DeKaravaan Waarom zou je iets goeds veranderen? Die vraag dringt zich op bij De karavaan, een initiatief van uitgeverij Podium en het Nederlands Bijbelgenootschap waarbij tien schrijvers zijn gevraagd een variant te schrijven op tien bijbelverhalen. Acht auteurs genieten bekendheid in literaire kring: Abdelkader Benali, Aaf Brandt Corstius, Désanne van Brederode, Esther Gerritsen, Bas Heijne, Christophe Vekeman, Annelies Verbeke en Robert Vuijsje. Sander Kooistra en Erik Idema reizen met hen mee.

 

Niet iedereen slaagt er in iets lezenswaardigs toe te voegen aan de originelen. Zo presenteert Van Brederode met De overgave een opgeklopte hervertelling van Jona, waarin de koppige onheilsprofeet zich van zijn meest pathetische kant laat zien: ’Drie etmalen hield God mij in zijn beest gevangen. Ik zag de bodem onder alle bodems. Het grondeloze daar weer onder. Een donker waar de nacht nog wit bij afstak. Hoorde een stilte waarbij heimwee nog muziek lijkt.’

 

Benali wekt met zijn variant op De vlucht voor Herodes de indruk dat het zoeken naar 100 en enige kinderverhalen hem deze zomer slecht is bekomen.De reis van Zijde, Mirre en Wierook is een infantiele vertelling waarin zinnen voorkomen als ’Zoals dit mes is verborgen, zo hebben wij onszelf ook verborgen.’ En ’Wij zijn magiërs die in het verleden kunnen kijken.

Wat zegt het verleden? Dat het voorbij is.’

 

Bas Heijne brengt het er beter van af door Paulus in Athene aan te grijpen voor een jeugdherinnering waarna hij vervolgens de overtuiging van het geloof tegenover de twijfel van de rede plaatst: ’Paulus was een gelovige, met het fanatisme van de bekeerling die het licht heeft gezien. Hij verkondigde de waarheid, terwijl de Grieken de twijfel een plaats wisten te geven. (…) Zoals ik al heel vroeg had begrepen: die Atheners waren niet gek.’

 

Geslaagd is ook Het tegendeel van hoogmoed waarin Christophe Vekeman in een café een ontmoeting arrangeert tussen Job en de duivel. De laatste probeert de ik-figuur een levensverzekering aan te smeren. De Job van Vekeman heeft niet de minste behoefte aan ’dat soort schijnzekerheden’ en neemt liever ’de dingen zoals ze blijkbaar moeten zijn’. Het slot is opvallend: God komt er niet eens aan te pas. "Ik heb het helemaal zelf verpest; blijkbaar moest het zo zijn. Ik kneep mijn ogen plechtig dicht, en een ogenblik later was alles verloren."

 

Al met al bevat De karavaan vier verhalen die beneden de maat zijn en zes die er mee door kunnen. Naast Heijne en Vekeman zijn die geschreven door Brandt Corstius, Gerritsen, Idema en Verbeke. Waarbij ook zij hinder ondervinden van een schijnbaar niet te overbruggen achterstand. De originelen zijn van zichzelf al zo sterk dat variaties de vraag naar the real thing alleen maar versterken. Daar was het de initiatiefnemers waarschijnlijk ook om begonnen.

 

Boek: De karavaan. Auteurs: Abdelkader Benali e.a. Uitgever: Podium. Prijs: €15 (166 blz.).