Woest & Ledig

Over kunst en cultuur (in Drenthe en daarbuiten)

Over ‘De wereld van Yrrah’ en de tijd dat aanstootgeven heel gewoon was

Uitgeverij De Harmonie stuurde een boek getiteld De wereld van Yrrah. Op de cover zien we een man met een knapzak over het spoor richting een stootblok lopen. Het einde van de lijn komt in zicht; dat is nooit leuk voor een tekenaar.

Yrrah is het pseudoniem van de in Apeldoorn geboren (1932) Harry Lammertink, die overleed in 1996. Dat is al even geleden. Omdat veel mensen de voornaam van Lammertink niet kenden, heeft het signatuur Yrrah altijd iets raadselachtigs gehad.

Wat ook opvalt aan de cover is een meegedrukte waarschuwingsticker’ met de mededeling: ‘Let op. De cartoons in dit boek kunnen door sommigen als aanstootgevend worden ervaren.’ Dat heeft iets grappigs en provocatief, maar ook iets droevigs. Kan niet alles als aanstootgevend worden ervaren? Wordt niet alles als aanstootgevend ervaren tegenwoordig?

De cartoons van Yrrah waren en zijn inderdaad soms hard. Lammertink tekende graag de strop, de guillotine en doodskisten; zijn massieve figuren staan vaak op hun stevige poten met de rug naar de kijker, waardoor ze extra dreigend lijken.

Bladerend in De wereld van Yrrah gaan de gedachten uit naar de tijd van de Ryam-schoolagenda, waar Yrrah bijdragen aan leverde. En nog meer naar de jaren dat Vrij Nederland het belangrijkste opinieblad van Nederland was. Daar tekende hij ook voor.

Niet toevallig kon ik in die tijd behoorlijk onder de indruk zijn van wat ‘de serieuze journalistiek’ heette. De cartoons van Yrrah droegen daar zeker aan bij. Toen ik zelf in de journalistiek kwam te werken, halverwege de jaren tachtig, kon het er nog steeds stevig aan toegaan. De grappen op de redactie waren vaak ook hard – cynisch zouden we nu zeggen. Erg grappig, maar niet langer gepast. Humor is ook mode.

De wereld van Yrrah is samengesteld door de zoon van de tekenaar, Leander Lammertink. Die (her)ontdekte na het overlijden in 2015 van Yrrah’s partner, Trudy Nijman, de complete nalatenschap van zijn vader. Ook kreeg hij cassettebandjes met interviews die zijn afgenomen door bewonderaar Theun de Winter. De interviews zijn voor het boek tot een lopende tekst gemaakt.

Bovenstaande tekening is misschien geen typische Yrrah. Het is eerder een tekening die hij ook maakte en die aansluit bij mijn verschoven belangstelling.

Nog iets over Diep: of er naast Don Diablo ruimte blijft in Emmen voor kunstenaars uit Drenthe

Tijdens mijn bezoek als cultuurjournalist voor Dagblad van het Noorden aan kunstruimte Diep in Emmen, donderdag twee weken geleden, wilde ik ook weten wat het podium voor de lokale en regionale kunst denkt te kunnen betekenen. De voorganger van Diep, het Centrum Beeldende Kunst, organiseerde om de zoveel tijd in De Fabriek aan de Ermerweg exposities onder de naam Emmen.

Toen ik zakelijk leider Marjory Hospers daarover een vraag stelde, wees ze op een wand met foto’s die zijn gemaakt door leden van Fotofun, een club amateurfotografen uit de omgeving van Emmen. Hen was bij de eerste tentoonstelling, Lux, gevraagd zich te laten inspireren door het thema licht en donker.

“Op die manier zullen we vaker met de amateurkunst links zoeken, of dat dan Fotofun is, of Amateur Kunstenaars Emmen (AKE), of een andere groep”, aldus Hospers.

“En ik wil heel graag inzetten op professionele kunstenaars die hun eerste stappen hier hebben gezet, in Emmen of in Drenthe, om te laten zien dat er echt wel iets van de grond komt. Verder hebben we een samenwerking met community Kuunst.nu. Zij gaan in 2028 samen met ons een overzicht maken van Drentse kunstenaars.”

Een van die kunstenaars laat nu werk zien tijdens de internationale lichtkunsttentoonstelling: Don Diablo. Don Pepijn Schipper (Coevorden, 1980) is bekend als internationaal opererende dj, maar daarnaast dus ook als beeldend kunstenaar actief. Tijdens Lux is op een monitor zijn videowerk Endless Voyage te zien, een video van een wolkendek gemaakt vanuit een vliegtuig, met het vliegtuigraampje als frame.

Het begeleidende tekstbordje vertelt over een ‘visuele meditatie’: “Het werk neemt de bezoeker mee op een reis die eindeloos lijkt. Er is geen begin of einde. Het draait om beweging, tijd en het gevoel van onderweg zijn. Minimale visuele elementen, herhalende ritmes en subtiele kleurverschuivingen zorgen voor verstilling. De ervaring van het in beweging zijn staat centraal. Het werk nodigt je uit te vertragen in een wereld vol snelheid en prikkels.”

Jalen Ngonda eindigt in zijn hemd. Verslag van een avondje in De Oosterpoort

Om de zinnen te verzetten en gelokt door het begrip ‘retrosoulsensatie’ reisde ik af naar Groningen om in De Oosterpoort een concert bij te wonen van Jalen Ngonda. Ik had hem deze zomer al kunnen zien tijdens het festival North Sea Jazz in Rotterdam, maar arriveerde toen net te laat.

Bij het betreden van de grote zaal was het voorprogramma nog gaande: zangeres Brooke Combe en een gitarist. Op basis van wat ik vooraf van haar had gehoord, had ik besloten dat ik haar optreden met een gerust hart kon laten schieten. Na een paar nummers live bleek ik het mis te hebben.

Ik hoorde niet alleen een uitstekende zangeres met een goed repertoire, ik zag ook iemand die met een mooi Schots accent heel handig het publiek bespeelde en verleidde om haar volgend jaar nog eens te zien optreden, als ze met een volledige band op tournee gaat. Misschien ook wel in Groningen.

Daarna begon het wachten op Ngonda. Die had een mannetje vooruitgestuurd om bijna drie kwartier in zijn eentje over het podium te lopen, aan knopjes te draaien en aan kabels te voelen. Terwijl ik hem zo bezig zag, kreeg ik sterk het gevoel dat het nergens voor nodig was.

Jalen Ngonda bleek ook een mannetje. Hij stak keurig in het pak, met stropdas, en deed er alles aan om over te komen als iemand die zijn werk zeer serieus neemt. De beloofde retrosoul bleek sterk gebaseerd op een geluid uit het midden van de jaren zestig, zoals dat destijds vanuit de Verenigde Staten werd verkocht door platenlabels als Motown en Stax.

Het meest bijzondere aan Ngonda is zijn stem, een falset, die hij zowel ruw als zijdezacht kan laten klinken. Zijn liedjes klonken stuk voor stuk herkenbaar, bijna vanzelfsprekend, omdat ze zijn opgebouwd uit elementen uit het grote soulsongbook van de jaren zestig en zeventig. Het werd allemaal zo quasi-authentiek uitgevoerd dat het soms een beetje begon te vervelen.

Wanneer gaat dat jasje uit?, vroeg ik mij af. Zoiets zou kunnen wijzen op een bereidheid om de conventies overboord te gooien en er een speciale avond van te maken. Niet alleen de setlist afwerken, maar ook iets onverwachts laten gebeuren. Jammer dat er geen blazers waren.

Even dreigde een verrassing, toen hij de wereldpremière beloofde van een nieuw nummer, Taste. Het publiek reageerde er enthousiast op, maar begon te joelen toen Ngonda verklapte dat hij zijn wereldpremière een paar dagen eerder ook al in Amsterdam had gespeeld. ‘Zo, dat zit diep’, vatte hij de onvrede in Groningen samen.

Ik besloot iets te drinken te gaan halen, ook om de benen te strekken. Ik ging ergens met mijn bekertje zitten en concludeerde dat de concertbeleving daardoor niet ingrijpend veranderde. Was Jalen Ngonda wel een goede liveact?

Terug in de zaal zag ik dat hij zijn jasje had uitgetrokken en hoorde ik dat op het podium de jaren zeventig waren aangebroken. Het optreden knapte er beslist van op. Of zou dat door mijn biertje zijn gekomen?

Na vijf kwartier, stipt op tijd, zat het concert erop. Even later keerde Ngonda met zijn band, zes man sterk, terug voor twee toegiften. Die speelde hij in zijn hemd. Een net hemd.

Dit zijn de genomineerden voor de Noorderkroon Awards 2026 

De organisatoren van het 46ste Noordelijk Film Festival (NFF) hebben de genomineerden voor de Noorderkroon Awards 2026 bekendgemaakt. In zeven categorieën dingen makers uit Noord-Nederland mee naar één van de filmprijzen. De prijzen worden op de slotdag van het festival in Leeuwarden bekendgemaakt.

Het NFF duurt van 4 tot en met 8 november. Openingsfilm is is A Light That Never Goes Out van de Finse regisseur Lauri‑Matti Parppei. Noorderkroon is het podium en de competitie voor professionele films, studenten- en amateurfilms van Drentse, Friese of Groningse makers of films over deze regio.

Uit het persbericht: “Noorderkroon is een klein sterrenbeeld aan de noorderhemel, gevormd door zeven sterren. Deze sterren staan symbool voor de zeven prijzen die uitgereikt worden.” Die zevende prijs gaat naar het Grootste Aanstormend Talent.

Net als vorig jaar heb ik proberen te achterhalen welke band de genomineerden hebben Drenthe, Friesland, Groningen:

Beste Korte Film (fictie) 
Yr Wyddfa – regie Sander Blom. Werkt vanuit Groningen.

Kofi – regie Bauke Brouwer. Geboren in Friesland en getogen in Zuid-Afrika.

De Floor is Lava – regie Demian van der Wekken. Opgegroeid in Ellertshaar.  

Beste Korte Film (documentaire) 
De frjemde útstappen fan Drumband Hallelujah – regie Chris Frieswijk. Studeerde Kunst, Cultuur en Media in Groningen.

Leap –  regie Cristobal de Alba. Producent Carla Wolbers werkt vanuit Groningen, Tetsje de Groot & Annet Huisman werken bij Omrop Fryslân.

Swurd –  regie Mirjam de With. In 1982 geboren in Joure. 

Beste Speelfilm 
Lulk – regie Janko Krist. Geboren in 1985 in Leeuwarden. 

Nuclear Boy – regie Joren Molter. Geboren in Borgercompagnie. 

HalloWiebe: Overdrive  – regie Jasper ten Hoor & Ivan Hidayat. Ten Hoor is geboren en getogen in Valthermond. 

Beste documentaire 
Meer ku’j d’r niet van maek’n – regie Ivo Kraan. Geboren in Leeuwarden.

De Vrouwenmars – regie Ted Alkemade. De mars begon in Kamp Westerbork en eindigde in Grijpskerk.

Karnivoale – regie Fleur Nonnekes. Opgegroeid in Veendam. Circus Karnivoale is een Groningse theatergroep. 

Beste Studentenfilm 
Destroy me, please – regie Flora Woudstra Hablé. Speelt in Amsterdam en aan de Waddenzeekust bij Paesens‑Moddergat.

Ster van de show – regie Nina Suijkerbuijk.

De Ware Bjorn Spreekt – regie Laurens Kloosterman. Geboren en getogen in Vries. 

Beste Nieuwe Maker 
Hot Shot – regie Berend Moed. Komt uit Leeuwarden.

Erased – regie Andrei Ciobanu.

Werkplaats van je dromen – regie Jille Smilda & Maurice Klok. Smilda is betrokken bij FryslânDOK.

Bovenstaande foto is een still uit Nuclear Boy van Joren Molter.

Van ‘Cuban Slide’ van The Pretenders naar ‘How Soon Is Now’ van The Smiths

In 1980, alweer 46 jaar geleden, kocht ik bij Gé Hofenk aan de Haarlemmerstraat in Leiden de single Brass in Pocket van The Pretenders, de band van de über‑coole Chrissie Hynde. Of het toen al een hit was, weet ik niet meer – het zou mij sieren als ik er vroeg bij was. Ik volg Hynde en haar Pretenders tot op de dag van vandaag

Wat ik nog goed weet, is dat ik de b‑kant, Cuban Slide, mogelijk nog beter vond dan Brass in Pocket. Dat zat vooral in het stuiterende gitaargeluid van gitarist James Honeyman‑Scott, waarvan ik later begreep dat hij het had afgeluisterd van Bo Diddley en dat het iets te maken had met wat het tremolo‑effect wordt genoemd.

Zaterdag zag ik bij de BBC een concertregistratie van The Pretenders tijdens het festival Glastonbury in 2023. Het zwarte haar van Chrissie Hynde was grijs geworden, maar haar mede‑bandleden oogden verrassend jong. Zo was de plaats van de overleden gitaristen James Honeyman‑Scott en Pete Farndon ingenomen door James Walbourne.

Ik was niet de enige die kon zien en horen dat Walbourne eeen voortreffelijk gitarist is, perfect passend bij een perfecte gitaarband als The Pretenders. De beelden toonden ook Paul McCartney in de coulissen. Een jaar eerder had hij zelf een behoorlijk opwindend optreden gegeven; nu filmde hij The Pretenders met zijn telefoon.

Hynde had toen al een derde gitarist het podium opgehaald: Johnny Marr. Voor wie de geschiedenis van The Pretenders een beetje heeft gevolgd – ík! – misschien een logische zet, maar toch wel speciaal, en bovendien een onderstreping van het idee dat de slaggitaar een geweldig instrument is, en dat al sinds The Beatles en The Byrds.

Sommigen zullen het een hoogtepunt noemen dat Dave Grohl ook een stukje mee mocht meedoen, op drums, tijdens Tattooed Love Boys, eveneens van het debuutalbum uit 1980. Voor mij kon het kort daarvoor al niet meer stuk, toen het b‑kantje Cuban Slide live werd gespeeld, met veel tremolo van Johnny Marr, net zoals in How Soon Is Now van The Smiths.

Donald Trump volgens Siegfried Woldhek

Het is alweer een week geleden, maar omdat goed nieuws ongestraft als tijdloos mag worden gepresenteerd, kan ik hier melden dat Siegfried Woldhek de Inktspotprijs voor de beste politieke prent van het parlementaire jaar heeft gewonnen. Hij kreeg de jaarlijkse prijs van Stichting Pers & Prent voor de tekening Poetin bespeelt Trump, die hij maakte voor NRC. Zie hieronder.

Uit het juryrapport: “Met een imponerende tekenstijl combineert de tekenaar grimmigheid en humor in een esthetisch waanzinnig beeld dat niet meer van je netvlies verdwijnt.” Woldhek won de prijs ook al in 2011, destijds met een prent gemaakt bij de plannen van toenmalig landbouwstaatssecretaris Henk Bleker voor de Hedwigepolder in Zeeland.

Dat ik dit hier schrijf, heeft er alles mee te maken dat Woldhek in Emmen geboren is (1951) en leerde tekenen door in Noordbarge naar vogels te kijken. Uitgeverij Waanders heeft ter gelegenheid van de bekroning het boek Zie zo, met werk van de tekenaar, tijdelijk in prijs verlaagd naar 15 euro. In Zie zo staan naast ‘portretten’ die Woldhek van schrijvers heeft gemaakt ook vermeende leiders, zoals de tekening bovenaan laat zien.

Gesprek opgevangen na het openingsweekend van kunstruimte Diep in Emmen

‘Nou, wat denk jij ervan?’

–‘Waarvan?’

‘Van Diep, de nieuwe kunstruimte in Emmen, in het Biochron van de oude dierentuin. Ik las dat ze per jaar 30.000 bezoekers willen trekken. Denk jij dat zoiets kan?’

–‘Ik heb daar nog niet over nagedacht. Toen ik er was, was het erg druk. Een beetje te druk, wat mij betreft.’

‘In een openingsweekend is het altijd druk. Zeker als het lang heeft geduurd voor iets opengaat. En helemaal als het gaat om zoiets als het Biochron, toch een plek waar veel mensen vanwege die haaien een herinnering aan hebben. Het gaat erom wie er daarna komt.’

–‘De gemeente Emmen telt 100.000 inwoners. Als daarvan een kwart een kijkje gaat nemen, hebben ze nog maar 5.000 mensen uit de rest van het land nodig, en dan zijn ze er. Het is gratis toegang, hè.’

‘Ja, dat vind ik eigenlijk heel wonderlijk. Dat een gemeente eerst 10 miljoen euro steekt in de verbouwing van een lekkende kelder om er een ruimte voor hedendaagse beeldende kunst van te maken, en daarna geen entree vraagt.’

–‘Je kunt veel van Emmen zeggen, maar dat durven ze toch maar mooi. En heb je gezien wat voor hedendaagse kunst? Lichtkunst! Ken jij andere plekken in Nederland waar ze in een kelder lichtkunst laten zien? Ik vind het een vooruitgang, helemaal als je het vergelijkt met dat China Lights Festival een paar jaar geleden.’

‘O, dat ja, dat was vreselijk. Maar vertel eens, wat vind jij van de ruimte? Jij was toch altijd zo’n liefhebber van De Fabriek?’

–‘Vergeleken met De Fabriek is het geen vooruitgang, daar moet ik eerlijk over zijn. De nieuwe ruimte is voor tentoonstellingen minder geschikt, denk ik. Daarom noemen ze het spannend. Aan de andere kant: een spannende ruimte kan tot spannende tentoonstellingen leiden, als er spannende kunst wordt getoond.’

‘En die lichtkunst van Diep is een spannende tentoonstelling?’

–‘Vind ik wel, ja. Er is een lichtkunstwerk waarbij door een laser een bewegende kring op de vloer wordt geprojecteerd, en de waarschuwing geldt dat je niet in die laser moet kijken, omdat je anders een oogbeschadiging oploopt. Als je mensen zegt dat ze iets niet moeten doen, doen ze het juist. En er is een duister labyrint met draden waarop licht wordt geprojecteerd. Grote kans dat mensen daarin verstrikt raken. Zelf vond ik het heel spannend om vijf minuten opgesloten te worden in een werkkast met algen.’

 ‘Als ik zo naar je luister, word ik nieuwsgierig.’

–‘Kijk, alweer een bezoeker erbij.’

Een beeld voor Johanna Bergmans‑Beins, schrijfster en eerste vrouwelijke statenlid van Drenthe

Het moet vreemd lopen wil er geen beeld in Borger komen van Johanna Bergmans‑Beins (1879–1948). Woensdag zegde ook het provinciebestuur steun toe aan een initiatief voor een sculptuur van de molenaarsdochter, schrijfster en tevens eerste vrouwelijke Statenlid van Drenthe namens de SDAP. Aangemoedigd door de PvdA, Partij voor de Dieren en kort daarna ook Volt zei cultuurgedeputeerde Yvonne Turenhout er het volgde over:

“Ook wij vinden het om meerdere redenen een hele mooie aanvraag en hebben dus nadrukkelijk een positieve grondhouding. Om meerdere redenen, want het benadrukt nog eens het belang van vrouwelijke volksvertegenwoordigers. En dat belang om meer vrouwelijke volksvertegenwoordigers aan boord te krijgen is nog steeds actueel. Bovendien, ik heb even navraag gedaan, zijn standbeelden van vrouwen sterk ondervertegenwoordigd in de Nederlandse openbare ruimte. Dus redenen genoeg om dit nu warm te omarmen.”

Naast haar bestuurlijke werk zette Bergmans‑Beins zich in voor de Drentse taal en cultuur. Ze was lid van de Drentse Schrieverskring en auteur van toneelstukken en onder meer de roman Het bloed kruipt waar het niet gaan kan (1933). “Ze doorbrak maatschappelijke barrières en gaf vrouwen een stem in de politiek. Haar werk symboliseert gelijkwaardigheid en inspiratie voor toekomstige generaties”, aldus Stichting Harm Tiesing die al een tijdje ijvert voor een beeld.

Een eerste ontwerp van cortenstaal en roestvrijstaal komt van Geert Oldenbeuving. Beoogde locatie is een plantsoen op de hoek van de Molenstraat en de Bergmans‑Beinsstraat in Borger. De bedoeling is dat bij de onthulling ergens volgend jaar – maar misschien al eerder – lezingen, toneelvoorstellingen en educatieve evenementen worden gehouden.

Bovenstaande foto is afkomstig van Stichting Harm Tiesing.

« Oudere berichten

© 2026 Woest & Ledig

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑