
Fietsend vanuit Dalen richting Dalerpeel met als tussenbestemming Ane zag ik op de Berkmeerweg langs het kanaal van Coevorden naar Zwinderen een bermmonument. Bloemen, een perkje, een kandelaar en twee geborduurde egeltjes. Het monument was opgericht voor ‘Rinske’. Met bedrukt gemoed fietste ik verder.
Nog geen honderd meter verderop trof ik onder een boom een uil aan. Half op de weg, half in de berm. Jong, oud. Gewond, uitgeput of gewoon lui – ik kon het niet goed vaststellen. Ik ben niet thuis in de dierenwereld. Hij of zij zag er indrukwekkend uit, ook omdat ik niet eerder een uil van zo dichtbij had gezien, zelfs niet in de dierenentuin.

Toen ik naderbij kwam, probeerde de vogel te klapwieken, maar van de grond kwam hij niet. Wat te doen? Zonder ingrijpen zou de uil onder een voorbijrazende auto kunnen komen. Ik besloot de dierenambulance te bellen. Na een korte wachttijd, gevuld met een bandje met vogelgeluiden, kreeg ik een mevrouw aan de telefoon. Ze opereerde vanuit Almere.

“Heeft u een doos bij u?”, wilde de mevrouw weten. Ik antwoordde dat ik op de fiets was en dit keer geen doos bij me had. “Het is hier nogal afgelegen en verlaten”, voegde ik toe. Daarop besloot ze contact te leggen met een dierenambulance in de buurt. Met een beetje geluk was dat zo geregeld. Met een beetje pech niet.
Terwijl ik haar instructies opvolgde – vogel beschrijven, mogelijk letsel constateren, foto’s maken, locatie vaststellen – probeerde de uil zich te verplaatsen. Eerst verder het asfalt op, daarna terug de berm in. Ondertussen slaagde de mevrouw in Almere erin contact te leggen met een dierenambulance in de buurt. Die zou vlot ter plaatse kunnen zijn. De uil had zich inmiddels naar de rand van een lager gelegen sloot verplaatst. Wel zo veilig.

“Moet ik wachten?”, vroeg ik de mevrouw. Dat hoefde niet. “U kunt toch niets doen. Dank voor het melden”, antwoordde ze. “Jullie bedankt”, zei ik opgelucht. We leven in een geweldig land. Daarop vervolgde ik mijn weg. Ik had een vrije dag, ik was aan het fietsen.
Vlak voor bij de Veenschapsweg passeerde ik een paneel van Lost Wings, een organisatie die zich ten doel heeft gesteld de vliegtuigcrashes van de Tweede Wereldoorlog in kaart te brengen.
Ik was al in Ane toen ik op mijn telefoon zag dat een onbekende beller een voicemailbericht had achtergelaten: “Met René van de dierenambulance. Ik ben twee keer de Burgemeester Ten Holteweg afgereden, maar heb geen uil gezien. Dat bermmonument waarover u sprak, heb ik ook niet aangetroffen. Misschien kunt u mij terugbellen.” Er was sinds mijn melding bijna een uur voorbij gegaan.
René nam zijn telefoon meteen op. Dat hij aan de Berkmeerweg moest zijn, en dus niet aan de Burgemeester Ten Holteweg, had hij niet van de mevrouw in Almere begrepen. Nu was hij niet meer in de buurt, maar op weg naar een andere melding, helaas. “Ja, helaas”, beaamde ik. “We hebben ons best gedaan”, concudeerde René.

Later op de dag, veilig thuis, probeerde ik te achterhalen welk vliegtuig bij Dalerpeel was gecrasht. Het bleek de Fw 190A-7 Wnr. 340003 met herkenningsteken ‘Weiße 11’, behorend tot 1. Staffel, Jagdgeschwader 1, gevlogen door de uit Görlitz afkomstige Feldwebel Werner Dotzauer.
Het toestel was op 6 maart 1944 boven Drenthe geraakt door een Amerikaanse escortejager en daarna neergestort. Dotzauer was toen 23 jaar.
Ook zocht ik naar wat er op 31 januari 2022 met Rinske was gebeurd. Onder meer RTV Drenthe meldde die ochtend een eenzijdig ongeval: ‘Het slachtoffer reed over de Berkmeerweg en kwam rond kwart voor acht door nog onbekende oorzaak in een sloot naast de weg tot stilstand. Hierna vloog het voertuig direct in brand. Hulp mocht niet meer baten. De bestuurder overleed op de plaats van het ongeval.’ Rinske, uit Coevorden, was 22 jaar.
Van de uil ontbreekt vooralsnog elk spoor.













