Henk Speelman op zijn pluimveebedrijf in Gasselterboerveen. De pionierende bewoners van Lageland bij Meerstad. Jerke en Jippe Braaksma, bakker en boer uit Oentsjerk tussen het graan. Jonge ondernemers in hun popup-stores in de Groninger binnenstad. De klanten van de coöperatieve dorpswinkel in Eext. De komst van het belevenskanaal langs Klazienaveen-Noord. De bedrijfsbeëindiging van Sietze en Betsy van der Wal, groentetelers uit Koudum.
Vele, vele honderden foto's maakte Harry Cock het afgelopen jaar voor tijdschrift Noorderbreedte. Zo'n tachtig hebben een plek gekregen in het winternummer dat geheel in het teken staat van veranderend Noord-Nederland. Veranderingen die door mensen worden veroorzaakt in het landschap. Veranderingen in het landschap waardoor bewoners moeten inschikken. Oprukkende natuur, herinrichting, leegstand, renovatie, investeringen, krimp, groei.
Abstracte thema's met ingrijpende gevolgen. En dat dan in beeld brengen. In detail, of op afstand. Trage onderwerpen, weg van het nieuws. Cock is er in gespecialiseerd. "Niet het moment zelf, maar er net voor, of er net na," vertelt hij over zijn aanpak. En ook: "Ik weet vooraf nooit wat ik uit een onderwerp kan halen. Later zie ik pas hoe het verhaal is geworden. Dat is maar goed ook. Anders kun je beter een speelfilm maken. Ik ben fotograaf."
En die heb je in allerlei soorten en maten. Helemaal sinds de doorbraak van de digitale camera. "Iedereen die de moeite neemt om zich heen te kijken, kan tegenwoordig technisch gezien een foto maken", zegt Cock. "Ik zie het niet als een bedreiging. De verhouding tussen wie zich werkelijk voor fotografie interesseren en zij die op een knop drukken blijft gelijk. Het verschil wordt gemaakt door de mensen die doorzetten, inzicht willen krijgen en volhouden."
Als zoon van een voertuigenfabrikant ('van steekwagens en skelters tot melkkarretjes') raakte Cock in de fotografie dankzij zijn vader. "Een verwoed amateur die zijn eigen producten fotografeerde voor persmappen en beurzen", schetst hij. "In zijn donkere kamer heb ik heel veel geleerd. Mijn eerste toestel was een relatiegeschenk: een Japanse rolfilmcamera van metaal. Ik zat nog op de lagere school. Ik heb 'm nog steeds."
De gang naar de School voor de Fotografie in Den Haag was min of toevallig. "Ik was nogal een droomkont en zat vooral naar buiten te kijken. De laatste jaren van de middelbare school liepen niet zoals ze behoren te lopen. Maar omdat ik op de HBS en gymnasium had gezeten kon ik toch naar Den Haag. Het werd dus geen Nederlands of biologie studeren, maar doen wat ik ook leuk vond."
Cock kreeg tijdens zijn foto-opleiding al snel door wat hij níet wilde: fotojournalist worden. "Ik wilde platenhoezen maken, reportages voor bladen. Documentair en poëtisch werk. Ik heb het wel gedaan, nieuwsfotografie. Voor de Drentse Courant en voor Nieuwsblad van het Noorden. Veelal via losse opdrachten en contracten. Ik was altijd met die krant bezig, ook 's avonds en in het weekend. Maar ik had het gevoel dat het niet uitmaakte wat ik inleverde."
De omslag kwam in de jaren tachtig. "Ik vond dat ik als fotograaf een concept moest hebben, dat een idee aan mijn foto's ten grondslag moest liggen. Dat ze herkenbaar zouden zijn. In die tijd ben ik met dagboeken begonnen: maakte ik met mijn Rolleiflex iedere dag een of meerdere foto's. Vormen, dingen, momenten, landschappen. Alles wat ik tegenkwam. Heel minimalistisch. Intiem. Op een gegeven moment ontdekte ik: dit ís mijn concept. Ik was er als het ware ingegroeid. Toen ik de snelle nieuwsfotografie min of meer vaarwel had gezegd, kreeg ik de kans míjn foto's aan de Volkskrant te leveren."
Cock fotografeert overal, maar vooral in het Noorden. "Ik hoef niet zo nodig de Amazone af en de hele wereld over", zegt hij. "Ik ben ik de loop der jaren natuurlijk wel ergens geweest met mijn camera, in de Gazastrook en Mexico. En paar jaar geleden voor het boek Dutch Mountains met Francine Houben (oprichter van Mecanoo Architecten, red.) onder meer naar Azië, Spanje en Engeland. Maar het maakt mij niet zoveel uit. Ik zie genoeg. Ook hier is heel veel te fotograferen."
Dat laatste is precies wat hij wil laten zien in Noorderbreedte. "Dan wijst iemand mij er op dat in Koudum een speciaal boontje wordt geteeld. En dan is het weer goed en ga ik er even langs. Mijn neus achterna. Ik stel mij voor, maak een praatje. En dan is het kijken en verbazen al begonnen. Even in een andere wereld duiken, je onderdompelen in een ander mensenleven, je verdiepen in wat een ander doet en vertelt. En dan het verhaal opzoeken."
Tijdschrift
Noorderbreedte. 37ste jaargang nummer 5. Foto's Harry Cock. Tekst Wim Boetze. Prijs €8 euro. Abonnement €37,50. Zie ook www.noorderbreedte.nl