Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Jaar: 2007 (Pagina 2 van 32)

Spitten in klein-Mokum

Halverwege Een goed jaar voor de rozen laat Ben Crom het puberende zusje van zijn hoofdpersoon Reenie Geuze in botsing komen met haar ouders. Eerst giet ze melk over een jeugdfoto van haar vader en daarna gooit ze een rondslingerende detective van haar moeder door de huiskamer. Dat laatste laat ze gepaard gaan met de vileine opmerking ’Word toch eens volwassen en lees eens een echt boek.’

Thrillers, detectives en andersoortige spannende boeken worden niet altijd even serieus genomen. NRC/Handelsblad wijdde er kort geleden nog een discussie aan. Voor- en tegenstanders vlogen elkaar in de haren over de vraag of thrillers nu wel of niet tot de literatuur gerekend moeten worden. En zoals altijd bij discussies was er na afloop veel gezegd, maar weinig duidelijk geworden.

Crom (Leeuwarden, 1962) moet zich bij het schrijven van zijn debuut regelmatig hebben afgevraagd wat voor soort boek hij nu precies aan het maken was. Zijn uitgever hakte de knoop door en presenteerde Een goed jaar voor de rozen als een jeugdthriller. Afgaand op het vertrekpunt – twee tieners gaan op zoek naar het verhaal achter een opgegraven koffer met rechter dansschoenen – is daar wel wat voor te zeggen. Maar naarmate het boek vordert, schiet die aanduiding toch echt tekort.

De koffer met schoenen vormt in eerste instantie een kapstok voor een reconstructie van gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Winschoten, vanwege de grote Joodse gemeenschap in de jaren dertig ook wel klein-Mokum genoemd. Reenie en haar klasgenoot Nihat Dag, een jongen van Turkse ouders, leggen het verleden bloot middels onderzoek in de Groninger Archieven en interviews met bejaarde inwoners van Winschoten. De zoektocht eindigt zonder veel vreugde en verlossing in Israël.

Hoewel Een goed jaar voor de rozen wel degelijk iets weg heeft van een pageturner, is het niet zozeer het verhaal dat dit boek de moeite waard maakt. Het is veeleer wat Crom schijnbaar achteloos aanraakt en oprakelt, groot en klein. Subtiel, maar overtuigend laat hij onder meer zien dat ’de Nederlanders’ in de Tweede Wereldoorlog door een gebrek aan integratie zonder moeite konden wegkijken toen de joden in de Tweede Wereldoorlog werden afgevoerd.

Crom trekt voortdurend parallellen tussen hoe in de jaren dertig en veertig met ’anderen’ werd omgegaan en hoe dat nu gebeurt. Hij doet dat bijvoorbeeld met de machteloze opwinding van de vader van Nihat over het voortdurend uitstellen van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Of door te schrijven over de discriminatie waar Nihat mee te maken krijgt als hij op de eerste plaats als Turk wordt gezien, en pas daarna als de Nederlander die hij in werkelijkheid is.

Interessant is dat Crom het aandurft om clichés als ’de twistzieke joden’ en ’ons heldhaftige verzet’ in zijn boek te onderstrepen nu het zwart-wit denken over de oorlog zijn langste tijd heeft gehad. Hij schroomt ook niet om uit te leggen hoe en waarvoor Kamp Westerbork is opgericht en hoe het toch komt dat joden worden geassocieerd met geldhandel. Het is op zulke moment dat de schoolmeester de overhand krijgt – Crom is universitair docent in Groningen.

Maar hinderlijk wordt het nergens. Daarvoor is Een goed jaar voor de rozen domweg te goed geschreven, met onmiskenbaar veel plezier. Het enige minpunt dat opgevoerd zou kunnen worden, is dat Crom met zijn ambitieuze eersteling misschien wel teveel hooi op zijn vork heeft genomen. Op een gegeven moment heeft hij zoveel lijntjes uitgezet dat het hem niet meer lukt om de ontknoping op een even ingenieuze manier te laten plaatsvinden.

Gevolg is een wat al te directe confrontatie in Israël tussen Reenie en Nihat enerzijds en de man die alle touwtjes in handen blijkt te hebben anderzijds. De suggestie dat we hier te maken zouden hebben met een jeugdthriller is dan al lang en breed vergeten. Een goed jaar voor de rozen is boven alles een geslaagd debuut, goed geschreven, over een thema dat er toe doet. Voor jongeren op leeftijd. En dus ook voor volwassenen.

Boek: Een goed jaar voor de rozen. Auteur: Ben Crom. Uitgever: De Harmonie. Prijs: €17,90 (486 blz.)

Anfieterpries 2007 voor Hans Gerritsen

Gedeputeerde Hans Gerritsen van de provincie Groningen is zondag onderscheiden met de Anfieterpries van het Nei Drèents Geneutschap. Gerritsen krijgt de jaarlijkse onderscheiding voor de manier waarop hij zich in 2007 heeft ingezet om de streektaal vooruit te helpen. De Anfieterpries is uitgereikt in het radioprogramma Podium 30 van RTV Drenthe.

“Hie lop zuch het vuur oet de sloffen veur een erkenning diel III in het kader van het Europees Handvest. Dat geldt niet allén veur het Grunnings, maor ok veur de streektaol van Drenthe, Overiessel, de Stellingwarven in Friesland en de Veluwe en de Achterhoek in Gelderland”, aldus Nei Drèents Geneutschap.

De erkenning van het Nedersaksisch volgens het Europees handvest verplicht overheden streektaal serieuzer te ondersteunen. Of die erkennning er ook komt is niet zeker, ziet ook het Geneutschap:  “Gerritsen is intuschen wal gewaar worden dat politiek Den Haag lang niet zo hard lop as hijzölf. Veur een snelle treinverbinding naor het Noorden loopt ze al niet warm, laot staon veur de streektaol.”

De Zoorholtpries voor het achteruithelpen van de streekttaal gaat naar Stichting Lezen uit Den Haag die een verband ziet tussen laaggeletterdheid, taalachterstand en het spreken van dialect thuis. “Kennelijk wil men niet weten of kan men het gewoon niet geleuven dat recent wetenschappelijk underzuuk allang roemschoots antoond hef dat het dialectspreken de taolvaardigheid in het Nederlands absoluut niet in de weg stiet.”

Woorden fluisterend op een rijtje leggen

Twee maanden geleden was Gerard Berends uit Emmen even de meest besproken dichter van ons land. Met dank aan Gerrit Komrij die liefst tien gedichten van Berends’ hand selecteerde voor zijn vuistdikke bloemlezing uit de Nederlandse kinderpoëzie. Vervolgens gaf Komrij ruiterlijk toe dat hij tot voor kort nog nooit van Berends had gehoord. En hij niet alleen; in de Volkskrant werd de Emmenaar voor een Vlaming gehouden. 

Alle roem is tijdelijk. Want nu diezelfde Gerard Berends (Voorst, 1946) met een zelfstandige dichtbundel komt, is het weer even stil rond zijn poëzie als voorheen. Mogelijk heeft het er mee te maken dat Een olifant op het strand gedichten voor volwassenen bevat. Om een of andere duistere reden wordt het niet op prijs gesteld als iemand zowel voor kinderen als volwassenen schrijft. Verwarring is ten strengste verboden.

Berends zelf wil zich nergens op vastpinnen – ook niet op punten, komma’s en hoofdletters – blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht wat je wilt:

 de werkelijkheid nee de werkelijkheid daar is niet

één woord dus ook niet wat je er zelf van vindt

 een loslopend paard een dakkapel of een kanovaarder

het is wat jij ervan vindt wat ik tegen je zeg anders zwijg

 ik zoals rivieren en nog meer rivieren en dan de zee

dat kan natuurlijk ook het is maar net wat je wilt

 Voor wie meent dat poëzie dingen duidelijk moet maken, zijn zulke regels mogelijk te vrijblijvend, een beetje vaag zelfs. Maar voor Berends is de ongrijpbaarheid een serieuze zaak, een constatering van belang. In zijn gedichten wordt voortdurend geprobeerd iets te zeggen, het is één groot pogen iets vast te stellen.

 En even vaak mislukt die poging, blijkt het overbodig om iets te zeggen of er komt iets tussen: een onlogische inval of de curieuze gedachte aan glazen bh of een losse oksel. Gedachten die eigenlijk helemaal niet vreemd of wonderbaarlijk zijn, omdat welbeschouwd alles vreemd en wonderbaarlijk is.

Op dat punt aangekomen, kan een dichter twee dingen doen. Het eerste is met veel tamtam en aplomb de waan van de dag najagen onder het mom ‘niet geschoten is altijd mis’. Het tweede is woorden aarzelend, omzichtig en fluisterend op een rijtje leggen. Gerard Berends kiest in Een olifant op het strand voor het laatste. Met even bedeesde als bescheiden poëzie tot gevolg.

Boek: Een olifant op het strand. Auteur: Gerard B. Berends. Uitgever: Holland. Prijs: €5,95 (32 blz.).

 

Drents Museum verwerft studie Max Liebermann

Het Drents Museum heeft een werk van Max Liebermann (1847-1935) verworven dat de Duitse schilder na zijn verblijf in Zweeloo heeft gemaakt. Het gaat om Studie voor Bleekveld te Zweeloo uit 1882. Het oliefverfschilderij gaat  vooraf aan zijn misschien wel geslaagde werk De Bleek waarop het bleken van lakens in de appelhof van de Herbergh van Zweel is vastgelegd.

De studie werd het museum aangeboden kort na de expositie Max Liebermann en zijn Nederlandse kunstenaars-vrienden. Het museum was al tijden op zoek naar een schilderij van Liebermann met een Drents onderwerp. Het werk is verworven met steun van de Vereniging Rembrandt en de Stichting Vrienden van het Drents Museum. De studie wordt maandag onthuld door gedeputeerde Tanja Klip. Vanaf dinsdag is het te zien in het museum. De nieuwe aanwinst komt in Assen vlak naast De Turfboot (1883) van Vincent van Gogh te hangen.

Liebermann verbleef in de zomer van 1882 op aanraden van Jozef Israëls meerdere weken in Drenthe. Naast een groot aantal studies in zwart krijt, maakte hij er een kleine twintig olieverfstudies. Na terugkeer in Duitsland ontstonden op basis van deze studies in zijn atelier in München grotere doeken. Wat Studie voor Bleekveld te Zweeloo volgens het museum bijzonder maakt, is dat het een vrijwel complete compositie is, maar dan zonder figuren.

‘Alsof een kind het ouderlijk huis verlaat’

Gerrit Krol (rechts) en directeur Eddy de Jonge van de Groninger Archieven. Foto: Peter Wassing voor Dagblad van het Noorden

 Wie schrijft die blijft. Dat wil zeggen: zolang de geschriften bewaard worden. Wat dat laatste betreft heeft Gerrit Krol (Groningen, 1934) geen zorgen meer. Woensdag zette de schrijver zijn handtekening onder een overeenkomst waarin is bepaald dat zijn archief bewaard wordt in de Groninger Archieven.

Zeven meter – van brieven tot en met handschriften, van manuscripten tot en met columns, maar ook krantenknipsels en zelfs films. De oudste stukken dateren van 1962, het jaar waarin Krol debuteerde. De jongste stukken, brieven, zijn nog van dit jaar. “Materiaal vanaf het moment dat ik mij niet langer schaamde voor wat ik schreef”, vat de schrijver samen.

 Het archief verkeert in prima staat. Krol heeft altijd alles keurig op jaar gerangschikt. “Ik keek er wel eens in, maar niet te vaak. Je moet oppassen dat je er niet in blijft hangen.” Helemaal onberoerd laat de schenking ‘Krolaria’ hem niet. “Je kunt het vergelijken met een kind dat het ouderlijk huis verlaat. Het moet een keer.”

Het plan voor de overdracht ontstond in 2005. “Mijn vrouw en ik kwamen ruimte tekort”, vertelt Krol. “Via Buddy Hermans, die een film over mij had gemaakt, kwamen de Groninger Archieven in beeld. Ik was vooral bezorgd over mijn 8-millimeterfilms, dat is kwetsbaar materiaal. Maar als het Letterkundig Museum zich had gemeld was het daarheen gegaan.”

 De films bevatten beelden gemaakt in Zuid-Amerika, waar Krol jaren heeft gewerkt, maar ook van Oudemolen, Terschelling en Spier. “Kiekjes”, meent de maker. “Maar wel vaak goed gefilmd”, nuanceert Harry Romijn van het Gronings AudioVisueel Archief. Meest speciaal zijn toch de teksten. “Nu is goed te volgen hoe een roman tot stand komt”, stelt hoofd collectie beheer Hans Stienstra vast.

 De Groninger Archieven zijn blij met de spullen van Krol. “Het past in ons streven om meer particuliere archieven te verwerven”, vertelt directeur Eddy de Jonge. “Dat van Krol is extra interessant omdat het een kunstenaarsarchief is. Daar hebben we er nog niet veel van, terwijl we graag ook de geschiedenis van het culturele leven in Groningen toegankelijk willen maken.”

De schrijver zelf hecht er aan dat al het materiaal bij elkaar blijft. “Dat is wel zo makkelijk voor wie er studie van wil maken. Je hebt ook schrijvers die tuk zijn op geld, en hun manuscripten verkopen. Dat speelt bij mij niet.” Zelf zal Krol zijn archief niet meer raadplegen, denkt hij. “Dat is niet nodig, ik verzin het wel zelf.”

Poetry International in teken ‘stad en land’

De 39e editie van Poetry International staat van 7 tot en met 13 juni in het teken van het thema ‘stad en land’. Een week lang worden in de Rotterdamse Schouwburg rond dit thema programma’s, lezingen, interviews en debatten georganiseerd. Dat heeft de festivalorganisatie donderdag bekendgemaakt.

Dichters die reeds hun komst hebben toegezegd zijn Robert Gray (Australië), Jean-Michel Espitallier (Frankrijk), Gwyneth Lewis (Wales), Gerdur Kristný (IJsland), Henk van der Waal (Nederland) en Remco Campert (Nederland).

Het thema sluit aan op de bekendmaking door de Verenigde Naties dat volgend jaar voor het eerst in de geschiedenis wereldwijd meer mensen in verstedelijkte gebieden wonen dan op het platteland. Tijdens het festival komt onder meer aan de orde wat dit voor de poëzie kan betekenen.

De toegangsprijs voor het festival wordt voor het eerst in de geschiedenis van Poetry International bepaald door de bezoekers zelf. Poetry hoopt met dit ‘andersom-principe’ internationale poëzie toegankelijker te maken voor een breder publiek.

 

Hendrik de Vriesstipendium voor Jurre van den Berg

Jurre van den Berg en Joana Serrado zijn uitgeroepen tot winnaars van het Hendrik de Vriesstipendium, een stimuleringsprijs voor jong kunstenaarstalent. Dat heeft de gemeente Groningen bekendgemaakt.

Jurre van den Berg is dichter, schrijver van korte verhalen en student sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was in 2005 en 2006 huisdichter van de universiteit. In 2006 verscheen zijn poëziedebuut Avondkikkers.

Joana Serrado studeerde filosofie en Nederlands aan de Universiteit van Coimbra en middeleeuwse filosofie aan de Universiteit van Porto. Ze werkt momenteel in Groningen aan een proefschrift over de Portugese mystica Joana de Jesus. In 2006 is haar eerste poëziebundel Tratado de Botânica in Portugal uitgegeven.

Met de prijs is een bedrag van 6000 euro gemoeid. Het geld moet worden gebruikt voor het maken van nieuw werk. De prijs is vernoemd naar de dichter en beeldend kunstenaar Hendrik de Vries (1896 –1989). Het stipendium wordt om de twee jaar uitgereikt, beurtelings voor beeldende kunst en letteren.

Rob Schouten en Jan Kruis in De Literaire Hemel

Schrijver, dichter en criticus Rob Schouten en tekenaar Jan Kruis zijn vrijdag te gast in De Literaire Hemel in café De Amer in Amen. Schouten, woonde als zoon van een predikant enige jaren in Hoogeveen en is onder meer veelgevraagd als jurylid voor literaire prijzen. Zijn laatste boek is de dichtbundel Spijsamen.

Jan Kruis komt in Amen vertellen over zijn Woutertje Pieterse-project, een kolossaal boek waarin hij een verhaal van Multatuli van illustraties heeft voorzien. Donderdag opent in Groningen in het Stripmuseum een tentoonstelling met tekeningen van Kruis. Derde gast in Amen is Henk Lenting uit Hoogeveen, vertaler van een reeks bijbelboeken naar het Nedersaksisch.

Aanvang is 20.30 uur, De presentatie is in handen van Annette Timmer en Albert Haar. De muziek wordt verzorgd door Maaike en Gert Oostergetel op respectievelijk viool en bas. Kaarten kosten €9.50.

Bart FM Droog kandidaat gemeentedichter Emmen

Bart FM Droog heeft zich kandidaat gesteld als gemeentedichter in Emmen. De oud-stadsdichter van Groningen heeft dat dinsdag bekendgemaakt. Droog, geboren in Emmen, reageert daarmee op een oproep van de stichting Gemeentedichter Emmen. Die zoekt een opvolger voor Gezienus Omvlee per 1 maart en acht de tijd rijp voor ‘verdieping en verbreding’.

Wat opvalt aan de oproep is dat ook dichters van buiten de gemeente Emmen zich kandidaat kunnen stellen. De enige eis die wordt gesteld, is dat de nieuwe gemeentedichter ‘maandelijks een gedicht moeten schrijven met een relatie tot de gemeente Emmen’. Bart FM Droog woont al jaren in de stad Groningen en was daar van 2002 tot 2005 een spraakmakende gemeentedichter.

Droog is naar eigen zeggen kandidaat omdat hij ‘zielsveel van Emmen houdt, zijn vader er een urn bewoont en hij een van de weinige dichters is met ervaring op stads- en gemeentedichterlijk terrein’. “Maar één kandidaat is géén kandidaat”, zegt hij. “Dus wil ik hierbij alle dichters en auteurs met aantoonbare Emmer banden oproepen zich ook kandidaat te stellen.”

De stichting Gemeentedichter Emmen kiest met haar oproep voor een invulling vergelijkbaar met het eerste stadsdichterschap in Assen. Daar leidde in 2005 de benoeming van Erik Harteveld uit Rasquert tot afgunst en verontwaardiging onder de Asser dichters. Ook Harteveld stopt er mee. Inmiddels hebben zich in de Drentse hoofdstad tien nieuwe kandidaten gemeld.

Overigens is nog een derde Drentse gemeente op zoek naar een dichter. De gemeenteraad van Borger-Odoorn zette eerder dit jaar het licht op groen voor de aanstelling, maar is er tot op heden niet in geslaagd een kandidaat te vinden.

Archief Gerrit Krol naar Groninger Archieven

Schrijver en P.C. Hooftprijs-winnaar Gerrit Krol (Groningen, 1934) draagt woensdag zijn archief over aan het RHC Groninger Archieven. De schenking omvat correspondentie, manuscripten van romans, gedichten, essays, verhalen en columns en de door Krol gemaakte films over met name zijn binnen- en buitenlandse reizen. Het archief betreft de periode 1962-2007. De Groninger Archieven spreekt van een ‘interessant en belangrijk archief van de meest bekende literaire zoon van Groningen’.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑