Ter voorbereiding op een artikel voor Noorderbreedte over het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bezocht ik het Drents Archief in Assen. Alwaar ik in gezelschap van Jan Bos in de kelder bij de stellages met dozen vol oude stukken mocht kijken. En later ook in de bibliotheek waar onder meer tijdschriften met fraaie titels als De star, De vriend des vaderlands en Erica worden bewaard.
Uit een van de dozen in de kelder diepte Bos een tweede druk op van een boekje uit 1818 met een bruin gemarmerde kaft, met op het titelblad Verhandeling over de mogelijkheid de beste wijze van invoering en de belangrijke voordeelen ener Algemene Armen-inrigting in het Rijk der Nederlanden, door het vestigen eener landbouwende kolonie in deszelfs Noorderlijk gedeelte.
Auteur van het boekje is Js. van den Bosch, generaal-majoor, ridder der derde klasse van de militaire Willems Orde. Oftewel de tegenwoordig weer steeds meer bekende generaal Johannes van den Bosch die in 19e eeuw bedacht dat het goed zou zij als de sloebers uit de Hollandse steden in Drenthe en Overijssel in vrije koloniën werd geleerd zichzelf nuttig te maken.
Kortom, een belangrijk document over een sociaal experiment dat tot op vandaag nog doorwerkt in Nederland en daarbuiten. Ook doordat vanuit Drenthe wordt geprobeerd de overblijfselen van Van den Bosch' werken tot Werelderfgoed benoemd te krijgen.
En dan hebben we het niet alleen over de oorspronkelijke inrichtingen in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Boschoord en Willemsoord, maar ook over de strafkolonies in Veenhuizen en Ommerschans waar landlopers en bedelaars werden opgesloten en te werk gesteld.