou worden uitgegeven. Hij wordt op zijn wenken bediend. Uitgeverij Lannoo heeft in Frontpoëzie drie bundels verzameld met gedichten die de jonge korporaal tussen 1914 en 1918 bij de IJzer schreef: Van glorie en lijden, Mensen in de grachten en De verrijzenis.

Eerstgenoemde titel werd in 1917 gedrukt in Nederland, in interneringskamp Harderwijk waar 40.000 uitgeweken soldaten onderdak hadden gevonden, onder wie een literaire vriend van Boens. Mensen in de grachten verscheen een jaar later bij een uitgever, die ook gedichten van de Vlaamse frontdichter Francken verspreidde. De verrijzenis zag in 1920 het licht.

Aanvankelijk vecht en dicht Boens vol goede moed voor een onafhankelijk België met daarin een vrije rol voor Vlaanderen. Mensen in de grachten laat echter een wanhopig geluid horen: ‘Gij maan, verdwijn! – ik wil nacht en duisternis/ zoodat wat om mij is, verkoolt, voor eeuwig,/ en, wat in mij leeft, sterft; – geen hoop, geen kommernis/ ik wil het groote niete, waar geen wind is, niets is.’

Dan komt het interessante: in De verrijzenis probeert Boens de verschrikkingen te boven te komen en bezingt hij het humanisme, dromend van een nieuwe stad: ‘En waar de vreemden ook nog broeders zijn,/ en mede werken tot het hooger stijgen/ der geesten, zoodat de avond zinke als een refrein/ van schaduw, waar zich d’harten als in vriendschap rijgen.’

Nadat Boens in 1918 van het front terugkeert, hij heeft op de valreep nog een slok gifgas binnengekregen, slaagt hij er in zijn trauma’s te overwinnen. Hij wordt actief als journalist en socialistisch volksvertegenwoordiger, raakt in de jaren dertig betrokken bij Radio Vlaanderen en blijft tot in de jaren zestig gedichten schrijven. Zijn idealisme blijkt uiteindelijk lonend. Tot hij in 1977 overlijdt. Bijna vergeten.

Titel: Frontpoëzie. Auteur: Daan Boens. Bezorgd door Yves T’Sjoen en Els van Damme. Uitgeverij: Lannoo. Prijs: 24,95 euro (328 blz.)

Bewondert de ‘Alice in wonderland’ van Floor Rieder

De crisis in het boekenvak heeft ook goede kanten. Zo verdenk ik sommige uitgevers ervan mooiere boeken uit te geven dan ze in het verleden deden. Dit ter onderscheid van de bulkproductie en de printing-on-demand terreur, en om de laatste overgebleven echte liefhebbers te plezieren. Die trekken de portemonnee toch wel.

Het is maar een gedachte.

Alice Floor rieder

Uitgeverij Gottmer stuurde een 'nieuwe' Alice in wonderland, in de vertaling van Sofia Engelsman. Dat hadden ze in 1999 en 2006 ook al kunnen doen, het betreft een niet zo heel oude vertaling, maar nu gebeurde het op verzoek. De interesse was gewekt door de illustraties van Floor Rieder, die eerder dit jaar het Gouden Penseel kreeg voor de tekeningen in Het raadsel van alles wat van Jan Paul Schutten.

Rieder nam zowel Alice in wonderland als Alice in spiegelbeeld onder handen. De oorspronkelijk als Alice in Wonderland (1865) en Through the looking-glass (1871) verschenen boeken van Lewis Carroll zijn door Gottmer in een band als omkeerboek uitgegeven. Dat had beter gekund: de vormgever had dan wel de rug moeten aanpassen en de hinderlijke aanwezige barcode op de omslag van Spiegelbeeld moeten verwijderen.

Dit terzijde. Alice in wonderland / Alice in spiegelbeeld is een fraai boek met prachtige illustraties die aan houtsneden doen denken en daardoor een grote ambachtelijk suggereren. De Alice van Riedel is een meisje met lang sluik haar, een brilletje, een pothoedje, een rugzakje en schoenen die aan All Star Converse doen denken. Haar Cheshire Cat is tamelijk gewoontjes, ondanks zijn brede grijns.

Het getuigt van moed als een illustrator het aandurft om Alice te tekenen, een van de beroemdste boekencreaties ter wereld – volgend jaar 150 jaar oud. Ze is voor altijd verbonden aan John Tenniel, die overigens na een moeizame samenwerking met Carroll in 1865 weinig zin had in het tweede deel. Er zijn veel illustratoren die het na Tenniel hebben geprobeerd, met wisselend succes, maar de variant van Riedel behoort zeker tot de geslaagden.

Jean Pierre Rawie lekker op dreef in DvhN

Jean Pierre Rawie is lekker op dreef in de Vrijdag, het wekelijkse cultuurkatern van Dagblad van het Noorden. Dat vindt hij zelf ook.

Rawie Op Dreef

En voor wie nog meer wil: Donderdag 18 december interviewt de levende dichter in Groningen Alexander Münninghoff over diens boek De Stamhouder, een familiekroniek. Plaats: boekhandel Van der Velde, A-Kerkhof. Aanvang 16.30 uur.

Mariët Meester over Veenhuizen op Radio 5

FlinkHenk van Middelaar praat vrijdagavond in de NTR Academie op Radio 5 met Mariët Meester over haar band met het gevangenisdorp Veenhuizen. Het gesprek is het derde deel in een wekelijkse serie over schrijvers en het gebied waar ze vandaan komen.

Van Middelaar wil onder meer weten hoe Meester als schrijver is beïnvloed door de omgeving waarin ze opgroeide en wat de de lezer daarvan merkt. Hoewel veenhuizen niet het enige thema is in het werk van Mariët Meester schreef ze er al meerdere malen over. Zo ook in haar meest recente roman, Hollands Siberië.

De uitzending begint om 22.00 uur op Radio 5. Terugluisteren kan via www.ntracademie.nl

Hij beweegt niet?, vroeg Jan Mulder

Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan richt De Wereld Draait Door in het Allard Pierson Museum in Amsterdam een pop-upmuseum in. Tien vaste gasten struinen daartoe tien musea af op zoek naar werk van vergeten kunstenaars. Jan Mulder bezocht gisteren het depot van het Groninger Museum.

IMG_5604
Directeur Andreas Blühm toonde hem onder meer Gulf War van de Amerikaanse straatkunstenaar Rammellzee (1960 – 2010). De installatie ligt al jaren in twee losse delen te verstoffen. "Hij beweegt niet?", vroeg Mulder terwijl hij zich over een paneel vol gesoldeerde onduidelijke rommel boog. "Nee, maar het vertelt wel een verhaal," reageerde Blühm.

Lees verder in het Dagblad van het Noorden.

Et cetera. Over Jan Hanlo (2)

Ik vertelde over zijn beroemdste twee gedichten: De mus en Oote. Van het eerste liet ik nummer van de cd van Tom America horen: Tjielp, tjielp. Ook liet ik een foto van een muurgedicht in Leiden zien. Over het tweede, ook een klankgedicht, vertelde ik dat er Kamervragen over waren gesteld. Een VVD-politicus vond in de jaren vijftig dat er geen subsidie mocht worden gegeven aan tijdschriften die dergelijk infantiel gebazel wilden te publiceren.

Stapeltje Jan Hanlo-001
Jan Hanlo hoorde nergens bij, vertelde ik. Het was iemand die karnemelk dronk in het café. Met als gevolg dat hij, als rusteloos dichter, zijn eigen weg kon gaan: dit kon doen, dat kon doen, dit proberen, dat proberen, als een zwerver. En aan het einde van zijn carrière liet hij iets heel bijzonders achter. Wat Hanlo schreef, leek op alles en was toch uniek. Een veelzijdiger dichter was er eigenlijk niet in Nederland, prees ik hem aan.

Volgens zijn biograaf leed Hanlo aan het Peter Pan-syndroom. Het liefst was hij altijd kind gebleven. Vandaar ook zijn grote belangstelling voor kinderen, voor wat ze deden, hoe ze speelden en wat hen interesseerde. Zoals een hond met de bijnaam Knak: 'God, zegen Knak / Hij is nu dood / Zijn tong, verhemelte, was rood / Toen was het wit / Toen was hij dood / God, zegen Knak // Hij was een hond / Zijn naam was Knak / Maar in zijn hondenlichaam stak / Een beste ziel / Een verre tak / Een oud verbond /God, zegen Knak.'

"Een van zijn meest bijzondere gedichten is verfilmd", loog ik. " Het is nogal droevig. Het heet Wij komen ter wereld. Het bijzondere is de volgorde in het gedicht. We lezen niet over de gang van wieg naar graf, maar van graf naar wieg. Net als in de film The Curious Case of Benjamin Button van David Fincher met Brad Pitt en Cate Blanchett."  Ze keek mij ongelovig aan. Brad Pitt en Jan Hanlo?

Ik haalde nu een foto te voorschijn, gemaakt van het graf van Hanlo. Ik vertelde hoe hij aan zijn einde was gekomen, in 1969, tijdens een ritje met de motor waarbij hij op een tractor was gebotst. "Hanlo was bang dat levend begraven zou worden. Daarom had hij als laatste wens vastgelegd dat hij drie dagen in een open kist moest worden opgebaard. Die wens is nooit vervuld. Na het motorongeluk hebben leefde hij nog twee dagen. Daarna hebben ze zijn kist meteen dichtgetimmerd."

Ik wees naar de letters op de grafsteen. "Hanlo was een Pietje Precies. Punten en komma's vond hij heel belangrijk in zijn gedichten, die moesten op de juiste plaats staan. Als er een zetfout in zijn dichtbundels werd ontdekt, werd hij razend. Dus bemoeide hij zich er tot op laatste mee. Het is treurig dat op zijn grafsteen een fout is gemaakt. De steenhouwer dacht dat Hanlo op 24 juni was overleden, het moest 16 juni zijn. Later is dat hersteld, maar op de steen kun je de fout nog zien."

"Meer kan ik er niet over vertellen", zei ik tot slot. Om het af te ronden vertelde ik iets over het gebruik van het begrip et cetera, wat Latijn is voor  'en overige'. Hanlo gebruikte het in Oote en aan het slot van De Mus, om aan te geven dat je over sommige dingen eindeloos door kunt schrijven, praten en zeuren. Maar het is onmogelijk om alles te zeggen. Het leven is zoveel groter is dan taal. Woorden schieten altijd te kort. Ook om moet je niet te lang stil staan bij techniek, bij metrum en jambes, en bij wat een dichter misschien bedoelt.

Ze keek mij even aan en sloeg haar schrift dicht. "Dank je wel", zei ze. "Je hebt mij enorm geholpen. Op internet had ik dit nooit gevonden. Want op internet lijkt altijd alles even belangrijk en raak ik steeds de weg kwijt. Dank u wel. Et cetera."

Toen namen we afscheid. Nadat ik haar had buitengelaten, ruimde ik het plankje in mijn boekenkast weer vol.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑