Nico Keuning is gespecialiseerd in buitenbeentjes. Van zijn hand verschenen onder meer biografieën van Jan Arends, Bob den Uyl en Johnny van Doorn, types die zich – mede door desinteresse van het massapubliek – aan de rand van het literaire landschap hebben opgehouden. Afgelopen zomer zette Keuning zijn tanden in Louis-Ferdinand Céline. Toen geen portret, maar een poging deze tragische raaskaller iets van eerherstel te bezorgen.
In zijn nieuwste boek behandelt Keuning, mede op basis van zijn archief, huizen van schrijvers in binnen- en buitenland. Het is een vreemd onderwerp, want stel nu dat Nescio schoenlapper van beroep was geweest, zouden we dan willen weten hoe hij woonde? Waarschijnlijk niet, hoe belangrijk het huis ook voor het werk van een schoenlapper kan zijn. Waarop zich meteen de vraag voordoet waarom dat voor schrijvers anders zou zijn.
Voor Het verloren huis reisde Keuning onder meer naar Groet waar Nescio eind jaren veertig een huisje in een duinlandschap huurde en later wegens drukte naar een caravan verhuisde. Getuigen mogen er iets over vertellen: "Nescio was niet iemand die zomaar een praatje met je maakte. Al was-ie niet onaardig. Hij keek je wel aardig aan." En: "Mijn man was kweker en had rond elk huisje ruimte voor een tuintje uitgespaard. Zo zaten de mensen beschut en uit het zicht."
Ook ging Keuning naar Rotterdam en Ierland om te zien hoe Bob den Uyl ooit was gehuisvest. Het geboortehuis staat er nog, al weet niemand in de straat wie Bob den Uyl is. ‘Die was toch van de PvdA?' "Je kunt het de bewoners nauwelijks kwalijk nemen, wel de gemeenteambtenaren", moppert Keuning. "Waarom is er aan de gevel nooit een plaquette aangebracht met de naam en het geboortejaar van de schrijver (…) zoals dat in vele Europese steden wel gebeurt?"
Hoe dat uitpakt lezen we in zijn verslag over een bezoek aan Zwitserland waar het verblijf van Rainer Maria Rilke in Wallis tot een museumpje heeft geleid. Keuning wordt er ontvangen als een regen in een woestijn, maar stelt dat niet op prijs. Sterker: alle pogingen van Frau Meier om hem rond te leiden, ervaart hij als hinderlijk. " ‘Heeft u het gastenboek al gezien?' klinkt de stem van Frau Meier treiterend in mijn oor. Er is geen ontkomen aan."
Zo zwabberen we verder. Het is nooit goed. Soms leveren de navorsingen van Keuning onderhoudende verhaaltjes met aardige anekdotes op. Zoals in Vlaanderen waar hij in de buurt van Aalst op bezoek gaat bij de weduwe van Louis Paul Boon, en bij Mechelen het huis bezoekt waar Jeroen Brouwers een tijd heeft gezeten. En in wederom Groet, waar het verhaal wordt verteld van het door een mysterieuze oorzaak ontplofte huis van de dichter Chris J. Geel.
Maar voor het overgrote deel is Het verloren huis allemaal te veel gezocht, te weinig gevonden, en ook niet altijd even prettig leesbaar opgeschreven. Misschien toch niet zo'n goed idee, dit boekje.
Boek: Het verloren huis. Auteur: Nico Keuning. Uitgever: Reservaat. Prijs: 14,95 euro (104 blz.)