Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2010 (Pagina 2 van 36)

Over ‘Grote schrijvers van Goethe tot nu’

Goethe Joep Leerssen slaagde er in de geschiedenis van de Europese letteren in acht cd's te vangen. Dus moet het mogelijk zijn om de Duitse literatuurgeschiedenis na de Verlichting in zes cd's te doen. Anthonya Visser heeft er voor gekozen uitgebreid stil te staan bij de zeer groten: Goethe, Schiller, Hölderin, Heine, Kafka, Thomas Mann, Grass, Hertha Müller. Het schetsen van een ontwikkeling komt op het tweede plan.

Is dat erg? Niet als je écht iets wilt weten over, bijvoorbeeld, Schillers Maria Stuart of Mein Eigentum van Hölderin – en hoe het klinkt als dat werk wordt voorgelezen. De behandeling van de expressionistische poëzie (Trakl en Schnitzler) is zelfs zeer wervend te noemen. Terstond de bloemlezing Menschheit-dämmerung gekocht. Maar als geheel wordt hier te veel met zevenmijlslaarzen gesprongen om de luisteraar een goed beeld te bezorgen.

Luisterboek: Grote schrijvers van Goethe tot nu. Duitse literatuurgeschiedenis na de Verlichting. Voorlezer: Anthonya Visser. Uitgever: Home Academy (6 cd's).

Ogenschijnlijk voor een jeugdig publiek

Wilmink In het literaire werk van Willem Wilmink (1936 – 2003) wordt de hiërarchie voortdurend pootje gelicht. Liedjes en gedichten, proza voor kinderen en volwassenen, hoge en lage cultuur – het loopt allemaal door elkaar heen. Op die manier wist hij, tijdens zijn leven, een breed publiek te bereiken. Een schrijver voor alle leeftijden en klassen, kom daar nog maar eens om.

Uit zijn grote productie vervolgens een schifting voor de toekomst te maken, is een ander verhaal. Uitgever Bert Bakker begon voortvarend met de Verzamelde Liedjes en Gedichten in 2004. Daarna nam uitgeverij Nijgh & Van Ditmar het stokje over met in 2008 de autobiografie Hier is prins zonneschijn, in 2009 de bundel Verzamelde Verhalen en nu dan de dikke turf Sprookjes en Vertellingen.

Volgens de samenstellers Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein bevat laatstgenoemde uitgave ‘teksten waarmee Wilmink zich ogenschijnlijk tot een jeugdig publiek richtte'. Wat zou dat betekenen? Geschreven voor de kleintjes, maar bedoeld voor de groten? Verwarrend is in ieder geval dat ze eerder in de Verzamelde Verhalen bewust twee jeugdboeken (Ver van de stad en Het verkeerde pannetje) hebben opgenomen.

Sprookjes en Vertellingen bevat niet het allerbeste werk van Wilmink. Typerend is Moord in het moeras uit 1979 waarin hij te veel door de knieën gaat. Het verhaal is voor lezers van deze krant interessant omdat het in Coevorden speelt ten tijde van de Slag bij Ane uit 1227. Maar het is nauwelijks voor te stellen dat schoolkinderen anno 2010 bij de les blijven als de meester hen zo'n geschiedenis vertelt.

Curieus is ook het besluit om De wonderbaarlijke reis van Jacob Maneschijn en Sientje Zeester uit 1978 mee te nemen, destijds met tekenaar Willem Vleeschouwer in de geest van Tom Poes gemaakt als krantenstrip. Want hier ontbreken de illustraties, wat neerkomt op een symfonieorkest zonder strijkers. Wel geslaagd is de keuze voor de meer tijdloze schetsen die Wilmink leverde aan de 11-delige leesserie Om de hoek voor scholieren.

Grote verrassing is Rutgers Reis, dat zich afspeelt in de middeleeuwen en waarin Wilmink alles uit de kast haalt om zijn verbluffende kennis van die cultuur ín, maar ook tussen de regels te stoppen. In dit losjes geschreven verhaal komt veel samen. Of valt veel weg, dat kan ook: de hiërarchie tussen beginners en gevorderden, religie en het alledaagse, schoolmeester en schrijver, verleden en actualiteit.

Boek: Sprookjes en Vertellingen. Auteur: Willem Wilmink. Samenstelling: Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein. Uitgever: Nijgh & Van Ditmar. Prijs: €24,90 (494 blz.).

Buddingh’ gebundeld en verrassend fris gebleven

Buddingh De poëzieverzamelingen vallen als bakstenen uit de lucht. Eerst Eva Gerlach, daarna de Sandwich-reeks van Gerrit Komrij, toen Hans Faverey en nu dan C. Buddingh'. Net iets meer dan 1100 bladzijden had bezorger Wim Huijser nodig voor een dichterschap dat bijna een halve eeuw bestrijkt.

Met de poëzie van Kees Buddingh' (1918 – 1985) kun je kinderen lokken én volwassenen in verwarring brengen. Dat lokken gaat het best met De blauwbilgorgel, het nonsens gedicht uit 1943 dat voor het eerst werd gepubliceerd in het surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Nog steeds wordt het gebruikt als startpunt voor poëzielessen op scholen.

Verwarren deed Buddingh' door tijdens Poëzie in Carré in 1966 Pluk de dag voor te lezen waarin ‘het dekseltje van een middelgroot potje marmite precies past op een klein potje heinz sandwich-spread'. Remco Campert dichtte later korzelig: ‘Sinds Buddingh'/ verwachten veel mensen/ van poëzie/ een avondje lachen.// Dat is geen vooruitgang/ geloof ik/ maar eerder een stap achteruit.'

Door het banale onder een vergrootglas te leggen wisten mensen als Buddingh', in voor iedereen verstaanbare taal, de poëzie onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Ten opzichte van de wetenschappelijk verantwoorde studeerkamerdichtkunst is dat wel degelijk een stap vooruit. Om Zo is het dan ook nog weer eens een keer te citeren: ‘zeker, een rekenmachine is een wonder,/ maar nog altijd iets kleiner/ dan een mug'.

Buddingh' werd naar de light verse-hoek verdreven, een kamertje vol rook en drank waar veel gelachen wordt, maar als je dichter beter niet kunt verblijven omdat lachen toch zondig is. Veelzeggend: hij heeft één keer een grote literaire onderscheiding gekregen, de Jan Campert-prijs in 1976 voor Het houdt op met zachtjes regenen.

Die bundel bevat lange prozagedichten waarin een balans wordt opgemaakt, in volstrekt heldere bewoordingen, waarbij humor en ernst samenvallen en een relativerende, berustende toon in doorklinkt. In Are we downhearted? Not we! dicht hij: ‘…de dichter/ is een straathond geworden – en straathonden zijn/ per definitie niet zo bijster verzot op het hogere,/ ze gaan meer af op hun neus – en wat daarin opstijgt/ geurt zelden naar viooltjes.'

Het houdt op met zachtjes regenen is nog altijd zéér de moeite waard. Dat geldt ook voor de weg vóór dat hoogtepunt, als Buddingh' door vier onstuimige decennia Nederlandse poëzie laveert en steeds met beide benen op de grond blijft staan. Buddingh' gebundeld is de weerslag van een verrassend fris gebleven oeuvre.

Boek: Buddingh' gebundeld. Auteur: C. Buddingh'. Bezorging: Wim Huijser. Uitgever: Nijgh & Van Ditmar Prijs: €45 (1118 blz.)

Over ‘In vogelvlucht’ van Saskia de Boer

InVogelvlucht Beeldend kunstenaar en dichter Saskia de Boer uit Haren maakte jarenlang samen Rutger Kopland, Wim Lofvers en Piet Tiel Groenestege de zogeheten Spreeuwenagenda, een uitgave volgens het private press-principe. Niets ontglipte de aandacht: inhoud, lettertype, papier, leeslint, drukpers tot en met de rug, gemaakt van tyvek, synthetisch papier van hergebruikt afval.

Nu komt de De Boer met In vogelvlucht, een wederom met veel zorg gemaakte uitgave. De inhoud betreft een selectie van de haiku's uit twaalf jaar Spreeuwenagenda. Ze zijn geschreven door bekende en minder bekende 'dichters': Gerrit Wassing, Rutger Kopland, Paul Gellings, Job Degenaar, Tjitske Jansen. We citeren Rud Brenninkmeijer: 'hoeveel meer haiku's/ over de kersenbloesem/ dan over de kers'.

Boek: In vogelvlucht. Samenstelling: Saskia de Boer. Uitgever: Adana.

Museum De Buitenplaats 150 kunstwerken rijker

Matthijs röling zelfportret Nadat eerder dit jaar al het Drents Museum een groot aantal kunstwerken in de schoot geworpen kreeg, is nu ook de collectie van De Buitenplaats door een schenking fors uitgebreid. Dankzij twee nalatenschappen is het museum in Eelde zo’n 150 kunstwerken rijker geworden. Dat heeft directeur Geert Pruiksma bekendgemaakt.

Het betreft sculpturen en schilderijen van onder anderen Matthijs Röling (portret uit 1974), Pieter Pander, Rein Pol, Gooitzen de Jong en Jan Steen. De schenkingen zijn afkomstig van de Filip Foundation van Michael Reynolds en stichting Dorothé van Driel. Wanneer de werken getoond worden, is nog onduidelijk. De Buitenplaats wil een deel van aanwinsten in bruikleen geven aan andere instellingen.

Het was een stiekel. Welnee, een distel

Al wandelend over de grote Drentsche heide een steek in het been voelen en tot de ontdekking komen dat de oorzaak van de pijn een simpel plantje is. “Het was een stiekel”, zegt de een. “Welnee, een distel”, roept de ander. Weg pais en vree, niks geen ontspanning meer in de stilte, maar slaande ruzie en misschien nog erger.

Gelukkig is er voor zulke gevallen nu de website Schuppies en schoegies, een register met Drentse namen voor ruim tweehonderd wilde planten, struiken en heesters. Waarbij schuppies voor herderstasje staat en schoegies voor rolklaver. Voor sommige planten, zoals de lisdodde,  bestaan meer dan zestig Drentse omschrijvingen, van bollepies tot laampewissers. Hoezo armoede?

De verzamelde woorden zijn afkomstig uit interviews, Drentse woordenboeken, het Meertens Instituut, Drentstalige verhalen- en gedichtenbundels en allerhande artikelen en boeken over flora. Aanvullingen op de lijsten en opmerkingen? schuppiesenschoegies@gmail.com.

Dan neem je toch gewoon een ander rapport?

Koalabeer Onaangedaan door alle commotie maakten burgemeester Cees Bijl en zijn wethouders vrijdagmorgen bekend voort te willen op het gladde pad in Emmen. Dat wil zeggen: de verhuizing van de noodlijdende dierentuin wordt níet teruggedraaid, een vernietigend rapport van Twynstra Gudde ten spijt. Het college ziet zich gesterkt door een nieuw rapport, opgesteld door UNO bedrijfsadviseurs in opdracht van datzelfde college.

Jan Blokker zei het al: als de wereld je niet bevalt, neem je gewoon een andere krant.

Volgens UNO kan de nieuwbouw op de Es doorgaan als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Eerste voorwaarde is een aangepast bedrijfsplan. Tweede voorwaarde is een gezamenlijke extra investering door de gemeente Emmen, de provincie Drenthe en de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM). Derde voorwaarde is een versobering zodat er vijftig miljoen euro minder uitgetrokken kan worden.

Want je moet niet onnodig duur doen als het ook goedkoper kan.

Tijdens een persconferentie maakte wethouder Bouke Arends bekend waarom er geen weg terug mogelijk is. Het oude park is ‘op’, betoogde Arends. Alles aan de Hoofdstraat is versleten en afgeschreven. Het heeft geen zin meer om daar te investeren, op die plek is geen gezonde toekomst mogelijk. Klare taal, zou je zeggen.

Totdat ineens de vraag weer opdoemt hoe het zover heeft kunnen komen, van topattractie tot bedrijf zonder toekomst.

We weten, uit een eerder rapport van UNO, dat de directie de boel jaren achtereen heeft laten verslonzen. De oplossing voor dat probleem – noem het mismanagement – wordt dus gevonden door elders opnieuw te beginnen. Arcadië verwoest, weg van de plek des onheils, op naar een doorstart, met een nieuw concept, maar dan prijziger. Waarbij de gemeente nu dus nog dieper in de buidel moet tasten. Want Emmen zonder dierenpark is ondenkbaar, stelde Arends. En in één moeite door beloofde hij dat de gemeentelijke lasten niet omhoog hoeven.

Wat een weelde. Hoe kan dat?

Hoe kan een gemeente tientallen miljoenen investeren in een noodlijdend bedrijf zonder de lasten te  verhogen? Helemaal nu er minder geld uit Den Haag naar Drenthe komt. Hebben ze in Emmen zulke diepe zakken? Is er ergens een goudschat gevonden? Onder het tapijt bij Arends thuis?

Tien tegen een dat straks ergens op het gemeentehuis de benodigde bedragen worden gevonden door minder geld uit te geven aan de echt openbare voorzieningen. Het zwembad bijvoorbeeld, de sportclubs, de bibliotheek, de plaatsing van bladkorven in de herfst, het centrum voor de kunsten. Als het niet uit de lengte komt, dan komt het vaak uit de breedte.

Nu reeds lezen wij dat het nieuw te bouwen theater ‘een integraal onderdeel vormt van het nieuwe concept’. Oftewel: de podiumkunsten worden onderschikt aan het Dierenpark op de Es. Wij lezen ook dat het werkvoorzieningschap EMCO zal worden ingezet zodat er vijf miljoen euro extra voor het park beschikbaar komt. Een fraai staaltje financiering volgens beproefd vestzak-broekzak-stramien.

En dan is er nog het idee voor wat Arends omschreef als de uitgifte van volksaandelen. Van iedere euro die een Emmenaar in het nieuwe dierenpark stopt, zal de gemeente de waarde verdubbelen, beloofde hij. Tot een maximum van twee miljoen euro. Een mooi gebaar? Laatst leverde een reeks benefietconcerten 9000 euro op. Zo snel klopt een warm hart in Emmen.

Ook aardig: de toegangsprijs voor het nieuwe park. Een kaartje kost straks voor een volwassene €29,50. Nu is dat ‘slechts’ €19,50. En dan hebben Henk en Ingrid hun kinderen nog niet eens patat gevoerd en hen na betaling van de parkeerkosten stilgekregen met een struisvogel van pluche.

Een sigaar uit eigen doos krijg je tenminste nog zelf. Deze wordt geschonken aan iemand met een zeer zorgwekkende hoestbui.Tel uit je winst.

Trouwens, die beloofde koala uit China, komt daar nog wat van?

Zog: literatuur met onvoorspelbare gevolgen

Zondag is in Groningen Zog te bezoeken, een multidisciplinaire voorstelling met literatuur als bindmiddel. Gebracht door B. Zwaal, Erik Lindner en Miek Zwamborn. Op de zolder van een oude drukkerij.

Het programma, waarvan de naam verwijst naar het waterspoor achter een schip, is bedacht door de dichters Zwaal en Lindner. "Ik ben er later bij gevraagd", vertelt Zwamborn, die naast schrijver ook beeldend kunstenaar is. "Wat we met ons programma willen, is teksten voor publiek lezen, op verschillende plekken. Het gaat bij Zog niet om het verkopen van boeken of het krijgen van meer bekendheid, we willen dingen uitproberen."Zog 
Zo’n drie jaar werken Zwaal, Lindner en Zwamborn nu samen; twee à drie keer per jaar treden ze op. En voor ieder optreden worden nieuwe mensen gevraagd. In Groningen is dat Klaske Oenema die – begeleid door soundscaper en organist Harm Wierda – gedichten en liedjes brengt met inzet van knipsels en een overheadprojector. "Klaske Oenema kwam aanzetten met De Oude Drukkerij", vertelt Zwamborn. "Zo is ieder optreden uniek."

Zwamborn en Oenema kennen elkaar van de Gerrit Rietveldacademie in Amsterdam, waar de eerste docent is op de afdeling beeld en taal en de tweede in 2006 is afgestudeerd. Literatuur op een kunstacademie, wat moeten we ons daar bij voorstellen? "Je zou er een roman kunnen leren schrijven", zegt Zwamborn. "Bij taal en beeld wordt literatuur benaderd als een middel waar je voor kunt kiezen als je iets wilt uitdrukken. Op een Schrijversschool gaat het meer om techniek."

Bij Zog wordt taal opgevoerd als beeld, en omgekeerd. Zo leest Lindner terwijl beelden uit een zwijgende film van Henri Storck worden vertoond. En Zwamborn, die inmiddels twee romans en een dichtbundel op haar naam heeft, laat foto’s uit haar serie Alluvium zien. Ze zijn gemaakt in de Zwitsere Alpen en tonen een kapitein op onverwachte plekken, alsof hij opweg naar zee is gestrand, bijvoorbeeld in de bedding van een rivier. Zee speelt een belangrijke rol in het werk van Zwamborn, die voor haar debuutroman maanden achtereen op zee verbleef.

Tijdens het bezoek aan Groningen richt ze een tafel in met een keuze uit haar verzameling zeeliteratuur. Uit die boeken leest ze fragmenten voor, zodat ter plekke een nieuwe tekst kan ontstaan. "De zee heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in literatuur en dus ook in onze taal. Denk aan Slauerhoff en Jan de Hartog, maar ook scheepjournaals en logboeken, verhalen over de Vliegende Hollander en een klassieker als Moby Dick."

Zo’n anderhalf uur bestrijkt Zog in Groningen. Poezie, proza, fotografie, projecties, voordracht en muziek – het komt allemaal voorbij. Verwacht Zwamborn veel belangstelling?"We hebben een keer inVelp opgetreden voor zes man. Dat leverde zo’n bijzondere intensiteit op, dat was onze beste voorstelling ooit. We willen ons niet bezighouden met een zo groot mogelijk publiek, met mensen die niet zijn gekomen. Het gaat ons veel meer om de mensen die er wél zijn."

Zog in Groningen

B. Zwaal, Erik Lindner, Miek Zwamborn, Klaske Oenema en Harm Wierda treden zondag 12 december om 15.00 uur in De Oude Drukkerij aan de Oosterhamrikkade 5B in Groningen. Entree €7. Reserveren via miekzwamborn@planet.nl 

Bloemen in ruil voor letters

Wie schrijft, hoopt gelezen te worden. En het stuk Luchtkastelen op drijfzand, over de verwording van Emmen, wórdt gelezen. Met instemming en droefenis, want leuk is het natuurlijk niet als een democratisch gekozen bestuur door de hoefjes zakt. De afgelopen dagen ongekend veel reacties gekregen, per telefoon, mail en mondeling. Plus twee bossen bloemen – dank daarvoor.P1000721 
Ondertussen wordt de ene na de andere pijler onder het Atalanta-project weggeslagen. Woensdag zette de gemeente Emmen zich te kijk met de onthulling in Dagblad van het Noorden dat voor de aanleg van een tunnel de traverse deels kan worden afgebroken, zonder de zekerheid dat die loopbrug uit 2000 later wordt hersteld. Eerst dom geld uitgeven – 15 miljoen euro – daarna de investering slopen.

En kort daarop bracht Dagblad van het Noorden (lees die krant) de samenvatting van een eerste onderzoek naar de haalbaarheid van het Atalanta–project, waarin opgenomen de verhuizing van Dierenpark Emmen. Het onderzoek komt er op neer dat, ondanks alle investeringen en projecten die reeds in gang zijn gezet, alles nog veel duurder wordt en niet verwacht mag worden dat de investeringen worden terugverdiend.

Zo blijkt alles toch weer net even erger.

Over het luisterboek ‘Nederlandse Geschiedenis’

NederlandseGeschiedenis Oral history? Op verzoek van het Nationaal Historisch Museum, het Historisch Nieuwsblad en LuisterWijs vertellen zes specialisten over de Nederlandse geschiedenis. Van de gouden eeuw van de jagers door Leendert Louwe Kooijmans tot en met de vorming van de BV Nederland door Piet de Rooy.

Voor wie geen geschiedenis heeft gestudeerd, is dit een prachtig initiatief. De verwoesting van Dorestad, het rampjaar 1672, de vlucht van koning Willem V, het verlies van ons Indië. Feiten en verbanden worden verhelderend gepresenteerd, met onder meer tot gevolg dat de huidige, kommervolle staat van ons land – vol onzekerheid en pessimisme – zich makkelijk laat relativeren.

Het toeval wil ook wat. Ga maar na: dankzij de strenge Russische winters pakten de Fransen en Duitsers uiteindelijk in ‘ons land’ weer hun biezen. Tempus fugit. Héél geruststellend.

Luisterboek: Nederlandse Geschiedenis. Vertellers: Herman Pleij, Henk van Nierop e.a. Uitgever: LuisterWijs (6 cd’s).

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑