Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2012 (Pagina 2 van 30)

Paula Modersohn-Becker bij Museum Belvédère



Modersohn-BeckerMuseum Belvédère komt in februari met een tentoonstelling rond het werk van de Duitse kunstenares Paula Modersohn-Becker (1876-1907). Ein Wunderland, ein Götterland wil een beeld geven van de landschappen en figuurstukken die Modersohn-Becker maakte in de omgeving van Worpswede, het Noord-Duitse dorp dat eind negentiende eeuw uitgroeide tot kunstenaarskolonie. De tentoonstelling omvat 45 schilderijen, afkomstig van onder anderen het Paula Modersohn-Becker Museum (Bremen), het Von der Heydt Museum (Wuppertal), het Stedelijk Museum (Amsterdam), het Gemeentemuseum (Den Haag) en het Groninger Museum (Groningen).

Over het ‘Verzameld proza’ van Jan Hanlo

JanHanloFransWelters2012 is het jaar waarin Jan Hanlo (foto: Frans Welters) 100 jaar zou zijn geworden. Dat wil zeggen: als hij niet in 1969 met zijn motorfiets tegen een onverwacht afslaande tractor was gereden. Uitgeverij Van Oorschot herdenkt de schrijver met het boek Een erwt zo groot als een voetbal is geen erwt, kortweg het Verzameld proza van de man die vooral bekend is geworden als de dichter van De mus en Oote.

Aanvankelijk had het boek al in augustus moeten verschijnen. Maar indachtig de roemruchte precisie van Hanlo, die zetters tot razernij dreef met zijn allerlaatste correcties, liet uitgever Wouter van Oorschot afgelopen zomer via de Volkskrant weten meer tijd nodig te hebben om de 700 pagina's door te lopen. "Speurend naar een door mij over het hoofd gezien hoedanook, een vierde of zevende punt, een X ipv een ×."

Ik greep het uitstel aan voor een bezoek aan het graf van Hanlo in Valkenburg. Na enig zoeken werd het links vooraan gevonden, in keurig gepoetste staat. Wat opvallend mag heten voor een man die enig kind was en geen kinderen heeft nagelaten. Het graf lag er zo goed bij dat we zonder moeite de tikfout op de zerk konden ontwaren: in plaats van 16 juni 1969 had de steenhouwer aanvankelijk 24 juni gebeiteld.

Een fout is zo gemaakt, helemaal als iemand zijn leven lang uiterst zorgvuldig probeert te zijn.

GraFjanHanloJan Hanlo heeft geen groot oeuvre nagelaten. Zijn gedichten zijn het meest bekend, en nog altijd zeer leesbaar, omdat ze voor iedereen iets te bieden hebben, kinderen en volwassenen. Daarnaast zijn er twee stevige bundels met brieven en een stapel titels die tot het proza wordt gerekend. Deze bevatten – naast essays en opstellen – veel losse eindjes, invallen, reacties en notities die een halve eeuw eerder in het ‘tijdschrift voor teksten' Barbarber volslagen op hun plaats waren.

Een erwt zo groot als een voetbal is geen erwt opent met het postuum verschenen Zonder geluk valt niemand van het dak. Volgens biograaf Hans Renders om chronologische redenen een discutabele keuze, maar toch ook een waar veel voor te zeggen valt. Want meteen wordt duidelijk wat een wonderlijke man Hanlo moet zijn geweest.

We beginnen met een minutieus ‘verslag' waarin Hanlo beschrijft wat hem vlak na een psychose in 1947 is overkomen. Hij geeft daarmee inzicht in zijn permanente problemen: een oncontroleerbare verlegenheid en het idee dat iedereen kon zien wat in hem omging, een overbewustzijn. Iets wat hij probeerde te temmen door, bijvoorbeeld, een 14-jarige bijlesleerling te vragen hem te blijven aankijken.

Het overbewustzijn keert in bijna al zijn schrijfselen terug. Een stuk onder de titel De impasse waarin de schilderkunst zich bevindt begint zo: "Ik zou persoonlijk nooit op de term ‘impasse' zijn gekomen, misschien omdat ik mijzelf in een soort van continuele impasse voel, zodat deze toestand mij bij anderen niet opvalt, misschien ook omdat ik de gang van zaken in de schilderkunst voldoende accepteer als noodzakelijk of zelfs verheugend." Wie een beschouwing zo ontwapenend durft te beginnen, heeft de slag al gewonnen.

Geen onderwerp was Hanlo te min en vooral details konden hem boeien. Hij schreef over de invloed van alcohol op het schrijven van stukjes, over het spelen op een ukelele, over het ‘understatement', over de stervensbegeleiding van een vergiftigde kraai, over jazz vóór 1940. Hij schreef moppen, hij schreef ‘een brief van oom'. En het volgende over Marie Curie: "Mme Curie was zo arm dat zij tegen de koude soms een stoel over zich heen trok."

Soms lijkt het alsof hij geen hoofd- van bijzaken wilde onderscheiden. Op bladzijde 611 lezen we: "Dat je iets weet of invalt is merkwaardig, maar dat je iets niet meer weet of niet meer achterhalen kunt, is ook merkwaardig." Volgens biograaf Renders leed Hanlo aan een Peter Pan-complex, was hij het liefst kind gebleven. Wat onmogelijk is, al kun je wel proberen je aan conventies te onttrekken. En dat deed Hanlo heel overtuigend, met soms prachtige resultaten.

Vanuit die gedachte is het niet vreemd dat in dit Verzameld proza tussen de rommel juwelen kunnen worden aangetroffen. Dat gedichten zijn opgenomen. Maar ook de verlanglijst van zijn huisgenoot. "Ik zie nu pas wat 'n allure het had: 1 fiets met versnelling (beige), 2 kano (1 persoons (Rood)), 3 geweer of (zware) Buks." Er volgen nog 37 verlangens. Hanlo besluit: "Mijn uiteindelijk cadeautje, dat door omstandigheden wat mager uitviel – een briefje van 2,50 – werd met spitse vingers als een stukje oud vuil aanvaard."

In een – eveneens opgenomen – interview met Adriaan Morriën vertelde Hanlo onder meer over het ontstaan van zijn schrijverschap: "Met gedichten schrijven ben ik pas laat begonnen. Ik las niet graag gedichten (…). Op een keer lag ik met griep in ben en toen dacht ik: laat ik ook eens een gedicht maken. Iedereen maakt gedichten. Bovendien was ik verliefd. Ik schreef toen: Zo meen ik dat ook jij bent en daarmee is het eigenlijk begonnen, in ‘43 of '44.”

HanloProzaDe verliefdheden van Hanlo vormen een verhaal apart, vooral omdat ze jongens betroffen, kinderen nog. Lees daarvoor vooral de biografie, waarin ook aandacht wordt besteed aan zijn castratie en vergeefse therapieën. Verzameld proza besluit met Go to the mosk dat in 1971 verscheen en brieven uit Marokko bevat waarin Hanlo teder over zijn tragische liefde voor de minderjarige Mohamed schrijft.

Zijn pogingen in mei 1969 om Mohamed naar Nederland te halen mislukten; justitie greep in. Drie weken later stapte Hanlo op zijn motor en besloot hij een tractor in te halen.

Boek Een erwt zo groot als een voetbal is geen erwt. Verzameld proza Auteur Jan Hanlo Uitgever Van Oorschot Prijs 45 euro (706 blz.)

Sjef Meijman in het CBK Drenthe, Assen

De tentoonstelling Nature now is de eerste, echte tentoonstelling van het Centrum Beeldende Kunst Drenthe in De Nieuwe Kolk in Assen. Getoond wordt werk van elf kunstenaars, die er allemaal een eigentijdse opvatting van natuur in de kunst op na houden. Sjef Meijman doet dat als 'beeldend agrariër' vanuit Veenhuizen, waar hij zich bezighoudt met voedsel, landbouw en onze natuurbeleving.GraanSjefMeijman
De omschrijving 'beeldend agrariër' achtervolgt Meijman al zo'n jaar of tien. "Tijdens mijn afstuderen aan Minerva werd ik genomineerd voor de Klaas Dijkstra-prijs en moest ik iets over mijn werk schrijven", vertelt hij. "Om mij te onderscheiden heb ik toen het woord 'kunstenaar' vervangen door 'agrariër'. Ook omdat hij mij niet zozeer om het maken van kunst gaat. Ik was net zo lief boer geworden, maar dan wel op een klein bedrijf."

De installatie Graan (foto Marcel Jurian de Jong) bestaat uit een aantal strobalen, een beamer, een spiegel en een dvd met een film van ongeveer 7 minuten. Sjef Meijman heeft de strobalen zo opgesteld dat ze een vierkant vlak van 2,5 bij 2,5 meter vormen. Op het plafond boven het vlak wordt in een loop de film vertoond: hoe kippen graan wegpikken. We horen hun snavels op een glasplaat tikken, we horen ze kakelen, we horen een haan kraaien.

Het werk is geïnspireerd op de kringloop, vertelt Meijman. "Het is eenvoudig. Je hebt een gewas, in dit geval graan, en dat levert voedsel voor dieren, in dit geval kippen. En die dieren leveren weer grondstoffen voor het gewas. De kip is een fascinerend dier. Het is een oer-dier, net als de dinosauriër. Ze hebben iets robot-achtigs. Ze zijn maar tot een beperkt aantal bewegingen in staat, maar die bewegingen zijn precies voldoende om in leven te blijven."

Graan oogt rommelig en rafelig. Uit de installatie spreekt geen moeite om de werkelijkheid mooier te maken dan-ie al is. "Dat is niet nodig", zegt Meijman. "Ik vind zo'n pakket stro al mooi genoeg. Waarom zou je zoiets nog mooier willen maken? Wat ik met Graan wil, is een deel van het verhaal laten zien, een deel waarvan ik zeg: 'Het is de moeite waard om bekeken te worden, kijk hier eens wat langer naar."

Wat volgt is een uiteenzetting over welke rol de mens in de natuur speel en hoe je ook naar natuur kunt kijken. Volgens Meijman is de mens ondergeschikt aan de natuur, al lijkt dat besef soms mijlenver of zelfs geheel afwezig. Hij wijst op het werk Yuca van Reinier Lagendijk, die een kamerplant doormidden heeft gezaagd en de losse delen in een andere vorm weer heeft verbonden. "Stel je voor dat we Rienier doormidden zouden zagen."

De mens gedraagt zich als een pionier, zegt Meijman. "Vergelijk het met een brandnetel. Brandnetels zijn in staat om zich in snel te verspreiden. Ze overwoekeren grond waar niets wil groeien, in een enorm tempo. Daarmee putten ze die grond uit en sterven net zo snel als ze gekomen zijn. Waarop ruimte ontstaat voor iets nieuws: een gewas dat veel minder roofbouw pleegt en daardoor langer meegaat."

Nature now toont een breed spectrum van hoe 'de kunst' naar 'de natuur' kijkt. Van Claudy Jongstra, die voor haar textiele kunst een eigen schaapskudde en velden met planten voor verf beheert. Tot Erik Odijk die met zijn tekeningen een ode brengt aan de onverzettelijkheid en ondoordringbaarheid van de natuur. Meijman opereert tussen de uitersten. "Wij kunnen als mensen proberen de natuur naar onze hand te zetten," zegt hij. "Maar uiteindelijk is de natuur de baas."

Tentoonstelling

De groepstentoonstelling Nature now met werk van Sjef Meijman is t/m 18 januari te zien in het CBK Drenthe in De Nieuwe Kolk aan de Weiersstraat 1 in Assen. Zie ook www.cbkdrenthe.nl en www.sjefmeijman.nl

Marcel Möring maakt boek met Sam Drukker

EastBergholtMarcel Möring en Sam Drukker komen met gezamenlijk boek: East Bergholt, over een speurtocht naar een tekst uit de achtste eeuw en een onmogelijke liefde. Drukker tekende volgens uitgeverij De Bezige Bij 'met een luciferhoutje en inkt het decor voor dit zinderende verhaal'. Het voor een tijdschrift geschreven East Bergholt stamt uit 2000 en was eerder onderdeel van een download-actie.

"De tekeningen en tekst gaan een schitterend verband aan en voeren de lezer mee in de melancholie en het verlangen van dit bijzondere verhaal, waarvoor Marcel Möring als enige niet-Engelstalige schrijver de prestigieuze Aga Kahn Prize van de Paris Review ontving," aldus De Bezig Bij.

Möring en Drukker kennen elkaar uit Assen. De tekeningen van Drukker worden na de presentatie van East Bergholt in februari geëxposeerd in het Rembrandthuis in Amsterdam. Vanaf 2 maart volgt in het Drents Museum in Assen een tentoonstelling over het werk van Sam Drukker, inclusief de tekeningen voor het boek.

Stephan Enter vertelt over ‘Grip’ in Westerbork

StephanEnterKeetmanOp uitnodiging van de Literatuurclubs Drenthe brengt Stephan Enter donderdag 13 december een bezoek aan Westerbork. Aanleiding is de lezing van roman Grip door honderden literatuurclubs in Drenthe, Groningen en Overijssel. Enter houdt in kerkelijk centrum De Voorhof aan de Hoogeveenseweg 4 een lezing over Grip en zijn overige werk. Aanvang is 19.30 uur. De avond is toegankelijk voor alle belangstellenden. Toegangskaarten kosten €6 en zijn verkrijgbaar aan de zaal.

Ode aan Slauerhoff tijdens Winterwelvaart Groningen

JanJacobSlauerhoffDe bibliotheek in Groningen grijpt het maritiem winterfestival Winterwelvaart aan voor een ode aan de schrijver en dichter Jan Jacob Slauerhoff. Trefpunt is vrijdag, zaterdag en zondag de klipper Pelikaan. Het eerbetoon is afkomstig van Joost Oomen, Rense Sinkgraven en accordeonist Jan Roelof Bathoorn, met iedere dag een andere gast: Erik Harteveld (vrijdag), Ronald Ohlsen (zaterdag) en Kasper Peters (zondag). De Pelikaan dient op zaterdag en zondag tevens als startpunt van een wandeling onder leiding van Douwe van der Bijl langs plekken aan de Hoge en Lage der Aa met een literaire betekenis. Zie ook www.winterwelvaart.nl.

Over ‘Weense wals’ van Gerard Stout

WeenseWalsTwee weken geleden werd in Utrecht de eerste A.L. Snijdersprijs uitgereikt, een onderscheiding voor de schrijver van het beste 'zeer korte verhaal' (zkv). Snijders geldt als de uitvinder van dit subgenre, al werden vóór hem natuurlijk ook al zeer korte verhalen geschreven, toen 'schetsjes' genoemd. De invloed van Snijders reikt inmiddels tot in de Drentse letteren. Zo heeft Gerard Stout uit Peize zijn nieuwste uitgave, Weense wals, de ondertitel slim körte verhaalties meegegeven. Zeer kort zijn de verhalen in Weense wals inderdaad: het titelverhaal telt 150 woorden.

De bundel telt ook (iets) langere verhalen. Zoals Pdd-nos, over het boek Wie is van hout? van Jan Foudraine en een stage bij DSM in Geleen. Cruciaal zijn de zinnen "Schiere naam veur afwiekings die elk hef. Nos: not otherwise specified. We roept lege ofkortings in de rondte die oens holdvast geeft." En dan voert Stout een student op in wie hij zichzelf herkent. In nog geen 350 woorden wordt een onwrikbare eenzaamheid neergezet. "De woorden stoekt mij in de strot."

Net als bij Snijders spreekt uit de skv's van Stout een permanente fascinatie voor de werelden waarin hij vertoeft. Vertrekpunt is steevast het alledaagse: hij schilt eerpel uut eigen tuun, hij maakt het middagbrood veur de vrouw, hij fietst deur de kop van Drenthe. Om af te dalen in een groot hoofd gevuld met kleine geschiedenissen, herkenbare anekdotes en verwijzingen naar wetenschap en kunst. "Het is een biezunder land waor dichters op de veurpagina van de krant staot. Miestentieds bint ze dan dood", begint Jonge sla.

De toon is onmiskenbaar de toon van Stout (Erica, 1950). Het Drents mag vaak iets zachts en zangerigs hebben – lees daarvoor Marga Kool en Gerard Nijenhuis – hier is de taal kaal, droog en stellig. Ideaal voor het korte verhaal, zou je zeggen. Ware het niet dat hij met diezelfde toon eerder de novelle In Paradisum en de roman Ningtien ver boven het maaiveld wist te tillen.

Ondertussen steekt het nergens dat de plot in de skv's ondergeschikt of zelfs geheel afwezig is. De herhalingen (alweer aardappelen, alweer de fiets) zijn hem vergeven. De sfeer en de gedachtegang zijn steeds sterk genoeg om de banaliteit een diepzinnigheid mee te geven die lezen tot iets waardevols en plezierigs kan maken.

Boek Weense wals. Slim körte verhaalties Auteur Gerard Stout Uitgeverij Ter Verpoozing. Prijs 7,50 euro (76 blz.) Bijzonderheid verkrijgbaar bij boekhandel Daan Nijman in Roden en via gerardstout@kpnmail.nl

Bert Nijmeijer en de raadsels rond Anton Heyboer

Wat we nog van hem weten: Anton Heyboer (1924–2005) was een excentrieke kunstenaar zonder gebit die samenwoonde met meerdere vrouwen en de kunst niet serieus nam. Een dankbaar onderwerp voor televisieprogramma's waarin de kijker 'rare mensen' worden getoond. Een brabbelende bohemien die in een razend tempo leefde en werkte en een onoverzichtelijk oeuvre heeft nagelaten, te zien bij Mien boven de bank maar ook in de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

AntonHeyboer
Bert Nijmeijer (Hoogeveen, 1971) beschreef de chaotische levenswandel van Anton Heyboer – die eigenlijk Heijboer heette, maar uit grafische overwegingen de puntjes dumpte. Of zoals de ondertitel van boek aangeeft: Nijmeijer boekstaafde een speurtocht naar wat heeft plaatsgegrepen in een veelbesproken leven. "Dat van die speurtocht is bedacht door mijn uitgever," zegt Nijmeijer. "Ik ben er blij mee. Biografie heeft toch iets pompeus."

Het idee ontstond na lezing van een manuscript van Erna Kramer, de tweede vrouw van Heyboer. "Zij zette haar herinneringen op papier in reactie op wat 'de weduwen' uit Den Ilp over hem vertellen. Dat verhaal was zo anders en bevatte in mijn ogen zoveel interessante gegevens. Over zijn vriendschappen met Godfried Bomans en Harry Mulisch bijvoorbeeld, en over zijn artistieke bloeiperiode in de jaren vijftig en zestig."

Nijmeijer schreef voor HP/De Tijd een artikel over de vergeten Heyboer en kreeg van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar het verzoek het complete verhaal te vertellen. Zeer prettig werk, concludeerde de in Groningen woonachtige journalist en historicus. "Dit is mijn eerste boek. Ik heb hier geen enkele ervaring mee. Maar als ik iets heb geleerd, dan is het dat ik veel plezier beleef aan het diepe spitten."

Tijdens zijn research ontdekte Nijmeijer een cesuur in het verbrokkelde leven van Heyboer: de jaren in Den Ilp en de jaren daarvoor. Die vroege jaren voeren de lezer onder meer naar een werkkamp in Berlijn tijdens de Tweede Wereldoorlog, naar het Borger van dichter Hans Heyting, naar de kunstenaarsscene in Haarlem en naar een psychiatrische inrichting. Maar ook naar Amsterdam, waar Heyboer furore maakt met zijn etsen en internationaal aandacht trekt.

Halverwege de jaren zestig zet de artistieke neergang in, Heijboer woont dan al met meerdere vrouwen en beesten in schuurtjes en hokken in Den Ilp. "Hij gaat dan ook schilderen en richt zich meer op het grote publiek. Volgens critici begint hij zichzelf te herhalen", vertelt Nijmeijer. "Het is de tijd dat hij een bekende Nederlander wordt, een showfiguur, mede dankzij Henk van der Meyden van De Telegraaf en de televisie."

"Heyboer was een volstrekt originele figuur," vat Nijmeijer samen. "Een overgevoelig mens, met een zeer dunne huid. Hij kon niet tegen de zon en hij kon niet tegen de maan. Hij had een systeem bedacht om de wereld te verklaren, met allerlei getallen en lijnen – ik kan het niet uitleggen. Was hij gek? Ik weet het niet, ik heb zijn medisch dossier niet gezien. Volgens Godfried Bomans kon hij zestien uur achtereen boeiend vertellen. Maar durfde hij niet naar de wc."

Sinds 2006 is Nijmeijer met zijn boek bezig geweest, onderbroken door andere werkzaamheden. Samengevat: veel interviews afnemen, locaties bezoeken en publicaties lezen. "Het lastige was dat er zoveel verschillende verhalen over hem de ronde doen en dat hij de neiging had zaken anders voor te stellen dan ze waren. Door de verschillende verhalen naast elkaar te leggen en te controleren heb ik zijn leven kunnen reconstrueren."

In februari dacht Nijmeijer zijn verhaal compleet te hebben. "Toen kwam het bericht over een grote Heyboer-tentoonstelling in museum De Fundatie. Vervolgens werd die afgeblazen omdat er twijfel bestond over de echtheid van de werken. En daarna ontstond opschudding over een onderzoek door het Openbaar Ministerie naar vervalsingen die door twee Amsterdams kunsthandelaren zouden zijn verkocht. Dat kon ik niet laten liggen."

De vermeende vervalsingen zorgden voor een opmerkelijke wending. "Tweeduizend werken gemaakt in de jaren vijftig, niemand weet waar ze vandaan komen", schetst Nijmeijer. "Volgens de twee handelaren zijn ze afkomstig van een overleden Haarlemse vriend van Heyboer en zijn ze gevonden door ene Robert Bijvoet. Het rare is: niemand weet wie die Bijvoet is."

HeyboerBiografieIn zijn boek suggereert Nijmeijer dat achter Bijvoet de graficus Robbert de Bakker schuilgaat. De Bakker zou op een foto herkend zijn en de werken hebben vervalst. "Ik had verwacht dat het onderzoek naar de echtheid inmiddels zou zijn afgerond", vertelt Nijmeijer over zijn bevindingen. "Ik had verwacht dat De Bakker op mijn boek zou reageren. Maar nee hoor, niks. Het kan best dat ik het op dit punt verkeerd heb. Deze geschiedenis is nog niet afgelopen."

Boek

Het boek Heyboer. Een biografische speurtocht van Bert Nijmeijer is verschenen bij uitgeverij Nijgh van Ditmar. Prijs 29,95 euro (292 blz.) In het Historisch Museum Haarlem is tot en met 19 mei de tentoonstelling Anton Heyboer. De Haarlemse jaren te zien. Zie ook www.historischmuseumhaarlem.nl

In Emmen, in de bibliotheek, in de war

Ooit heerste er een plezierige, plechtige, overzichtelijke stilte in de bibliotheek. Maar in die van Emmen domineert sinds deze week het gezucht. En dan niet van het personeel, maar van de vaste bezoekers. Oorzaak is de nieuwe inrichting. Waarvoor bijna alles overhoop lijkt getrokken. Met als gevolg dat je niets eenvoudig kunt vinden en dus alles moet vragen. Wat op zich geen probleem is, met vriendelijke assistentie. Een kwestie van luisteren en wennen. Daarna kunnen we het misschien zelf.BibliotheekEmmen
Ondertussen is weer eens ergens besloten dat het oude systeem 'niet langer voldoet'. Dat het publiek is veranderd en dat de bibliotheek ‘daar in mee moet’. Ergens is ook gesteld dat ‘de cijfers dat uitwijzen’. Het vreemde is, die cijfers zijn nergens terug te vinden. Sterker: de afgelopen jaren verspreidde bibliotheekorganisatie Biblionet vanuit Assen alleen maar berichten dat het goed ging. Meer uitleningen, meer leden, of op zijn minst een stabiel aantal.

Toch moest en zou de boel over de kop. Moesten sommige boeken liggend uitgestald, terwijl andere boeken volgens een andere rangschikking gewoon mochten blijven staan, met de rug naar het publiek. Het voordeel? Als een bepaald boek niet op de logische plek staat, dan is er ook nog een kans dat het bepaalde boek op een minder logische plek ligt. Of nog anders: dat het achter een ander boek verscholen gaat.

Thema’s zijn mede-bepalend. Waarbij die thema’s weer zijn mede-bepaald op basis van beleving en interesses. Spannend en actief, liefde en leven, literatuur en cultuur. Hier reizen, daar Drenthe. Hier geschiedenis, daar romantisch. Komt u er niet uit, dan zijn er altijd nog symbolen en codes, en computers die met behulp van 'zoeken' of ‘klassiek zoeken’ duidelijk maken dat een boek niet aanwezig is.

De afdeling poëzie is er niet beter op geworden. Blijkbaar was het aantal uitleningen binnen dit genre zo gering, dat de collectie zonder bezwaar met twee-derde kon worden ingekrompen. Alleen Wilmink en Buddingh' zijn nog ruim voorhanden. Gevolg is dat er meer gereserveerd mag worden. Het lijkt verdraaid voorheen de cd-afdeling van de V&D wel: nooit iets voorradig, maar wel allemaal te bestellen.

Wat ook erg is, dat het alfabet niet langer leidend lijkt. Omdat ieder mens anders is, en beleving belangrijk heet, leiden ineens heel veel meer wegen het bos in. Het is veelzeggend: een organisatie die van taal bestaat, schuift het alfabet naar de achtergrond. Nog veel zeggender: een organisatie die tot taak heeft om informatie te archiveren, rangschikken en ontsluiten, gooit onder het mom van veelzijdigheid en hedendaags gemak de boel weg of in de war.

Je zou bijna wensen dat de toekomst wat sneller ging. Dan kochten we bij de MediaMarkt een tablet en bleven we in het vervolg gewoon thuis.

!Reur! slaat jaar over, Literaire Hemel sombert

ReurStreektaalfestival !Reur! gaat volgend jaar niet door. Volgens de organisatie is er te veel onzekerheid over de financiële armslag en is het niet mogelijk een toonaangevende programmering neer te zetten. “Door de ontstane tijdsdruk is echter geen solide basis gevonden om het festival alsnog te kunnen organiseren”, aldus Vocal Music, Huus van de Taol, Bibliotheek Emmen en theater De Muzeval in een persverklaring.

Het streven is het streektaalfestival vanaf 2014 een nieuwe start te geven. “In verband daarmee zal de organisatie worden aangepast worden en zal met diverse externe partijen en overheden worden besproken  hoe de verschillende trajecten beter op elkaar kunnen worden afgestemd, zodat een aansprekend streektaalfestival als !Reur! voor de toekomst kan worden gewaarborgd.”

LiteraireHemelEerder deze week uitte stichting De Literaire Hemel, organisator van onder meer literaire cafés in Amen, zorgen over het voortbestaan. Aanleiding is een besluit van gedeputeerde staten in Drenthe geen 3500 euro subsidie beschikbaar te stellen voor het volgende seizoen.

GS besloten de aanvraag af te wijzen op basis van de verscherpte regels in de nieuwe Drentse cultuurnota, waar overigens het woord literatuur niet in voorkomt. Het publieksbereik van de bijeenkomsten in café De Amer zou te gering zijn.

Volgens Albert Haar trekt De Literaire Hemel gemiddeld 45 bezoekers met een unieke mix van landstaal en streektaal. “De afgelopen jaren hebben we meer dan tweehonderd schrijvers naar Drenthe gehaald, onder wie mensen met landelijke bekendheid. Je kun niet beweren dat de uitstraling klein is."

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑