Schrijven over geloof, God en de bijbel is niet zonder risico, ook niet in deze tijd van ontkerkelijking en solo-religiositeit. Zo kreeg dominee Klaas Hendrikse kort geleden een beker vol kritiek over zich heen na publicatie van Geloven in een God die niet bestaat. In dat boek breekt hij een lans voor een geloof in ‘iets’ boven het geloof in de almachtige God van de Statenbijbel, een godsbeeld dat niet meer van deze tijd zou zijn.
Nico ter Linden overkwam twee jaar geleden iets vergelijkbaars toen hij Koning op een ezel publiceerde, zijn hervertelling van verhalen uit het Nieuwe Testament voor jongeren. Ter Linden, schrijver van de reeks Het verhaal gaat…voor volwassenen, werd onder meer fel bekritiseerd omdat hij zijn publiek voorhield dat de verhalen in de bijbel niet waar gebeurd zijn, dat die verhalen niet letterlijk moeten worden genomen.
Voor wie literatuur leest blijft het verbazingwekkend dat mensen beginnen te tieren als iemand noteert dat het verhaal over de ark van Noach geen historisch feit is, maar vóór alles een vertelling over verbondenheid tussen God en de mens. In diezelfde geest is het ook niet van belang dat Jezus werkelijk op Eerste Kerstdag is geboren, als van het Kerstfeest maar begrepen wordt dat het ‘na het donker altijd wel weer licht wordt’.
Ter Linden schreef na Koning op een ezel nog twee boeken: Het land onder de regenboog en De profeet in de vis. Met die laatste, onlangs verschenen uitgave heeft hij zijn hervertellingen van bijbelverhalen voltooid. Zoals een huis niet beoordeeld kan worden na het bezoek aan slechts één kamer, is het nu pas goed mogelijk om zijn werk voor jongeren op waarde te schatten. En het moet gezegd, het is een prachtige trilogie geworden.
Dat is mede te danken aan Ceseli Josephus Jitta, die voor alle delen de illustraties leverde. Het werk van Josephus Jitta is zeer gevarieerd. De ene keer volstaat ze met een simpele tekening gekleurd met waterwerf, de andere keer tekent met stift op een krant waar de schaar in is gezet, monteert ze een foto of gebruikt ze gescheurd papier en textiel voor steeds opvallend expressieve illustraties en collages.
In De profeet in de vis hanteert Ter Linden dezelfde vertelwijze als in Het land onder de regenboog. Opnieuw voert hij Judith en Tobias op. Ze zijn inmiddels ouder, maken zich op voor hun huwelijk, maar wonen nog steeds als bannelingen in Babylon, in afwachting van de terugkeer naar het beloofde land. Oom Ben, de priester, is dood. Zijn plaats wordt ingenomen door Amos die verhalen vertelt van de profeten van het Oude Testament.
Vergeleken met Koning op een ezel, waarin de evangelisten Matteüs en Lucas worden opgevoerd om met elkaar over het leven en de ideeën van Jezus te praten, gaat Ter Linden dit keer veel minder experimenteel te werk. Daar staat tegenover dat hij ook iets minder op de hurken zit. Zingen over ‘borsten als trossen van de wijnstok’ zoals in het Hooglied doet hij nog net niet, maar wel laat hij Simson naar de hoeren gaan.

Ter Linden laat zich er bij herhaling op voorstaan dat hij de bijbel zo’n waardevolle bron van kennis en wijsheid vindt dat die verhalen doorverteld moeten worden, steeds maar weer, ook nu de teksten sinds de nieuwe bijbelvertaling uit 2004 voor iedereen weer goed te volgen zijn. Het simpelweg lezen van het Oude en Nieuwe Testament is hem niet genoeg, er moet ook geïnterpreteerd en uitgelegd worden – hij is niet voor niets begonnen als predikant.
Of hij juist interpreteert en uitlegt, daar mogen de meningen over verschillen. Wel kan geconcludeerd worden dat Ter Linden een milde kijk op de materie heeft, starheid en absolutisme zijn hem vreemd. In zijn bijbelverhalen is ruimte voor verschillende meningen die elkaar aanvullen, in plaats van elkaar afvallen. Het is niet voor niets dat Matteüs en Lucas in Koning op de ezel beide de geboorte van Jezus mogen navertellen.
Het is ook niet voor niets dat Ter Linden zijn geslaagde drieluik besluit met een brief aan ‘alle volken van de gehele aarde’ met als aanhef de vraag ‘Bestaat God?’ Om vervolgens zelf te antwoorden dat God niet ‘bestaat’, maar ‘gebeurt’. Met andere woorden: dat geloven actief is in plaats van passief. En dat de bijbel geen verzameling dode letters is, maar een tekst die leeft zolang er in gelezen en over gesproken wordt.
Boek: De profeet in de vis. Auteur: Nico ter Linden. Illustraties: Ceseli Josephus Jitta. Uitgever: Balans. Prijs: €22,50 (284 blz.) Eerder verschenen: Koning op een ezel (2005) en Het land onder de regenboog (2006)