Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2013 (Pagina 1 van 33)

Quasi-Realisten: langs de randen van de werkelijkheid

Al vele jaren worden de galeries en expositieruimten in het Noorden gevuld met werk van kunstenaars die realistisch schilderen. Dat in dit zogeheten Noordelijk Realisme nog altijd rek zit, bewijst een groep kunstenaars die zich in Pictura in Groningen presenteert als Quasi-Realisten. Ze maken werk waarbij de werkelijkheid nu eens niet centraal staat, maar juist wordt verlaten of hooguit benaderd.

MarkLisser

Foto: Corné Sparidaens

De kiem voor de groep werd anderhalf jaar geleden gelegd in Museum Stad Appingedam, waar schilderijen werden getoond rond de thema's surrealisme en vervreemding. "Een aantal schilders werkte al in die richting'', blikt kunstschilder en academie-docent Eric Bos terug. "Anderen werden door de tentoonstelling in Appingedam min of meer gedwongen iets te maken dat voor hen ongewoon was."

Na afloop van 'Appingedam' besloot een aantal exposanten voort te gaan op de ingeslagen weg. "Ze gingen experimenteren met betekenis, het gevoel kwam erbij. Daardoor kwam iets heel anders te voorschijn", vertelt Bos. Er werd een groep gevormd en een naam bedacht. "Quasi-realisten. Niet echt een mooi woord, maar het dekt de lading: quasi staat voor schijn."

Liesbeth Honders is een van de Quasi-Realisten. In Pictura hangen zes schilderijen van haar hand, waaronder Herinnering. "Het is geïnspireerd op het huis waar ik als kind heb gewoond en een paradijselijke tijd heb beleefd. Of het er werkelijk zo uitzag, weet ik niet meer – ik ben nooit teruggeweest. Het interieur komt misschien overeen met de werkelijkheid, maar de kleuren die ik voor dit schilderij heb gebruikt zeker niet."

Onder de Quasi-Realisten bevinden zich bekende namen. Mark Lisser bijvoorbeeld en Rein Pol. Tom Hageman levert drie momentale werken, waarvan vooral De anatomische les opvalt: vrouwen met hoofddoeken in een woestijnlandschap besnijden een man. Jan van Loon toont werk waaruit humor spreekt. "We kennen Van Loon vooral als realist van het oude stempel, maar het lijkt alsof hij steeds gekker uit de hoek weet te komen", merkt Bos op.

De vorming van een groep is opvallend in een tijd die wordt gekenmerkt door individualisme en versnippering. Opereren vanuit een groep biedt voordelen, merkt Honders. "Vooral praktisch. Als individueel kunstenaar is het soms lastig om zaken in de hand te kunnen houden. Om te exposeren ben je bijvoorbeeld afhankelijk van een galerie. Als groep sta je sterker: je draagt samen de kosten, je regelt samen een ruimte, je regelt samen de publiciteit."

Een groep kan stimulerend werken, vult Bos aan. "We bespreken elkaars werk, wat heel ongewoon is. In het Noorden hou je meestal je mond. Zelfs als een werk goed is, wordt er gezwegen. Een ander kan het juist niet goed vinden; er is altijd angst om door de mand te vallen. Aan vakmanschap ontbreekt het de schilders in het Noorden niet. Maar soms moet je het streven naar perfectie loslaten om verbeelding ruimte te kunnen geven."

De tentoonstelling in Pictura telt werk van dertien kunstenaars: schilderijen, foto's en beelden. Idee is om de groep in de toekomst uit te breiden met andere disciplines, zoals film en literatuur. "De meeste realisten in het Noorden zijn veelal oudere jongens en meisjes", stelt Bos. "Het zou goed zijn als er navolging komt. Wat meer swing kan nooit kwaad."

Expositie

De tentoonstelling Quasi-Realisten. Langs de randen van de werkelijkheid is tot en met 26 januari te zien in Pictura, Martinikerkhof 26 in Groningen. Open wo t/m zo 13.00 tot 17.00 uur. Zie ook www.quasirealisten.nl.

Veranderend Noord-Nederland volgens Harry Cock

NoorderbreedteHenk Speelman op zijn pluimveebedrijf in Gasselterboerveen. De pionierende bewoners van Lageland bij Meerstad. Jerke en Jippe Braaksma, bakker en boer uit Oentsjerk tussen het graan. Jonge ondernemers in hun popup-stores in de Groninger binnenstad. De klanten van de coöperatieve dorpswinkel in Eext. De komst van het belevenskanaal langs Klazienaveen-Noord. De bedrijfsbeëindiging van Sietze en Betsy van der Wal, groentetelers uit Koudum.

Vele, vele honderden foto's maakte Harry Cock het afgelopen jaar voor tijdschrift Noorderbreedte. Zo'n tachtig hebben een plek gekregen in het winternummer dat geheel in het teken staat van veranderend Noord-Nederland. Veranderingen die door mensen worden veroorzaakt in het landschap. Veranderingen in het landschap waardoor bewoners moeten inschikken. Oprukkende natuur, herinrichting, leegstand, renovatie, investeringen, krimp, groei.

Abstracte thema's met ingrijpende gevolgen. En dat dan in beeld brengen. In detail, of op afstand. Trage onderwerpen, weg van het nieuws. Cock is er in gespecialiseerd. "Niet het moment zelf, maar er net voor, of er net na," vertelt hij over zijn aanpak. En ook: "Ik weet vooraf nooit wat ik uit een onderwerp kan halen. Later zie ik pas hoe het verhaal is geworden. Dat is maar goed ook. Anders kun je beter een speelfilm maken. Ik ben fotograaf."

HarryCockKlazienaveen-Noord
En die heb je in allerlei soorten en maten. Helemaal sinds de doorbraak van de digitale camera. "Iedereen die de moeite neemt om zich heen te kijken, kan tegenwoordig technisch gezien een foto maken", zegt Cock. "Ik zie het niet als een bedreiging. De verhouding tussen wie zich werkelijk voor fotografie interesseren en zij die op een knop drukken blijft gelijk. Het verschil wordt gemaakt door de mensen die doorzetten, inzicht willen krijgen en volhouden."

Als zoon van een voertuigenfabrikant ('van steekwagens en skelters tot melkkarretjes') raakte Cock in de fotografie dankzij zijn vader. "Een verwoed amateur die zijn eigen producten fotografeerde voor persmappen en beurzen", schetst hij. "In zijn donkere kamer heb ik heel veel geleerd. Mijn eerste toestel was een relatiegeschenk: een Japanse rolfilmcamera van metaal. Ik zat nog op de lagere school. Ik heb 'm nog steeds."

De gang naar de School voor de Fotografie in Den Haag was min of toevallig. "Ik was nogal een droomkont en zat vooral naar buiten te kijken. De laatste jaren van de middelbare school liepen niet zoals ze behoren te lopen. Maar omdat ik op de HBS en gymnasium had gezeten kon ik toch naar Den Haag. Het werd dus geen Nederlands of biologie studeren, maar doen wat ik ook leuk vond."

Cock kreeg tijdens zijn foto-opleiding al snel door wat hij níet wilde: fotojournalist worden. "Ik wilde platenhoezen maken, reportages voor bladen. Documentair en poëtisch werk. Ik heb het wel gedaan, nieuwsfotografie. Voor de Drentse Courant en voor Nieuwsblad van het Noorden. Veelal via losse opdrachten en contracten. Ik was altijd met die krant bezig, ook 's avonds en in het weekend. Maar ik had het gevoel dat het niet uitmaakte wat ik inleverde."

De omslag kwam in de jaren tachtig. "Ik vond dat ik als fotograaf een concept moest hebben, dat een idee aan mijn foto's ten grondslag moest liggen. Dat ze herkenbaar zouden zijn. In die tijd ben ik met dagboeken begonnen: maakte ik met mijn Rolleiflex iedere dag een of meerdere foto's. Vormen, dingen, momenten, landschappen. Alles wat ik tegenkwam. Heel minimalistisch. Intiem. Op een gegeven moment ontdekte ik: dit ís mijn concept. Ik was er als het ware ingegroeid. Toen ik de snelle nieuwsfotografie min of meer vaarwel had gezegd, kreeg ik de kans míjn foto's aan de Volkskrant te leveren."

Cock fotografeert overal, maar vooral in het Noorden. "Ik hoef niet zo nodig de Amazone af en de hele wereld over", zegt hij. "Ik ben ik de loop der jaren natuurlijk wel ergens geweest met mijn camera, in de Gazastrook en Mexico. En paar jaar geleden voor het boek Dutch Mountains met Francine Houben (oprichter van Mecanoo Architecten, red.) onder meer naar Azië, Spanje en Engeland. Maar het maakt mij niet zoveel uit. Ik zie genoeg. Ook hier is heel veel te fotograferen."

HarryCockKoudum
Dat laatste is precies wat hij wil laten zien in Noorderbreedte. "Dan wijst iemand mij er op dat in Koudum een speciaal boontje wordt geteeld. En dan is het weer goed en ga ik er even langs. Mijn neus achterna. Ik stel mij voor, maak een praatje. En dan is het kijken en verbazen al begonnen. Even in een andere wereld duiken, je onderdompelen in een ander mensenleven, je verdiepen in wat een ander doet en vertelt. En dan het verhaal opzoeken."

Tijdschrift

Noorderbreedte. 37ste jaargang nummer 5. Foto's Harry Cock. Tekst Wim Boetze. Prijs €8 euro. Abonnement €37,50. Zie ook www.noorderbreedte.nl

A.L. Snijders en Erik Harteveld tijdens Winterzinnen

SnijdersHarteveld

Zaterdag festival Winterzinnen bezocht in Vledder, het kleine broertje van Zomerzinnen. Het was een onvervalste rurale gebeurtenis. Met buiten een ontvangst in de schemer op de Brink, met vuurkorven, glühwein, warme chocolade en de niet altijd even zuivere klanken van de midwinterhoorn. En binnen in Museums Vledder onder meer optredens van A.L. Snijders en Erik Harteveld. Het verslag staat, deo volente en als het de dienstdoende eindredacteur behaagt, maandag in Dagblad van het Noorden.

Ria Westerhuis naar festival Winterzinnen

WinterzinnenRia Westerhuis is aangetrokken als vervanger van Dieneke Smink tijdens festival Winterzinnen, zaterdag in Vledder. Smink is ziek. Westerhuis draagt tijdens het literair festival in Museums Vledder gedichten voor die zij maakte bij schilderijen van Dineke Kraaijeveld. De tweede editie van Winterzinnen wordt geopend door Anry Kleine Deters. Vervolgens treden tussen 16.00 en 20.30 uur Nicolette Leenstra, A.L.Snijders, Erik Harteveld, Raoul van der Weide, Aleid Rensen, Gerard Nijenhuis, Wil Boonstra en Ingrid Barendsen op. Entree €20.

Willy Vandersteen vertelt, maar niet alles

Er staat een Teletijdmachine in het Stripmuseum in Groningen. Niet helemaal zoals-ie werd ontworpen door professor Barabas – de poort naar de andere tijd is losgekoppeld en bij een trap geplaatst – maar ach, het is toch leuk. Ook omdat bovenaan die trap een affiche hangt met de tekst ’Willy Vandersteen vertelt. In het kader van de honderdste verjaardag van Willy Vandersteen’. En daar weer boven: ’12/03/2013 – 01/09/ 2013’.

Inderdaad, dat is al geweest.

Stripmuseum
Nadat afgelopen jaar in het Belgisch Stripcentrum in Brussel uitgebreid werd stilgestaan bij de eeuweling Willy Vandersteen (1913 – 1990) gebeurt dat nu ook in Nederland. Met dezelfde, drietalige tentoonstelling die verhaalt over een van de meest succesvolle stripmakers van Europa. ’De Bruegel van de strip’, noemde collega Hergé hem. Verantwoordelijk voor meer dan 1800 albums. Samen goed voor ruim honderd kilometer aan stripverhalen.

RikkiEnWiskeEenmaal de trap voorbij opent de expositie met een tekstpaneel waarop te lezen valt dat ’de kleine Willy bij zijn geboorte zo breekbaar was, dat hij in een sigarenkistje paste’. Dat hij behalve een uitmuntend krijttekenaar ook een ’tafelspringer’ was, wat dat ook moge wezen. En dat hij op 13-jarige leeftijd avondlessen tekenen volgde aan de Academie voor Schone Kunsten.

We lezen dat Willy zijn eerste stripverhaal mocht publiceren in het personeelsblad van een warenhuis. Dat hij in 1941 in de krant De Dag de gaten vulde die waren ontstaan nadat de Duitse bezetter de Amerikaanse strips Mickey en Krazy Kat had verboden. Dat zijn eerste album Piwo, het houten paard is. Dat hij voor het Franstalige jeugdblad Franc-Jeu Floche en Flache creëerde, ’twee knotsgekke verzetsstrijders’. Dat De Nieuwe Standaard in maart 1945 zijn avonturen over Rikki en Wiske publiceerde.

In Groningen zien we op een aandoenlijke pagina de heldhaftige broer Rikki in een bed liggen met zijn onzekere zusje Wiske. En ook Piwo, het houten paard laat zich bewonderen, in een vitrine ligt een zeldzaam exemplaar van het album. Maar van de verzetsstrijders Floche en Flache geen spoor. Net zomin als uitleg over het gegeven dat Vandersteen ’gewoon’ publiceerde tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Raadplegen van internet leert het volgende: anders dan in Nederland hadden ze in België geen Kultuurkamer. Datzelfde internet leert ons ook nog iets anders: Vandersteen vervaardigde in 1942 en 1943 onder het pseudoniem Kaproen antisemitische en nazistische spotprenten, iets wat drie jaar geleden na onderzoek op initiatief van zowel zijn familie als zijn uitgeverij is bevestigd. Over dat alles geen woord in het Stripmuseum.

SuskeEnWiskeWilly Vandersteen vertelt is een mooi gemaakte, zeer informatieve en bovenalles gezellige tentoonstelling waarin een enorme productie centraal staat. Volkomen terecht gaat de meeste aandacht uit naar Suske en Wiske, de reeks die in september 1945 van start ging. Een reeks die nogal altijd loopt, met veel succes. Afgelopen maand verscheen De royale ruiter, album 324.

Daarnaast schonk Vandersteen ons De familie Snoek (een soort Jan, Jans en de kinderen) soloalbums over onder meer mannetjesputter Jerom, verhalen over het vagebondenduo Robert en Betrand, verhalen over Bessie, geïnspireerd op de Amerikaanse filmhond Lassie, verstrippingen van verhalen van de Duitse cowboykenner Karl May en verstrippingen van boeken over de Britse vliegenierspion Biggles.

Intrigerend is het project De Geuzen, volgens de tentoonstellingmakers ’het artistieke hoogtepunt van Willy Vandersteens rijke carrière’ – wat niet hard wordt gemaakt. Wel is duidelijk dat Vandersteen zich altijd graag liet inspireren door de West-Europese geschiedenis in het algemeen (ridderverhalen, 80-jarige oorlog) en volksverhalen in het bijzonder (Willem Tell, Tijl Uilenspiegel).

In Groningen wordt bij de vele creaties stilgestaan middels schetsen, originele pagina’s, een tijdslijn, twee tekenfilms en veel albums achter glas en een aantal attributen. Waaronder eerder genoemde Teletijdmachine en een reusachtige Schannulleke. Helaas ontbreekt een Klankentapper. Zodat het ook stil blijft rond de plagiaatdiscussie die in de jaren tachtig werd aangezwengeld door Rob Möhlmann, thans van Museum Möhlmann uit Appingedam.

Je kunt niet alles hebben.

Tentoonstelling

Willy Vandersteen vertelt Te zien t/m 2/3 Nederlands Stripmuseum Groningen Open di – zo 10.00 tot 17.00 uur. 

Ondertussen, in de omgeving van Syrië

GustavDoreIn die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Lucas 2: 1 – 7

Galerie MooiMan noemt man en baard

Ineens is hij er weer. Terug van nooit weggeweest, maar nu zo prominent aanwezig dat we van een trend mogen spreken. Galerie MooiMan in Groningen heeft een expositie gewijd aan dat merkwaardige ding op en rond de kin: de baard.

Waar het idee precies vandaan komt, Jan van Stralen en Sandro Kortekaas kunnen het niet vertellen. "Als je er op let, zie je het overal in het straatbeeld: mannen dragen weer baarden. Zoiets gaat in golven, het is de mode," mijmeren ze. Ze zeggen ook: "Het is een onderwerp dat bij onze achterban speelt. Het is zelfs zo dat het hetero-mannen en homo-mannen tot elkaar brengt. Een goede baard wordt gewaardeerd."

MooiMan is gespecialiseerd in het thema man, als enige galerie in Nederland. Vanwege de interesse van Van Stralen en Kortekaas. Maar ook omdat in de beeldende kunst zoveel aandacht uitgaat naar de vrouw. Het afgelopen jaar vergaarde de expositieruimte tijdens het Nederland-Ruslandjaar veel publiciteit met het internationale project Queerussia. The hidden (p)art over de netelige positie van homoseksuelen in Rusland. "We wilden het jaar afsluiten met luchtiger thema."

Spencer Chalk-LevyVoor de expositie DecemBEARDS, oftewel de baard in de beeldende kunst, struinden Van Stralen en Kortekaas internet af en reisden ze onder meer naar Londen, Parijs en Berlijn. Het bracht ze in contact met twaalf kunstenaars uit Nederland en ver daarbuiten. Zoals Spencer Chalk-Levy, van wie in Groningen 36 ingekleurde tekeningen van gebaarde gezichten te zien zijn. "Chalk-Levy werkt in New York in een hoerentent. Hij tekende een reeks basisgezichten en liet ze inkleuren door zijn klanten."

Van de Amerikaanse fotograaf Joseph Oleary hangen in Groningen twaalf foto's van mannen uit Minneapolis, veelal arbeiders en werklui, steeds zo gefotografeerd dat ze door hun gesoigneerde gezichtsbeharing een glamouruitstraling hebben gekregen. De Franse kunstenaar Olivier Flandrois toont 21 inktekeningen waarvan een deel geïnspireerd lijkt op een van de beroemdste baarden uit de schilderkunst, die van postbode Joseph Roulin, ooit vereeuwigd door Vincent van Gogh.

OlivierFlandroisBarbuOpvallend zijn de pentekeningen op briefpapier van Ricky Schouten: extreem mollige mannen met niet alleen haar op de kin, maar ook op andere plekken van hun lichaam. De tekeningen verbeelden een man-type dat 'bear' wordt genoemd. "In homokringen is veel aandacht voor 'bears', zeker vergeleken met vroeger toen de jonge adonis het ideaal was," duiden Van Stralen en Kortekaas. Mede om die reden werd DecemBEARDS geopend door een vertegenwoordiger van de Dikke Maatjes-stichting Big & Bear Netherlands.

Van de galeriehouders zelf is alleen Kortekaas baarddrager. "Sinds een jaar ongeveer. Hij is er al een paar keer af geweest. Ik zou 'm beter moeten verzorgen; het is bijzonder om een kam door je baard te kunnen halen." Van Stralen kwam ooit bebaard naar Groningen. "Dat was toen ook Max van den Berg nog een baard droeg. Begin jaren tachtig heb ik 'm er afgehaald. Sindsdien draag ik alleen een snor."

Tentoonstelling

De tentoonstelling DecemBEARDS is tot en met 23 februari te zien bij Galerie MooiMan, Noorderstationstraat 40 in Groningen. Open vr, za en zo 14.00 tot 18.00 uur. Zie ook www.mooi-man.nl

Roden Girl Choristers, Dribbel en Museums Vledder

De Roden Girl Choristers, het meisjeskoor van de Stichting Koorschool Noord Nederland, bezingen 23 december in de Grote Kerk van Veenhuizen het kerstverhaal aan de hand van Engelse carols. Het koor wordt geleid door  Sonja de Vries. Aanvang 20.00 uur. Kaarten €12.

Theater Terra - DribbelTheater Terra brengt 28 december de familiemusical Dribbel in theater De Muzeval in Emmen. De voorstelling is gebaseerd op de peuterboekjes van Eric Hill. Aanvang is 14.00 uur. Geschikt voor kinderen van twee jaar en ouder.

Museums Vledder toont tot en met 5 januari grafiek onder de noemer Literaire litho’s. Er zijn werken te zien met gedichten, litho’s gemaakt door schrijvers als Hugo Claus en Jan Cremer, maar ook grafiek uit de nalatenschap van Boudewijn Buch.

De nieuwste mystificatie van Erik Harteveld

KoudeOorlogAanDeIJsselDe onzichtbare hand dreef mij woensdag langs Meppel en Staphorst linksonder Zwolle voorbij Wijhe en Olst naar Havezathe De Haere. Dat alles voor de presentatie van het boek Koude Oorlog aan de IJssel van het gelegenheidsduo A.L. Snijders en Erik Harteveld. Een roman in brieven, beloofde uitgeverij Afdh, en daar was geen woord van gelogen.

Het was een boekpresentatie zoals ik ze zelden heb meegemaakt. Met om te beginnen een ontvangst met militair geschut en vervolgens een excursie per legertruck naar de bunkers van de IJssellinie, een geheim verdedigingswerk uit de periode van de Koude Oorlog toen ons land zo schijnbaar overzichtelijk en bijpassend kneuterig was.

De linie bleek zo geheim dat de provincie Overijssel het nu tijd acht er meer bekendheid aan te geven, bijvoorbeeld door de financiering van een roman in brieven. Zodat de vrijwilligers van de stichting IJssellinie meer bezoekers mogen begeleiden, meer dan de 7000 die nu jaarlijks vertelt krijgen hoe Nederland in de jaren vijftig de Russen op afstand dacht te houden: door Oost-Nederland onder water te zetten.

Na afloop van de excursie werden wij bijeengebracht in De Haere waar uitgever Paul Abels een opvallend groot gezelschap trakteerde op muziek van Alec Kopyt en Janfie van Strien, toespraken van schrijver Tommy Wieringa en KGB-agent in ruste majoor Parchomov, de presentatie van een App en voorleesbeurten van A.L. Snijders en Erik Harteveld. Plus drank en hapjes toe. Alles zeer geslaagd en zeer genoeglijk.

Eenmaal thuis direct in het boek gedoken, ook omdat er nog een verslag voor Dagblad van het Noorden gemaakt moet worden. Maar dat is later. Nu reeds verkeer ik in een staat die mij doet roepen dat de brievenroman Koude Oorlog aan de IJssel zomaar ergens in mijn Top 10 van favoriete boeken van 2013 behoort. Niet eens zozeer vanwege de 'brieven' van A.L. Snijders, die in feite zkv's zijn, en dus zeer de moeite waard. Maar vanwege de boekverzorging van Martien Frijns en – vooral – de nieuwe, nog betere mystificaties van Erik Harteveld.

Maar laten we elkaar niet langer ophouden.

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑